Donderdag 28/05/2020

En toch geen oranje ommekeer

Over één zaak zijn liberalen en socialisten het vandaag eens: als ze in 2004 klappen kregen, hadden ze dat geheel en al aan zichzelf te wijten. Niet aan de sterkte van de oppositie. Het verschil tussen de 'nederlaag' van CD&V in 2003 en de 'overwinning' in 2004 bedroeg een schamele 0,3 procent. Met de N-VA erbij volstond het om de partij uit de oppositie te tillen, maar zeker Yves Leterme weet dat oranje lang niet uit de gevarenzone is.

Door Walter Pauli en Filip Rogiers

2001 en 2002 zijn voor Guy Verhofstadt en met hem de hele paars-groene ploeg absolute gloriejaren. Zeker in dat eerste jaar boomt de economie nog, het bevrijdende gevoel na veertig jaar CVP-staat is nog altijd intact en Europees gooit de premier hoge ogen met zijn legendarisch voluntarisme.

Zo manisch paars, zo depressief de christendemocraten in de oppositie. Stefaan De Clerck is in die dagen de meest te beklagen politicus van de Wetstraat. Twee jaar na de electorale afstraffing van 1999 houdt hij zich van dag tot dag overeind in een gedemoraliseerde en zelfs verzuurde partij. Op zijn ene flank zitten gefrustreerde christendemocraten, oud-ministers en parlementsleden, die de nederlaag van 1999 nooit verwerkt hebben en blijven vinden dat de kiezer schromelijk onrechtvaardig is geweest. Op de andere flank wordt hij de oren van het lijf gezeurd door een groepje 'revolutionairen', die, aangevuurd door ex-voorzitter Johan Van Hecke, de partij op een heel nieuwe leest willen schoeien. Tussen die twee polen zit een grijze, gelaten massa van partijgenoten, die het allemaal aan zitten te kijken.

"'Populaire Stef zal ons wel redden', zo dachten velen." Naast uittredend premier Jean-Luc Dehaene bleef immers alleen de gewezen minister van Justitie De Clerck in 1999 overeind in de populariteitstest van de stembus.

Zijn lijdensweg eindigt op het partijbureau van maandag 19 mei, daags na de verkiezingen van 2003. De oranje ploeg zit er geslagen bij, De Clerck probeert de spirit erin te houden. "Ik ontwerp een routeplan voor het komende jaar", stelt hij voor. Het woord routeplan is in die dagen zeer modieus: het verwijst naar het vredesproces in het Midden-Oosten.

"Iemand bezwaar?", vraagt De Clerck half retorisch. Er valt een doodse en vooral beschaamde stilte. "De Clerck interpreteerde het moedwillig als 'instemming' en flapwiekte de deur uit, de rest van de vergadering verbouwereerd achterlatend." Nog vijf dagen zal het proces van politieke stervensbegeleiding duren. Nog vijf dagen gieren botsende loyaliteiten door de oranje gangen. Op vrijdag 23 mei vergadert het gremium van de partij in Dilbeek, in Relais Delbeccha, hotel-restaurant-feestzaal, over de opvolging. Daarna mag Yves Leterme bij wijze van spreken het bord afvegen. Het vierde jaar van de oppositiejaren was kort en krachtig, de eerste drie jaren daarentegen waren een kruisweg.

Sommigen schreven het beleefd toe aan het zachte geklots van de Leie; anderen aan de fletse hapjes die werden geserveerd, maar de sfeer in het CD&V-gezelschap op de toeristische boot die in de nazomer van 2002 van Gent naar Sint-Martens-Latem dobberde, was ronduit belabberd. Met dat boottochtje werden de fractiedagen besloten. In het Gentse Novotel was de oranje ploeg vergast op een uiteenzetting over "de toekomst van de christendemocratie". De toehoorders luisterden verbaasd, sceptisch of gelaten. De enige die tijdens die uiteenzetting naar verluidt nu en dan enthousiast zat te knikken was de man die de spreker van het reclamebureau, Quattro, in de arm had genomen: Stefaan De Clerck.

De spreker was Franstalig en trok in gebrekkig Nederlands lessen uit een marktonderzoek van studiebureau Dimarso dat de partij die zomer had laten uitvoeren. In dat onderzoek werd een Censydiammodel op de kiesmarkt toegepast. Kiezers werden ingedeeld volgens psychosociale attitudes: extravert versus introvert, progressief versus conservatief, mannelijk versus vrouwelijk enzovoort. CD&V bleek in dat model in de hoek van de introverten en 'vrouwelijken' ("ernstig, maar met een sociaal profiel") te zitten, terwijl het gros van de kiesmarkt op dat moment de andere kant opzocht: extravert, 'mannelijk' ("verkiest zelfontwikkeling boven sociale cohesie").

Kwam het door het taalprobleem, maar de misverstanden waren na die uiteenzetting niet van de lucht. De reclameman noemde het meest sexy segment van de kiezersmarkt "een vakantiedorp", en paars was in dat dorp "de kampioen". Niet weinigen in het gezelschap meenden dat de partij die dag de raad kreeg om "ook een bende van frisse meisjes en jongens te worden, paars achterna".

"CD&V moest Club Med worden", zo zegt een deelnemer, vier jaar later nog altijd niet over zijn verontwaardiging heen. "Dat zei het reclamebureau dat eerder ook al wou dat we de C in onze naam zouden laten vallen. We waanden ons verdorie in een new-age-uiteenzetting. Die man kwam zelfs aanzetten met namen voor het type politicus dat we moesten worden: Poseidon, Aphrodite, Minerva! Hij zei tegen ons: 'Jullie partij is irrelevant'. Dat betekent in het Frans, en zo bedoelde hij het wellicht, dat je op een bepaald moment geen substantiële bijdrage meer tot iets levert. Maar in het Nederlands klinkt het natuurlijk gewoon alsof je er volstrekt niet meer toe doet."

Heren van stand zoals de gebroeders Van Rompuy wisten met hun verbazing geen blijf. "De hele kwestie leidde inderdaad tot wat aversie en boosheid toen het eropaan kwam om die analyse van Dimarso en Quattro te vertalen in aanbevelingen", zegt een andere deelnemer aan die bijeenkomst. "De Clerck en het reclamebureau vonden net dat we géén oranje vakantiedorp naast paars moesten proberen te bouwen. CD&V bleek op dat ogenblik voor de kiezer inderdaad irrelevant, maar die man van Quattro zei ook dat dat zou veranderen zodra het in dit land weer wat slechter ging. Hij adviseerde ons juist om vooral in de hoek van de ernst te blijven zitten, maar om ons verhaal uit te breiden met een warmer, sociaal profiel. De ironie is dat na de verkiezingen van 2004 uit onderzoek van Dimarso inderdaad is gebleken dat de kiezer was teruggekeerd naar die mix van ernst en sociaal. Wat daar op die fractiedagen in 2002 gezegd werd, is door een deel van de oudere partijmensen jammer genoeg ervaren als kritiek op hun stijl."

Ongetwijfeld speelde in het 'misverstand' de onbekendheid van het gros van de CD&V'ers met het fenomeen van politieke marketing mee. Maar argwaan was er ook omdat niemand precies wist waar De Clerck zelf naartoe wilde. Velen waren ervan overtuigd dat de voorzitter het zelf ook niet wist. Eén jaar na het stichtingscongres van CD&V in Kortrijk zat de partij dus nog altijd in zak en as.

2001 was voor de christendemocraten een annus horribilis geweest, maar - anders dan bij de VLD in haar rampenjaar 2004 - voltrok zich dat, op het vertrek van Johan Van Hecke na, buiten het oog van camera's. In de peilingen bleef de VLD de grootste partij en werd de minieme voorsprong op CD&V van 1999 gaandeweg een kloof: van 0,3 naar 3,3 procent. Terloops: de Vlaamse socialisten kwamen er tot in de lente van 2003 niet aan te pas, in die polls van de 'groten'. Hét paradigma dat het Vlaamse deel van de Wetstraat bezighield, was nog altijd dat van 1999: verdringt de VLD de CVP van het politieke leiderschap?

Begin 2001 weet De Clerck nog altijd niet van welk hout pijlen te maken. De Kortrijkzaan wil de partij vernieuwen, opengooien, dynamiseren en wat al niet, maar hij raakt vaak verstrikt in zijn eigen gedachten. De oude CVP heeft een verhaal, maar het nieuwe is nog niet geboren en dus laat het zich maar moeilijk verwoorden, zeker door wie, zoals De Clerck, verbaal niet erg begiftigd is. Als hij íéts gemeen heeft met Verhofstadt is het wel dat voluntaristische trekje. Ook hij gedraagt zich soms als een Peter Pan, maar weegt in zijn partij natuurlijk veel minder zwaar dan Verhofstadt in de VLD. Hij dubt, proeft en tast af.

Illustratief is een ontmoeting in die periode met minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel (MR). Aanleiding voor dat onderonsje was het vaste gebruik in de Wetstraat om bij de regelmatige rondes van diplomatieke benoemingen de voorzitters van meerderheid en oppositie te consulteren. Maar na dat agendapunt ontvouwde Michel de CVP-voorzitter ook zijn visie op de volgens hem noodzakelijke herschikking van het partijlandschap. Michel droomde al lang van een politiek tweestromenland, waarbij liberalen en christendemocraten blok zouden vormen tegen links, en dus vooral de PS.

De Clerck mijmerde mee met Michel. Dat er in het centrum een plek moest zijn voor een grote volkspartij, groter dan CVP en VLD apart: het was een idee dat, hoe warrig ook, hij niet ongenegen was. Zo had hij ook oor naar de analyses van de 'revolutionairen' rond Johan Van Hecke, die zich al sinds 1999 hadden verenigd in de zogenaamde Groep van Oostende, met de bedoeling - naar eigen zeggen - de vernieuwingsmotor in de partij brandende te houden. De Clerck zat tussen die zweep-CVP'ers, die onder meer bij de CVP-jongeren een gewillig oor vonden, en de CVP'ers die, hoger op de ladder van het partijapparaat, snakten naar een weliswaar vernieuwde partij maar dan toch één die niet afweek van haar wezenlijke, beproefde koers.

Die laatsten waren vooral beducht voor politieke avonturen indien de drang om hypes en andere modieuze analyses te volgen vrij spel kreeg. De groep van Oostende, zeg maar: Van Hecke, waarschuwde De Clerck voor de andere vleugel, zeg maar: de groep Van Rompuy, en omgekeerd. De Clerck zelf kon of wou geen van beide groepen te ver van de partij zien afdrijven en dreigde zo meer dan eens in de tang te worden genomen.

Soms werd het de fijngevoelige De Clerck te veel. Op een etentje in Kortrijk met VLD'ers Patrick Dewael en Bart Tommelein, op De Clercks uitnodiging, beging hij de stommiteit om doodeerlijk zijn hart te luchten over zijn helse job aan het hoofd van de CVP. Ook daar, bij kreeft en champagne, gingen politieke analyses over herverkaveling vlotjes over tafel. Dat onderhoud paste volgens De Clerck zelf "in normale gesprekken van een partijvoorzitter over strategie, samenwerking en eventuele coalitie". Volgens Dewael "bleek tijdens dat etentje dat de politieke analyse van De Clerck verrassend gelijklopend was met die van Karel Pinxten, de Yankogroep (een denktank van jonge CVP'ers, FR/WP) en Johan Van Hecke". De VLD liet verstaan dat De Clerck die dag in Kortrijk zelfs een eind verder was gegaan in de dagdromerij over een Vlaamse blauw-oranje pôle de centre, zoals de droom van Michel over een verbond tussen MR en PSC werd genoemd.

Maar concreet werd het nooit met De Clerck. Gaandeweg begonnen partijgetrouwen, waaronder Yves Leterme - vriend en streekgenoot van De Clerck, maar ook poulain van Herman Van Rompuy en daardoor wel vaker geconfronteerd met een loyauteitsprobleem -, De Clerck te waarschuwen tegen de liberale manoeuvres in het donker die ze achter en rond de groep-Van Hecke vermoedden. Hoe verder het jaar 2001 vorderde, hoe meer de partijtop zich begon te ergeren aan de goedgelovigheid en zelfs naïviteit van zijn voorman.

Een scène op een vergadering van het directiecomité, maandag na het weekend van Rock Werchter 2001. Een van de aanwezigen beweert getipt te zijn door een topliberaal over een bijeenkomst tussen Johan Van Hecke enerzijds en de VLD-top anderzijds, in de coulissen van het rockfestival. Daar werd inderdaad, zo bleek later, een preakkoord van toekomstige samenwerking gesloten tussen de toen nog CVP'er en de liberalen, niemand minder dan het triumviraat Karel De Gucht, Patrick Dewael en Guy Verhofstadt. "We vonden dat allemaal een straf verhaal", vertelt een CV&V'er. "De Clerck nam er akte van. Ik hoorde er dan lang niets meer over. Pas later, toen ik er hem eens naar vroeg, zei hij: 'Ze ontkennen het'. Daarmee was de kous af."

Bepaald ijselijk ging het er ook aan toe op de achtste verdieping van de Wetstraat 89, in het bureau van de voorzitter, toen het reclamebureau bij een select groepje christendemocraten enkele nieuwe namen voor de CVP aftoetste. "In die discussie waren er twee tendensen", zegt een getuige. "Je had diegenen die een afkorting wilden: VCD - Vlaamse Christen-Democraten - was hun favoriet. Je had anderen die vonden dat de C moest blijven, maar dan liefst in een woord met een mooi klankbeeld, genre Ceder en Cadans." Ceder was en is de naam van de studiedienst van de partij, Cadans voldeed ook niet echt. Een derde letterwoord, Fides, werd zonder meer van tafel geveegd: "We vonden het een naam voor een hond, maar het bleek dan de naam van een jonge Hongaarse partij van christendemocraten."

Het werd CD&V, een tussenweg. De C bleef, in een afkorting, en "met de ampersand voegden we er toch iets luchtigs aan toe". De Clerck mocht het aankondigen bij het begin van het nieuwe schooljaar in de aanloop naar het congres van Kortrijk eind september, waar de christendemocraten zichzelf met een vernieuwd programma weer op de kaart van de Wetstraat wilden zetten. Maar die opzet mislukte, omdat alle opgehoopte spanningen van het afgelopen jaar tussen 'vernieuwers' en 'behoudsgezinden' zich op en rond dat congres op een sluipende manier manifesteerden.

"Dat congres werd een schimmenspel. In de aanloop zag je de strategie van diegenen die later naar de VLD overstapten. Ze probeerden in de partij een strijd tussen zogenaamde conservatieven en progressieven uit te lokken. De CVP-jongeren, nogal naïef, sprongen mee op die kar. Het idee was om met breekpunten zoals het homohuwelijk of het migrantenstemrecht de lat zo hoog te leggen dat de partij er wel onderdoor moest. Zo hadden ze een uitleg voor achteraf: 'Niet wij hebben de partij verlaten, maar de partij ons'. Dat liep niet zoals gepland, want het homohuwelijk werd door het congres goedgekeurd. Het migrantenstemrecht niet, maar de ironie wil natuurlijk dat Van Hecke daar later in de VLD ook niet meer zoveel mee aan kon."

Een maand later barst de bom in de openbaarheid. De Clerck is, door een openliggende gsm, 'getuige' van een gesprek tussen Johan Van Hecke en Karel De Gucht in de Melsensstraat. Hij hoort beide heren zowaar toasten op de toekomstige samenwerking. De gsm-ontvangst is zelfs zo scherp dat De Clerck de namen hoort noemen van CD&V'ers die zullen worden aangezocht om mee over te stappen naar de VLD. Het afgeluisterde gsm-gesprek wordt door Van Hecke en de VLD in alle toonaarden ontkend, maar feit is dat het scenario daadwerkelijk ongeveer zal verlopen zoals gepland. Van Hecke richt eerst nog wel een 'eigen' politieke beweging op: NCD of Nieuwe Christen-Democraten. Dan pas krijgt de CD&V-top, al met Leterme in een hoofdrol, De Clerck zo ver om Van Hecke uit de partij te zetten.

Het hele verhaal slaat diepe wonden tussen VLD en CD&V. "In heel die periode bleven onze contacten met sp.a, MR en PS voldoende rationeel. Ze wilden ons niet nodeloos schofferen, vanuit het idee dat je ooit weer moest kunnen samenwerken. Die entente was er totaal niet met de VLD."

Luttele dagen na het gsm-incident, op 2 november 2001, gloort er plots toch een streepje oranje licht aan de horizon. Voor het eerst sinds de verkiezingen van 1999 wipt CD&V in de peiling van De Standaard-VRT met 0,3 procent over de VLD heen: 24,2 versus 23,9 procent. "Tot onze eigen verbazing, eerlijk gezegd. Het was een keerpunt. Het bracht iedereen in een sfeer als zou het in 2003 tussen VLD en CD&V gaan: het worden kanseliersverkiezingen."

"Tot op dat moment was ons probleem veeleer dan vijandigheid onverschilligheid bij de media en de publieke opinie", zegt een CD&V'er. "Ook bij de kiezers, leerden we uit eigen onderzoek. Paars bleef zo lang hot. Door die ene peiling werden we plots weer beschouwd als dé uitdager van de VLD en Verhofstadt. De sp.a was op dat moment nog altijd niet veel meer dan licht herstellende van de opdoffer van 1999. Maar dat veranderde snel toen Stevaert de partij ging leiden. Dat was de tijger in de rode tank. Met een harde smak werd CD&V weer op de grond gegooid. Nauwelijks kwamen we voor het eerst sinds 1999 weer de neus aan het venster steken, of de sp.a-hype stak de kop op. Alle mediaplannen werden omgegooid. Stevaert moest er ineens ook overal in. Het werd een koers met drie in plaats van met twee. Dat leidde soms tot kletterende ruzies tussen ons en de media."

Het goede oranje gevoel slaat snel weer om, want sp.a en VLD vinden elkaar na de Antwerpse Visacrisis toch weer vrij snel in een gemeenschappelijk paars belang. "We hebben hen een cadeau gedaan door op de zwakste schakel van de regering te schieten: Agalev", klinkt het bij CD&V. "Wij waren begonnen met het thema van de 'groene betutteling'. Dat was een misrekening, want het gaf sp.a en VLD de gelegenheid om van groen de zondebok te maken en de camera's zwenkten daarmee weg van de spanning tussen rood en blauw rond Antwerpen."

Tegen dat de campagne goed en wel losbarst, staat 'koning' Steve al sterk op het schaakbord. En nog sterker op de platforms van de media. En De Clerck? Keer op keer stierven ettelijke CD&V'ers met hem, telkens als hij voor een camera of een microfoon moest worden geduwd. "We pasten gewoonweg niet in de mediaformats. Die waren niet van onze tijd, het wrong aan alle kanten." Een door CD&V als pijnlijk ervaren anekdote vat het drama van de partij samen. "In Doe de stemtest luidde een van de vragen: 'Gaan jullie een nieuwe belastingverlaging doorvoeren?' Het antwoord van De Clerck luidde: 'Er is geen geld voor. Als er toch geld is, moet je het inzetten om de loonlasten te verlagen.' Dat klopte, maar het zaaide twijfel."

"De premier zette de eindspurt in met geweldige beloften: 200.000 jobs en een tweede belastingverlaging. Iedereen wist dat dat budgettair niet kon, maar de sfeer was er wel mee gezet: wij werden in de rol van de realisten, zeg maar de kniesoren gedrongen."

In het ultieme kopstukkendebat tussen Stefaan De Clerck en Guy Verhofstadt klapt de val dicht. De verbaal zoveel sterkere Verhofstadt diept live een persbericht van CD&V op waarin koud en warm wordt geblazen over de lastenverlagingen. De Clerck, die zich daar ter plekke niet meteen herinnert wat er in dat persbericht staat, stamelt zich naar de aftiteling van het programma. De campagne is voorbij. De rest is bekend. De verkiezingen draaien uit op een nederlaag voor CD&V. Vijf dagen wordt er door Herman Van Rompuy en anderen op Leterme ingepraat om het roer van De Clerck over te nemen. Leterme zelf hult zich in stilzwijgen. Hij weet dat hij in de piste moet, maar hij wil pas formeel toezeggen als De Clerck zelf tot de conclusie is gekomen dat hij beter opstapt.

"De push die paars over de verkiezingen tilde", zegt een CD&V'er, "is de combinatie van de Verhofstadtbeloften en de sp.a-hype. Dat was het laatste moment van cohesie en elan van paars. Al zou het dan na 18 mei nog een half jaar duren voor de kiezer het geweer van schouder veranderde."

Leterme krijgt het inderdaad niet op een blaadje. Ook hij slaagt er aanvankelijk niet in om Geert Bourgeois en zijn N-VA tot een kartel te verleiden. Bourgeois legt zijn boontjes tot eind 2003 namelijk strategisch te weken bij de VLD (zie deel 4, 28/6). Maar dan beginnen geleidelijk de effecten van de alleen op het eerste gezicht zo zegerijke verkiezingen van 18 mei 2003 duidelijk te worden. Aanvankelijk interpreteert CD&V het gekissebis tussen rood en blauw als gewoon een zoveelste manier van paars om "de eigen oppositie" te organiseren. Maar dat verandert als de ruzie over het migrantenstemrecht in volle hevigheid losbarst, tussen de coalitiepartners en binnen de VLD. Spanningen over dat dossier zijn er ook bij andere paarse partijen, zeker ook bij sp.a, maar bij de VLD gaat het er feller en vooral openlijker aan toe.

Op de nieuwjaarsreceptie van CD&V in het slachthuis van Anderlecht duikt er voor het eerst in die donkere oppositiejaren plots weer veel volk op. "Het was een sfeer die we al lang niet meer hadden meegemaakt. En de pers was ook goed. Leterme gaf een speech waar keihard op gewerkt was, doorwrocht tot en met. Je voelde dat er een trein vertrokken was." Direct daarna kantelen de tafels echt, in amper tien dagen tijd in februari. Op 6 februari titelt De Standaard boven de peiling die CD&V 2 volle procent boven de VLD geeft: 'Paars elan is verdampt'. In diezelfde peiling zakt N-VA verder weg, diep onder de kiesdrempel. Leterme grijpt dat aan om Bourgeois vooralsnog tot een kartel te overhalen en al op 14 februari, Valentijn, kan hij samen met de N-VA'er inderdaad de geboorte van 'het Vlaams kartel' aankondigen. Een dag later, na de apotheose van de clash tussen Karel De Gucht en Verhofstadt over het migrantenstemrecht, is er alweer een 'historische' persconferentie, deze keer in de Melsensstraat, waar Dirk Sterckx wordt aangeduid als interim-voorzitter van de VLD.

Het is duidelijk: oranje is niet langer de loser, de risee van de Wetstraat.

De remonte van CD&V maakt de verhoudingen tussen blauw en oranje alleen maar bitsiger. "Het was visceraal", zegt een CD&V'er. "De VLD zat in een psychologische toestand van: 'Als wij het niet halen dan ook CD&V niet.' Ze voerden een zeer agressieve campagne, waarvan ze hadden moeten beseffen dat die alleen het Vlaams Blok ten goede zou komen. Dat was zeer wrang, want Verhofstadt was er in 1999 toch aan begonnen met de belofte dat het succes van paars mocht worden afgemeten aan de terugval van het VB. De VLD dwong ons op den duur ook om een negatieve campagne te gaan voeren. Wij hadden ons uitdrukkelijk voorgenomen om onszelf, anders dan in 2003, als het 'positief alternatief' te profileren. Ook in het parlement legden we niet meer op alle slakken zout; we beperkten ons tot de grote lijnen. De wederzijdse aversie tussen VLD en CD&V ging zo ver dat diegenen van ons die van nature geneigd zijn naar een centrumrechts kabinet, met de liberalen dus, toch liever met de socialisten in zee wilden. Dat kwam niet alleen door de achterbakse streken met Van Hecke en de vuile campagne nadien, er werd ten gronde ook getwijfeld aan de bestuurskwaliteiten van de VLD. Aan die van de sp.a twijfelden we niet."

Maar de paarse machine mag in die maanden dan al beginnen te kraken onder het gewicht van de onderlinge verdeeldheid en de economische tegenspoed, het maakte oranje daarom nog niet intrinsiek sterker dan onder De Clerck. "We hadden verdorie niet eens een verkiezingsprogramma", zegt een CD&V'er. "Ja, er was een boek, maar daar stond amper iets wervends in. Niemand had daar blijkbaar behoefte aan." Nog voor er ook maar sprake was van een reële remonte bleek voor vele, vooral oudere CD&V'ers de winst in de peilingen al genoeg om weer in de oude zelfgenoegzaamheid en gemakzucht te vervallen. Leterme schoot in een West-Vlaamse colère toen Luc Van den Brande en Eric Van Rompuy in deze krant in het vooruitzicht van de - in hun hoofden - welhaast zekere terugkeer aan de macht een communautaire "big bang" aankondigden. Voor Leterme was dat het enige smetje op een verder vlekkeloze campagne.

Leterme joeg zijn troepen genadeloos op. Hij kon dat met meer gezag doen dan De Clerck. "Leterme treiterde ons", zegt een medespeler. "Hij zei voortdurend tegen de communicatie- en reclamemensen: 'Toon dat jullie je loon waard zijn.' In 2003 hadden we het gehad over 'behoorlijk bestuur', 'midden de mensen', 'over mensen en waarden'. Dat bekte van geen kanten. Een eerste uitgebreide vergadering over een alternatief leverde niet echt iets op. Leterme voerde de druk verder op. Hij sloot ons bij wijze van spreken op. En petit comité hebben de woordvoerders, ondervoorzitter Wouter Beke en Marc Michiels van Quattro dan uren samen gezeten. Een van hen had het over 'respectvol beleid'. 'Dat is het', zei Michiels, 'maar het klinkt niet.' Een ander zei toen: 'Waarom niet gewoon respect?' Daar hebben we dan nog een paar uur op doorgeboomd. Onze eerste proefpersoon was Rita, de secretaresse die met nog een schotel broodjes kwam aandraven. 'Rita, wat vind jij van: respect?', vroegen we haar. 'Daar moest er meer van zijn op de wereld', antwoordde ze laconiek. That's it, dachten we. Wouter Beke is dan op eigen houtje de volgende dag een paar markten gaan aflopen en mensen gaan aanklampen met de vraag waarmee ze het woord RESPECT associeerden. We voelden dat het bingo was."

Het programma heeft Leterme dan maar met enkele getrouwen eigenhandig geschreven. Tien punten op een A4'tje, het dik aangezette probleem van de wachtlijsten voorop. Terwijl paars zich almaar dieper in de nesten begon te werken gaf Leterme op een subtiele manier een flinke draai aan de aloude motor van de christelijke zuil, vooral in de welzijnssector. Hij was daar, als CD&V'er met ACW-stamboom, beter voor geplaatst dan 'middenstander' De Clerck.

Zo bleek op de feestdag van de christelijke arbeidersbeweging Rerum Novarum, in een nokvol Brugs Concertgebouw in volle verkiezingscampagne. Leterme werd daar bijna als de messias onthaald. Voorbij waren voor het ACW zelf ook de jaren van lonken naar rood en groen. Al aan de vooravond van de verkiezingen in 2003 riep ACW-voorzitter Jan Renders in de aloude, voorzichtige maar voor christendemocraten duidelijke stijl op om toch maar CD&V te stemmen. Leterme toonde zich daar dankbaar voor. Het is niet toevallig dat het enige gemor dat voor en na de verkiezingen van 2004 in CD&V nog te horen was vooral ging over hoe goed het ACW wel bedeeld was bij de lijstvorming.

Nog een andere, externe factor speelde ten slotte mee in een klimaat dat oranje beter afging: de media. "De campagne van 2003 was op televisie het hoogtepunt van het politiek infotainment. Na die verkiezingen begonnen VRT en VTM zich daar zelf over te bezinnen. Er was intern en extern kritiek en vooral: de kijker was de overkill moe. In 2004 werden de programma's opnieuw iets ernstiger. Ook de media verschoven de lat weer een beetje meer richting 'fond'. In 2003 kregen we te horen: 'Stuur ons iemand die iets leuks kan vertellen'. In 2004 was dat: 'Stuur ons iemand serieus, we willen geen flauwekul'. Vanuit de partij werd dan ook zachte druk uitgeoefend om van de Stemtest geen Humo's Pop Poll Deluxe Light te maken. En vooral: plots wilden ze allemaal Leterme in de studio. Een jaar voordien was het nog: De Clerck, omdat het moest."

Ter voorbereiding van zijn mediaoptreden bestudeerde Leterme met zijn adviseurs overigens meticuleus de video van het kopstukkendebat van 2003. Ze leerden eruit dat De Clerck het in het debat minder slecht had gedaan dan de media de volgende dag schreven en zijzelf waren gaan geloven.

Op de verkiezingsavond van 2004 volgde de oogst. Paars(-groen) was in Vlaanderen gebroken. Groot nieuws, ook al sterkte CD&V - zonder N-VA - zich tussen 2003 en 2004 slechts met 0,3 procent aan. Dat was minder dan de peilingen hadden aangegeven. Een pyrrusoverwinning. Hét politieke feit van die verkiezingen was eigenlijk dat het Vlaams Belang zijn grootste overwinning ooit boekte. 13 juni 2004 was de Zwartste Zondag van allemaal. Zonder Letermes kartel was het Belang die avond de grootste politieke formatie van Vlaanderen geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234