Zaterdag 29/01/2022

En rust, en koele rede

Op de dool in de nieuwe Leuvense stadsbibliotheek volg ik de bordjes naar het 'literair café'. Even later ben ik de enige klant in een hoge, lichte ruimte met uitzicht over het binnenplein in de regen. Het is er aangenaam wachten, altijd te lang en niet lang genoeg - de plek heeft iets van het buffet in een monumentaal station. Het meisje dat opdient is aardig, de espresso lekker; een café is het zeker, maar literair? Moet de nabijheid van de bibliotheek het gewenste artistieke cachet leveren? Of de kranten op een tafeltje naast de sigarettenautomaat, een toevallig exemplaar van Ons Erfdeel en de boekenbijlage van deze courant? En wat zou een 'literair café' dan wel moeten zijn?

Gérard-Georges Lemaire heeft boeken volgeschreven over het fenomeen: naslagwerken die schitteren van encyclopedische degelijkheid en anekdotische flair, tentoonstellingscatalogi en gidsen voor de intellectuele geveltoerist. Wie door zijn aantekeningen wandelt, komt vanzelf met een soort van definitie naar huis. Het literaire café is een plaats waar verwaaide intellectuelen, journalisten en bohémiens schrijven, lezen, discussiëren, samenzweren, elkaar in de ban slaan, schaken, dwepen, zuipen, achter de vrouwen aanzitten en in de steek gelaten worden, de concurrentie neersabelen, de tijd doden, bewonderd worden en beroemde fotografen essentiële foto's laten maken. De gelagzaal ligt op de nulmeridiaan van de eenzaamheid; hij is tegelijk kantoor, bijkeuken, ontvangstsalon, boudoir, vergaderruimte, rechtszaal, atelier en slaapkamer (Jaroslav Hasek bracht af en toe de nacht door op de bank in de Praagse Slavia).

Het verschijnsel beleefde hoogdagen toen de appartementen klein waren en de schrijvers arm maar talrijk. Ook vandaag nog maakt het deel uit van de romantische mythe. Wie kent er niet de kachel van de Flore, de enige plek in Parijs waar het in de oorlog lekker warm was en de waard zijn schrijvers rustig liet begaan - ook als hun kop koffie allang leeg was? Sartre en De Beauvoir werkten er elke ochtend van negen tot twaalf; na het dejeuner ontmoetten ze er hun vrienden. In het Weense café Central troonde de dichter Altenberg; vandaag zit hij er als wassen pop aan een tafeltje. Kokoschka vertelt dat er onder de kruisgewelven evenveel drieste plannen voor omwentelingen werden ontvouwd als er tronies door de sigarenrook priemden. Trotski speelde er elke avond schaak.

Een bladzijde uit Aragons Le paysan de Paris (1926) over de Certa, een bistro in de Passage de l'Opéra: "Dit is de plek waar André Breton en ik op een middag, tegen het eind van 1919, besloten onze vrienden samen te roepen, uit haat tegen Montparnasse en Montmartre, uit voorliefde ook voor de dubbelzinnigheid van de passages. Dit is de plek waar de hoofdzetel van Dada was gevestigd - het oord waar deze vervaarlijke vereniging de bespottelijke en legendarische escapades bekokstoofde die haar grandeur uitmaakten en haar bederf inluidden, of waar zij uit moedeloosheid, ledigheid en verveling bijeenkwam (...) Een heerlijke plek overigens, waar zacht omfloerst licht heerst, en rust, en koele vrede (...) Achter de kassa, een beminnelijke en aantrekkelijke dame die de tijd laat verstrijken, met een zo aangename stem dat ik vroeger dikwijls Louvre 54-49 belde, louter en alleen om haar te horen zeggen: 'Nee, meneer, er heeft niemand naar u gevraagd' (...) Je krijgt een glazen inktpot voorgezet, afgesloten met een champagnekurk, en meteen ben je op dreef. Beelden, daal neer als confetti! (...) Maar wanneer ik, ten prooi aan de lichte onrust van het wachten, het gordijn voor het raam opzijschuif, word ik opnieuw gegrepen door het schouwspel van de passage, het komen en gaan van haar voorbijgangers." Alle literaire ingrediënten zijn present: het modieuze, het aparte, de rust die tot schrijven aanzet en het romaneske dat haast tastbaar is. Het geheugen, vooral. Vandaag wordt in Frankrijk een plek al eens beschermd omdat ze un lieu de mémoire is, eerder geschiedenis dan monument. Een café ís dus niet 'literair' maar kan het worden. Als het een verleden heeft, tenminste.

Is het de herinnering die het laat afweten wanneer ik door de nieuwe bibliotheek loop? Ik heb de bouwval gekend toen hij nog slechts werd gekoesterd door een eenzame, gedreven architectuur-

historicus. Deze "'Moderne' beroepsschool voor jongens" bleek het laatste ontwerp van Henry van de Velde in België te zijn, opgetrokken tussen 1936 en 1942. We liepen er onverschillig langs, maar gaandeweg ontdekten we de kwaliteiten van het gebouw: zonlicht dat overvloedig naar binnen stroomde en nauwelijks door muren werd tegengehouden, strakke volumes, de brede gangen die twee stadswijken verbonden. De gerenommeerde architect Baines zou het intussen beschermde complex verbouwen tot stadsbibliotheek. De gevels aan de straatkant mochten blijven staan; vrijwel het hele pand ging echter tegen de vlakte om later heropgebouwd te worden naar de oorspronkelijke plannen, maar steviger.

O, het is best een aardig ontwerp: licht en ruim en functioneel en zo. Iets van het oorspronkelijke concept bleef hangen, al gingen de transparante binnenwanden en de vloeiende circulatieruimte voor de bijl: wie vandaag van de ene kant naar de andere wil, moet tussen de regendruppels het onherbergzame binnenplein oversteken - een fraai contrast met de traagheid van de boeken in het archief achter het glas. Niemand zou een romaans kerkje durven afbreken om het à l'identique opnieuw op te bouwen, maar dit mocht wél. Alsof er naast voortreffelijke hedendaagse architectuur én banale invulbouw én netjes gerestaureerde paleizen geen authentieke materiële sporen van het moderne (stenen, deurklinken, de geur van vroeger) mogen worden bewaard om ze omzichtig door te geven aan wie na ons komt.

Zijn het alleen nostalgische zonderlingen met een teer darmgestel die onwel worden wanneer ze verontrustende merktekens op oude bomen aantreffen, vaststellen dat lichtjes uitgesleten vloertegels van de Brusselse Sint-Hubertusgalerij vernieuwd worden of vernemen dat een burgemeester kantoorgebouwen wil inkorten om de 'middeleeuwse' skyline van zijn hoofdstad te herstellen? Gelukkig hebben ze in Boedapest een beeldenpark aangelegd om de weggetakelde monumenten van Lenin en co voor het nageslacht te bewaren. De wereld heeft meer geheugen nodig. De espresso mag lekker zijn en het dienstertje innemend, maar voor een 'literair café' moet je de tijd nemen. En die hadden ze net afgeschaft.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234