Dinsdag 21/01/2020

En nu de echte waarheid over het Belgische missiewerk

Didier Goyvaerts levert kritiek op de veelgeprezen theatermonoloog Missie van David Van Reybrouck. Goyvaerts is professor taalkunde aan de UA en de VUB. Hij verblijft vaak in Centraal Afrika voor gastcolleges en onderzoek.

Na een tournee door België, Nederland en Frankrijk herneemt de KVS vanaf morgen de theatermonoloog 'Missie'. Op basis van tientallen interviews met missionarissen uit Congo schreef David Van Reybrouck een getuigenis van een oude maar nog steeds vitale missionaris, neergezet door Bruno Vanden Broecke. Didier Goyvaerts gaat op zoek naar 'de echte waarheid' achter de voorstelling. 'Of Van Reybrouck het nu graag hoort of niet, er kan niet worden getwijfeld aan de gebondenheid van de missionarissen aan de koloniale dominantie en verknechting.'

De Koninklijke Vlaamse Schouwburg herneemt van 3 tot 11 april David Van Reybroucks alomgeprezen theatermonoloog 'Missie'. Het is wellicht nuttig om naar aanleiding van deze op til zijnde gebeurtenis in al het feestgedruis toch ook even een kritische stem te laten horen.

'Missie' is klassiek theater, ver weg van Grotowski en de zijnen, maar daarom niet minder fascinerend (voor de toeschouwers) of uitputtend (voor de acteur, in casu Bruno Vanden Broecke). Het stuk ging in première op 14 december 2007 in de KVS. Ikzelf zag het in september 2008 in Amsterdam, waar 'Missie' behoorde tot de tien stukken uit de hoofdselectie van het gerenommeerde jaarlijkse theaterfestival.

In 'Missie' is Grégoire Vanneste aan het woord. Een missionaris witte pater die na een halve eeuw in Congo te hebben doorgebracht ons vandaag, in een uiterst sappige en kleurrijke taal, zijn boeiend verhaal brengt. Een theatermonoloog om van te genieten dus. Alle belangrijke gebeurtenissen uit het leven van Vanneste passeren op bijwijlen luchtige wijze de revue: vanaf zijn roeping tot de meest recente oorlogen in Centraal Afrika. Daardoor krijgt het publiek een caleidoscopisch beeld van zowel Vlaanderen als Congo. Dat het beeld van Afrika gevoed wordt door neokoloniaal paternalisme en doorspekt is met ergerlijke vooroordelen en platitudes zouden we er gemakshalve kunnen bijnemen ware het niet dat zowel de auteur als de vele recensenten het stuk als levensecht verkocht hebben.

Van Reybrouck is daarover vrij duidelijk. Zo stelde hij onomwonden in, bijvoorbeeld, de Volkskrant (13 december 2007): "Ik wil de missionaris een beetje in ere herstellen, omdat ik me stoor aan de vooroordelen. Alsof elke missionaris met handen en voeten gebonden was aan de koloniale dominantie en verknechting".

De vermeende authenticiteit werd nog meer in de verf gezet toen Van Reybrouck voor zijn tekst de Arkprijs van het Vrije Woord ontving. Deze (morele) prijs eert een zoeker naar waarheid, vrijheid en eerlijkheid. Sta me toe hierbij toch even de wenkbrauwen te fronsen.

Van Reybroucks tekst geeft ons inderdaad de 'waarheid' van de doorsnee missionaris. De waarheid van het missionarismillieu. Niet verwonderlijk als je bedenkt dat de auteur zich baseerde op de zeer vele gesprekken die hij had met paters in Centraal Afrika. Hun woorden zijn best herkenbaar. Bepaalde passages heb ik vrijwel woordelijk zelf gehoord uit de mond van missionarissen tijdens avondlijke gesprekken op de barza van een of andere missie in Bukavu, Goma of Kigali. Inclusief de inmiddels klassieke tirade tegen de Tutsi. Op zich heb ik daar geen probleem mee. Op café wordt er ook heel wat geleuterd, gelachen en voor waar verteld.

Maar de echte waarheid kan niettemin achterhaald worden. De vraag is of men dat ook wil want er zijn genoeg redenen om dat heikel klerikaal potje toegedekt te houden. In elk geval kun je terecht bij de Jaarverslagen van de vroegere Belgische Koloniale Administratie en ander verwant archiefmateriaal. Wie deze verslagen doorbladert, beseft al vlug dat de missionarissen zich niet zomaar louter bekommerden om onderwijs en zielenzorg maar dat ze wel degelijk een uiterst nefaste invloed hebben gehad op de ontplooiing van de lokale volkeren in dat deel van Gods grote akker. Om het bij één, weliswaar cruciaal, voorbeeld te houden: hun actieve betrokkenheid bij de uitvoering van de beruchte sociale census in het toenmalige Ruanda-Urundi heeft ongetwijfeld geleid tot de institutionalisering van wat we vandaag gemakshalve het 'eeuwenoude' Hutu-Tutsi-antagonisme noemen. Een visceraal antagonisme dat in het prekoloniale Rwanda echter helemaal niet bestond. Over de rol van de kerk in de latere genocide zullen we beleefdheidshalve maar zwijgen. Geïnteresseerden kunnen de verhandeling die Nathalie Bosschaerts (UA) daarover schreef erop nalezen.

Of Van Reybrouck het nu graag hoort of niet, er kan niet worden getwijfeld aan de gebondenheid van de missionarissen aan de koloniale dominantie en verknechting. Zij waren volwaardige actoren in de koloniale onderneming en op hen werd dan ook vaak een beroep gedaan. Immers, de missionarissen leefden onder de bevolking en de administratie was onderbemand. Niet zelden was het zo dat de koloniale autoriteiten hen volgden. De intieme band tussen de administratie en het apostolisch vicariaat wordt trouwens expliciet erkend in de Jaarverslagen.

Op de vraag hoe de missionarissen reageerden op de tekst van 'Missie', zei de auteur (tijdens het nagesprek in het Amsterdams theater) dat een van hen hem had toevertrouwd "vervuld te zijn van diepe dankbaarheid". Dat het gepaterte opgezet was met Van Reybroucks tekst ligt voor de hand. Het is immers hun verhaal dat Van Reybrouck heeft gebracht en dan nog in hun eigenste woorden. Een mens zou voor minder van dankbaarheid vervuld zijn.

Hoe men het draait of keert, Van Reybrouck heeft een apologie geschreven van de Vlaamsche missionaris. Hij liet daarvoor Grégoire Vanneste opdraven. Een idealist met veel engagement en ongetwijfeld goede bedoelingen. Er liepen hier in Vlaanderen tijdens de vorige eeuw nog een paar groepen rond van idealisten met goede bedoelingen en een groot engagement. Misschien is de tijd wel rijp om ook van hen een apologie op de scène te brengen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234