Maandag 25/01/2021

En de West-Vlaming, hij wroette voort

West-Vlaanderen is de provincie van de hardwerkende commerçanten en textiliens. Toch? De mythe, die vanaf zondag andermaal bevestigd wordt in de tv-serie Het goddelijke monster, blijkt ingehaald door de feiten.

In het televisieprogramma Mijn Restaurant had nieuwe juryvoorzitter Yves Desmet alvast een stevige oneliner in petto voor het West-Vlaamse koppel Eef en Michael. De eurotekens stonden in hun ogen, klonk het. Omdat ze overkwamen als harde werkers. 'Typisch West-Vlaams' heet het dan al snel. Want West-Vlamingen, dat zijn toch die neringdoeners, noeste werkers die koppig hun wil doordrijven? Maar klopt dat beeld (nog) wel?

Op de jongste Waregem Koerse, hét event waar le tout Zuid-West-Vlaanderen present geeft, viel in die clichébevestigende context tussen de champagne en de pintjes ook al een omfloerste verwijzing naar Het goddelijke monster te rapen. Die televisieserie, op basis van het boek van Tom Lanoye, wordt dit weekend afgetrapt. Het cliché zal er andermaal in al zijn glorie bevestigd worden, want het verhaal is losjes geïnspireerd op de textielfamilie De Clerck, van Beaulieu International Group. Pater familias, Roger 'Boer' Clerck is voor de buitenwacht allicht hét symbool van de typische West-Vlaamse mentaliteit: hard werken zonder pottenkijkers. En ondertussen rijk worden.

Zoals elk cliché zit er een grond van waarheid in die analyse. In zijn boek De ridders van de West-Vlaamse tafel uit 2002 schilderde ex-journalist en auteur Jan Puype een profiel van die typische West-Vlaamse ondernemers. "Ja, West-Vlaanderen is uniek in vergelijking met de rest van het land. Dat is een cliché, maar wel op basis van de feiten, zoals ze zich toen voordeden."

Puype schetste de historische verklaring voor die ondernemersdrift, waaraan de provincie tot vandaag haar - soms bedenkelijke - imago dankt. Terwijl West-Vlaanderen een eeuw geleden nog een lappendeken van akkers en weiden was, is het nu bezaaid met industrieterreinen. "West-Vlaanderen was een arme provincie en mensen wilden vooruit."

Ondernemen om te overleven

Ondernemen gebeurde uit noodzaak. De provincie had geen haven, zoals Antwerpen, geen steenkoolmijnen, zoals Limburg. Het was een grensgebied, en die worden als eens over het hoofd gezien. Vlas was de grondstof waaraan de landbouwers zich laafden. 'Als vlas gaat, alles gaat', klinkt een lokale historische boutade. Maar vlas was niet alleen sterk seizoensgebonden, het verloor ook vanaf de jaren '50 de strijd tegen de synthetische vezels.

Daarop begon, puur uit overlevingsdrang, een golf van ondernemingszin op te borrelen en werd de basis gelegd voor de vele familiale ondernemingen. Textiel, veevoedersector, metaal, en bouwbedrijven. Vaak begonnen in de spreekwoordelijke schuur en met een typische patriarchmentaliteit, groeiden tal van die bedrijven uit tot soms trotse ondernemingen. Die reconversie gebeurde volledig op eigen kracht, zonder overheidssteun. Daar ligt voor een stuk ook de verklaring waarom 'Brussel' tot vandaag gewantrouwd wordt. Daar moesten ze niks van weten, en omgekeerd eigenlijk ook wel een beetje.

"Ze zijn verknocht aan streek, familie en grondgebied", zegt Puype. Die West-Vlaamse geslotenheid is inderdaad legendarisch, en wie van buiten de provincie komt is per definitie verdacht. "Het dialect, dat tot in de hoogste regionen gangbaar was, was een zaak van vertrouwen, het zich onderscheiden van de rest van het land." Wie je bent (lees: van welke familie en gemeente) is belangrijker dan wat je bent.

Omdat de provincie zichzelf met de haren uit de grond trok is geld verdienen ook geen vies werkwoord. Integendeel, en dat mocht ook in de verf worden gezet. En wie daarbij Brussel - symbool voor die kommaneukende overheid en lastige ambtenaren met hun regeltjes - een hak kon zetten, liet dat niet na. Was een halve held.

Dat is de historische context, maar ook in West-Vlaanderen staat de tijd niet stil. "Het hoogtepunt van de provincie op ondernemersvlak is voorbij", meent Puype. "De regio is verworden zoals de andere provincies op het vlak van werkgelegenheid of werkloosheid." Ondernemen uit noodzaak hoeft niet meer.

Dat wordt ook met cijfers gestaafd: vandaag is West-Vlaanderen nog goed voor zowat 10,5 procent van het aantal startende ondernemingen. De provincie moet daarmee Antwerpen (16,7%) en Oost-Vlaanderen (12,3%) laten voorgaan. Een verdeelsleutel die al enkele jaren geldt. De ordewoord voor de huidige generatie is behouden wat er is. Het goddelijke monster zal het beeld wel weer even bestendigen. Zoals het hoort met clichés.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234