Zondag 18/04/2021

En de modekaravaan

undefined

hield halt in Amsterdam

Vorige zaterdag streek de Barclay Catwalk in Amsterdam neer, op een verlaten industrieterrein aan het water. De show, met werk van vierentwintig jonge ontwerpers, leek bijwijlen een oefenoperatie voor de Antwerpse editie van 19 september.

Vierentwintig ontwerpers, een leger kappers, kleedsters, technici en ander backstagepersoneel, alles samen tweehonderdvijftig mensen. Achter de schermen van de Barclay Catwalk, die aan zijn derde editie toe is, was het vorige zaterdag in Amsterdam een drukte van jewelste. Ontwerpers keken verschrikt rond, organisatoren verloren hun kalmte. "Ik ben niet zenuwachtig," zei enkele uren voor de show de Duitse Nana Baehr die in juni afstudeerde aan de Antwerpse Academie afstudeerde.

"Dit is het eerste défilé", zei ze. "Dan loopt meestal àlles mis. Ik hoop dat het in Zürich en Antwerpen vlotter verloopt. Ik ben sowieso optimistisch. Erger dan de voorbije vierentwintig uur kan gewoon niet. Het zal wel meevallen."

En het viel uiteindelijk ook mee. Het publiek in de zaal merkte nauwelijks iets van de haperingen en vergissingen, die bij een groots opgezet evenement als dit wellicht moeilijk vermeden kunnen worden. Er was overigens veel volk opgedaagd. De oude loods op een spookachtig industrieterrein, met plaats voor 2500 personen, was helemaal uitverkocht. Vorige edities van de Catwalk werden in open lucht gehouden, in België op het strand van Knokke en in Nederland in het Amsterdamse Bos. Dit jaar werd uitgeweken naar grote hallen van de industriële soort, in Antwerpen, Amsterdam en voor het eerst ook in Zürich, wat een beetje van de magie deed wegdeemsteren, maar overigens handig is als zware regenbuien een anders vreedzaam landschap komen verstoren. Het opzet blijft lovenswaardig: het voorstellen van jong talent aan een breed publiek dat, in tegenstelling tot journalisten en aankopers voor winkels, slechts zelden de kans krijgt défilés te zien.

De Catwalk is net echt, alleen grootser opgezet dan de professionele equivalenten. De show, dit jaar een productie van het Parijse bureau WAB dat onder anderen Vivienne Westwood, Karl Lagerfeld en Jean-Paul Gaultier onder zijn klanten telt, duurt een dik uur, wat lang genoeg is om je de indruk te geven dat je waar voor je geld hebt gekregen. En kort genoeg om je niet te gaan vervelen. Het grootste verschil met een gewoon défilé is dat tijd en middelen ontbreken om elke ontwerper zijn of haar zin te laten doen, met als resultaat een beetje een eenheidsworsteffect. "Iedereen wil natuurlijk zijn ding doen", zei Tim Coppens, die ook in Antwerpen afstudeerde. "En daar hebben de organisatoren niet genoeg rekening mee gehouden."

Aan de Catwalk namen studenten en ex-studenten deel uit scholen in België, Nederland en Zwitserland. Van de Antwerpse Academie toonden behalve Baehr en Coppens ook Frederik WIllems, Marjolijn van den Heuvel, Kris Van Assche en Valerie Demoen hun eindejaarscollecties. Vrouwelijke, elegante kleren in het teken van mythologische figuren bij Baehr. De laatste keizer van China in eighties-outfit bij Frederik Willems. Elegante secretaresses en bokshandschoenen met glitter bij Kris van Assche. En Japanse geisha's met zwepen en maskers bij Valerie Demoen. Marjolijn Van den Heuvel, die binnenkort haar werk bij Colette in Parijs presenteert en ook een project heeft lopen met Casio, zette opnieuw de toon met zwarte cowboyhoeden en zware Toeareg-hoofdzwachtels. Tim Coppens, die binnenkort graag in New York wil gaan werken, deed de zaal verstomd staan, of in dit geval zitten, met zijn wilde, deels neon-, deels reggae-gekleurde junglewear voor de stad. "Mijn collectie is vooral heel grafisch", legde hij vooraf uit. "Ik werk met prints, ik heb veel zelf gezeefdrukt. De kleren zijn sportief, draagbaar. Redelijk simpel."

Van La Cambre in Brussel waren zes studenten aanwezig (een zevende, José-Enrique Ona Selfa, kwam niet opdagen). Géraldine Miesse bekoorde heel wat toeschouwers met eenvoudige appelgroene jurken en witte bontmantels. Het geheel deed denken aan Miami, dus ook een beetje aan Versace. Van de Française Hélèné Buisine, die haar sporen onder andere verdiende bij het meisjesblad Jeune et Jolie, zagen we een soort staartvinnen, truien zonder mouwen en claustrofobische, dichte halzen. Willy, uit Doornik, liep stage bij Walter Van Beirendonck, wat ook aan zijn kleren te zien is. Zijn passage eindigde met een oudere vrouw in carnavalstenue (pluimen, plus een lange sleep waarop enkele tuinkabouters van papier-maché waren geplaatst). Zijn evocatie van de secte van de Mandarom in Frankrijk bleek erg populair. Van Vanessa Vukicevic waren er Japans aandoende meisjes met korte rokjes en spannende, mouwloze truitjes, met invloeden uit de sportswear. Bij Christophe Beaufays, die zich CRSTF laat noemen, vielen vooral de rechte, statische capes van wit plastic op. En dan was er nog Laetitia Crahay, van wie door wie het kan weten veel goeds wordt voorspeld. Zij deed vorig jaar ook al mee aan de Catwalk.

De Zwitsers, van de Schule für Gestaltung van Basel, kwamen in drievoud. En konden niet echt overtuigen (we zagen zwarte patattenzakken). Catwalk-opener Paola de Michiel, bijvoorbeeld. Of nog Heinz Kohli, een yogafan, die naar eigen zeggen kleren ontwerpt voor gevoelige, kwetsbare vrouwen. Het mooist waren nog de creaties van Daphne Ineichen, die graag experimenteert met nieuwe materialen, zoals papiervezels, waaraan ze een aerodynamische vorm geeft.

Uit Nederland gaven drie scholen present. De Hogeschool voor de Kunsten van Utrecht stuurde vier ontwerpers. Hanna Pétursdottir, een IJslandse, woont al vijf jaar in Nederland. Ze gebruikt voornamelijk materialen die uit haar eigen land afkomstig zijn. Wol, bijvoorbeeld, maar ook vis. En, zo leek het van ver, stofzuigerfilters. Esther van Deijzen, die heeft geëxposeerd bij het toonaangevende Purple Institute in Parijs, bracht een update-versie van Dries Van Noten. Lieutske Visser is gepassioneerd, zoals de heersende mode dat voorschrijft, door protheses. Christien Vos, stuurde modellen in mooie, erg eenvoudige mantels op de catwalk. De mouwen waren bijzonder, de broekspijpen hoog omgeslagen, zoals bij Kris van Assche. Edwin de Rooij, van de Hogeschool voor de Kunsten van Arnhem, maakte een origamicollectie waarin kleding en accessoires waren geïntegreerd (vooral de jurken in vuilniszakkenzwart zijn ons bijgebleven). Van de Duitser Norbert Laurich, van het Amsterdamse Instituut voor Fashionmanagement en Design Koetsier/Montaigne, en Jim Kremers, van Arnhem, waren er mannencollecties. Het werk van Kremers (begeleid door muziek van Daft Punk, een verademing tussen het eerder saaie technogeweld van ervoor) was ook al in het blad Squeeze te zien: Herman Brood herdacht voor het millennium. Laurich bracht een soort machoversie van de stijl van Raf Simons, wat niet echt overtuigend was.

Barclay Catwalk 98, op zaterdag 19 september in het Slachthuis van Antwerpen, Slachthuislaan 70, 2060 Antwerpen. De deuren openen om 21u. De show begint om 22u. De party is toegankelijk vanaf 23u. Prijs voor de show: 350 frank. Prijs voor de party: 350 frank. Prijs voor show + party: 500 frank. Voorverkoop tickets bij Fnac, 0900/00600.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234