Zaterdag 29/01/2022

En de Belg, die kochteen eiland

We konden niet vermoeden, toen we stonden te wachten op de overzet naar het eiland Porquerolles, dat we behalve een stukje goed bewaarde natuur ook een intrigerend verhaal zouden ontdekken. Dit eiland was in de vorige eeuw eigendom van een Belg, een sukkelaar uit Clabecq die in Mexico steenrijk was geworden door de ontdekking van een goudader. Hij kocht het eiland als huwelijkscadeau voor zijn derde vrouw en wou er een ideale maatschappij stichten.

Eerst waren we enkele dagen in Hyères gebleven, juister, in Giens, het schiereiland met een piepkleine dorpsstraat en twee eenvoudige hotelletjes. Hier was de Côte d'Azur nog een beetje zoals op de prentkaarten van toen. Geen hoogbouw, wel rode rotsen, kleine kreekjes, de geur van pijnbomen, een terrasje waar enkele Fransen ongegeneerd hun dikke buiken etaleren en een sjofele dorpswinkel met tomaten, espadrilles made in China en plastic dolfijnen. Van hier konden we oversteken naar Porquerolles, waar we twee dagen luxueus wilden logeren in Le Mas du Langoustier. Het zou uiteindelijk een dikke week worden. En dat was de schuld van ene meneer François Fournier, Belg van geboorte, bijgenaamd 'le roi de Porquerolles', wiens geschiedenis me geheel in de ban zou houden.

Nu was het goed dat we in Hyères al even op een lager toerental waren gekomen, want in Porquerolles is het leven gedwongen onthaast. Gemotoriseerde voertuigen zijn er verboden, op de bagagetaxi na gebeuren alle verplaatsingen te voet op per fiets. En die fiets moet vanwege het mulle zand een terreinfiets zijn.

Op de veerboot valt het me op dat sommige medepassagers zwaar beladen zijn met draagtassen vol wc-papier, zeeppoeder en rijst. Waarom, dat zal duidelijk worden als we later in de plaatselijke supermarktje wat inkopen gaan doen. Alles is hier fors duurder dan op het vasteland, het moet immers per boot worden aangevoerd. Terwijl het gros van de passagiers meteen te voet uitwaaiert, wachten wij op de aanlegsteiger geduldig op het voertuig (een boot? een bakfiets?) dat ons zal komen oppikken. Want Le Mas du Langoustier ligt helemaal op de uiterste punt van het eiland, met zijn gezicht naar het vasteland en het massif des Maures, waar de drie eilanden - Port Cros, Ile du Levant en Porquerolles - in een ver verleden aan vastgehaakt zaten. In afwachting koop ik een plaatselijk krantje, dat een soort milieugids blijkt te zijn van het eiland, waarmee ik me meteen kan verdiepen in de (wandel)mogelijkheden. Daar komt een jeep aangereden, neen niet voor ons. Getaand met bloot bovenlijf zit aan het stuur de acteur Pierre Richard. Zouden er voor sommige bewoners dan toch andere wetten gelden? Als uiteindelijk het stoffige busje van het hotel komt aangewaggeld, blijkt dat de andere wachtenden (twee Antwerpenaren, drie Hollanders en een Frans paar met een uit de kluiten gewassen collie) hierheen zijn gekomen om te lunchen in Le Mas. De keuken heeft een reputatie die tot aan de overkant reikt.

Onder de pijnbomen vieren we onze aankomst met een uitstekende plaatselijke côtes de Provence, Domaine de l'Ile. De eerste dagen zwerven we 's ochtends ongeorganiseerd rond, 's middags houden we siësta in de blauwe ligzetels onder de pins parasol en rond zessen, als de zon niet meer op haar heetst is en de dagjesmensen de tocht naar de steiger hebben ingezet, zoeken we het lange zandstrand op. De plage du Langoustier is wit, aan de andere kant van de punt is er een met zwart zand en minder volk. Of we fietsen naar het dorp Porquerolles, het enige op het eiland. Op het centrale plein, omringd door vissershuizen, staat het hotel des Glycines met zijn hemelsblauwe luiken, een eenvoudige dorpskerk en vele terrasjes. Er heerst overdag altijd een bedrijvige drukte. Want terwijl Porquerolles slechts 300 inwoners heeft, spuwt de ferry hier tijdens het seizoen duizenden dagjesmensen uit die zich reppen naar een van de witte zandstranden, of die per fiets het eiland verkennen. We zijn blij dat ons hotel in de luwte ligt, het is leuker om hierheen te komen als je zin hebt in mensjes kijken dan dat ze van 's morgens onder je venster zitten.

terug naar belgië

Op een avond, we hebben net in de superette inkopen gedaan, slenter ik nog wat door de straatjes en val op een Livre de Poche, L'Homme de Porquerolles van ene William Luret. Omdat het altijd aardig is om iets te lezen over de plaats waar je zit, koop ik het boekje en tot mijn verbazing word ik van bij de eerste pagina's teruggeworpen naar België. En wel naar het sombere leven van de arbeiders in Henegouwen, halfweg de 19de eeuw. Het is de tijd dat overal in België kanalen worden gegraven en dat de staalindustrie zich vestigt aan de Samber. Een zeker Jean-Baptiste Fournier heeft door hard labeuren en sparen een trekschuit kunnen kopen, waarmee hij steenkool naar de hoogovens brengt. Soms ging het tot in Antwerpen, met steen uit de groeven, en keerden ze terug met Engels katoen. Bij deze straatarme, hardwerkende schipper begint het fascinerende verhaal dat zal eindigen op het eiland Porquerolles (zie kader). Het is een roman, waarschuwt de auteur, maar gebaseerd op ware feiten en jarenlange opzoekingen. Veel hulp heeft hij gekregen van geschiedenisprofessor Jean-Louis Van Belle, afkomstig uit Clabecq die de auteur meeneemt naar de plaatsen waar Fournier mogelijk gewoond en gewerkt zal hebben. Hij trekt naar Molenbeek, Merksem, Borgerhout en Lier... Het is een gek gevoel wanneer je, liggend op een strandlaken onder een strakblauwe hemel, met krekelgesjirp als enige geluid, teruggeworpen wordt naar een klein, somber landje met stampende machines in staalfabrieken en bevroren handen op een trekschuit.

sporen

Gebeten door het verhaal begin ik de volgende dagen te speuren naar wat François Joseph Fournier hier achter heeft gelaten. Naar het kerkhofje dus. Daar staat zijn buste op een grafsteen (1857-1935), en naast hem zijn zoontje Benedic, dat jong is gestorven. Even verderop het graf van zijn vrouw, Sylvia Johnston-Lavis, die in 1971 overleed. Maar er zijn andere, minder directe, maar tastbaardere sporen. De plantengroei op het eiland bijvoorbeeld. Fournier wou het gedeeltelijk door een hevige bosbrand verwoeste eiland goed beschermen en met dezelfde ijver als hij zich destijds als autodidact in de machinerie en de geologie had gestort, doet hij dat nu met gewassen. Hij laat opnieuw de wijngaarden aanleggen, hij laat tientallen variëteiten van perzik-, vijgen-, amandel- en pompelmoesbomen aanplanten. De zanderige wegen worden afgezoomd met parasolbomen. Inheemse plantensoorten worden hier gekoesterd en beschermd, het 'conservatoire botanique' heeft een bank met bijna duizend zaden. We wandelen langs de lagunes waar wilde eenden halt houden en we schrikken als plots een fazant op een meter van ons uit het gras opvliegt. Nog meer sporen: Fournier ontving hier hoge gasten, onder wie Georges Simenon. in de villa waar hij o.a. Mon ami Maigret schreef, woont vandaag nog steeds zijn zoon Marc, een filmproducent, getrouwd met actrice Mylène Demongeot. De patronne van Le Mas du Langoustier, Marie Caroline Richard, blijktFrouniers kleindochter en Sébastien Le Ber, die de wijngaard Domaine de L'ile bestiert, is een kleinzoon. François Joseph Fournier droomde ervan om hier op Porquerolles een soort ideale gemeenschap te stichten, naar het voorbeeld van de Familistère in Guise die hij kende, en zoals hij het ook had geprobeerd in Mexico. Tot op zekere hoogte leek dat te lukken, in de visie van die tijd zorgde hij ervoor dat alle inwoners van het eiland - ingeweken vissers, arbeiders - fatsoenlijk konden wonen, eten en dat de kinderen naar school konden gaan. Een communistische gemeenschap is het nooit geworden en is het vandaag zeker niet meer. Rond het eiland gooien plezierjachten het anker uit, de eigenaars komen aan land om een terrasje te doen of hun hond te laten lopen (en te laten kakken) op het strand. Op een middag worden we uit onze siësta opgeschrikt door een helikopter die op een tiental meter van ons strandje landt en een geheel in 't zwart gekleed en met zwarte zonnebrillen uitgerust gezelschap lost. Tja, dan besef je pas ten volle wat voor soort 'paradijsje' het hier is geworden.

Lees verder op pagina 7

Van trekschuit naar droomeiland

Op 6 december 1857 wordt François Joseph Fournier geboren, als kind van de schipper Jean-Baptiste en de dochter van de champetter. . Als wieg krijgt hij een lade op de schuit. Als hij zes is, brengt zijn mémé hem naar school, als eerbetoon aan haar overleden man die kon lezen en schrijven en ervan overtuigd was dat leren de enige manier was om de arbeider te ontvoogden. François is leergierig, maar moet, wanneer hij bijna negen is, gaan werken. Zijn onderwijzer laat pa Jean-Baptiste beloven dat hij af en toe een krant zal kopen en François zal laten voorlezen, om zijn kennis te onderhouden.

Het leven op de kanalen is hard, de inkomsten zijn mager. Jean-Baptiste wordt 55, heeft last van de concurrentie van de spoorweg en het gezin vestigt zich in Merksem, waar François' oudere halfbroer Louis werk vindt in een spinnerij in Borgerhout. Het is een somber jaar en wanneer ze te weten komen dat de brugwachter van Lier dood is, verhuizen ze naar Nazareth Brug. Hortense gaat dienen, François krijgt een baantje bij de spoorwegen. Ze hebben voor het eerst een eigen huisje, en zijn er gelukkig tot Jean-Baptiste sterft en ze weg moeten. Ze keren terug naar Clabecq, de onderwijzer raadt François aan om naar naar Parijs te trekken.

Daar vindt hij werk, eerst op de markt, als sjouwer, daarna in metaalfabriek Cail, die onderdelen maakt voor spoorwegen. Leergierig als hij is, gaat hij 's avonds als vrije leerling lessen bijwonen in de Arts et Métiers. Wat hij verdient, stuurt hij trouw naar Clabecq, maar zijn moeder sterft zonder kip of kraai in het armenhuis omdat ze zijn assignaties niet kon lezen en de 'brieven' van haar zoon opspaarde.

Op de schoolbanken in Parijs leert François Louis Bourdon kennen, zoon uit een verlichte familie van ingenieurs. Vader Bourdon heeft fabrieken en helpt François aan een baan. In januari 1883 stapt hij op een stoomboot naar New York, hij wordt aangeworven voor de aanleg van de Transcanadian Railway. Het is een hard leven, maar François ontpopt zich als een schrander man, een harde werker en goede leider. Zijn volgende baan vindt hij bij de graafwerken voor het Panama-kanaal. En vandaar belandt hij in de goudmijnen van Mexico, waar hij - tegen de overtuiging van zijn opdrachtgevers in - koppig op zoek gaat naar een ader, die er volgens hem moet zijn. Hij vindt die goudader inderdaad en keert naar Europa terug als een rijk man. In 1912 koopt hij het eiland Porquerolles als huwelijkscadeau voor zijn jongere vrouw Sylvia Johnston-Lavis en begint het met zijn inmiddels bekende ondernemingslust heraan te leggen.

Na haar dood in 1971 zorgt Georges Pompidou ervoor dat het eiland niet ten prooi valt aan betonboeren. Het wordt grotendeels eigendom van de staat en maakt deel uit van het natuurpark Port Cros.

François Joseph Fournier droomde ervan om op Porquerolles een soort ideale gemeenschap te stichten. Tot op zekere hoogte is hem dat gelukt

Hoe erheen?

Vliegen: dagelijks vluchten naar Toulon-Hyères vanaf Parijs Orly met Air Liberté of Air France.

Per trein: tgv tot Toulon, overstap tot Hyères, bus of taxi tot La Tour Fondue

Per auto: tot Toulon, via Hyères en D97 tot La Tour Fondue. Daar is een bewaakte parking.

Overzet: Het hele jaar vanaf Giens (Tour Fondue ) (tel. 0033-494/58.21.81 Toeristische informatie

Bureau Informations, BP15, 83400 Porquerolles, tel. 0033-494/58.33.76, fax 0033-494/58.36.39

E-mail : contact@porquerolles.com

Je kunt logeren in hotels, bij inwoners, een huisje huren of een kajuit op een zeiljacht. www.Porquerolles.com Regels

Porquerolles is het grootste van de drie îles d'Or, of îles d'Hyères, en is 7,5 kilometer lang en 3 kilometer breed. In 1988 werd het eiland als natuurpark geklasseerd en er gelden dus enkele vaste regels: niet roken (bosbranden!), niet buiten de wegen fietsen, honden niet laten loslopen, niet kamperen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234