Zondag 03/07/2022

AchtergrondSyrië

En dan is je huis ineens verdwenen: president Assad heeft andere plannen met de wijk

Puin ruimen in ­Qaboun na een bombardement in februari 2017. De sloop van de huizen biedt baan aan de nieuwe plannen van de regering. Daarin lijkt geen ruimte voor de oorspronkelijke bewoners.
 Beeld AFP
Puin ruimen in ­Qaboun na een bombardement in februari 2017. De sloop van de huizen biedt baan aan de nieuwe plannen van de regering. Daarin lijkt geen ruimte voor de oorspronkelijke bewoners.Beeld AFP

De wijk Qaboun in de Syrische hoofdstad Damascus is door het leger met de grond gelijkgemaakt. Dat gebeurde pas nadat de wijk was heroverd onder het mom van het verwijderen van niet-ontplofte wapens. Maar in werkelijkheid wil de regering af van de oude huizen en hun bewoners.

Mais Katt en Fernande van Tets

“Een stukje naar links”, zegt Khaled (niet zijn echte naam) terwijl hij intensief naar het computerscherm voor zich tuurt. Op Google Earth wordt er nog verder ingezoomd op de wijk Qaboun, een strategisch gelegen wijk in het noorden van Damascus. Hij wijst naar waar de muis zich beweegt tussen een matrix van straten naast de groene bomen van een park. “Ja precies, daar, in die straat woonde mijn grootvader, twee straten naar links, zie je dat huis met een andere kleur? Ons gebouw had een rood dak, dat is het!”

Khaled woont inmiddels in Maastricht, de 33-jarige Syriër kreeg een halfjaar geleden een Nederlandse verblijfsvergunning. Maar hij koestert warme herinneringen aan dat dak met de rode tegels, boven op het gebouw met vier verdiepingen dat zijn familie bezat. “Als het mooi weer was, sliep ik daar met vrienden. Ik heb daar uren doorgebracht, waterpijp rokend. Alle gebouwen eromheen hadden slechts twee of drie verdiepingen, dus we hadden een prachtig uitzicht”, mijmert hij terwijl hij over zijn korte, zwarte baard strijkt.

De beelden waar hij naar kijkt stammen uit 2017, net nadat het Syrische leger de wijk na een intensieve strijd had heroverd. Toen stond het huis van Khaled er nog. In 2014 was hij er voor het laatst, en kon je er zo weer gaan wonen. “Alleen het trapgat had wat schade”, zegt hij. Ook nadat het Syrische leger de wijk weer had heroverd, was zijn huis volgens deze satellietbeelden dus ongedeerd. “Maar toch is het opgeblazen”, zegt hij, nog steeds verbaasd.

In 2019 hoorde hij van zijn vader dat zijn ouderlijk huis er niet meer staat. “Zelf mochten we de buurt niet meer in, maar een buurman, die vroeger in het leger zat, heeft toestemming gekregen om te gaan kijken. Alles was met de grond gelijkgemaakt, al het puin lag op een hoop. De enige manier dat hij ons huis kon identificeren was vanwege de rode kleur van ons dak. Dat was het enige teken dat daar ooit ons huis heeft gestaan.”

Opgeblazen door het regime

Khaled is niet de enige die dit overkwam. Uit onderzoek van onderzoekscollectief Lighthouse Reports in samenwerking met de Nederlandse krant Trouw blijkt dat de helft van de gebouwen in de wijk Qaboun door het leger is verwoest. Dit gebeurde pas nadat het conflict daar voorbij was. Honderden huizen in gebieden die herwonnen zijn door het Syrische leger, zijn daarna opgeblazen door het regime. Dit gebeurt onder het mom van het verwijderen van tunnels en onontplofte wapens, achtergelaten door de oppositie. Uit een analyse van satellietbeelden, open source-beelden en tweets van het Syrische leger komt de grootschalige verwoesting duidelijk naar voren.

Hierdoor is te achterhalen dat het huis van Khaled in de laatste zes weken van 2018 is opgeblazen, ruim een jaar nadat de wijk was heroverd door het Syrische leger. Dat leger tweette tijdens de bewuste periode twaalf keer dat zijn ingenieurs ‘explosieven van terroristen’ zouden opblazen in Qaboun. Lokale media adviseerden bewoners om ramen van auto’s en huizen open te zetten tegen de druk die zulke explosies teweegbrengen.

Deze foto, genomen op 10 juli 2018, laat rookwolken zien nadat de Syrische autoriteiten een tunnel hebben vernietigd die door rebellen werd gebruikt in de wijk Qaboun in Damascus. Beeld ANP / AFP
Deze foto, genomen op 10 juli 2018, laat rookwolken zien nadat de Syrische autoriteiten een tunnel hebben vernietigd die door rebellen werd gebruikt in de wijk Qaboun in Damascus.Beeld ANP / AFP

Zoveel geweld is helemaal niet nodig om de oorlogsresten te verwijderen, aldus internationale en Syrische experts op het gebied van ruimingswerkzaamheden. Twee voormalige kolonels van een ingenieurseenheid van het Syrische leger bevestigen dat hun eenheid over de technische kennis beschikt om explosieven te verwijderen zonder hele gebouwen op te blazen. En de bulldozers die in Qaboun gesignaleerd zijn, zijn niet geschikt voor ontmijningsoperaties, wel om het puin plat te walsen.

Mogelijke oorlogsmisdaden

Vanwege het onnodige geweld dat wordt gebruikt spreekt Human Rights Watch van mogelijke oorlogsmisdaden. “De regering heeft dit gebied weer ingenomen, er zijn geen actieve gevechten, geen militair doel, het is disproportioneel, en daarom mogelijk een oorlogsmisdaad”, aldus Sara Kayyali, Syrië-onderzoeker bij de mensenrechtenorganisatie. “Mensen worden niet ingelicht, niet gecompenseerd en het gebeurt in woonwijken”, voegt ze toe.

De hardhandige militaire ontmijning zou de wijk zelfs nog gevaarlijker kunnen maken. Door gebouwen en huizenblokken op te blazen kunnen overgebleven explosieven juist worden gedestabiliseerd, of begraven in het puin, aldus Per Breivik, hoofd van ontmijning bij Norwegian People’s Aid (NPA). “Het klinkt niet alsof ze het gebied veilig maken”, zegt Breivik. “Als je het gebouw afbreekt, betekent het niet dat alle explosieven ook zullen afgaan. Dit is typerend voor militaire afbraakwerken. Maar Qaboun is een woonwijk, dus het ontmijnen zou niet door het leger moeten worden gedaan. Het is een humanitaire operatie.”

Humanitaire mijnruimers

De internationale regels voor het opruimen van mijnen stellen dat de mogelijke schade zoveel mogelijk dient te worden beperkt. Humanitaire mijnruimers vragen toestemming van huiseigenaren voordat ze een wijk ontruimen, en het gebeurt projectiel voor projectiel. Dit proces is secuur en langzaam. Volgens Breivik zal het ontmijnen van de Iraakse stad Mosoel, dat hij een schoolvoorbeeld noemt van hoe het wel moet, mogelijk zes jaar duren.

In Syrië is er van humanitaire ontmijning nauwelijks sprake. Sinds 2018 is er een kleine delegatie van de VN-organisatie voor het ruimen, Unmas, actief in het land. Die heeft tien organisaties goedgekeurd om te komen helpen bij het opruimen van oorlogsresten van het al bijna elf jaar durende conflict.

Vooralsnog heeft de Syrische regering slechts twee ontmijningsorganisaties toestemming gegeven het land te betreden. Een kleine Armeense organisatie, zonder enige ervaring, werd afgelopen juni toegelaten. En Breiviks NPA heeft eind 2021 toestemming gekregen in het land te opereren. Inmiddels zijn er mensen aangenomen maar tot het ruimen van mijnen is het nog niet gekomen, de organisatie is nog in onderhandeling met de regering over waar ze aan de slag gaan.

“Waar we beginnen is heel belangrijk om een signaal af te geven aan de burgerbevolking en de internationale gemeenschap dat we niet een instrument zijn in handen van het Syrische ministerie van Buitenlandse Zaken, en dat humanitaire principes leidend zullen zijn”, aldus Breivik. Internationale humanitaire samenwerking loopt vaker spaak op de voorwaarden die het Syrische regime stelt aan de aanwezigheid van ngo’s.

“Essentieel bij de afweging van concrete voorstellen voor ontmijningsprogramma’s is de naleving van humanitaire principes ter plekke. Met andere woorden: medewerkers van ontmijningsorganisaties moeten ook fysiek in staat zijn of worden gesteld hun werk te doen. Dat betekent onafhankelijk, neutraal en met vrije toegang tot de meest hulpbehoevenden of hulpbehoevende gebieden”, aldus een woordvoerder van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het land financiert sinds 2020 een ontmijnings­activiteit in noordoost- en noordwest-Syrië via de ngo Handicap International. (Ontmijningsprojecten in gebied dat onder de controle valt van Damascus en het Syrische leger ondersteunt het niet.)

Het kwaad is al geschied

Inmiddels is het kwaad al grotendeels geschied. In strategisch gelegen gebieden rond de hoofdstad, zoals Qaboun en de wijk Daraya, is een groot deel van de huizen gesloopt. In deze wijken werd al in 2011, aan het begin van de Syrische opstand, geprotesteerd tegen de regering. Qaboun ligt aan de internationale snelweg, die het land verbindt met Jordanië en Turkije. Ook Daraya ligt op een strategische locatie voor de aanvoer van goederen en troepen, aan de rand van de stad. Juist deze wijken worden met de grond gelijkgemaakt.

De sloop van de bestaande huizen biedt ruim baan aan de nieuwe plannen die de regering heeft. In de toekomst moet in Qaboun een groene buitenwijk verrijzen, met winkelcentra en hoge woontorens. Daarin lijkt geen ruimte voor de oorspronkelijke bewoners.

Qaboun was voor de oorlog een gemengde wijk die bekendstond om een smokkelaarsmarkt waar je goedkoop kleren uit Turkije en de nieuwste elektronica en mobiele telefoons kon kopen die vanuit Libanon de grens over werden gesmokkeld. In 2011 telde de wijk nog bijna 90.000 bewoners. Na de overgave in 2017 waren er nog maar 130 families over. Vrijwel niemand heeft sindsdien mogen terugkeren; ze krijgen niet de benodigde papieren van de veiligheidsdiensten.

Ontploffingen in de wijk Qaboun in maart 2017. De wijk is door het Assad-­regime met de grond gelijk­gemaakt.
 Beeld AFP
Ontploffingen in de wijk Qaboun in maart 2017. De wijk is door het Assad-­regime met de grond gelijk­gemaakt.Beeld AFP

Ook aanspraak maken op compensatie voor de verwoesting van hun bezit is lastig. Een groot deel van de wijk is informeel gebouwd; mensen bouwden op landbouwgrond en hebben niet de juiste papieren om hun bezit aan te tonen. Khaleds familie beschikt wel over een ‘groen papier’, bewijs dat hun appartementengebouw geregistreerd staat in het kadaster. Zelfs bewoners die kunnen aantonen huiseigenaar te zijn, krijgen daar weinig voor terug. “In 2019 is mijn familie met onze papieren naar de gemeente gegaan, er waren geruchten dat je dan gecompenseerd zou worden. We hadden gehoord dat je 300.000 Syrische pond, destijds zo’n 600 euro, zou krijgen. Maar zelfs dat bleek niet waar.”

Wat is de waarde van een huis dat er niet meer staat?

Volgens de wet die de herontwikkeling van het gebied mogelijk maakt, is alternatieve huisvesting niet nodig. Wel dienen huiseigenaren aandelen te krijgen in de nieuwe projecten die worden gebouwd. Maar Khaled en een dozijn voormalige bewoners die geïnterviewd werden zijn niet gecompenseerd. Bovendien is de waarde van een huis lastig vast te stellen als dat er niet meer staat. Alleen de grond heeft dan nog waarde. Ondertussen vertellen veel bewoners dat zakenlieden die sterke banden hebben met het regime van de chaos gebruikmaken om via tussenpersonen de grond goedkoop op te kopen.

“Voor de meeste mensen geldt: als je hun huis sloopt, zonder compensatie of hulp met de herbouw, is het hoogst onwaarschijnlijk dat ze terug zullen keren”, zegt Kayyali. “Zelfs als je geen problemen hebt met de Syrische regering, ga je niet terug als je geen huis meer hebt om naar terug te keren.” Internationale donoren vergeten dat nog weleens, zegt ze. Landen als Libanon, Jordanië en Denemarken sturen aan op terugkeer van Syrische vluchtelingen, maar als je wilt dat Syriërs teruggaan, moet je zorgen dat hun rechten gewaarborgd worden, zegt Kayyali. “We hebben het over het recht om niet gemarteld te worden, of gearresteerd. Dat zijn de extremen, maar ook het recht op huisvesting is essentieel.”

De echte naam van Khaled en de achternaam van Lina zijn bekend bij de hoofdredactie.

In verband met dit onderzoek hebben Lighthouse Reports en Trouw de Syrische ministeries van Defensie, Buitenlandse Zaken, Publieke Zaken en Wonen, de provincie Damascus en het Russische ministerie van Defensie benaderd voor een reactie. Geen van alle reageerde.

Khaled (33)

“Ik ben in Qaboun opgegroeid, samen met mijn zeven broers en zussen. Wij hadden het goed, we hadden een grote auto, een ijskast, televisie. Ik ben in 2012 gevlucht naar het centrum van Damascus, waar ik toen rechten studeerde. In 2014 was ik voor het laatst in ons huis, en heb toen nog wat spullen opgehaald: de wasmachine en het antieke bed en de nachtkastjes uit de slaapkamer van mijn ouders.

Zij zitten nu nog in Damascus, maar de rest van mijn familie is verspreid over de wereld. Ik wacht in Nederland op huisvesting. In Syrië hadden we een groot huis dat wel 150.000 euro waard was, we hadden daar eigenlijk alles, en nu heb ik niet eens een huis om in te wonen.”

Khaleds huis is tussen 20 november 2018 en 5 januari 2019 gesloopt. In die periode meldde het Syrische ministerie van Defensie tien keer dat het explosieven aan het ruimen was in Qaboun.

Mazena Saadi (55)

“Ik ben geboren en getogen in Qaboun. Mijn hele familie komt er vandaan. Nadat ik trouwde kregen we een stuk land van mijn schoonmoeder, waar mijn man en ik met onze blote handen ons huis hebben gebouwd. Over de jaren heen bouwden we twee slaapkamers, een grote zitkamer, een keuken en een moderne badkamer, versierd met tegels. We kregen er vier kinderen. We waren bezig een tweede verdieping erop te zetten voor mijn zoon toen we in 2012 moesten vluchten. Wij wonen sinds 2014 in Denemarken.

Oude buren stuurden me nog foto’s van het huis, net voordat ze vertrokken voor de overgave in 2017. Toen stonden beide verdiepingen nog, hoewel de ramen kapot waren door de bombardementen. Maar daarna is de buurt opgeblazen.”

De straat waar Mazena woonde werd tussen 13 en 18 september 2017 opgeblazen. Op 14 september maakten Syrische staatsmedia melding van een explosie in Qaboun.

Lina (38)

“Ik heb mijn hele leven in Qaboun gewoond. Nadat ik trouwde ben ik ingetrokken bij mijn man, die woonde in een appartement boven zijn ouders, vlak bij de grote moskee. Mijn oudste dochter werd geboren toen de protesten begonnen, ik noemde haar Salam, wat vrede betekent. Vanaf het begin van de gevechten kwamen er af en toe kogels en granaten neer op het appartement. In 2013 zijn we gevlucht, nu woon ik in Duitsland. Ik liet de sleutel van ons huis achter bij mijn zus, zij bleef wel.

Er hebben jarenlang af en aan ontheemde families in ons huis gewoond. In 2015 zijn al onze bezittingen gestolen, tot de badkamerkranen toe. Maar het was nog bewoonbaar toen de laatste bewoners in 2017 vertrokken. Later hoorde ik dat mijn huis met de grond gelijk is gemaakt door bulldozers.”

Lina’s huis is tussen 2 en 20 november 2018 verwoest. Op 15 november werd er een video op Facebook geplaatst van bulldozers die huizen platwalsen op 100 meter van haar huis.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234