Donderdag 04/03/2021

En als we Brussel nu eens uitbreiden met een lap bosrijke villagrond van 2,5 kilometer op 3,5, die het gewest verbindt met Wallonië, in ruil voor de splitsing van het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde? Hahaha. Goede grap, en nu ernstig. Dit ís erns

Kan een corridor tussen Brussel en Wallonië het land redden?

Een morzel gronds van twee op drie

'Neen. Geen sprake van." We hadden N-VA-voorzitter Bart De Wever net zo goed kunnen vragen om zijn kinderen voortaan eentalig in het Frans op te voeden. Een uitbreiding van het Brussels Gewest, en dus een aanpassing van de taalgrens van 1962, blijft onbespreekbaar. De Wever hoeft zich evenwel geen zorgen te maken: na een weekendje verklaringen over en weer is de Brusselse corridor naar Wallonië ook aan Franstalige zijde alweer begraven. Einde verhaal? Neen, begin van het verhaal, want zoals ze in Frankrijk ook wel eens over de trein zeggen: un corridor peut en cacher un autre.

Ze zullen het nooit met zoveel woorden toegeven, maar eigenlijk zouden ze in Sint-Genesius-Rode de inwoners van de wijk De Golf niet echt missen, mochten ze naar Brussel doorschuiven. "De wijk wordt afgescheiden van Rode door de Waterloose Steenweg", zegt de Nederlandstalige schepen van Cultuur en Onderwijs, Ann Sobrie (CD&V). "Echt bij de gemeente horen die mensen toch al niet."

Dat heeft ook te maken met het sociologisch profiel van die wijk langs de Waterloose Steenweg, een aaneenschakeling van dreven met luxueuze villa's, afgewisseld met consulaten een manège of twee en een tennisclub. En veel bomen, heel veel bomen, aan de rand van het Zoniënwoud. Beuken, om precies te zijn, met daartussen nogal wat planten met een beschermd statuut, maar dan niet om hun taalaangehorigheid.

Aan Vlaamse zijde zegt schepen Sobrie, de enige Nederlandstalige in het college van Sint-Genesius-Rode, het met het meeste aplomb. "Uiteraard blijft het uitgangspunt dat we helemaal niks moeten toegeven om Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen", beklemtoont ze. "Maar als we het land uit zijn institutionele lijden kunnen verlossen door een klein stukje van onze gemeente aan Brussel te hechten, laten we daar dan als volwassen mensen over aan tafel gaan zitten."

Dat kleine stukje Vlaanderen meet ongeveer precies negen vierkante kilometer, een strook van 3,5 kilometer lang en 2,5 kilometer breed, die Ukkel in het Brussels Gewest scheidt van Waterloo in Wallonië. Aan Franstalige zijde leeft, blijkens een artikel in de weekendeditie van Le Soir (DM 16/6), het idee dat die bos- en villarijke strook een smalle corridor zou kunnen vormen tussen Brussel en Wallonië. Niet dat dit zou volstaan als pasmunt voor de uiteindelijke splitsing van de kieskring B-H-V (en een uitgebreide staatshervorming). Daartoe hebben de Franstaligen ook nog een paar andere, inmiddels bekende eisen in de weegschaal gelegd: uitschrijfrecht voor Franstalige kiezers die in de Brusselse rand wonen of de afschaffing van de rondzendbrief-Peeters over het verplichte gebruik van het Nederlands in bestuurlijke correspondentie in de faciliteitengemeentes.

Het idee van de corridor maakt al een tijdje weer opgang in Franstalig België. "Sinds de verkiezingen van 2004, en zeker 2007, leeft bij Franstalige politici een grote bezorgdheid over de scheiding van het land", legt politoloog Pascal Delwit van de Brusselse ULB uit. "Door de opeenvolgende verkiezingsoverwinningen van separatistische partijen is die scheiding plots erg reëel geworden in de geesten. En als de taalgrens ooit echt een staatsgrens zou worden, ligt Brussel als een enclave in Vlaanderen. Om dat te vermijden wil men Brussel op een of andere manier verbinden met het Waalse gewest, om zo een groot Franstalig geheel te construeren."Die desenclavage van Brussel lijkt inderdaad een bijna obsessionele noodzaak te worden voor nogal wat Franstalige politici. Het is in ieder geval de drijvende gedachte achter het project van de twee PS-regeringsleiders Rudy Demotte (Waals gewest) en Charles Picqué (Brussel) om hun twee gewesten verregaand te laten samenlopen.

"Brussel bevindt zich in Vlaanderen. Dat vergemakkelijkt de organisatie van de francofonie in België niet", vatte Philippe Moureaux, chef van de PS in de hoofdstad, onlangs erg treffend samen. Versta: om Brussel Frans te maken of te houden, is er een levenslijn naar Wallonië nodig - de corridor dus.

Maar ook bij de liberale MR is men al een tijdje met landkaarten in de weer om Brussel aan Wallonië te kunnen lijmen. Zeker Armand De Decker, behalve senaatsvoorzitter en communautair onderhandelaar ook burgemeester van Ukkel, is ervaringsdeskundige in de streek. Hij goochelt naar verluidt graag met wijken of gemeentes die aan de Brusselse zuidrand aangehecht kunnen worden.

Het idee van de corridor tussen Brussel en Wallonië werd onlangs het helderst en radicaalst geformuleerd door Jacques Autenne, hoogleraar economisch recht aan de UCL in Louvain-la-Neuve. In een bijdrage in La Libre Belgique van 21 mei trok hij een nieuw spoor in het communautaire debat. In ruil voor de splitsing van B-H-V zou Vlaanderen alle spoor-, auto- en waterwegen moeten afstaan die Wallonië verbinden met Brussel. "Daardoor zou er een territoriale eenheid ontstaan tussen Walen en Franstalige Brusselaars, zonder een uitbreiding van Brussel in de strikte zin", stelt Autenne. De professor schuwt de riskante historische vergelijking niet. Een aldus geconstrueerde corridor roept immers onvermijdelijk herinneringen op met de luchtbrug die het naoorlogse Berlijn een dik jaar verbond met West-Duitsland, beseft hij ook zelf.

"Ik begrijp die beheptheid met een eengemaakt Franstalig territorium niet", zucht Eric Defoort, voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging. "Moet dat uitgebreide Brussel dan net als Berlijn zijn eigen Tempelhofluchthaventje bouwen? Brussel is toch geen Israëlisch Hebron dat bedreigd wordt door vijandige Palestijnen? De Franstalige inwoners van Sint-Genesius-Rode zijn mijn Franstalig-Vlaamse medeburgers, met alle rechten van de andere Vlamingen."

Defoort heeft zo zijn eigen oplossing voor de Brusselse kwestie. "Psychologisch kun je natuurlijk niet tegen het Brussels Gewest zeggen dat het vanaf nu niet meer bestaat. Maar de minister-presidenten van de twee grote gemeenschappen, Kris Peeters en Rudy Demotte, zouden het bestuur wel samen met de Brusselaars in handen moeten nemen. Zou dat geen mooie afspiegeling van het land zijn: een Vlaamse christendemocraat en een Franstalige socialist, die samen met de vertegenwoordigers van de inwoners de hoofdstad besturen? Het is de beste raad die ik aan de Walen kan geven. Als ze de band met Brussel willen verstevigen, dat ze dan terugkeren uit Namen (zetel van het Waalse Gewestparlement, BE) en van Brussel hun hoofdstad maken."

Over de smalle corridor hoeft de Vlaamse beweging zich voorlopig niet te veel zorgen meer te maken, na het medialek. "Trop peu", oordeelde Karine Lalieux namens de Brusselse PS afgelopen weekend al op de RTBF. "Niet ernstig", echoode MR-minister Charles Michel het denkspoor weer onder tafel. Michel geeft toe dat "Vlaamse toegevingen over Brussel" de uitweg uit de communautaire impasse kunnen bieden, maar dan zal het dus wat meer moeten zijn dan een strook met boswegel van 2,5 op 3,5 vierkante kilometer. "Dit is een wel erg minimalistische invulling van de uitbreiding van Brussel", schat ook politoloog Pascal Delwit. "Het echte doel blijft toch de aanhechting van meerdere faciliteitengemeenten bij Brussel."

Make no mistake: die uitbreiding van Brussel is de échte corridor die op tafel ligt, of beter, te gepasten tijde op tafel zal komen. "Wat de Franstaligen eigenlijk willen, en al lang, is de aanhechting bij Brussel van Sint-Genesius-Rode als geheel, en mogelijk nog een paar gemeenten", zegt Vlaams volksvertegenwoordiger Eric Van Rompuy (CD&V), binnen zijn partij een van de vertolkers van de strakke communautaire lijn. "Die corridor is slechts een symbolische vluchtweg."

Eric Libert, schepen in Rode en FDF-hardliner, maakt daar geen geheim van. "Wij eisen mensen en stemmen, geen bomen", vat hij krachtig zijn 'non' tegen de smalle corridor samen. "Kaartjes tekenen van het Zoniënwoud is misschien leuk, maar daar gaat het debat niet om. Wij vragen de uitbreiding van Brussel met minstens enkele gemeenten uit de rand. Op die manier wordt de sociaaleconomische problematiek van de hoofdstad aangepakt, worden de individuele rechten van de Franstaligen in de randgemeenten gevrijwaard en wordt de territoriale eenheid van Brussel en Wallonië gerealiseerd. Een corridor komt enkel aan dat laatste probleem een heel klein beetje tegemoet."

Volgens Libert zou zo'n uitbreiding van Brussel overigens ook een goede zaak voor de Vlamingen zijn. "Vlamingen vormen een kleine minderheid in Brussel en ze wordt steeds kleiner", doceert hij. "Een aanhechting van enkele randgemeenten bij de hoofdstad zou de balans meer in evenwicht brengen. Onbegrijpelijk dat de Vlamingen dat zelf niet inzien."

Het zal evenwel niet Eric Libert zijn die de Vlamingen de andere kant zal doen opkijken. "Die uitbreiding hangt al jaren als het zwaard van Damocles boven onze hoofden. Maar de mensen hier willen helemaal niet bij Brussel horen", weet Ann Sobrie, collega van Libert in het schepencollege van Rode. "De Franstalige Rodenaars overigens ook niet. Onze burgemeester (Myriam Delacroix-Rolin van cdH, BE) heeft dat al letterlijk gezegd. Wij weten wel waarom Brussel zo begerig naar ons kijkt. Niet om de gebiedsuitbreiding, wel om de financiële nood van de hoofdstad te lenigen. De rand is vrij rijk. Als Rode bij Brussel komt, is het gedaan met de lage gemeentebelastingen en de fiscale voordelen van het Vlaamse Gewest."

Nieuw is de gedachte van de corridor naar Wallonië inderdaad niet. In beperkte of uitgebreide versie is het een van die monsters die altijd weer opnieuw opduiken in het communautaire debat. "Ten tijde van Egmont is daar ook even over gesproken", herinnert oud-premier en toenmalig CVP-voorzitter Wilfried Martens zich. "Ook later is dat voorstel blijven terugkomen. Aan Vlaamse zijde is dat voorstel nooit ernstig genomen. En terecht."

Hoezo, 'terecht'? Vanuit Vlaams perspectief alvast wel. En bekeken vanuit het bestaande grondwettelijke kader van dit land eigenlijk ook. "Toen in 1962 de taalgrens werd vastgelegd was dat een feitelijke juridische overwinning voor de Vlamingen", doceert Pascal Delwit. "Door de taalgrens werden de taalrechten immers definitief gekoppeld aan de grenzen van het territorium, met de faciliteiten als belangrijke uitzondering."

Ook de grondwet staat evenwel niet op stenen tafelen gebeiteld en dus pogen de Franstaligen telkens weer om dat fait accompli te doorbreken. Tegenover het 'Vlaamse' droit de sol (een mens ontleent zijn rechten aan het gebied waar hij woont) plaatsen zij het droit de sang (een mens ontleent zijn rechten aan zijn afkomst of gemeenschap). Concreet: als een Franstalige de rechten van andere leden van de Franse gemeenschap opeist, dan moet hij die krijgen, vinden de Franstaligen. Als die Franstalige in het Vlaamse woont, heeft hij pech, oordelen de Vlamingen. De taalgrens stut die Vlaamse visie, vandaar de Franstalige pogingen om die grens aan te passen. Via een corridor, bijvoorbeeld. Of via een talentelling. Ook dat oude ideetje heeft de PS bij monde van haar voorzitter Elio Di Rupo onlangs nog een keertje afgestoft. Vooralsnog zonder succes, maar les jeux ne sont pas encore faits.

Eric Libert (FDF)

Wij eisen mensen en stemmen,

geen bomen

Eric Defoort (Vlaamse Volksbeweging)

Als de Franstaligen de band met Brussel willen verstevigen, dat ze van de stad dan hun hoofdstad maken

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234