Donderdag 01/10/2020

Emiliana Torrini: ‘Ik kan niet zingen als ik ongelukkig ben’

Ze spreekt als een elfje en ziet eruit als een fotomodel. Emilíana Torrini (Italiaans gezicht, IJslands accent) is het soort meisje van wie je hoopt dat ze bij je in de straat komt wonen. Al is ze niet zo fragiel als je op basis van haar vaak smachtende liefdesliedjes zou vermoeden. “Ik ben een taai koekje”, zegt ze zelf, “maar in mijn muziek komt om de één of andere reden altijd mijn kwetsbare kant naar boven. In de songs ben ik veel zachtaardiger dan in het echte leven.”We ontmoeten elkaar in Cirio, het Brusselse café waar Jacques Brel vroeger tot de vaste gasten behoorde. Torrini, die zelf een cover van ‘Ne Me Quitte Pas’ op het repertoire heeft staan, zit vol ontzag te turen naar de foto van Brel die boven het tafeltje hangt vanwaar hij vroeger het leven observeerde.Op haar vorige cd, het met superlatieven overladen Fisherman’s Woman, profileerde Torrini zich als het vrouwelijke antwoord op Nick Drake en ook op het nieuwe Me and Armini klinkt ze weer kwetsbaar en fragiel, alsof de herfst al door de noten schemert. Ze vindt de vergelijking wel opgaan. “In de meeste interviews willen ze gewoon weten op welke manier het IJslandse landschap mijn muziek heeft beïnvloed. (steekt vingers in de keel) Alsof je op een geiser kunt afstappen en de inspiratie meteen komt opwellen. Zo werkt het dus niet. Drake, dát is een invloed. En Leonard Cohen. Vroeger droomden al mijn vriendinnen van Tom Cruise, maar ik wilde als jong meisje met Cohen trouwen. Ook nu nog, trouwens. Als ik hem ‘I’m Your Man’ hoor zingen denk ik nog altijd dat hij het mij geen twee keer zou moeten vragen. Ik moet altijd huilen als ik ’m hoor zingen. Zoveel stijl, zoveel gratie… daar krijg ik kippenvel van.”Niet dat het mijn zaken zijn, maar het valt me toch op hoe vaak je over moeilijke of mislukte relaties zingt. ‘I thought you’d keep me warm, but I was sure I was wrong’, zing je ergens op je nieuwe plaat. Dat zou ik mijn ex niet over mezelf willen horen zingen.“(verlegen) Het lucht op om dat soort ontboezemingen op papier te zetten. Als ik ruzie maak en sta te schreeuwen krijg ik dat nooit zo precies gezegd. Dan struikel ik altijd over mijn woorden. Dus de conclusie is altijd: we gaan uit elkaar en ik zal je wel even opschrijven waarom het niet meer botert tussen ons. Dan wordt alles als vanzelf duidelijk. Maar geloof me: als je relatie in de vijfde versnelling tegen een blinde muur aanrijdt, is het moeilijk om daar het hoofd koel bij te houden. Dat merk je ook aan de nummers. Sommige songs zijn zo manisch dat ik er mijn cool in verlies. Zoals dat hoort in een passionele liefde.”Over passionele liefde gesproken: was je vriend blij toen hij voor het eerst ‘Jungle Drum’ hoorde?“Hij wist dat ik een liefdeslied voor hem geschreven had, en hij verwachtte zich aan een ingetogen, romantisch nummer. Dus toen ik met een nerveus, opzwepend liedje als ‘Jungle Drum’ aankwam moest hij wel even slikken. Je hoort de hormonen haast op de notenbalk springen. Maar dat leek me gewoon het eerlijkst, zo. Ik ben buitengewoon trots op dat nummer, omdat het precies weer- geeft hoe het voelt om smoorverliefd te zijn. (zingt)My heart is beating like a jungle drum. Onburubummbummbumm!(schatert) Toen dat nummer klaar was heb ik de hele dag met een glimlach tot achter mijn oren rondgelopen. Als ik het nu live zing voel ik me achteraf alsof ik een boksmatch heb afgewerkt. Maar ik word er wel goedgeluimd van. In eerste instantie was ik wat bang dat het nummer te vrolijk, te lichtvoetig was. Maar achteraf kwam ik tot de conclusie dat ik dat deel van mijn karakter niet weg wilde stoppen. Ik ben wie ik ben, en dat is te nemen of te laten.”Je vorige cd was een afscheid van je vriend, die in een auto-ongeluk om het leven is gekomen. Heeft de muziek je destijds geholpen om dat trauma te verwerken?“Het was een afschuwelijke periode, en eigenlijk had ik maar twee opties: ofwel stoppen met muziek maken, ofwel me er helemaal op toeleggen. Het is de laatste optie geworden. Veel van de songs op Fisherman’s Woman waren herinneringen aan hem, maar het werd mentaal loodzwaar om die nummers avond na avond opnieuw te zingen. Het was alsof ik mezelf avond na avond opnieuw door het rouwproces dwong, als een masochiste die van de pijn genoot. Ik ben in die periode ook van IJsland naar Groot-Brittannië verhuisd. Ik moest weg, wilde een plek vinden waar ik mijn wonden kon likken en een nieuw leven opbouwen.”In één van de nieuwe nummers beschrijf je jezelf als iemand die naast de telefoon zit te wachten tot de man waar je smoor op bent je zal bellen. Dat lijkt me nogal lijdzaam voor jouw doen.“Ik gebruik dat beeld dan ook in de eerste plaats omdat het wanhoop oproept. En als tiener heb ik écht op dat telefoontje zitten wachten, hoor. Zou hij me bellen? Dat verlangen had haast iets erotisch. Inmiddels is dat soort romantiek helemaal passé, hé? Iedereen heeft een gsm, je kunt rustig doen wat je gepland had en als hij belt, merk je het wel. (lacht) Het enige wat ik betreur, is dat er nog nauwelijks brieven worden geschreven. Niks zo sensueel als een handschrift, vind ik.”Cd’s als tastbare objecten verdwijnen ook, stilaan. Ik durf wedden dat je daar ’s nachts wel eens wakker van ligt.“Voor mij is dat een drama, ja. Er is niets sexy aan een mp3-bestandje. Een plaat is vaak een samenvatting van een heel leven, en als je je handen dan over de hoes kon laten glijden had dat iets heel speciaals. Je voélde dat er met veel mensen aan gewerkt was. Vandaag kom ik alleen mensen tegen met tienduizend nummers op hun iPod waar ze nooit naar luisteren. Het doet me aan boulimie denken, aan Obelix die op de laatste pagina van de Asterixverhalen gulzig een paar everzwijnen oppeuzelt. Iedereen downloadt maar omdat het toch niks kost. Hébben is belangrijker dan luisteren. Daar verzet ik me tegen. Ik ben enorm verslingerd aan ‘I See a Darkness’ van Bonnie ‘Prince’ Billy. Daar luister ik al jaren naar en ik ben er nog altijd niet klaar mee. Dat is net de essentie van popmuziek, vind ik. Dat je er, naargelang je zelf verandert, telkens weer nieuwe dingen in kan ontdekken.”Ik ken weinig artiesten die zo’n nauwe band met hun publiek onderhouden. Tijdens concerten hangt het publiek aan je lippen.“Het is een wisselwerking. Na een concert ben ik emotioneel compleet uitgeput. Ik geef me helemaal bloot tijdens mijn optredens, stel me heel kwetsbaar op. Ik verlies mezelf in de nummers, raak de draad kwijt en vind hem daarna niet meer terug. Blijkbaar zingen de meeste zangeressen louter technisch en maken ze abstractie van de betekenis van hun liedjes. Ik doe dat niét, wat de reden is waarom ik tijdens optredens nogal eens mijn songteksten durfde te vergeten. Eigenlijk ben ik er pas onlangs achter gekomen dat niet iederéén met zijn lichaam zingt. Ik zou niet anders kunnen. Een stem is meer dan zomaar een instrument. Als ik ongelukkig of gestrest ben, begeven mijn stembanden het meteen. Dan kan ik niet zingen. Heel symbolisch, eigenlijk.”Je moeder is IJslandse, je vader Italiaans. Een avontuurlijke combinatie. Botsen die twee culturen wel eens?“Voortdurend, want het zijn uitersten. IJslanders zijn zo onderkoeld dat vader en zoon er elkaar heel afstandelijk de hand schudden, terwijl er in Italië meteen gekust en geknuffeld wordt. In IJsland wordt de sfeer pas losser als de alcohol begint te vloeien. Ik schaamde me daar ook altijd een beetje voor mijn vader omdat hij zo flamboyant kon zijn. Maar elke keer als ik naar Italië ging, werd ik verliefd op hem. Al is de IJslandse mentaliteit in een paar jaar tijd enorm veranderd, in die mate dat ik me nu soms de grootmoeder van mijn ouders voel. Zo snel gaat het, intussen.”Je staat op de soundtrack van Lord of the Rings. Bereik je daar een nieuw publiek mee?“Geen idee. Ik doe dat soort dingen omdat de radio mijn muziek tot voor kort meestal links liet liggen. Vandaar ook mijn bijdragen aan Grey’s Anatomy. Voor die serie gaan ze heel actief op zoek naar undergroundmuziek. Ik maak ook muziek voor reclamefilms. Voor iemand als ik is dat een van de weinige manieren om écht een heel breed publiek te bereiken.”Je hebt er geen probleem mee om je muziek aan commercials te linken?“Nee. Want ik heb niet het ego om te denken dat ik met mijn muziek een auto kan verkopen. In dat geval lever ik gewoon de soundtrack die losstaat van het product dat aan de man wordt gebracht. Meer niet.”Kijk je op dezelfde manier naar de nummers die je voor Kylie Minogue hebt geschreven?“Nee, dat is gewoon een vorm van ontspanning. ‘Slow’ was in twintig minuten klaar. Alleen blijft het een beetje ironisch dat net dát nummer een wereldhit wordt en ik daar allerlei prijzen voor krijg. De Ivor Novello Award bijvoorbeeld, wat kennelijk zowat het meest prestigieuze is wat je als songschrijver kunt winnen. En een Grammynominatie. Dat snap ik eigenlijk niet. Op mijn eigen cd’s keer ik al jarenlang mijn ziel binnenstebuiten en écht veel publiek heeft me dat niet opgeleverd. Maar met dat ene wegwerpnummer zijn alle deuren voor me opengegaan. Je krijgt dus alleen prijzen als je ook veel platen verkoopt. Ik vond het vooral vreemd dat je een medaille kon krijgen omdat je muziek maakt. Alsof de Grammy’s de Olympische Spelen van de muziek zijn. Ik wist niet wat ik ermee aan moest, dus heb ik ze opgespeld en ben ik ermee gaan winkelen. Véél complimentjes gekregen, die dag.”Ben je eigenlijk binnen na het succes van ‘Slow’?“Mocht het tien jaar eerder een hit zijn geweest, dan had ik nooit meer hoeven te werken. Maar toen ‘Slow’ uitkwam, was de muziekindustrie al in vrije val. Ik heb er drie jaar goed van kunnen leven. En nadien moest ik toch écht wel aan iets nieuws beginnen. Nog een geluk. Anders was deze nieuwe cd er misschien wel nooit gekomen.”Nog één vraag: waarom laat je je zo zelden fotograferen? Ik ken meisjes die hun moeder zouden verkopen om er uit te zien zoals jij.“Ik niet. Ik vind mezelf niet mooi, en poseren vind ik het gruwelijkste onderdeel van muzikant zijn. Ik wil eigenlijk ook nooit met mijn kop op de hoes van mijn cd’s staan, maar op het laatste nippertje weet de platenfirma me toch altijd te overtuigen. Al sta ik er dit keer wel héél onherkenbaar op. Ik vind het niet erg om me als iemand anders te vermommen. Kinderjuf, huisvrouw, pompbediende, seriemoordenaar. Ik wil eender wie zijn als ik voor een camera sta, behalve mezelf.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234