Woensdag 23/09/2020

Elton John blikt terug

Elton John heeft het één en ander meegemaakt - verslavingen, stukgelopen relaties, mislukte zelfmoordpogingen - maar telkens weer, zegt hij, was het de muziek die hem er weer bovenop bracht. Hij is ook de grootste ambassadeur van de strijd tegen aids. Zonder schroom vertelt hij zijn levensverhaal, met hoogten en heel veel laagten. Hij heeft geleefd. En leeft nog steeds.

chter de aangedikte kaaklijn en het dure Yohji Yamamoto-pak gaat nog altijd dezelfde bezeten tiener schuil die destijds met zichtbare opwinding in de vitrine van de plaatselijke platenwinkel staarde, en van elk plaatje uit zijn collectie zowel het A- als het B-kantje en de platenfirma kon opnoemen.

In zijn huis in Windsor heeft het archief van 70.000 cd’s van Elton John een plaats gekregen in de kamer naast de fitnessruimte, het ‘nieuwere’ materiaal bevindt zich in de muziekkamer. Zijn platencollectie verkocht hij in 1992 voor 250.000 pond om er de Elton John Aids Foundation mee te spijzen. Maakte daar onder meer deel van uit: elke 45-toerenplaat die sinds 1954 in Groot-Brittannië was uitgebracht, een verzameling die hij zelf gekocht had van een BBC-producer.

Hij heeft geen iPod of een computer - zelfs niet wat hij zelf een ‘draagbare telefoon’ noemt. Hij is de enige persoon die hij kent, zegt hij, die nog telefoonnummers onthoudt. “Iedereen steekt die gewoon in de telefoon. Ik voel me als een ouwe zeur, maar ik heb beslist daar allemaal niet aan mee te doen.”

Elke maandag krijgt hij van HMV een lijst met de releases van de week. Wat hij wil, bestelt hij in viervoud, voor elk van zijn vier huizen één. “Ik kijk daar naar uit.” Hij maakt er een punt van geen gratis cd’s te aanvaarden. “Ik wil niet van die promostickers op mijn cd’s.”

Elke nieuwe aanwinst noteert hij in een boek en klasseert hij alfabetisch, net zoals hij vroeger deed in de gezinswoning in Northwood, een buitenwijk in het noordwesten van Londen, waarbij hij zijn singles en elpees in beschermende zakken van bruin papier stak.

Elton John is altijd zo’n pietje-precies geweest. In 1990 gingen hij en zijn toenmalige partner Hugh Williams, die even zwaar als Elton John aan de drugs en de alcohol zat, in pretherapie. Het was de eerste stap richting geheelonthouding, en elk moesten ze een lijstje maken met de ergste gebreken van de andere. Williams schreef: “Elton neemt drugs, is een alcoholicus, is boulimisch, heeft verschrikkelijke woedeaanvallen.” Elton John schreef: “Hugh zet zijn cd’s nooit ordelijk weg.”

Als hij nu praat over wat hij ‘de verloren jaren’ noemt, dan voel je dat een van de pijnlijkste aspecten voor hem was dat hij getolereerd had dat hij zo’n sloddervos was geworden. “Ik was”, zegt hij ongezouten, “een varken.”

Wapenstilstand

Elton John heeft huizen in Nice, Atlanta en Venetië maar zijn hoofdverblijfplaats staat in Windsor. Het is een huis in Queen Anne-stijl met acht slaapkamers dat hij in 1975 kocht voor 400.000 pond. Het werd in een ‘high rock and roll empire’-stijl ingericht: jukeboxen en flipperkasten, Tiffanylampen en art-deconimfen, roodlederen sofa’s, een toevallige ets van Rembrandt, een disco, een replica van de troon van Toetanchamon - buit die hij bij elkaar vergaarde op wat hij ooit omschreef als zijn ‘plundertochten’.

Voorbij de elektronische poort leidt een oprijlaan je tussen witterozenstruiken naar de voordeur, waar een butler wacht. In de zitkamer staan ruime sofa’s - een aura van Aubusson, moquette, damast - en liggen hoogpolige tapijten. De vazen puilen uit met bloemen, de tafels zijn overdadig gegraveerd, elk oppervlak is bedekt met exclusief porselein, een van zijn obsessies. In de tuin dansen fonteinen. Elton John is 63, maar voelt zich naar eigen zeggen “als een twintigjarige”. De pacemaker van een paar jaar geleden werd vorig jaar vervangen. “Ik ben als een turbokonijntje.”

De gevechten die hij in de loop der jaren gevoerd heeft, met zijn gewicht, zijn uiterlijk, zijn haar, lijken uitgemond in een overwinning, of op zijn minst een wapenstilstand. Hij is een kleine, zwaargebouwde man die eruitziet alsof hij veel tijd doorbrengt in de fitnessruimte. Hij draagt een bril zonder montuur, een zwart pak en een wit T-shirt. Zijn dikke, donkerbruine haardos valt in een engelachtige bles over zijn voorhoofd. Hij is vriendelijk en ontspannen gestemd. Hij is innemend en levendig in het gesprek, maakt gevat grapjes, vaak op zijn eigen kap, en windt zich maar een paar keer echt op over iets wat hij extreem ergerlijk vindt: videoclips (“I f***ing hate them”), beroemdheden van het vierde garnituur (“Ik walg van beroemdheid, ik kan het niet verdragen”).

Elton John is de stichter en voorzitter van een van de grootste aidsorganisaties ter wereld, en leidt zijn eigen artiestenmanagement, theater- en filmproductiebedrijf Rocket. En ook al is het een poos geleden dat hij voorzitter was van zijn geliefde Watford FC - de voetbalclub die hij eind jaren zeventig, begin jaren tachtig van de vierde divisie naar eerste klasse bracht - hij blijft er president voor het leven.

Gevraagd naar de affectieve plaats die hij inneemt voor de Engelse natie, beschrijft Elton John zichzelf als “het aanvaardbare gezicht van de homoseksualiteit, want ik ben redelijk gozerig. Dat bevalt me prima.”

Elton John verkocht in de voorbije veertig jaar een kwart miljard platen, had meer dan vijftig singles in de top 40 (negen ervan op nummer één), en nam de best verkopende single ooit op, de remake uit 1997 van ‘Candle in the wind’ (waarvan 37 miljoen exemplaren over de toonbank gingen). Maar nu hij zijn naar eigen zeggen ‘mature fase’ is ingegaan, geeft hij toe dat hij niet meer vaak in de hitparade zal staan. Toch blijft hij nog tussen 50 en 90 keer per jaar optreden. Tegenwoordig toert hij uitsluitend met zijn privévliegtuig - fantastisch voor mijn ecologische voetafdruk, geeft hij met een spottend lachje toe - om in de mate van het mogelijke altijd naar een van zijn huizen terug te vliegen.

Leon Russell

Elton John heeft zijn 30ste album uit, The union. Hij maakte het samen met een van zijn idolen, de Amerikaanse zanger, songschrijver en pianist Leon Russell. Russell, 68, is een legendarisch figuur. In de jaren zestig speelde hij mee op hits van Phil Spector, The Beach Boys en een hoop anderen. Zijn typische pianostijl, zijn vermenging van gospel, rhythm and blues en country, en zijn melodramatische songteksten waren een belangrijke inspiratie voor Elton John. “Er was niemand die ik meer bewonderde.”

Russell zat in het publiek toen Elton John tijdens zijn eerste bezoek aan Amerika een reeks concerten speelde in de Troubadour club in Los Angeles, die hem op slag de sterrenstatus zouden bezorgen in de States. Russell nodigde Elton John uit bij hem thuis en liet hem zijn eigen brouwsel proeven om de stem in vorm te krijgen (ciderazijn en honing, zo lang mogelijk gorgelen). Ze gingen één à twee keer samen op tournee, maar gingen daarna elk huns weegs. Russell raakte zowat in de vergetelheid en knoopt de eindjes aan elkaar door, ondanks zijn heuptransplantatie, op te treden in clubs en wegrestaurants. “Zoals Crazy Heart zonder de alcohol”, zegt Elton John. “Hij heeft in 38 jaar niet meer van mij gehoord en plotseling kreeg hij twee telefoontjes in een half uur tijd. Zo impulsief ben ik. Ik moest en zou een plaat met hem maken.”

The union bestaat uit zestien songs. Digitale opnametechnieken kwamen er niet aan te pas: de muziek werd ‘live’ opgenomen in de studio. Met zijn combinatie van rollende piano’s en aardse ritmes, geaccentueerd door het gebruik van New Orleansblazers en een klagend gospelkoor, en zijn statige, melancholische ballads, doet de plaat qua sfeer en kwaliteit op aangrijpende wijze denken aan klassieke Elton Johnplaten zoals Tumbleweed connection en Honky château.

Ontwennen

Een paar dagen voor dit interview vond er een playback van The union plaats in de Electric Cinema in Londen. Elton John was er zelf bij, een zeldzaamheid. “Wat beschouwt u als uw grootste verwezenlijking?”, vroeg iemand. Het antwoord kwam snel en heel gevat: “Ontwennen.” Elton John schatte dat hij in de eerste jaren van zijn ontwenning begin jaren negentig misschien wel 1.500 bijeenkomsten van de Anonieme Alcoholisten en Anonieme Drugsgebruikers bijwoonde, maar er uiteindelijk mee stopte omdat de vergaderingen een verslaving op zich dreigden te worden. Hij is nog goed bevriend met zijn AA-sponsor in Chicago - een voormalige vuilnisman die nu werkt als adviseur - en is peter van diens zoon. “Je moet eerlijk zijn”, zegt hij. “En erover praten helpt me: het doet me terugdenken aan het wrak dat ik toen was.” De wortels van al zijn problemen? Een negatief zelfbeeld als kind. Elton John was het enige kind van een moeder die hem verafgoodde en een strenge vader die alles wat hij deed slecht vond. Hij groeide uit tot een dikkerdje dat zich slecht voelde in zijn vel. “Ik heb me altijd een buitenstaander gevoeld. En ik denk dat dat de reden was waarom ik naar drugs greep, om deel uit te maken van de groep.”

‘Totale waas’

Hij nam voor de eerste keer cocaïne in 1974, zegt hij, tijdens de opnamen van het album Caribou. “Ik wandelde een van de ruimtes achter de studio binnen, en daar zaten mijn manager en een paar andere mensen met een streepje wit poeder voor zich. Ik vroeg: ‘Wat is dat in godsnaam?’ ‘Cocaïne’, zeiden ze, en ik dacht: ‘Mmm, mag ik ook eens proberen?’” Hij schudt het hoofd. “Luister, ik was zo naïef dat ik zelfs niet wist dat mijn bandleden joints rookten, en dat waren de grootste potrokers ter wereld. En ik dacht: nu hoor ik erbij.”

Hij had toen zeven platen opgenomen in vijf jaar tijd. Op de eerste na hadden ze hem goud of platina opgeleverd. Reg Dwight, de barpianist en studiomuzikant, werd Elton John, superster. Maar hij wankelde onder de druk van de beroemdheid. Het probleem, zegt hij nu, was dat hij er geen flauw benul van had wie hij eigenlijk was wanneer hij uit zijn alsmaar grilliger kostuum stapte - de Captain Fantastic-pakken, de Eiffeltoren-hoeden, de verenboa’s. “Ik wist alleen hoe ik ‘Elton’ moest zijn. Ik wist niet hoe ik me moest gedragen buiten het podium. Ik vond geen evenwicht.” En dat lijkt een understatement. Zijn consumptie van drugs en alcohol nam al snel gargantueske proporties aan. Er is een periode in zijn leven - een redelijk lange periode - die hij zich nu enkel herinnert als “een complete en totale waas.”

“De zelfhaat die ik had…” Hij zucht. “Door dat huis dwalen, drie of vier dagen geen bad nemen, laat opblijven en de hele tijd porno kijken, een fles whisky per dag drinken… En ik was ook nog eens boulimisch. Ik at soms drie dagen niet, schrokte dan zes broodjes ham op en een halve liter ijs, en ging dan overgeven. Daarna douchen, en vervolgens de hele procedure van voren af aan. Ik had totaal geen zelfrespect. Het was verschrikkelijk. Als je terugblikt, denk je: hoe heb ik dat ooit kunnen doen? Maar ik deed het wel degelijk.”

Er waren momenten, zegt hij, dat hij er van overtuigd was dat hij ging sterven. “Ik ben ooit ingestort in mijn slaapkamer. Gelukkig hebben ze me gevonden, want ik was helemaal blauw. Ze legden me op het bed, brachten me er weer bovenop en vertrokken. Dertig minuten later was ik alweer aan het snuiven. Kun je dat geloven?”

Vrienden die wilden ingrijpen, meed hij. Zijn moeder, Sheila, verliet het land en ging in Spanje wonen. “Dat spreekt boekdelen”, zegt Elton John met een zucht. Wat hem in leven heeft gehouden, denkt hij nu, was zijn strenge arbeidsethos. “De meeste mensen die drugs nemen, stoppen met optreden en verdwijnen voor een jaar of drie. Ik had nog altijd de liefde voor muziek, ik wilde nog altijd optreden. Was dat niet het geval geweest, dan was ik waarschijnlijk thuis gebleven met een berg coke en had ik een hartaanval gekregen.” Toen hij uiteindelijk nuchter was in 1990 stelde hij tot zijn verbijstering vast dat hij niets alleen kon. Terwijl zijn huis in Windsor heringericht werd, huurde hij een huis in Holland Park in Londen. Hij haalde een hond uit het asiel, stond elke ochtend om zes uur op om hem uit te laten alvorens naar de bijeenkomst van de AA te gaan om halfacht. Het was de eerste keer in zijn leven, zegt hij, dat hij zich echt onafhankelijk voelde.

“Ik had altijd samengeleefd met mensen - mijn familie, mensen die bij me woonden - omdat ik niet graag alleen was. En plotseling had ik geen nood meer aan mensen om me heen.” Als hij in zijn huis in Atlanta verblijft, gaat hij zelf winkelen; het is ook de enige plek waar hij zelf met de auto rijdt. “Omdat iedereen het gewoon is me te zien en niemand er echt om geeft. Het is mijn eigen stukje vrijheid om zo normaal te zijn als enigszins mogelijk is.” Hij is een hygiënefreak, zegt hij zelf, heel bedreven in het schrobben van de vloer en het reinigen van de gootsteen. “Handig met de vaatwasser en de wasmachine…” Een pauze. “Maar ik haat strijken.”

Aids Foundation

Elton John zegt dat een van de belangrijkste keerpunten voor zijn herstel zijn ontmoeting was met Ryan White, een hemofiliepatiënt die eind jaren tachtig beroemd werd in Amerika nadat hij op dertienjarige leeftijd besmet was geraakt met hiv na een bloedtransfusie. De familie van Ryan werd geconfronteerd met een lange juridische strijd tegen leerkrachten en ouders die wilden dat hij de school zou verlaten. Ryan stierf in 1990 op achttienjarige leeftijd, maar zou uitgroeien tot een symbool voor aidsvoorlichting en -onderzoek. Elton John werd een hechte vriend en steunverlaat van Ryan en zijn familie. Hij bracht de laatste week van Ryans leven samen met het gezin door, “om koffie te zetten en telefoontjes te beantwoorden”, en was een van de dragers van de kist op de begrafenis.

“Die mensen toonden me hoe je zo’n tragedie kunt aanpakken met waardigheid, nederigheid en mentale generositeit. En ik maar klagen over het behang in de hotelsuite. Wat? Wat ben jij voor een vreselijke zak. Het zette me aan het denken: hier moet dringend iets veranderen, vriend.” De dood van Ryan White vormde de katalysator voor de Elton John Aids Foundation, die meer dan 150 miljoen pond inzamelde sinds ze in 1992 werd opgericht, en voor de alsmaar actievere rol die Elton John ging spelen als opiniemaker omtrent homoseksuele kwesties. Eerder dit jaar veroorzaakte Elton John ophef in de homogemeenschap toen hij - naar wordt gezegd voor 1 miljoen dollar - optrad op de bruiloft van de rechtse Amerikaanse commentator en radiotalkshowhost Rush Limbaugh, een man die ervan wordt beschuldigd homofoob te zijn, die aids ooit omschreef als een “gehypete” ziekte en die beweerde dat “er nooit een bewijs is geweest” dat het overgedragen kan worden via heteroseksuele contacten. “Toen hij me vroeg om op zijn huwelijk te spelen, zei mijn agent: ‘Uiteraard ga je dat niet doen’”, zegt Elton John. “Maar ik zei: ‘Laat me daar eerst eens over nadenken.’” Limbaugh, zegt hij, is tegen het homohuwelijk. “Maar president Obama is dat ook.” Het tij kan keren, zegt hij. In 2001 werd hij geconfronteerd met soortgelijke kritiek toen hij samen met Eminem op het podium stond tijdens de uitreiking van de Grammy’s, en daardoor de controverse negeerde omtrent de vermeende homofobe teksten van de rapper. Eminem is nu voorstander van het homohuwelijk. “Hij gaf David en mij twee diamanten penisringen voor ons huwelijk.”

Trouwen

Elton leerde zijn vriend David Furnish in 1993 kennen. Hij was pas terug uit Amerika en wilde heel hard breken met zijn AA-entourage. Hij belde een vriend en vroeg of hij niet kon komen eten met een paar vrienden. “Ik wilde gewoon wat nieuwe mensen leren kennen”, zegt Elton John. “Ik was niet op zoek naar een relatie, maar op het moment dat David door de deur kwam gestapt, vond ik hem heel, heel aardig.” Furnish, die een succesvolle carrière opbouwde in de reclamewereld, was een man met een onafhankelijke geest en een onafhankelijk inkomen - iets nieuws in het leven van Elton John. “Daarvoor gijzelde ik mensen”, zegt Elton John. “Ik haalde iemand weg van zijn job, nam hem mee rond de wereld, en na zes maanden kon hij me niet meer uitstaan. Het duurde zes maanden voor David bij me introk. Hij was nog niet uit de kast gekomen tegenover zijn ouders. Ik ging terug naar Atlanta, hij ging terug naar Toronto om zijn ouders te zeggen dat hij homo was en dat hij voortaan bij mij woonde.” Ze trouwden in 2005 in het stadhuis van Windsor, op de eerste dag dat homohuwelijken gesloten konden worden in Engeland. “Furnish”, zegt Elton John, “is heel belangrijk voor alles wat ik doe”, zowel op persoonlijk als op professioneel vlak. Hij is de executive producer van Billy Elliot, de musical die Elton John componeerde, en houdt toezicht op elke productie. “David heeft me in evenwicht gebracht”, zegt Elton John. “Hij was bereid de confrontatie met me aan te gaan als ik me misdroeg of als ik me slecht voelde over mezelf.” Furnish had vooral ook een opmerkelijk effect op het temperament van Elton John. Ooit was hij berucht om zijn humeurigheid en zijn woede-uitbarstingen. (Dusty Springfield, zelf een verdienstelijk servieswerpster, adviseerde hem ooit: ‘Gooi altijd met iets goedkoops.’)

Extravagantie

Wat hij nog niet onder controle heeft, geeft hij toe, is zijn extravagantie. Zijn grootste liefhebberijen tegenwoordig zijn porselein, kunst en fotografie. Hij begon twintig jaar geleden foto’s te verzamelen. In 1992 betaalde hij 120.000 pond voor een gelatine-zilveren print van ‘Tears’, een foto van Man Ray - de hoogste prijs ooit op een veiling betaald voor een foto. “Ik dacht dat ik mijn verstand verloren had”, zegt hij. Er gaat tegenwoordig geen week voorbij dat hij geen foto koopt, zegt hij. Hij heeft waarschijnlijk de grootste privécollectie ter wereld. De meeste foto’s bevinden zich in zijn huis in Atlanta, waar hij een fulltime curator tewerkstelt. “De mensen vragen me: ‘Wat doe je vanavond, ga je op stap?’ Nee, ik zit liever thuis te kijken naar mijn fotografieboeken en mijn porseleincatalogus.” Hij vertrouwt zichzelf niet meer op veilingen, zegt hij. “Ik zou constant mijn hand de hoogte in steken. Ik heb iemand die dat voor me doet, en ik zeg hem: ‘Niet boven dat bedrag.’”

Zijn moderne kunst is gehuisvest in een voormalige parkeergarage achter zijn huis, die is omgevormd tot een museumruimte. Hij gaat voor via de keuken - een troep spaniëls volgt ons op de hielen - en de binnenplaats. Hij stapt met een schommelend scheepspasje, de kont naar achteren. Aan de deur tikt een medewerker een veiligheidscode in. Het is alsof je een aanhangsel van Tate Modern binnenstapt. Er is werk van Damien Hirst, de gebroeders Chapman, Gilbert and George, Antony Gormley, Louise Bourgeois, een enorm wandtapijt dat Elton John van de Amerikaanse kunstenaar Chuck Close kreeg voor zijn zestigste verjaardag. Elk werk draagt een plakkaatje met de titel, de kunstenaar en het materiaal. Door het raam zie je, geparkeerd op het gemanicuurde gazon, een tram uit Melbourne staan die Elton John overhield aan een tour in Australië in de jaren tachtig. “Een van mijn drugsmomenten”, zegt hij. “Tienduizend om hem te kopen. Een miljoen om hem te verschepen.” Hij gidst ons terug naar de keuken, gaat aan de tafel zitten, en biedt ons thee en koekjes aan. “Ik heb leuke sopkoekjes. Speciaal over laten komen uit Frankrijk.” Het huis, zegt hij, “werkt alleen als het gedeeld wordt. Ik hou ervan dingen te delen.” En hij is een genereuze gastheer. Elizabeth Hurley verbleef hier twee maanden toen ze haar zoon Damian baarde, “om te ontsnappen aan de publiciteit”. En Lady Gaga verbleef er onlangs een paar dagen na Elton Johns jaarlijkse White Tie and Tiara Ball. “Het was schitterend.” Hij houdt ervan contact te houden. Hij is zo’n beetje de oudere staatsman geworden voor jonge artiesten, een vertrouwensman en moederkloek voor mensen in nood, even vastberaden om anderen erbovenop te helpen - onder wie Eminem en Robbie Williams - als hij was om zijn leven in handen te nemen. In de week dat ik hem interviewde, gaf ex-voetballer Paul Gascoigne een interview aan het magazine OK!, waarin hij vertelde dat Elton John en Furnish hem uitgenodigd hadden bij hen thuis om hem te helpen met zijn strijd tegen het alcoholisme. Elton John, zo blijkt, kent ‘Gazza’ al sinds hij een jeugdspeler was bij Newcastle United en tegen Watford speelde in een finale van de FA Cup Youth. “Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in mensen met zo’n bijzonder talent. Er is zo’n dunne lijn tussen zelfbehoud en zelfvernietiging.”

Michael Jackson

Michael Jackson is nog zo iemand. Elton John leerde Jackson kennen toen hij dertien was. “Hij kwam naar mijn optredens met Elizabeth Taylor.” In 1993 gelastte Jackson een tournee in het Verre Oosten af om zich in Londen te laten behandelen voor zijn verslaving aan de pijnstiller Demerol. Elton John kende Furnish nog maar net. “David kwam op bezoek om kennis te maken met mijn moeder, hij was doodsbenauwd”, zegt Elton John. “Hij kwam om 10 uur ’s ochtends aan en er stond een bericht op mijn antwoordapparaat van mijn raadsman destijds: ‘O, trouwens, ik breng Michael Jackson mee voor de lunch.’ En David maar zeggen: ‘Ik ga echt niet kennismaken met je moeder en f***ing Michael Jackson op dezelfde dag.’” Jackson was volgens Elton John “charmant, lief, aardig - maar beschadigd. Hij kwam binnen, we deden de gordijnen dicht en lunchten. Hij zei dat het de eerste keer was in tien jaar dat hij nog eens samen met mensen had gegeten. Hij at altijd alleen.” Beroemdheid, zegt Elton John, infantiliseert mensen. “Je wordt nooit groot. Maar godzijdank, bij mij is dat wel gebeurd.” Er was een tijd, zegt hij, dat de mensen hem beoordeelden op zijn plaats in de hitparade. “Maar ik ben intelligent genoeg om daar bovenuit te stijgen. Ik weet nog dat ik met Michael praatte ten tijde van Thriller, en dat ik zei: ‘Hoe ga je ooit beter doen?’ Hij zei: ‘Ach, de volgende zal twee keer zo goed zijn.’ Ik dacht: Michael, dat gaat niet gebeuren. Je legt jezelf zo veel druk op. Voor mij is het heel duidelijk. Ik moet niet scoren in de hitparade. Ik kan mezelf zijn als muzikant, als songschrijver, en ik kan spelen met de muzikanten die ik uitkies. Ik voel me goed in mijn vel als artiest. Misschien wel voor de eerste keer in mijn leven. Vreemd, nietwaar?”

“Mijn leven is een fantastische ervaring nu ik ouder word”, zegt hij. “De demonen die in mij huisden, de schrik van de confrontatie, de verlegenheid, de zelfhaat… het is allemaal zoveel beter geworden. Ik ben echt wel tevreden met mezelf.”

Elton John en zijn

levenspartner David Furnish tijdens de

exorbitante viering van zijn 50ste verjaardag.

In de jaren zeventig brak de excentrieke Engelsman door in de VS, hier tijdens een concert aan de Arizona State Universiteit. In die jaren ontmoette hij voor het eerst Leon Russell.

Sir Elton John, Dame Shirley Bassey en de behoorlijk opgetutte Sting treden samen op tijdens een benefiet voor het Rainforest Fund in Carnegie Hall in mei van dit jaar.

Elton John samen met zijn idool door de jaren heen, de Amerikaanse singer-songwriter en pianist Leon Russell, tijdens een recent concert in Londen. Met Russell maakte hij zijn 30ste cd.

Van boven naar onder: op stap met Cher, borst aan borst met Madonna, zij aan zij met John Lennon, in het -

vrouwelijk - huwelijksbootje met Renate Blauel in 1984.

Elton John ontmoette Leon Russell in de jaren zeventig, pas 38 jaar later namen ze opnieuw contact op, met als resultaat de cd ‘The union’.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234