Dinsdag 22/10/2019

Economie Kentucky Fried Chicken

Elsene wil de emmers gefrituurde kip van KFC van haar grondgebied weren. Maar dat wordt niet simpel

Kentucky Fried Chicken opent in station Brussel-Noord zijn eerste Belgische vestiging. In Elsene poogt het gemeentebestuur een ander KFC-filiaal te weren. Beeld Tim Dirven

Kan een gemeente het zoveelste fastfoodrestaurant op haar grondgebied weigeren als dat tegen haar eigen gezondheidsbeleid is? De Brusselse gemeente Elsene denkt van wel. Maar zo eenvoudig is het wellicht niet.

“Er zijn er al meer dan genoeg.” Dat is in een notendop de redenering van het nieuwe groen-rode gemeentebestuur van de Brusselse gemeente Elsene om een restaurant van Kentucky Fried Chicken (KFC) te weren uit haar gemeente. De fastfoodgigant wou een pand op de Elsensesteenweg, waar voordien een bankfiliaal zat, omvormen tot een restaurant. Maar de gemeente Elsene weigert een vergunning af te leveren. 

“Het gaat hier om een bestemmingswijziging van het pand naar horeca. Dat kan niet, omdat we in die omgeving een restaurantstop willen”, legt schepen van Stedenbouw Yves Rouyet (Ecolo) uit. “Er zijn er nu al zestien op nog geen honderd meter. We proberen een goeie mix van handelszaken te behouden.”

Want nog meer fastfood in Elsene is niet wenselijk, meent de schepen, die erop wijst dat er in dezelfde straat al een Quick, een McDonald’s, een Burger King en een Hector Chicken is. Het groen-rode gemeentebestuur wil naar eigen zeggen vooral vermijden dat de Naamsepoort een malbouffe-corner wordt, een junkfoodwijk dus. Rouyet: “We vinden als gemeentebestuur de strijd tegen obesitas en ongezonde voeding een prioriteit.”

Lees ook: Waarom het een gezonde beslissing is om KFC te weren

KFC zelf heeft ondertussen beroep aangetekend bij het Brussels Gewest. In Elsene gaan ze er alvast van uit dat het Gewest de gemeente gelijk zal geven.

Vrije markt

Mogen gemeenten om ethische redenen een handelszaak weigeren op hun grondgebied? Bij Unizo twijfelen ze daar sterk aan. Volgens hen zal het Gewest niets anders kunnen dan de vergunning toch toestaan, omdat Elsene te weinig juridische basis heeft voor zijn argumenten. 

 “Zowat alle Brusselse gemeenten zijn op zoek naar manieren om de commerciële mix in hun handelscentra te bewaken en proberen daarbij bepaalde handelszaken aan te trekken en andere te weren”, stelt Anton Van Assche van Unizo Brussel aan Bruzz. “Alleen hebben ze daar te weinig juridische middelen voor. Er is nu eenmaal de vrije markt en de vrijheid van ondernemen. En die kan je niet zomaar naast je neerleggen omdat het je niet goed uitkomt.”

Een gelijkaardig verhaal weerklinkt aan Vlaamse kant. “Ook bij ons worstelen heel wat gemeenten met die balans”, weet Nathalie Debast, woordvoerder van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG). “Zomaar een handelszaak weigeren omdat je vindt dat er al te veel zijn of omdat die zaak niet strookt met het gezondheidsbeleid dat je wilt voeren, kan niet. Om in te grijpen moet je een zeer sterk dossier hebben.”

Je kan als gemeente horecazaken weigeren, maar enkel met een duidelijk ruimtelijk uitvoeringsplan of stedenbouwkundige verordeningen. Debast: “Het komt er dus op neer dat je een duidelijk beleid moet hebben, dus vóór er een aanvraag komt van een bepaalde handelszaak. We zien dan ook dat heel wat van onze gemeenten hun huiswerk aan het maken zijn.”

Wettelijk kader

In Brugge weten ze er alles van. In 2014 wou McDonald’s een nieuwe vestiging openen in de Steenstraat, in een historisch gebouw uit 1527. Brugge weigerde de vergunning, omdat het liever geen horeca zag in haar belangrijkste winkelstraat. De provincie verleende uiteindelijk wél een vergunning. Brugge ging in beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Die sprak zich niet uit over de wenselijkheid van de fastfoodzaak op die plek, maar oordeelde dat de vergunning die door de provincie was afgeleverd wel degelijk wettig was. De McDonald’s kwam er en is er nog steeds. Nadien stelde de stad wel een verordening op, waarbij ze functies toekende aan straten in de binnenstad.

In Ronse hebben ze zo’n systeem van verordeningen al bijna 15 jaar. Daar wordt de hele binnenstad opgedeeld in A-, B- of C-zones. In de A-zone zijn enkel commerciële zaken toegelaten, in B mogen ook diensten zoals interimkantoren of banken, in de C-zones mag alles. Ronse wordt vaak naar voren geschoven als good practice als het aankomt op ruimtelijke planning. Maar of de stad met al haar instrumenten zou kunnen optreden tegen een te veel aan fastfoodketens in een zone, is volgens schepen van Ruimtelijke Ordening Jan Foulon (CD&V) helemaal niet zeker. 

“We zitten gelukkig niet in het geval”, zegt Foulon, “maar ik vrees dat ook wij niet veel zouden kunnen doen. Daarvoor is een wettelijk kader nodig, zoals er al een is voor de nachtwinkels bijvoorbeeld. Die moeten ook op een bepaalde afstand van elkaar gevestigd zijn. Volgens mij is dat het enige wat kan helpen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234