Maandag 23/09/2019

Ellen Deckwitz

We waadden door het donker,
hij trok me naar zich toe en

[Hier moest het middenstuk komen
maar ik ben het kwijt. Dat soort dingen
gebeuren.]

ik zag hem met een jonger mensje in de beek staan -
ze keken om naar mij. Gelukkig was ik goed
met beken. Ik dook onder. Geen rimpel,

gedempt hoorde ik zijn stem.
Koele streken

langs mijn flanken. Dat ze om me lachten
en slokken namen tot ik niet meer kon. Ik deed het
in hun beek, warmte omringde mijn dijen.

---

het achtste gedicht gaat over

mannen die wijfjes
steeds dieper de nacht in schroeven

de handdoeken insmeren
met vet van een koe, terwijl wij
ons niet laten doen. Wij ponsen girafjes

uit karton met lange halzen
trekken metalen platen diep

tot een blikje of huls voor een patroon _

Maud Vanhauwaert

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234