Zondag 15/09/2019

Reportage Roberto Saviano

‘Elke uitheemse misdaadgroep in Italië staat onder het bevel van onze eigen maffia’

Roberto Saviano, de schepper van Gomorra – het boek, de film en de tv-serie – zit diep in de shit die hij doorgaans zelf zo treffend beschrijft. Na de Napolitaanse maffia wil nu ook de extreemrechtse Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini zijn vel. Wij waren erbij toen hij in een Zuid-Italiaans dorp opdook om zijn nieuwe boek over migratie te promoten. ‘Wie zijn wij om anderen het recht te ontzeggen hier hun geluk te beproeven?’

Om klokslag halfnegen rijden twee geblindeerde auto’s de straat in die het plein aan de rechterkant flankeert. Het zijn twee identieke, donkergrijze VW Passats van het type Avant 2.0 TDI. Lichtmetalen velgen, ogenschijnlijk gloednieuw, in elk geval on-Italiaans proper geboend. Achter de fontein houden ze halt. De chauffeurs en hun bijzitters stappen uit en posteren zich bij de achterdeuren, elk aan een kant. Vervolgens gebeurt er een kwartier niets. Behalve dat er voortdurend mensen heen en weer lopen tussen de auto’s en het podium – oortje in, microfoontje voor de mond – en dat de lokale politie een corridor vrijmaakt tussen de auto’s en de zijkant van het podium.

Om kwart voor negen stapt Roberto Saviano uit de achterste auto. Zijn kalende, krachtig gebeitelde kruin herken je van ver. Van dichterbij oogt hij verfomfaaid, bleek en vermoeid. Tien jaar onderduiken voor de maffia laat zichtbaar sporen na.

We bevinden ons in Corsano, een slaperig dorp in de Basso Salento, het uiterste zuiden van Apulië. Tien kilometer verder, bij Santa Maria di Leuca, ligt de kaap tussen de Ionische en de Adriatische zee. Daar eindigt Italië. Bij helder weer kun je in de verte het kustgebergte van Albanië zien liggen.

De maffia is overal, maar niet hier, vandaag. Of toch niet in zo’n dwingende mate dat ze de lokale bevolking ervan heeft kunnen weerhouden massaal op te dagen voor deze bella serata con Roberto il coraggioso: de man die de moed heeft die veel Italianen niet meer hebben, of nooit gehad hebben. De moed om op te staan tegen de maffia én tegen extreemrechts, de moed om te polemiseren tegen de regering en the powers that be.

De Piazza San Biagio, het centrale plein van Corsano, zit en staat tjokvol. Voltallige gezinnen in hun zondagse kleren, opvallend veel jongeren. Tweeduizend man is een zeer voorzichtige schatting. Geen geringe prestatie op een uur waarop de meeste Italianen aan tafel schuiven voor de heilige familiemaaltijd.

Ofschoon de georganiseerde misdaad steeds nadrukkelijker aanwezig is in het gebied rond Bari, Brindisi en Foggia, is Apulië één van de zeldzame Italiaanse regio’s die niet volledig door de maffia wordt gecontroleerd. De lokale Sacra Corona Unita – afgekort: SCU, spreek uit als ‘skoe’ – is de kleinste en minst bekende van de Italiaanse misdaadconcerns en van oudsher een onderaannemer van de camorra uit Napels. In het tweede hoofdstuk van Gomorra, het boek uit 2006 dat Saviano in één klap tot wereldvedette annex opgejaagd wild maakte, is sprake van naaiateliers waar in opdracht van de camorra peperdure haute couture van de grote Italiaanse modemerken werd nagemaakt, met medeweten van die modemerken. Die bevonden zich in Tricase, minder dan tien kilometer hiervandaan. Maar vanavond zal Saviano het slechts zijdelings over de maffia hebben, want zijn nieuwe boek gaat over een kwestie die Italië op dit moment veel meer in de ban houdt en verdeelt dan de strapatsen van de maffia: migratie. In mare non esistono taxi heet het: in zee zijn er geen taxi’s. Het is net uit en het staat al bovenaan in de bestsellerslijsten.

Sinds ruim een jaar heeft Roberto Saviano er naast de maffia ook een persoonlijke vijand bij: vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini, de leider van de extreemrechtse Lega – voorheen Lega Nord, de partij die het rijke noorden van Italië wilde losmaken van het arme zuiden – en de architect van een keihard en in veler ogen meedogenloos migratiebeleid. Het meest controversiële onderdeel daarvan is dat schepen van hulporganisaties die overstekende migranten uit de Middellandse Zee plukken, niet langer mogen aanmeren in Italiaanse havens. Veel Italianen staan pal achter het beleid van Salvini, anderen walgen van zoveel cynisme en onmenselijkheid. En van dat laatste deel is Roberto Saviano de meest virulente en verbolgen woordvoerder. In een tweet noemde hij Salvini vorig jaar al ‘ministro della Mala Vita’, de minister van de onderwereld. Daarbij verwees hij naar contacten tussen de Lega en de ’ndrangheta, de machtigste aller Italiaanse maffiaclans, die Salvini aan een onverwachte verkiezingsoverwinning in het ’ndrangheta-bolwerk Calabrië zou hebben geholpen. Salvini reageerde door Saviano een proces aan te smeren wegens smaad én door ermee te dreigen zijn levensverzekering van overheidswege stop te zetten, de gewapende escorte die Saviano al elf jaar beschermt tegen de maffia.

Ruim een uur lang fileert Saviano het migratiebeleid van Salvini. Hij noemt hem een leugenaar en een harteloze haatzaaier die met geen enkele van zijn maatregelen ook maar iets bereikt, behalve gemakkelijk politiek succes voor zichzelf en meer mensen dan ooit die reddeloos verdrinken in zee. Gemiddeld meer dan acht per dag, vrouwen en kinderen eerst. En wanneer Saviano de verzamelde Zuid-Italianen begint aan te spreken op hun zuiderse trots, wordt het helemaal stil op het plein. Saviano confronteert zijn toehoorders met het feit dat Salvini ook hier 30 procent van de stemmen heeft geraapt bij de Europese verkiezingen van einde mei. “Zijn wij, gente del Sud, soms vergeten dat de Lega niet eens zo lang geleden nog Lega Nord heette en van ons af wou?” (applaus) Zijn wij vergeten dat de Lega Nord niet eens zo lang geleden leerkrachten uit het zuiden wilde verbieden nog langer les te geven in scholen in het noorden?” (luid applaus) Legioenen Zuid-Italianen verdienen de kost in het noorden. “Zijn wij vergeten dat wij zélf het migratiegebied bij uitstek zijn? Miljoenen mensen zijn hier weggetrokken om elders hun geluk te beproeven. Nog elk jaar verlaten honderdduizenden Italiaanse jongeren hun geboortegrond – niet alleen in het zuiden, trouwens, maar in het hele land. Wie zijn wij eigenlijk om anderen dat recht te ontzeggen?” (applaus)

Stervende cultuur

Saviano besluit zijn exposé met de bewering dat Italië in wezen geen migratieprobleem heeft. “Wij hebben het laagste geboortecijfer ter wereld, alleen in Japan worden nog minder kinderen geboren. Liefst 91,3 procent van de inwoners van Italië zijn rasechte Italianen. Worden wij onder de voet gelopen in ons eigen land? Beleven wij op dit moment een invasie van vluchtelingen, migranten en gelukzoekers, die onze beschaving en onze cultuur, onze waarden en normen bedreigen in hun voortbestaan, zoals Salvini beweert? Nee, falso! De dorpen en steden van het zuiden lopen leeg, dát is de werkelijkheid. Dát doet de lokale economie stilvallen, dát is de grootste bedreiging voor onze prachtige cultuur: dat ze potverdorie uitsterft. En brengen die vermeende horden migranten ziekte en misdaad met zich mee, zoals Salvini en de zijnen beweren?” Saviano laat een korte stilte vallen en barst dan als een volleerd acteur in lachen uit. “Mi scusa, maar daar kun je toch alleen maar heel hard om lachen? Als wij Italianen om één ding bekendstaan in de wereld, als wij in één vak uitblinken en erkend worden als de allerbesten, of liever: de allerergsten, dan is het wel in de misdaad. In de illegale wereldeconomie van vandaag deelt de Italiaanse maffia mee de lakens uit. Wel, ik zeg u: elke uitheemse misdaadgroep die in Italië actief is – of ze nu van Nigeriaanse, Albanese of Chinese origine is – staat onder het bevel van één van onze eigen misdaadsyndicaten. Daar hoeft u geen seconde aan te twijfelen.” (applaus)

Ondanks de uitgesproken politieke boodschap die hij brengt, een boodschap die bovendien frontaal tegen het dominante, rechtse antimigratiediscours ingaat, en ondanks het feit dat hij er niet voor terugdeinst de Zuid-Italianen te confronteren met hun zwakheden, zijn er nauwelijks mensen die hoofdschuddend weglopen. Integendeel, tijdens zijn pleidooi groeit het publiek nog gestaag aan. Drieduizend man is een zeer voorzichtige schatting.

Na een laatste sneer naar Salvini (“Hij beweert dat ik mijn kost verdien met het verkopen van oppositietaal, dat ik één van die antimaffiaprofessionals ben die blij mogen zijn dat de maffia bestaat, maar in tegenstelling tot Salvini heb ik altijd hard gewerkt voor mijn geld en ben ik niet iemand die prietpraat verkoopt onder de bescherming van een vetbetaald politiek mandaat”) neemt Roberto Saviano een stormachtig slotapplaus in ontvangst, en een geschenk van de organisatoren: zes handgemaakte servetten met zijn initialen erop geborduurd.

Moordende kinderen

Vervolgens begint Roberto Saviano aan een marathonsigneersessie. In de staart van de wachtrij is het ruim anderhalf uur aanschuiven voor een handtekening met bijbehorende foto. Wie aan de beurt is, moet zijn boek afgeven aan de ene medewerker, zijn smartphone of fototoestel aan de andere (‘Non si preoccupa, signore, signora, wij maken de foto voor u’), en zijn tas achterlaten bij de security. Zes veiligheidsmensen screenen al wie naderbij komt van kop tot teen, zij het met de glimlach. Ook Saviano zelf blijft bijna twee uur lang ononderbroken lachen naar honderden camera’s, alsof hij die gelaatsuitdrukking heeft aangezet in zijn ‘instellingen’.

“Die uitgave heb ik nog nooit gezien”, zegt hij, wanneer ik hem behalve In mare non esistono taxi ook Wrede kus aanreik om te signeren. “Het is de Nederlandse vertaling van Bacio Feroce, zeg ik. “Net verschenen. Mi ha piacuto molto.”

Wrede kus is na De kinderen in de sleepnetten het tweede deel van Saviano’s cyclus over de jongerenbendes van Napels. De kern van het verhaal is uit het ware leven en de recente geschiedenis van Napels gegrepen: de oude bazen van de camorra zitten in de cel of zijn anderszins op hun retour, en jongens van 14, 15, 16 jaar knappen ondertussen hun vuile zaakjes op in de straten en op de pleinen van de stad. Van drugshandel over afpersing tot strafexpedities en executies. Al doende leren ze en koesteren ze hogere ambities. Naar het voorbeeld van hun illustere voorvaderen beginnen ze clanoorlogje te spelen, eerst onder elkaar, daarna ook tegen de gevestigde camorra-bazen. Opgroeien voor galg en rad, in de Napolitaanse versie: letterlijk van kindsbeen af blijken de straatschoffies van Forcella, een volledig door de maffia gecontroleerde wijk in het centro storico, doordrongen van een niet te stillen honger naar geld, status en macht, en begiftigd met een onthutsende moordlust.

Wrede kus is vintage Saviano. Van de smerige werkelijkheid van alledag maakt hij indringende en bijwijlen huiveringwekkende literatuur. Dat doet hij in feite al sinds Gomorra, maar het is duidelijk dat hij een nog betere schrijver is geworden na de gelijknamige tv-serie, waarbij hij betrokken was als bedenker en scenarist. Met andere woorden: sinds hij de vrijheid neemt om waargebeurde feiten te laten plegen door fictieve personages. De feiten komen uit politieondervragingen, getuigenverhoren voor rechtbanken en telefoontaps. De personages boetseert hij uit eigen herinneringen – Saviano groeide op in een maffiawijk in Napels, als jonge journalist volgde hij het doen en laten van zijn maffiose generatiegenoten op de voet – en uit volgehouden studie van de economie, de sociologie en de psychologie van de georganiseerde misdaad.

Matteo Salvini. ‘Brengen die vermeende horden migranten ziektes en misdaad met zich mee, zoals minister Salvini en de zijnen beweren? Daar kun je toch alleen maar hard om lachen?’

“Ik beschrijf de ongelooflijke wreedheid waartoe heel gewone mensen in staat zijn”, zei hij bij het verschijnen van De kinderen in de sleepnetten. “Veertienjarige kinderen die, nadat ze schietoefeningen hebben gehouden op toevallig passerende immigranten, spaghetti gaan eten bij hun mama. Ik wil dat mijn lezers zich afvragen of ze zelf wel zo wezenlijk anders zijn dan mijn personages. En zo ja: in welke mate en waarom? Daarom zijn mijn romans ook doelbewust antidramatisch, veeleer een opeenvolging van losse taferelen dan een samenhangend verhaal met een schokkende ontknoping. Je kunt het wezen van de georganiseerde misdaad niet vatten in een heldenepos. De operaties, de moorden en de hinderlagen van de maffia gebeuren doorgaans snel en onverwacht, het zijn vaak opwellingen, op het belachelijke af ondoordacht. Maar de wreedheid is wel essentieel. De verhalen van onvoorstelbaar en onvoorspelbaar geweld, dát zijn de verhalen die worden voortverteld, in de buurt, in de stad, in het land. De afschrikking, de pure terreur die daarvan uitgaat: daar is de macht van de misdaad op gebaseerd.”

De dubbelzinnigheid van Saviano is dat hij zelf de meesterverteller van die verhalen is. Ook zijn eigen status, marktwaarde en invloed is er volgens zijn critici op gebaseerd. In zijn Napels-romans zitten de protagonisten soms Breaking Bad te bingewatchen. In werkelijkheid is de jeugd, en vooral het straattuig, van Napels verzot op de tv-versie van Gomorra. Iedereen wil Genny Savastano of Ciro Di Marzio zijn.

De dubbelzinnigheid van Saviano is ook dat hij zich enerzijds aan een even strikt onderduikregime laat onderwerpen als een door de maffia ter dood veroordeelde pentito of magistraat, maar dat hij anderzijds om de haverklap bovengronds opduikt voor een publiek debat of een boekpresentatie, gelegenheden die nooit waterdicht kunnen worden beveiligd. Wellicht in de wetenschap dat een goed onderhouden populariteit een nog betere levensverzekering is dan een gewapende escorte. Of in de overtuiging dat hij alleen door contrair én populair te zijn politiebescherming kan blijven afdwingen. In Italië wordt hij weleens, en niet alleen door Salvini-aanhangers, ‘il divo della sinistra’ genoemd, de diva van links.

De dubbelzinnigheid van de dubbelzinnigheid is dan weer dat zonder een levende en werkende, polemiserende en irriterende Saviano een belangrijk deel van de Italiaanse werkelijkheid, en zeker van de Napolitaanse, zou worden gecatalogeerd als fictie.

Om kwart voor twaalf glijden de twee geblindeerde VW Passats de Piazza San Biagio af. Roberto Saviano verdwijnt zoals hij gekomen is. Als een vluchteling in eigen land. Als een divo in de nacht.

Roberto Saviano – Wrede kus is verschenen bij De Bezige Bij.

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234