Zaterdag 16/10/2021

'Elke tekst vraagt zijn eigen soort voorstelling'

Gerardjan Rijnders' nieuwe bestaan brengt hem vaker naar België

Antwerpen / Van onze medewerker

Peter Anthonissen

Eind vorig jaar nam Gerardjan Rijnders (52) afscheid van Toneelgroep Amsterdam, het gezelschap dat hij sinds 1987 leidde. Met Ivo van Hove, de nieuwe directeur, maakte hij wel de afspraak dat hij er voor twee regies per seizoen zou terugkeren. "Als freelancer", zegt Rijnders met klem. "Ik wou geen lid van het gezelschap meer zijn, want dan had ik toch opnieuw naar vergaderingen gemoeten. En dat had ik wel gehad. Op den duur word je cynisch, hé, ik had de motivatie niet meer om problemen aan te pakken. 'Nou, dan moet ik ermee stoppen', dacht ik. En tot hiertoe heeft dat precies gegeven wat ik ervan verwacht had: alleen maar focussen op schrijven, regisseren, andere media opzoeken zoals opera en televisie..."

Het komende jaar brengt Rijnders' nieuwe bestaan hem driemaal naar België. Bij het Brusselse Kaaitheater ensceneert hij, in coproductie met Toneelgroep Amsterdam, Mind the gap, een tekst van Stefan Hertmans, waarin drie klassieke heldinnen voorkomen, onder wie Medea. Bij het Antwerpse Muziektheater Transparant regisseert hij, in het kader van Brugge 2002, Antigone, een opera van Tommaso Traetta. Maar eerst is er Mamma Medea. "Ik zit dus volop in de klassieke materie," zegt Rijnders, "maar eigenlijk is dat puur toeval." Toen Tom Lanoye en actrice Els Dottermans hem enkele jaren geleden vroegen of hij Medea met hen wou maken, aarzelde hij zelfs eventjes. In 1989 had hij de tragedie van Euripides immers al geënsceneerd. Toen echter bleek dat Lanoye een nieuwe versie zou schrijven, zei hij meteen toe.

Tijdens het werkproces groeide Mamma Medea tot een stuk in twee delen uit. Voor het eerste deel inspireerde Lanoye zich op De tocht van de Argonauten van Apollonios van Rhodos, voor het tweede deel ging hij met Euripides aan de slag. Door hun voorgeschiedenis aan de tragedie toe te voegen, nuanceert Lanoye volgens Rijnders zowel het beeld van Medea als van haar echtgenoot Jason: "Jason komt meer aan het woord, en krijgt meer kansen om zijn gelijk te halen. Ook het beeld van Medea wordt duidelijker. Ze doodt niet alleen haar kinderen, in totaal maakt ze zes mensen af. Ze is een 'serial killer', maar krijgt ook de argumenten daartoe: eerst wil ze Jason helpen, daarna wil ze hem terugkrijgen."

Sluit dat genuanceerde beeld van Medea en Jason niet bij een evolutie in uw eigen werk als schrijver en regisseur aan? In Licht (1997) en Een soort Hades (1998) pleitte u zelf voor mededogen met de personages.

Rijnders: "Dat zou kunnen kloppen, ja. Ik vind het sowieso interessant om zoveel mogelijk mensen hun gelijk te gunnen. Laat het publiek dan maar oordelen. Ik ga er niet meer van uit dat het allemaal schurken of klootzakken zijn. Dat was heel vroeger zo, zoals in Troilus en Cressida (1981), dat was één grote kermis met alleen maar sukkels. Nu gaat het me erom de onmacht van Medea en Jason te laten zien, in plaats van hen te veroordelen. Dat hoeft voor mij niet meer."

Hebt u er al een idee van hoe het Medea-personage van Stefan Hertmans zich tot dat van Lanoye zal verhouden?

"Dat wordt totaal anders. Het is een gruwelijk woord, hoor, maar Mind the gap is meer een 'postmoderne' theatertekst, terwijl dit veel meer een well-made play is, met in de eerste helft een epos en in de tweede helft een eigentijds huwelijksdrama. Dat vraagt een heel ander soort voorstelling. Mijn vertrekpunt is toch altijd: 'Wat heeft een tekst nodig om duidelijk te worden op de scène?' En dat blijkt bij iedere schrijver anders. In 'Mamma Medea' heb ik bijvoorbeeld een pandemonium aan speelstijlen ontwikkeld."

De tegenstelling tussen een 'Vlaamse' en een 'Nederlandse' speelstijl heeft Lanoye ook in het stuk verwerkt.

"Dat is vooral een gimmick. Er wordt vaak gezegd dat Vlaamse acteurs uit hun buik spelen en Nederlandse acteurs met hun hoofd. Maar dat is een cliché, je kunt nu eenmaal niet spelen zonder hoofd en niet spelen zonder buik. Misschien is het wel zo dat Nederlandse acteurs na de Actie Tomaat een tijdlang geëmancipeerder waren dan de Vlamingen, omdat ze meer inbreng hadden in het werkproces, en dus moesten praten en denken. Intussen zijn echter ook de Vlamingen geëmancipeerd, en zie je enkel individuele verschillen."

U ensceneert wel vaker nieuwe teksten. Voelt u een speciale verantwoordelijkheid als u de eerste bent om een stuk te regisseren?

"Absoluut. Dan probeer ik het zo te ensceneren dat de bedoelingen van de auteur optimaal tot hun recht komen. Althans, dat probeer ik, het kan ook niet altijd. Als we Een soort Hades van Lars Norén integraal hadden gespeeld, had de voorstelling zes tot acht uur geduurd, en dat vond ik wat gortig. Daarom heb ik toen veel met simultaantechnieken gewerkt, zodat het publiek naar twee of drie scènes tegelijk kon kijken."

Speelt daarin mee dat u ook zelf auteur bent?

"Denk ik wel: ik zou het ook niet leuk vinden als een tekst van mij voor het eerst gedaan werd, en volkomen werd verkracht. Aan Mamma Medea zijn nog wel een aantal dingen veranderd, maar dat is altijd in overleg met Tom gebeurd."

Met de meeste acteurs in Het Toneelhuis werkt u voor het eerst. Is dat niet heel anders dan bij Toneelgroep Amsterdam, waar de acteurs na verloop van tijd wellicht aan één woord genoeg hadden om te weten wat u wou? U staat er ook voor bekend dat u tijdens de repetities niet erg spraakzaam bent?

"Dat wordt gezegd, ja. Misschien moesten de acteurs in het begin even wennen, maar dat is niet zo'n probleem gebleken: ze hebben zelf veel ruimte gekregen en ook genomen om aan het werk te gaan, zodat het van hen is geworden. Uiteindelijk ben ik dan diegene die zit te kijken en de keuzes moet maken."

In een boekje dat twee jaar geleden ter gelegenheid van Het Theaterfestival verscheen, las ik de volgende uitspraak van u: 'Tijdens het repeteren denk ik niet aan maatschappelijke of politieke statements, dan ben ik bezig met techniek, met timing, met hoe een rol gespeeld moet worden.' Uw oeuvre treft door een grote diversiteit aan vormen en inhouden, terwijl er toch altijd eenzelfde beheersing uit spreekt. Is die dan zo technisch?

"Nee, dat is niet alleen technisch, hoor. Natuurlijk denk ik er ook over na wat ik wil zeggen en wat ik wil dat het publiek zich gaat afvragen. Het is deels technisch, kwestie van timing en pauzes en blikken en effect. Maar het is ook voortdurend checken of wat ik zie klopt met wat ik wil dat het publiek ervaart. Als Medea schreeuwt en het publiek zit te denken 'Wat een irritante schreeuwlelijk!', dan hou je beter op."

U werkt nu in de Bourlaschouwburg, een gebouw waartegen Luk Perceval vorige week nog zijn aversie uitdrukte (DM, 25/8). Deelt u zijn mening?

"Nou, het is een lastig gebouw, hoor. Vooral akoestisch. Je moet eigenlijk vooraan op de scène gaan staan en brullen. Anders verdwijnt alles. Hetzelfde probleem ken ik van de Stadsschouwburg in Amsterdam, die heeft dat ook. Achteraf blijkt dat ik ook geleerd heb op die manier te ensceneren. De stijl van Andromache (1990) of De Cid (1999) werd voor een groot deel gedicteerd door de akoestische mogelijkheden van die schouwburg. Het is allemaal niet zo'n bevlogen esthetica (glimlacht), het is soms gewoon heel erg praktisch."

U bent, samen met Ivo van Hove, vind ik, een van de weinige theatermakers die er de afgelopen jaren in geslaagd is het artistiek leiderschap van een groot gezelschap te combineren met vrij continu hoogstaand regiewerk. Had u daar een toverformule voor? Van Hove wijst in dat verband op zijn capaciteit om het werk op kantoor en op de vloer van elkaar te kunnen scheiden.

"Dat moet je inderdaad kunnen. Plus: je moet kunnen delegeren. Je moet niet alle macht naar jezelf willen trekken, dat is acreatief. Bij Toneelgroep Amsterdam was er steeds een wisselwerking, iedereen moeide zich met alles: de acteurs, de dramaturgen, de ontwerpers... Uiteindelijk was ik de eindverantwoordelijke, maar daar zat ik niet mee. Alleen heb ik dat in totaal twintig jaar volgehouden, eerst bij Zuidelijk Toneel Globe, dan bij Toneelgroep Amsterdam, en dat was gewoon veel te lang."

Het Toneelhuis speelt Mamma Medea: vanaf vanavond tot en met vrijdag 14 september (behalve op maandag 10 september), telkens om 20 uur (zondag om 15 uur), in de Bourla, Komedieplaats 18, 2000 Antwerpen. Info en reservaties op tel. 03/224.88.44, www.toneelhuis.be. Mind the gap van Kaaitheater en Toneelgroep Amsterdam gaat op woensdag 7 november om 20.30 uur in première in het Kaaitheater, Brussel (tel. 02/201.59.59, www.kaaitheater.be). De Antwerpse Singel toont het komende seizoen in totaal drie voorstellingen van Gerardjan Rijnders: Mind the gap, Macbeth en Snaren (tel. 03/248.28.28, www.desingel.be).

Theater

Mijn vertrekpunt is toch altijd: 'Wat heeft een tekst nodig om duidelijk te worden op de scène?'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234