Woensdag 19/06/2019

Klimaat

Elke school haar klimaatcomité: “Er is een groot draagvlak om iets concreets te doen”

In het Sint-Franciscuscollege in Heusden-Zolder hebben leerlingen een werkgroep opgericht omdat ze een milieubewuster schoolbeleid willen. Beeld Tine Schoemaker

‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf.’ De klimaatcomités op de Vlaamse schoolbanken schieten als paddenstoelen uit de grond, om van de eigen school een beter beleid te eisen. “We gingen zogezegd feesten in Brussel, maar nu staan we hier wel met een klimaatplan.”

‘When do we want it? Now.’ Het wordt stilaan een klassiek lijntje op de klimaatmarsen: de betogende jongeren willen geen getreuzel, maar letterlijk een regering in ‘lopende’ zaken als het gaat over klimaatbeleid. Net daar valt iets interessants op te merken. Veel van de spijbelaars nemen hun ongeduld mee op de trein naar huis en slijten naast hun broek ook hun engagement op de schoolbanken. Bel een willekeurige middelbare school, en de kans is groot dat er de voorbije weken een nieuw klimaatcomité werd opgericht.

“Ergens hadden we na één keer spijbelen het gevoel: die klimaatmarsen zijn goed voor eventjes, maar we willen graag direct tot actie overgaan”, zegt Pieter Voordeckers (18) uit het Sint-Franciscuscollege in Heusden-Zolder. Samen met Jelmer Quaden (17) en Michiel Schepers (17) schoot hij al snel uit de startblokken, liep langs bij de directie, en kreeg groen licht voor een werkgroep rond milieu en klimaat. “We willen een klimaatplan, met haalbare maatregelen: onze medeleerlingen sensibiliseren door zilverpapier en plastic flesjes te weren, maar ook beter gaan besparen op lichten en verwarming.” Zo beschikken nog niet alle deuren op de school over automatische pompen, waardoor de warmte weleens durft te ontsnappen.

“Iedereen moet inspraak krijgen”, vindt het drietal. Twee weken geleden stond daarom de eerste vergadering op de agenda, met een opkomst van zo’n vijftig leerlingen en een twintigtal leerkrachten. Op een school met 1.650 leerlingen is dat niet uitzonderlijk veel, maar ook niet weinig. Zeker als je de kleine correctie hoort van pedagogisch directeur Geert Missotten: “Er was eigenlijk al een werkgroep rond milieu. Daar kwam vroeger misschien een achttal leerlingen op af.” Het toont volgens hem hoe de energie van de jeugd op straat “tot een synergie op school kan leiden”.

Brainstorm for climate

Het klimaatplan in Heusden-Zolder is maar een van de vele lokale voorbeelden van klimaatengagement die voorbij waaien. Zo waren er delegaties van Stella Matutina in Wuustwezel of de drie Zelzaatse secundaire scholen die naar het gemeentebestuur trokken om concrete voorstellen te doen. In VIIO in Tongeren werden debatgroepen over klimaat opgestart om tot een plan op individueel, school- en landelijk niveau te komen. De Freinetmiddenschool in Gent maakt volgende week twee volle ‘klimaatdagen’ vrij om de leerlingen “iets wegwijzer te maken in het klimaatdebat”.

“Je merkt nu inderdaad wel een explosie aan initiatieven”, zegt klimaatdocent en -historicus Pieter Boussemaere (Vives Hogeschool). De auteur van het hulpboek Tien klimaatacties die werken ontvangt plots veel meer aanvragen voor lezingen dan vorig jaar, maar kreeg in de zes scholen waar hij sindsdien langsging ook wel een genuanceerder beeld op de omvang van de klimaatmarsen: “In Brussel zijn het er duizenden, maar per school gaat het meestal om 10 à 20 leerlingen. Niet zo heel erg veel dus.”

“De ene keer zeven, de andere keer twaalf”, zegt Martin Debouver, opvoeder bij de Tieltse secundaire school De Bron, over de klimaatspijbelaars. Ook niet de grote getallen dus, al is het vanuit West-Vlaanderen natuurlijk moeilijker sporen naar Brussel dan vanuit Gent – de veel kleinere Freinetschool kent een veertigtal spijbelaars.

Dat enkele van de Tieltse spijbelaars sindsdien op eigen initiatief voorstellen deden via de leerlingenraad, was voor Debouver het signaal om samen met collega-opvoeder Joke Goemaere de schouders onder een breder klimaatdebat te zetten. “Als we het spijbelen toelaten, moeten we de conclusies durven doortrekken naar de school zelf”, zegt Debouver. Een uitnodiging voor een ‘brainstorm for climate’ ging mee met de klaspost, en wat bleek: 31 leerlingen daagden op, drie keer zoveel als er klimaatspijbelaars zijn in De Bron. 

“Een positieve verrassing. We hebben hen ideeën laten spuien, en daar een 35-puntenplan uit gepuurd.” Die actiepunten worden volgende week aan de directie voorgelegd, en gaan van dure klimaatinvesteringen, zoals zonnepanelen, tot kleine aanpassingen: standaard dubbelzijdig printen, een veggie-dag of de verwarming permanent twee graadjes lager zetten. “De kraantjes met drukknoppen aan de toiletten lopen nu lang. We kijken of dit korter kan ingesteld worden”, is nog zo’n simpel voorstel.

In Maricolen Maldegem, waar de laatste weken vijf à tien leerlingen spijbelden, valt de eerste vergadering van de nieuwe werkgroep rond klimaat en milieu samen met het bezoek van Greta Thunberg, maar ook daar liepen de inschrijvingen vlotjes binnen. “Dertig leerlingen, en elk jaar is vertegenwoordigd. Je merkt dus een groter draagvlak om iets concreets te doen”, zegt aardrijkskundeleerkracht Tina De Meyere, die op termijn mikt op een soort tienpuntenplan met aandacht voor energie-, water- en papierbeheer. “Als we ook de kritische leerlingen en leerkrachten willen meekrijgen, is het belangrijk dat zoiets vanuit de jongeren komt, en niet met ‘het vingertje’ gebeurt.”

‘Klimaatster’ Greta Thunberg komt deze middag mee betogen, maar in Maldegem houden ze over de middag een eigen vergadering voor het klimaat. Beeld BELGAIMAGE

Want de criticasters die via sociale media vragen stellen bij het engagement van de jongeren, zijn er natuurlijk evengoed op de schoolbanken. “We zijn dan ook een zuivere afspiegeling van de maatschappij”, ziet ook Geert Missotten dat spanningsveld. Op de Freinetschool in Gent wordt zelfs gewag gemaakt van ‘onvrede’ tussen spijbelaars en niet-spijbelaars. “Dat die maatschappelijke polarisatie doorsijpelt naar het schoolniveau, zou niet mogen, maar ik vrees dat het toch zo is”, merkt ook Tina De Meyere veel vragen over de ‘oprechtheid’ van de jongeren.

In die zin kan de wildgroei aan lokale initiatieven misschien wel gezien worden als een antwoord op die twijfels. “We gingen zogezegd naar Brussel om te feesten. Maar nu staan we hier wel met een klimaatplan”, zegt Pieter Voordeckers, die echter niet van een pure “tegenreactie” wil spreken. “We willen vooral naar onszelf kijken.”

Ook Josse Sennesael (15), die met een tiental medeleerlingen uit de Sint-Martinusscholen in Asse aan het brainstormen is en graag een “geldinzameling wil organiseren voor een nieuwe, grote fietsenstalling”, zegt dat de kritiek op bijvoorbeeld het vlieggedrag van jongeren zeker een trigger was. “Het probleem is net dat wij geen vat hebben op die goedkope vliegtuigtickets. We willen dus vooral doen wat we kúnnen doen.” 

Zo staat de verwarming in Asse vaak iets te hoog, omdat het soms verouderde toestellen zijn die lang en intensief moeten draaien om op temperatuur te komen.” Maar men vergeet die tijdig af te zetten. Dan zijn er zelfs leerkrachten die de ruiten openzetten.”

Zonnepanelen

Toch maakt Pieter Boussemaere een belangrijke kanttekening bij een van de maatregelen die steevast terugkeert in de klimaatplannen die dezer dagen bij veel directies op tafel komen: de plastic- en afvalberg verminderen. “Het gaat in dit verhaal natuurlijk niet om ‘minder plastic’ of ‘beter recycleren’. Maar wat jongeren vaak horen – ik mag het misschien niet te luid zeggen, maar dat gebeurt vaak via groene organisaties – strookt niet altijd met de kern van het klimaatprobleem.” Punt één blijft dan ook voor hem: correct informeren.

Maar is het niet mooi meegenomen dat de jongeren in hun onbezonnen klimaatplannen ook milieubewuster leven? “Net daar schuilt een zeker gevaar in”, aldus Boussemaere. “Want dan eindig je misschien met vier acties die weinig tot niets met het klimaat te maken hebben, maar krijgt iemand wel het gevoel dat een extra vliegtuigreisje weer gepermitteerd is, zo toont onderzoek. Dan is de balans zelfs negatief.” Het gevaar van de groene aflaat, zeg maar.

Net daarom probeert Boussemaere in zijn boek te focussen op concrete zaken die effect hebben (zie kader). Sommige daarvan – alle verlichting naar led – zijn snel toepasbaar, andere – zonnepanelen – niet. “Om naar de kern van het probleem te gaan, is een groot plan van aanpak nodig. Er is zeker een bredere gewaarwording bij de scholen ten opzichte van vijf jaar geleden. Toen was het soms huilen met de pet op.”

Vijf mogelijke acties voor een school

- Informeer leerlingen en leerkrachten. Probeer een overkill aan informatie te vermijden.

- Zet alle verlichting om naar led. In vergelijking met tl-buizen of spaarlampen levert dat een energiebesparing van ongeveer 60 procent op. Scholen die zelf over douches beschikken, kiezen best voor waterbesparende douchekoppen (zo’n 40 procent minder verbruik).

- Zonnepanelen op het dak van de school. Een dure ingreep, al komen naast subsidies ook burgercoöperaties in the picture: zij staan in voor investering en exploitatie, de school geniet van een voordelig tarief.

- Laat de verwarmingsketel optimaal (en opnieuw gesubsidieerd) afstellen. Daarmee kan tot 10 procent energie bespaard worden.

- Kies voor schoolreizen met de bus of de trein, niet met het vliegtuig.

Dat blijkt ook uit de cijfers van de Schoolgebouwenmonitor van het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGION). Zes jaar geleden wekte slechts 14 procent van de Vlaamse scholen zelf energie op via hernieuwbare energiebronnen, wat resulteerde in een Klimaatfonds van de Vlaamse regering met subsidies voor onder andere de afstelling van verwarmingsketels en een goedkope ‘zonnelening’. Sindsdien zijn 81 projecten en ongeveer 3 miljoen euro aan Vlaamse investeringen goedgekeurd.

“Ook voor zulke grotere projecten willen we met de werkgroep druk blijven uitoefenen, al beseffen we dat daar een kostenplaatje aan zit”, zegt Pieter Voordeckers. Voor zonnepanelen loopt een investering bijvoorbeeld al snel tegen het miljoen euro aan. “Al zit daar net iets heel moois in: jongeren zijn nog niet gehinderd door realisme of pragmatisme”, zegt Geert Missotten. 

Bovendien werpt een dialoog tussen leerling en directeur duidelijk ook pedagogische vruchten af: sinds de werkgroep er is, wordt er in het Sint-Franciscuscollege niet meer gespijbeld.

Pieter Voordeckers, Jelmer Quaden en Michiel Schepers, initiatiefnemers van een werkgroep in het Sint-Franciscuscollege in Heusden-Zolder. Beeld Tine Schoemaker
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden