Dinsdag 26/01/2021

Elke deftige dictatuur heeft haar twitterflikken

‘Alle mobiele operatoren in Egypte hebben de opdracht gekregen hun service in bepaalde gebieden op te schorten.” Wie vorige week vrijdagavond in Egypte op het world wide web probeerde te geraken, zag alleen deze boodschap van telecomoperator Vodafone op het computerscherm verschijnen. De Egyptische regering had er niets beter op gevonden na Twitter en Facebook ook de rest van het internet plat te gooien. Kwestie van de communicatie in het land zo moeilijk mogelijk te maken. En zo werd Egypte vijf dagen lang herschapen tot een eiland, zo goed als virtueel afgesloten van de buitenwereld. Du jamais vu in de geschiedenis van het net.

Internetcensuur in minder drastische gedaante is lang niet zo uitzonderlijk. De internationale mediawaakhond Reporters Zonder Grenzen rekent momenteel elf landen tot ‘de vijanden van het internet’. Niet alleen in China, Tunesië en Egypte oefent de overheid een verregaande controle uit op het net, ook in Cuba, Myanmar, Noord-Korea, Oezbekistan, Turkmenistan, Saoedi-Arabië, Syrië en Vietnam zwaait Big Brother de plak. “Je zou kunnen stellen dat elke dictator die aan de macht wil blijven dezer dagen wel over een cyberpolitie moet beschikken”, zegt Lucie Morillon van Reporters Zonder Grenzen (RZG). “Controle uitoefenen op de bevolking is veel moeilijker geworden dan in het pre-internettijdperk. Dissidenten gebruiken het net om een menigte te mobiliseren, informatie in te winnen en de waarheid te verspreiden. En laat de waarheid nu net de grootste vijand van een autocratisch regime zijn. Dus doen ze er alles aan om die vrije informatiestroom aan banden te leggen.”

WELK BLOEDBAD?

Tik in China op een zoekrobot ‘Tiananmenplein’ in en je krijgt alleen toeristische informatie. Geen woord over de gewelddadig onderdrukte volksopstand in 1989. Net als in Saoedi-Arabië een zoektocht naar ‘borstkanker’ geen enkele hit zal opleveren. Terwijl de gemiddelde Belg zo goed als dagelijks zijn Facebookstatus updatet, heeft het overgrote deel van de bevolking in Noord-Korea nog nooit van sociaalnetwerksites gehoord.

Moderne dictators kunnen uit honderdeneen mogelijkheden putten om het internet te censureren. “Wat het vaakst voorkomt, is het blokkeren van websites: Facebook, YouTube en Twitter, om er enkele te noemen”, vertelt Morillon. “China beschikt zelfs over een heuse firewall om de informatie die de bevolking niet mag zien te filteren. Maar men weert ook bepaalde zoektermen. In Iran wordt het Iraanse woord voor ‘vrouw’ bijvoorbeeld geblokkeerd. Een hoge piet heeft daar over geklaagd. Zijn naam bevat het woord ‘vrouw’, waardoor zijn blog voortdurend van het net werd gehaald.”

In Noord-Korea, zegt Morillon, is het bestaan van internet haast niet meer dan een gerucht. Andere landen opteren voor een subtielere aanpak. “Wie dissidente websites in Iran tracht te bezoeken, wordt vaak omgeleid naar andere, regimevriendelijke sites, die haast identiek lijken. In Cuba zijn er twee parallelle virtuele werelden: het internationale world wide web, en het lokale intranet, waarop enkel academische websites en berichten van de staatsmedia prijken. Daar censureert men ook door de kost voor het internationale net heel hoog te houden, zodat lang niet iedereen toegang kan betalen. In Syrië gaat het internet dan weer verschrikkelijk traag.”

Minstens even efficiënt is het opleggen van zelfcensuur. De Vietnamese Nguyen Ngoc Nhu Quynh, blognaam Me Nam, werd in 2009 zo lang op de rooster gelegd door de politie dat ze ermee instemde haar blog te verwijderen. Wellicht waren het niet de foto’s van haar dochtertje die haar de das omdeden, maar een passage waarin ze zich kritisch uitliet over de stijgende invloed van China in haar land, waar het overheidsapparaat over struikelde. Inmiddels is Me Nam weer online, en is de kans groot dat de internetpolitie weldra weer op haar deur komt kloppen. In januari 2010 werden vier cyberdissidenten in Vietnam nog veroordeeld tot enkele jaren gevangenisstraf. De aantijging luidde: ‘De nationale veiligheid in gevaar brengen door het organiseren van campagnes met als doel de regering omver te werpen (...) met behulp van het internet.”

ZOALS EEN AJUIN

En dan het goede nieuws. Want zo eenvoudig het is om het internet te censureren, zo makkelijk is het ook om die censuur te omzeilen. Als je de nodige technische kennis hebt natuurlijk. “Wat men vaak doet, is gebruikmaken van een proxyserver: een server die dienst doet als een soort tussenpersoon”, zegt Bart Preneel, hoogleraar informatiebeveiliging aan de KU Leuven. “Wil iemand op een computer een andere computer bereiken, dan gebeurt dat niet rechtstreeks maar via de proxyserver. Op die manier maskeer je de oorsprong en de bestemming van het bericht voor iemand die die wil achterhalen. De gemiddelde gebruiker in autocratische landen weet uit zichzelf natuurlijk niet hoe de censuur te omzeilen, maar er zijn ook buitenlandse instanties die dergelijke tools aanbieden.”

Zo is er het Tor Project, ontsproten aan het brein van onder meer Jacob Appelbaum, computerresearcher aan de universiteit van Washington en vrijwilliger voor WikiLeaks. Tor, dat niet voor niets een uienrouter wordt genoemd, legt als het ware een schil rondom het internet, van waaruit anoniem kan worden gesurft. Het is populair in Tunesië en China. Ook Google en Twitter dokterden een methode uit om de Egyptenaren deze week weer aan internet te helpen. Ze bieden een telefoonnummer aan waarop een boodschap kan worden ingesproken. Die boodschap wordt vervolgens in tekst omgezet en op Twitter gepost. Lucie Morillon: “De creativiteit van sommige mensen die voelen dat ze beknot worden in hun vrijheid kent geen grenzen. Zelfs op de grens tussen Noord-Korea en China worden Chinese telefoons met 3G-applicatie op de zwarte markt aangeboden.”

Bart Preneel is niet onverdeeld enthousiast. “Op zich is het natuurlijk geweldig dat dergelijke omzeilingsmethoden bestaan”, zegt hij. “Anderzijds moet je daar toch enkele bedenkingen bij maken. Want wat als het beveiligingsprogramma een fout bevat, iets wat in het verleden al is voorgevallen, en de Chinese of Iraanse overheid infiltreert in het tool? Terwijl de politie eerst slechts vermoedde dat je ‘staatsgevaarlijke’ berichten verstuurde, beschikken ze dan plotseling over tastbare informatie. Zoiets kan mensen het leven kosten. Paradoxaal genoeg kun je de bloggers die je net wilde beschermen op die manier net erg kwetsbaar maken. Hetzelfde met de Twittermethode: die berichten zijn moeilijk tegen te houden, maar net zo goed moeilijk te beschermen.”

“Onder de Egyptische wet hebben de autoriteiten het recht om zo’n beslissing uit te vaardigen”: telecomoperator Vodafone had naar eigen zeggen niets in de pap te brokken toen de overheid in Egypte besloot het internet gedurende vijf dagen lam te leggen. Hetzelfde liedje toen het staatsapparaat het gsm-netwerk deze week gebruikte om pro-Moebarakbetogers per sms op te roepen op straat te komen. Volgens Vodafone beriepen de Egyptische autoriteiten zich op noodwetten en had de operator geen controle over de inhoud van de berichten.

Kan zoiets ook in België gebeuren, is de vraag die nu op menige lippen brandt? Wat als er in eigen land ooit een staatsgreep plaatsvindt, moeten we dan ook dergelijke sms’jes verwachten? Het antwoord van Proximus is kort: “Wij reageren niet op hypothesen.” Nochtans bestaat de technologie. “Maar die wordt enkel in crisissituaties gebruikt”, verzekert Peter Mertens van het crisiscentrum van Binnenlandse Zaken ons. “Als er sprake zou zijn van een overstroming of kernramp, dan kan de bevolking daarvan per sms op de hoogte gebracht worden. Op gemeentelijk niveau bestaat zoiets al. Maar nogmaals: alleen in crisisgevallen wordt die mogelijkheid benut.”

De Nederlandse organisatie Bits of Freedom (BOF), die zich inzet voor de ‘digitale burgerrechten’, waarschuwt alvast voor het invoeren van internetfiltersystemen in Europa. “Help mee en stop de Europese internetfilter”, staat op hun website. Volgens BOF zou de Europese Commissie internetblokkades overwegen in de strijd tegen kinderporno op het net. “Wij zijn op onze hoede voor het risico van de glijdende schaal”, zegt woordvoerster Daphne van der Kroft. “Wat als men na kinderpornosites ook andere sites wil blokkeren? Waar trek je de grens? En wat als je op zo’n zwarte lijst belandt terwijl je er niet op thuishoort? Hoe weet je dat en hoe ga je dat dan aantonen? Zo’n filtersysteem past volgens ons niet binnen een democratie.”

VIVA MEDVEDEV, MAAL 100

In Tunesië beginnen de mensen op hun beurt stilaan te dromen van internetvrijheid, zo lezen we op de site van het Arabische netwerk Al Jazeera. Sinds president Ben Ali halverwege januari het protest in zijn land ontvluchtte en de benen nam naar Saoedi-Arabië, zouden populaire sites als YouTube en Dailymotion weer toegankelijk zijn voor het publiek.

Brutale censuur zoals het volledig platgooien van het net is volgens Morillon geen lang leven beschoren. “Dat werkt contraproductief, het zorgt er net voor dat meer mensen uit frustratie naar alternatieven zullen zoeken. Ik vermoed en vrees dat regimes in de toekomst voor meer subtielere censuur zullen opteren. Kijk naar Rusland. Daar wordt de internetgebruiker overstelpt door informatie waarin de regering wordt opgehemeld. Voor elk negatief bericht over Medvedev worden er honderd gepost die de president op een voetstuk plaatsen. Dat is natuurlijk ook een manier om de publieke opinie naar je hand te zetten.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234