Woensdag 16/10/2019

De Wending

"Elke dag wilde ik burgemeester van ’t Stad worden"

Philip ­Heylen: "Als ik ­morgen ­afscheid moet nemen van ­Antwerpen, dan ga ik dood." Beeld Jonas Lampens

Een lijfspreuk kun je ook letterlijk nemen en zo staat ‘ze na kalm’ – Antwerps voor ‘blijf nu rustig’ – boven de voet van Philip Heylen getatoeëerd. Omdat zijn afscheid van de politiek voor de Antwerpse ex-schepen van Cultuur misschien niet hét nieuws van 2016 was. Hij verloor zijn neef, die een beetje zijn broer was. "Hoe ga ik daarmee om? Niet. Niet. Niet."

Jan Fabre zei hem altijd: “Ge moet ne ridder zijn voor de schoonheid. Ne strijder voor de schoonheid.”

Hugo Claus zei niet zoveel. De schrijver aaide de kleine Philip Heylen misschien over de bol en toen hij groot was geworden en schepen van Cultuur, was Claus al oud. “Dat is jammer”, zegt Heylen. “Hij kwam bij ons thuis over de vloer, maar als kind realiseerde ik me niet hoe groot die mijnheer was. Ik vond het wel heel spannend te weten dat die man met Sylvia Kristel getrouwd was geweest. Wat een figuur. Maar pas later, door meer werk te lezen en niet enkel Een bruid in de morgen dat voor school moest, zag ik wat hij betekende. Nu vind ik dat jammer. Het was iemand die ik graag vroeger en langer had gekend.”

Het is wel mooi dat hij op zijn laatste Boekenbeurs-speech kon aankondigen dat 2018 het Hugo Claus-jaar wordt. Hij zal het alleen zelf vanop een afstand meemaken. Kijkend vanuit zijn kantoor bij Ackermans & van Haaren.

La politique, c’est fini.

Er komen straks nog mensen mee aan deze tafel zitten in Life is Art, lekker plekje in ’t stad. Björn en Benny van Abba, Patrick Conrad, het vorstenpaar ook, Yoko Ono en zelfs The Beauty and The Beast. Ze weten dat niet allemaal zelf, maar een voor een duiken ze op in Philip Heylens herinneringen. Als cadeau, voorrecht, grappige anekdote, eer. Zo mooi dat je je moet afvragen: ‘Man, waarom stap je dan op?’ Wel.

In het nieuwe jaar dat straks het oude vergeet, wordt Philip Heylen 49. “Deed ik er nog een legislatuur bij, dan was ik diep in de 50”, zegt hij. “Dan iets nieuws beginnen, is niet ­evident. En zelfs al bleef ik in de politiek … Ik merkte dat, om iets te doen bougeren, je steeds meer op de korte termijn gefocust moet zijn. Denken en handelen. Bougeren vind ik trouwens een mooi woord. Net als goesting. Maar mensen doen bougeren en goesting doen krijgen, lukte me in Antwerpen vooral op de lange termijn. Over de legislaturen en de partijgrenzen heen. Maar dat werd steeds moeilijker. Nu krijg je voor een ­project tussen de 20 dagen en 35 à 40 weken. Stilletjes begon het vlammetje te doven. En ik wilde niet meemaken dat iemand me vriendelijk bij de arm pakte en zei: ‘Kom Philip, we gaan samen door de deur, daar is de uitgang.’”

Over dat vlammetje: “Als ik kon tekenen om nog 50 jaar schepen van de stad te zijn en al mijn dromen te realiseren, ja, natuurlijk deed ik dat. Maar zo werkt het niet.”

En over die uitgang: “Je moet het feest verlaten op zijn hoogtepunt. En toen werd ik ook gebeld, net voor de zomer.”

Hij was in Berlijn, hij weet het nog goed, toen een headhuntersbureau belde. ’s Avonds, thuis, zei zijn vrouw Antoinette: “O, spannend.”

“Dat was een manier om het te bekijken”, zegt hij. “Ik wilde eigenlijk niet weg, maar misschien was het een opportuniteit.” Gesprekken volgden. Aftasten, snuffelen, bedanken: toch niet. “Tot ik Ackermans & van Haaren sprak. Het was zomer en toen gebeurde ook het drama met mijn neef Lenn (Dauphin, zoon van de ook al overleden fotograaf Gerald, RVP) die stierf. Dat bracht alles in een stroomversnelling. Toen realiseerde ik me dat ik niet meer mocht twijfelen als ik mijn loopbaan nog een nieuwe wending wilde geven. Dat de keuze dan correct was.”

Op 21 november gaf Philip Heylen na 12 jaar het ambt van schepen van Cultuur door aan Caroline Bastiaens. Op 22 november werd hij als een ‘vrij man’ wakker. Op 1 december ging hij in de privé aan de slag. “Maar ik ben niet van plan de deur achter de me te sluiten. (glimlacht) Pas op: ik ben ook éreschepen van de stad, hé. En tot de volgende verkiezingen blijf ik fractieleider in de gemeenteraad. Ik ben van plan dat goed te doen. Maar op een of andere manier bekijk ik de stad, waar ik van hou en waar ik blijf wonen, anders. Als vroeger iemand een peuk op straat gooide, vroeg ik altijd vriendelijk: ‘Doet u dat thuis ook?’ Dat zal ik nu misschien minder vaak doen.”

Beeld Jonas Lampens

Natuurlijk kwamen er vragen. Die over ‘waarom nu’ beantwoordde hij: de puzzel (leeftijd, opportuniteit, levenslessen) viel in elkaar. Maar is er ontgoocheling? Ontmoediging? Uitzichtloosheid met een sterke N-VA? Druk misschien? Nog voor hij weg was, kondigde CD&V aan dat Kris Peeters lijsttrekker wordt in 2018. In Gazet van Antwerpen zei hij: “De harde confrontatie heeft me nooit gelegen.” Was ­politiek dan wel een goed idee?

“Ik sta niet bekend als de grote amokmaker. Eerder als een consensusfiguur. Ik zie dat de politiek de laatste jaren enorm gepolariseerd is en hoe meer je polariseert, hoe meer aandacht je hebt. Zowel aan de linkerzijde als aan de rechterzijde. Het midden vind ik een fantastische positie, en ik denk dat de samenleving dat de komende jaren meer en meer nodig heeft. Heb ik die plek niet gedurende twintig jaar bezet in de politiek? Alle projecten duurden meer dan tien jaar: het MAS, Red Star Line Museum, Blue Gate, Middelheim, zelfs de afvalverwerking. Dat kon enkel door volgehouden inspanningen. Soms was dat polemisch en moest je mensen overtuigen. In het begin was niemand voor het

Red Star Line Museum, behalve mijn goede vriend Ludo Van Campenhout. Maar het staat er wel.”

Heeft u ooit de droom en ambitie gehad om burgemeester van de stad te worden?

“Elke dag wilde ik burgemeester van Antwerpen zijn. En ik zal u zeggen waarom. Mijn kantoor lag op de hoek van de Grote Markt en de Wisselstraat en van daar keek ik dus op het stadhuis. Elke dag dacht ik: dit is het schoonste gebouw dat ik ken.

“Als je mij vraagt wat de schoonste job in de politiek is, zou ik misschien denken aan minister van Buitenlandse Zaken, maar niets kan tippen aan die van burgemeester van Antwerpen. (lachje) Dan schepen van Cultuur en Economie. Of schepen van de Haven.”

Maar de kans kreeg u nooit en krijgt u ook niet meer.

“Neen, daarvoor is CD&V te klein in Antwerpen en waren andere partijen altijd te groot. Maar zeg nooit nooit. Wie had de brexit verwacht of Trump? Niemand. Misschien komen er nog politieke verrassingen op ons af. Dat zou pas geweldig zijn!”

Dat u het burgemeesterschap van Bart De Wever mogelijk maakte, nadat jullie in de stadslijst actief campagne voerden tégen hem, wordt u kwalijk genomen. Begrijpt u dat?

“Natuurlijk, maar politiek is geen exacte wetenschap. Heel vaak is het aanvoelen. En soms ­tactisch. Je kunt niet zeggen dat N-VA heel close is met Groen, maar in Antwerpen besturen ze wel samen een aantal districten. Idem voor N-VA en sp.a.

“Toen we beslisten om die stadslijst te maken, was dat voor een stuk een persoonlijk aanvoelen. We wilden de manier waarop we de stad bestuurden voortzetten. De kiezer heeft ons daar niet voor beloond. Dat is spijtig en we hebben het risico genomen te kijken hoe we er met onze aartsrivaal zouden uitkomen. Niet iedereen aanvaardt dat, maar die bladzijde is omgeslagen. We hebben vijf gemeenteraads­leden en belangrijk is dat we als christen­democraten onze beloften nakomen.

“Misschien was de manier van aanpakken niet verstandig. Zouden we dat opnieuw doen? Ik heb de neiging om te zeggen: misschien niet. Maar we zullen nooit meer dezelfde omstandigheden kennen en mijn partij zal in 2018 ­onafhankelijk, krachtig en met een duidelijke boodschap naar de verkiezingen gaan.”

Wat was er eigenlijk eerst: een passie voor cultuur, voor politiek of voor Antwerpen?

“Mijn grote ambitie was het om chef-kok te worden. Ik wilde les volgen aan een grote hotelschool, al zagen mijn ouders dat niet zitten. Mijn vader werkte in de haven bij Bayer, mijn moeder en haar ouders hadden in de Seefhoek een textielzaak die Bij den Boer heette.

“Eind de jaren 70 was het niet makkelijk. Toen ik zei dat ik van een restaurant droomde, dachten ze dat ik zou eindigen met een frituur. (lacht) Vandaag ontwikkelen de grootste chefs van de wereld fenomenale frituren, misschien liet ik wel een kans liggen.

“Maar door gezondheidsproblemen moest ik al snel stoppen op die hotelschool en ik ging naar Amerika. We hadden familie in Connecticut. Mijn ouders dachten: ‘De rust in de bossen zal hem wel kalmeren.’ Maar na een paar weken was ik zo uitgekeken op die bomen en dankzij de Belgische ambassade bij de Verenigde Naties in New York kreeg ik de microbe voor internationale politiek te pakken en zo ben ik aan de universiteit gaan studeren.”

Beeld Jonas Lampens

Maar cultuur? In Antwerpen had de familie Dauphin vier zaken in textiel. Allemaal variaties op een naam: Bij den Boer, In den Boer, Boerke,… Kinderkleding, keukenlinnen, werkschorten. Eén ervan vlak naast de Roma op de Turnhoutse Baan.

“Maar mijn grootmoeder, Yvonne Wils, was een jonge aanstormende operazangeres, tot de oorlog uitbrak. Ze had in Italië in de arena van Verona gezongen, in de Vlaamse Opera ook, met maestro Isalberti, noem maar op. En mijn grootvader was kunstverzamelaar en nam me mee naar musea. Op zondag werd er thuis gezongen.

“En dan was er Gerald Dauphin, de broer van mijn moeder. Via hem kwamen mensen als Tuur Van Wallendael, maar ook Hugo Claus, Patrick Conrad en kunstenaar Albert Szukalski bij mijn grootouders in de Seefhoek.”

Dat waren geen boerkes. “De oorlog gooide roet in het eten en stopte de carrière van mijn grootmoeder. Dat is ze nooit te boven gekomen, ze had er altijd spijt van. Maar ze bleef wel recitals zingen, in de Carolus Borromeus bijvoorbeeld, maar ook in de kathedraal, op begrafenissen, van het ‘Ave Maria’ tot ‘De Vlaamse Leeuw’. Op een dag ging ik mee luisteren. Ik moet tien geweest zijn, want ze stierf toen ik twaalf was. Mijn grootmoeder zong twee aria’s en hoe iedereen daar stil van werd en vol bewondering naar haar luisterde, maakt tot vandaag diepe indruk op me.

“Als ik die aria’s opnieuw hoor, uit Aida of van Puccini, ben ik weer tien. Dan zit ik in onze tuin in de Zavelstraat, waar een rotstuintje was van dezelfde architecten die in de zoo van Antwerpen de rotsen ontwierpen. Er wordt piano gespeeld en mijn grootmoeder zingt. Wij zingen mee. Helaas niet met haar timbre.”

Naar Antwerpen kwamen U2 en Hugo Claus, de groten uit alle culturele velden. Wie bleef bij?

“Voor de musical Mamma Mia ontmoette ik Björn en Benny van Abba – de idolen van mijn jeugd! – en ik mocht naast hen zitten in de Stadsschouwburg. Ik zeg: mócht. Dat was een cadeau.

“En op een avond mocht ik gaan eten met Yoko Ono. Ze was hier op uitnodiging, twee dagen, en via onze ambassadeur Leo Peeters werd ik mee gevraagd op restaurant op het Zuid. Mezelf kennende wilde ik graag onze stad laten zien. Helaas zei ze: ‘We wilden graag het museum bezoeken, maar het was gesloten voor een privédiner.’”

Een lang verhaal wordt kort. Schepen Heylen belde directeur Paul Huvenne, er was inderdaad een diner voor de vrienden van het museum, maar kom: via de achterdeur leidde hij Yoko Ono binnen tot bij de schilderijen van Rubens.

“Ik had haar gevraagd om een kort woordje te spreken tot die mensen en misschien mee op de foto te gaan. Voor mij was dat – ik moet eerlijk zijn – een ongelooflijk moment: de schepen met Yoko Ono. Toen ik later in New York was, hadden we nog contact. Eén keer was ik bij haar thuis in de Dakota Building.”

Hij is op dreef nu. Vertelt over de opening van het Red Star Line Museum waarvoor – toen nog – prins Filip en prinses Mathilde uitgenodigd werden en ze hun Blijde Intrede als koning en koningin inpasten in die opening. “Een grote eer voor Antwerpen en voor het Red Star Line Museum.”

Over zijn speech die dag: 40 minuten, in het Engels, gedreven als nooit eerder. Zijn woordvoerder Roel Veyt, die erbij zit, moet lachen: “Dat waren de beste momenten. We werkten samen een speech af, Philip sleutelde er wat aan, maar op het moment zelf kon hij er zo in opgaan dat hij hem volledig van tafel veegde en een fantastische eigen speech gaf.”

De ex-schepen herinnert zich er eentje heel goed. Het was 2005, voor de honderdste verjaardag van een theatergroep in Borgerhout moest hij spreken. “Dat was kort na de musical van The Beauty and The Beast, en we hadden ook net de Week van het Dialect gedaan. Ik was nog maar een jaar schepen. Goed, op mijn blad stond: ‘Het dialect is de pure vorm van onze taal.’ Maar ik las: ‘Het dialect is de puree...’ Toen moest ik verder en plots kwam dat liedje van The Beauty and The Beast door mijn hoofd. Ik zei dus onverstoord: ‘Het dialect is de puree … de paté, de patat en de soufflé van onze taal.’ (schatert) Er is geapplaudisseerd, ongelooflijk, want die mensen hadden dat ook helemaal niet door.”

Als iemand peilt naar Heylens trots, dan is een bezoek aan het Red Star Line Museum nooit ver weg. Dat museum ligt gevoelig. Aan moederszijde, de Dauphins, trok in 1893 al een tak naar zijn geliefde Amerika met de Red Star Line. Later, in de jaren 50, vertrok nog een deel. Er is familie in Stamford en Waterbury, allebei Connecticut, maar ook in South Carolina en Florida. Dat laat sporen na.

“Elk jaar nodigen we op Thanksgiving ­vrienden thuis uit. Dit jaar waren dat mijn ­kabinetsmedewerkers, van wie ik afscheid nam. Thanksgiving is in Amerika nog belangrijker dan Kerstmis en ook voor ons is dat dus een zeer belangrijke dag geworden.”

Hoeveel pijn deed het, vanuit die gevoelens voor de VS en voor de Red Star Line, in Antwerpen de OCMW-voorzitter te horen zeggen dat de stad vol zat en geen vluchtelingen meer kon opnemen?

“Daar ben ik zwaar tegenin gegaan. Hoe kun je zelfs in de VS president worden als je zo veel mensen schoffeert? Een land dat door migratie groot geworden is! Dat begrijp ik niet. En ook dit niet. Het heeft weer met die korte termijn te maken en – sorry dat ik het zeg, maar ik ga het toch doen – met een stukje populisme.

“Maar er zijn altijd mensen die de geschiedenis niet kennen, of maar een deel en het andere niet willen kennen. Ik vind dat domme uitspraken, ook omdat ze niet in relatie staan tot het beleid dat met CD&V gevoerd wordt in Antwerpen.

“Ik hou niet van gepolariseerde uitspraken. Deze stad nam in 1942 de meeste joden op. We hebben 170 nationaliteiten. Hier staat de grootste Indische tempel buiten India. Ik hou niet van uitspraken die holebi’s een schande vinden. Ik heb voor de holebigemeenschap veel gedaan. Het is niet mijn probleem als mensen daar moeite mee hebben. Ik vind gewoon niet dat je moet veralgemenen. Dat heb ik van thuis meegekregen. Doe dat nooit. Nooit.”

Is er in de politiek wel plaats voor aarzeling? U bent een nagelbijter: dat lijkt op innerlijke twijfel te wijzen.

“Ik kom uit een familie waarvan mijn moeder en mijn oom neurasthénique waren. Een beetje zenuwpatiënt. Daar komt die twijfel vandaan, al ben ik veel optimistischer van nature. Onzekerheid speelde zeker bij mijn moeder. Haar vader, die ik nooit kende, stierf toen hij 47 was en dat kon ze als meisje van 11 niet verwerken. Soms kwam ze robuuster over om haar ongerustheid weg te nemen, maar dat betekent niet dat je niet twijfelt.

“In de politiek is dat net zo en daarom vond ik het zo erg dat Bart De Wever zich bijna moest verontschuldigen toen hij emotioneel uit de hoek kwam over zijn vader. Dat mag dus blijkbaar niet. Ik zeg niet dat je constant moet blèten op tv – daar zijn helaas ook genoeg voorbeelden van – maar misschien heeft de politiek de emoties wat te veel aan de kant geschoven.”

En hij vertelt dit: “De laatste tien jaar heb ik van iedereen afscheid moeten nemen. Mijn oom Gerald stierf in 2007. Mijn moeder vlak voor kerst 2010. We gingen naar Maastricht die dag, ze had ’s morgens nog gebeld: ‘Breng voor papa een blauw hemdje mee, col-39.’ Zo ging het elk jaar. Pas daar zag ik op mijn telefoon vier gemiste oproepen en mijn vrouw ook drie. Papa had gebeld: ‘Ik krijg mama niet wakker.’ Nog voor we Maastricht buiten waren, waren de hulpdiensten er en belden die me om te zeggen dat ze overleden was.

“Negen maanden later stierf mijn vader, aan kanker, dat wisten we pas sinds een half jaar. Twee jaar later benam de broer van mijn vrouw zich samen met zijn vriendin van het leven in Tsjechië. Hij was manisch-depressief. En nu in de zomer mijn neef, Lenneke. Hoe ga je daarmee om? Niet. Niet. Niet. Dat overkomt je. Zoals je in het water valt en je niet kunt nadenken. Dan moet je gewoon zwemmen.”

U zegt mooi ‘Lenneke’. Dat klinkt alsof u over een kleine broer spreekt.

“Dat was hij ook. Lenn had veel talenten. Hij was ongelooflijk goed in tekenen, had een passie voor muziek en was een goede bassist. Ooit vertegenwoordigde hij België op het Eurovisiesongfestival (in 2009 met het ­nummer ‘Copycat’ van Patrick Ouchène, RVP), maar hij bleef ook zoeken en stilaan vond hij de passie voor de fotografie. Zoals zijn papa Gerald. Ik wil in 2018 een tentoonstelling organiseren in ­galerie Verbeeck-Van Dyck.”

Dat wordt dus een postume expo. Terwijl Heylen in Cuba was, belde Antoinette met slecht nieuws. Lenn lag na een val in coma. Terug thuis waakte hij een paar weken mee aan het bed van de jonge fotograaf. Toen stierf hij.

“Lenn zei me altijd ‘Ze na kalm’ als ik ergens een toespraak moest houden en me afvroeg wat ik nu weer moest zeggen. Ze na kalm. Dat waren ook Geralds woorden voor mijn moeder. En Lenn had verschillende tattoos. Iets waar ik niet mee geassocieerd word. Maar met hem sprak ik af: ik laat er ook eentje zetten. ‘Just chill’, dat vond ik genoeg. Maar ik ben nogal kleinzerig en kan niet goed tegen bloed en dus kwam het er niet van. Tot dat dus gebeurde en ik me dat tijdens die weken aan zijn bed weer herinnerde.”

Hij stroopt zijn broek op, een lange zwarte kous naar beneden en net boven zijn ­linkervoet staat het in kapitalen: ‘ZE NA KALM’.

“Op 5 september, een paar dagen voor Lenns begrafenis, heb ik dat laten zetten. En ik ben er trots op. Voor mij zijn die woorden een vorm van therapie.”

Een tattoo als troost voor tranen. Zoals koffie nu past en hij nog één keer zegt dat hij uitkijkt naar die job bij Ackermans & van Haaren maar dat hij nooit – zoals Patrick Janssens – de stad zou verlaten.

“Als ik morgen afscheid moet nemen van Antwerpen, dan ga ik dood.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234