Dinsdag 25/06/2019

Elke dag gaat Marc Dutroux een beetje meer vrijuit

Het minste wat je kunt denken over een man in wiens tuin de lijkjes worden opgedolven van twee verdwenen kinderen, is dat hij een probleem heeft. Dat laatste geldt steeds minder voor Marc Dutroux. Vandaag is het precies vijf jaar geleden dat in Grâce-Hollogne Julie Lejeune (8) en Mélissa Russo (8) werden ontvoerd. Wie deed dat? Waar en hoe stierven de kinderen? De publieke opinie mag die vragen dan al geruime tijd beantwoord achten, speurders in Neufchâteau houden het tegenwoordig op: 'We hebben geen idee.' Zoals de zaken er vandaag voorstaan, zal Marc Dutroux zal niet worden vervolgd voor de ontvoering van Julie en Mélissa.

DOUGLAS DE CONINCK

Wanneer buitenlandse journalisten in ons land neerstrijken om 'nog eens wat te doen over die Dutroux', wenden ze zich met hun vanzelfsprekende vraag eerst tot hun Belgische collega's. Kan iemand vertellen wanneer dat megaproces tegen Dutroux nu eigenlijk begint? Neen, voorlopig kan niemand dat. In 1997 was sprake van 1998, in 1998 van 1999, in 1999 van 2000 en tegenwoordig wordt ook 2001 met alweer wat minder nadruk uitgesproken.

Dinsdag is er in Grâce-Hollogne een reconstructie van de ontvoering van Julie en Mélissa. Dat gebeurt tegen de zin van onderzoeksrechter Jacques Langlois, en slechts na een door de ouders ingespannen procedure. Zij hebben het moeilijk met wat Langlois zich laatst liet ontvallen: "Wat Julie en Mélissa betreft, hebben we geen bewijs tegen Dutroux." En dus zal hij niet aanwezig zijn bij de reconstructie. "Ze weten zelfs niet eens wat voor wagen ze zullen gebruiken", zegt Gino Russo. En dat terwijl het niet zo lang geleden onomstotelijk bewezen werd geacht dat Dutroux de kinderen ontvoerde met een de nacht daarvoor gestolen Citroën BX. Wie of wat zorgde er dan voor dat Julie en Mélissa vanuit Grâce-Hollogne in zijn kelder belandden? De beam-me-up-machine uit Star Trek?

Even terug in de tijd.

28 augustus 1996

Ook voor Michèle Martin zijn het twee hectische weken geweest. De ex van de meest gehate man van het land zit al twee weken in voorarrest en heeft de gebeurtenissen met een vreemde gelatenheid ondergaan. Ze haalde de schouders op toen men haar zei dat in Marcinelle twee meisjes, Sabine Dardenne en Laetitia Delhez, waren bevrijd. Dit scenario herhaalde zich bij de mare dat in haar tuin de lijkjes van Julie en Mélissa waren gevonden en Dutroux en zijn kompaan Michel Lelièvre hadden bekend dat ze An Marchal en Eefje Lambrecks hadden ontvoerd. Ze bleef zwijgen.

Laatst zijn twee nieuwe ondervragers tegenover haar komen zitten. Het zijn de inspecteurs Luc Masson en Luc Davin van de gerechtelijke politie van Aarlen. Zij hebben lang op haar ingepraat. Face the facts. Ze heeft niets te winnen, alleen te verliezen. Als ze vrijkomt, zal ze een oud vrouwtje zijn. Het enige waar ze nu op kan hopen, zeggen de GP'ers, is clementie, die ze kan bekomen door mee te werken. En nu is het zover. "Ik heb lang nagedacht", zegt Martin in het proces-verbaal van verhoor 2555/96: "Van nu af aan sta ik ter uwer beschikking om u alles te vertellen wat ik weet over de ontvoeringen waaraan Marc Dutroux zich schuldig maakte."

Martin is een zeer bevoorrechte getuige. Het is zij die die dag vertelt dat men zich geen illusies meer moet maken om An en Eefje levend terug te vinden. Volgens wat Dutroux haar vertelde, zijn ze dood, en heeft Bernard Weinstein hen als laatste gezien. Zes dagen later worden de resten van de twee Hasseltse meisjes teruggevonden onder een vloer in de chalet van Weinstein. Martin onthult nog meer. Als Dutroux nu komt aandraven met een mal verhaal over hoe Lelièvre en Weinstein hem op zekere dag ongevraagd Julie en Mélissa kwamen 'brengen', dan liegt hij: "Wat Julie en Mélissa betreft, moet het midden 1995 geweest zijn toen Marc daarover sprak. Hij vertelde me dat hij hen ontvoerde, samen met Weinstein. Ik geloof dat hij me heeft uitgelegd dat hij deze ontvoering uitvoerde met een auto die ze hadden gestolen, maar daarover heeft hij me niet meer details gegeven."

Het mag gek klinken, maar na twee weken is dit de eerste harde indicatie dat Dutroux de ontvoerder was. Aan Bernard Weinstein kan niets worden gevraagd. Hij is dood.

9 september 1996

Met veel machtsvertoon verrichten rijkswachters in het kader van de 'Operatie Zoeloe' huiszoekingen bij leden van de gerechtelijke politie (GP) in Charleroi. Het mikpunt is vooral inspecteur Georges Zicot. Hij wordt gearresteerd omdat men hem ervan verdenkt Dutroux en co. bescherming te hebben verleend na de diefstal van een vrachtwagen. Dat is de wereld op zijn kop, vinden veel GP'ers. De media berichten al volop over 'Othello', de geheime schaduwactie waarmee het Centraal Bureau voor Opsporingen (CBO) van de rijkswacht en de BOB van Charleroi in 1995 achter Dutroux aanzaten. Toen had de rijkswacht alle informatie om het drama te voorkomen, maar ze verzuimde die te delen met justitie. In de ogen van veel GP'ers is 'Operatie Zoeloe' een wraakactie van de rijkswacht.

17 september 1996

Voor Michèle Martin zijn de verhoren een welkome afwisseling op het gevangenisleven. Ze vertelt en vertelt, maar over die auto weet ze niets, behalve dan dat ze zich vaag herinnert dat Dutroux zei dat het "een witte" was. Een grote hulp is dat niet, maar in Neufchâteau wordt nu wel gezocht naar een gestolen auto. Dat zou pas een bewijs zijn.

In de zomer van '95 hebben speurders in Grâce-Hollogne al rekening gehouden met de kans dat bij de ontvoering, zoals bij veel misdrijven, een gestolen auto werd gebruikt. Men had ook een ooggetuige, Marie-Louise Henrotte. De 70-jarige vrouw zegt dat ze die avond vanuit haar raam, vanop zo'n honderd meter, zag hoe de kinderen in een auto stapten. Zij heeft het over een kleine donkergrijze wagen, een Toyota Starlet of zo, of een Peugeot 205.

Destijds zijn lijsten aangelegd van auto's die op op 22, 23 of 24 juni 1995 in België zijn gestolen. Er zaten 42 vehikels tussen die konden overeenstemmen met de beschrijving. In Neufchâteau voelen sommigen er weinig voor om verder te zoeken. Weinstein had een blauwe Ford Fiesta. In hun rapporten gaan enkele rijkswachters er als vanzelf vanuit dat dat de wagen was die mevrouw Henrotte zag.

14 april 1997

De leden van de onderzoekscommissie-Dutroux keuren unaniem hun eerste eindrapport goed. Zij pleiten voor een fusie van de politiediensten. Uit de eerste reacties blijkt de rijkswachttop zo'n fusie wel ziet zitten, en de GP iets minder. Er zijn in België 18.000 rijkswachters en 1.500 GP'ers.

Enkele dagen later

In een bureel van een vakbond bij de GP stapt een lid binnen met een kleine bundel papier. Hij heeft die tijdens het werk ergens op een tafel zien liggen, er even naar gekeken en gemeend dat hij dat beter meteen in zijn binnenzak kan frommelen. Wie het document, getiteld 'Laetitia 1', opstelde en waarom, is niet duidelijk. Zeker is wel dat de auteur zeer goed op de hoogte was van 'Operatie Othello'. Vermoedelijk is het de print van een computerbestand op het CBO. Het is een tijdslijn over de Othello-episode, 1995 dus. In het document is onder meer sprake van een incident in de rue Vauban te Namen, op 10 juni 1995.

De eigenares van een Citroën BX merkte om halftwee 's ochtends dat een man aan het slot van haar wagen zat te morrelen. Hij vluchtte weg, maar de vrouw kon zijn nummerplaat noteren: CVL 772. Die gaf ze door aan de rijkswacht. De plaat stond op naam van Martin, al was het - blijkt later - vooral Dutroux die met de wagen reed. Uit 'Laetitia 1' valt nu op te maken dat de verantwoordelijken van 'Othello' de diefstalpoging bespraken op een vergadering in augustus 1995.

Voor de GP'ers is dat spectaculair nieuws. Hierover heeft de rijkswacht met geen woord gerept in de commissie-Dutroux. Daar hield men vol dat 'Operatie Othello' moest worden gezien als een preventieve actie. Men wist dat Dutroux van plan was om kinderen te ontvoeren en een kelder aan het verbouwen was. Via het schaduwen hoopte men hem te betrappen op een of ander misdrijf, wat dan zou toelaten zijn huizen te doorzoeken. Helaas, heette het, zou die aanleiding op zich laten wachten tot eind '95, toen niemand nog echt geloofde dat Julie en Mélissa nog in leven konden zijn. Onder leiding van BOB'er René Michaux werden toen huiszoekingen verricht, met het bekende trieste gevolg. Nu blijkt dat er al in de zomer van 1995 een aanleiding was.

Kopieën van 'Laetitia 1' gaan algauw circuleren. Wanneer een aandachtige journalist er enkele maanden later de hand op weet te leggen en aan het vergelijken gaat met de lijst van 42 voor de ontvoering gestolen auto's, valt zijn oog op één exemplaar: Merk en type: Citroën BX. Immatriculatienummer JXT243. Aangifte: 24.06.95 om 13.25 uur. Politie Namen. Dit is sterk. In de Naamse deelgemeente Jambes, enkele honderden meters van waar Dutroux is opgemerkt bij een poging een rode BX te stelen, is in de avond voor de ontvoering van Julie en Mélissa een andere BX daadwerkelijk gestolen. Een grijze. Deze BX is negen jaar oud, wat toelaat te veronderstellen dat de dief er andere plannen mee had dan hem te verkopen aan een heler.

7 augustus 1997

De pers maakt melding van een eerste regeringsnota over de politiehervorming. Blijkbaar wil de regering daar nog voor het einde van het jaar mee klaar zijn. De reacties blijven dezelfde. De rijkswacht wil "constructief meewerken", de GP is sceptisch. Eind juli is er ook commotie geweest rond commissaris-generaal Christian De Vroom. Justitieminister De Clerck wil hem weg. Eerst het korps onthoofden, om het dan te laten opgaan in de rijkswacht?

28 augustus 1997

In hotel Pavillon du Zoute in Knokke-Heist vindt een vergadering plaats van de fractieleiders en de voorzitters van de diverse kamercommissies. Men wil tot een agenda komen voor het parlementaire werk na het zomerreces. De massaal aanwezige pers is slechts in één vraag geïnteresseerd: hoe lang mag de commissie-Dutroux nog doorgaan? Die is met 'het luik-protectie' net aan de laatste fase van haar onderzoek begonnen. Marc Verwilghen heeft zich al beklaagd over de hem opgelegde deadline van 30 september. Die vindt hij onredelijk. Dat vinden ze bij de GP ook. Hoe langer het duurt, hoe beter. In Knokke wordt besloten dat de commissie er nog een maandje mag bijdoen. Maar, zegt een kamerlid in deze krant: "Als er ophefmakend nieuws zou opduiken, kunnen Verwilghen en de anderen voortwerken."

28 augustus 1997 (dezelfde dag)

Helemaal aan de andere kant van het land, in Aarlen, wordt Michèle Martin nog eens verhoord door Davin en Masson. Wederzijds vertrouwen is nu een understatement. Martin krijgt al geen handboeien meer om. Op zekere dag ziet men haar in haar eentje op de trappen van het justitiepaleis in Neufchâteau wachten op vervoer. Geeft niet, klinkt het. Martin loopt niet weg. De twee GP'ers hebben haar leren kennen als een hoopje menselijke ellende. Haar grote bekommernissen houden verband met haar kinderen, die ze al een jaar niet meer heeft gezien. Andy wordt straks vier, Céline twee. Martin is bij manier van spreken tot alles bereid voor een recente foto of een stel breinaalden. Om kousen te breien voor Céline.

Blijkens het pv van verhoor 8179/97 gebeuren er die dag vreemde dingen. Davin en Masson komen nog eens terug op die gestolen wagen. En zie. Martin kan het zich plots allemaal haarscherp herinneren: "Het schiet me nu te binnen dat ze (Dutroux en Weinstein) in die periode samen in Namen een auto hebben gestolen, op een parking in de buurt van het station. Ik kan niet precies zeggen of het echt op de dag van ontvoering was, maar dat is goed mogelijk (...). Dutroux heeft mij dat allemaal uitgelegd (...). Ik geloof zelfs dat deze auto een Citroën moet geweest zijn en misschien een BX (...). Steeds volgens wat Dutroux mij zei, moest die auto verdwijnen (...)."

Dinsdag 14 oktober 1997

De fans van Steven Spielberg hebben die avond reden tot klagen. Op La Deux, het tweede net van de RTBf, moet de serie High Incident wijken voor een onaangekondigd vervolg op de tv-hit van enkele maanden eerder. Michel Bouffioux van het weekblad Télémoustique, heeft een kopie van 'Laetitia 1' te pakken gekregen, is aan het speuren gegaan rond de BX'en en publiceert nu een dossier over het verzwegen BX-spoor. Vooraf bezorgt hij zijn gegevens aan Vincent Decroly (Ecolo), die de commissie alarmeert.

Voor de rijkswacht wordt het een zwarte avond. Tijdens de marathonzitting van de commissie-Dutroux worden elf getuigen zonder enige verwittiging voor de camera's gehaald, onder wie ook procureur Marchandise van Charleroi, majoor Decraene van het CBO, enkele rijkswachtadjudanten en de onvermijdelijke René Michaux.

"Daar was ik niet van op de hoogte", is die avond het meest gehoorde antwoord.

Woensdag 15 oktober

Onderzoeksrechter Langlois is woest. De commissie, schrijft hij in een brief aan Verwilghen, is zich volop in het gerechtelijk onderzoek aan het mengen. Ook majoor Decraene is boos. Hij laat op een persconferentie een brief voorlezen: "Tot dinsdag 14 oktober had ik geen weet van een poging tot diefstal van een Citroën BX in Namen op 23 juni 1995. Tot vandaag had ik geen kennis van het feit dat dit voertuig betrokken zou geweest zijn bij de ontvoering (...). Deze piste schijnt te dateren van augustus 1997."

Enkele kranten melden de volgende dag dat de commissie een bok van formaat heeft geschoten. Dat men nu met zekerheid kan stellen dat Dutroux Julie en Mélissa ontvoerde met de in Jambes gestolen BX, is niet te danken aan Télémoustique, maar aan de speurders die Martin aan de praat kregen, heet het. Het mysterie was al opgehelderd en het enige resultaat van de nachtelijke vertoning, is dat Julien Pierre, de advocaat van Dutroux, straks de nietigheid van de procedure kan pleiten wegens schending van het onderzoeksgeheim.

Enkele weken later

Een journalist van een lokale Franstalige krant heeft een ontmoeting met René Michaux. Net als enkele collega's heeft ook hij inmiddels een kopie in handen gekregen van 'Laetitia 1'. Hij wil hierover wat vragen stellen aan Michaux. Die geeft nu blijk van speurdersgaven die men hem niet meteen zou toedichten. Hij laat zich vergezellen door een collega-BOB'er en hoort de journalist uit over 'Laetitia 1' en zijn contacten bij speurders. De journalist wil niet voor bleu doorgaan en vertelt dat hij laatst nog, in september, een kop koffie is gaan drinken met een van de ondervragers van Martin. Wanneer de journalist zijn exemplaar van 'Laetitia 1' te voorschijn haalt, grist de BOB'er het uit zijn handen en stopt het in een plastic mapje. Nee, hij krijgt het niet terug. Dag.

Enkele dagen later

René Michaux stapt naar het gerecht in Luik en legt klacht neer tegen 'onbekenden'.

2 december 1997

De verschijning van Anne Thily voor de commissie-Dutroux gaat niet onopgemerkt voorbij. "C'est terminé!", roept zij uit. Het moet afgelopen zijn met al die lekken, zoals laatst weer. "Voortaan zal ik elke schending van het onderzoeksgeheim laten vervolgen."

Begin 1998

In de media verschijnen berichten over de werkzaamheden van de zogeheten 'cel-Pampers'. Dat is een onderzoekscel die onder leiding van de Luikse raadsheer Joachim (hof van beroep) voltijds naar lekken speurt. De cel krijgt uitgebreide middelen, veel meer dan de onderzoekscel in Neufchâteau vandaag heeft. Meer dan honderd speurders worden op de rooster gelegd, al het verkeer op hun telefoonlijnen en gsm's wordt doorgelicht, ook op de privé-lijnen van procureur Bourlet. Maandenlang zal de cel-Pampers zich vastbijten in een spoor naar een man die volgens de eerste gegevens journalist is bij de krant La Cité. Achteraf stelt men vast dat deze krant al jaren niet meer bestaat en dat de 'journalist' eigenlijk de gepensioneerde oom van mevrouw Bourlet is, bij wie dochterlief nu en dan gaat logeren. Vandaar de "telefonische contacten". Die ontdekking is ontnuchterend, maar maakt ook duidelijk wie Thily graag had willen treffen.

Pas op het eind raakt bekend dat het megalekkenonderzoek in Luik integraal berust op de verklaringen die Michaux toevoegde aan zijn klacht. Daarin had hij het over een "wit complot" dat lieden als Decroly, Carine en Gino Russo, Bouffioux, Bourlet en een groepje GP'ers tegen hem - en bij extensie de hele rijkswacht - hadden beraamd. Het kan niet aan de ingeschakelde mensen en middelen hebben gelegen, maar veel verder dan oom Bourlet komt de cel-Pampers niet. Blijkbaar heeft Michaux in zijn verklaring een serieuze schep gedaan bovenop wat hij her en der had opgevangen.

Toch worden er enkele lekken gevonden, maar wanneer het hele dossier in september 1999 in handen wordt gegeven van het parket van Namen, kan procureur Cédric Visart de Bocarmé zich enkel verwonderen over "de energie die hier is ingestoken". Ja, de herkomst van het door Michaux ontfutselde exemplaar van 'Laetitia 1' is gevonden - naar verluidt via vingerafdrukken - en men heeft ook de ontmoeting tussen de journalist en de ondervrager van Martin ontdekt. Visart de Bocarmé ziet alleen niet goed in hoe deze papieren heksenjacht gerechtelijk moet worden afgehandeld. In het geval van de Martin-ondervrager is er geen enkele aanwijzing dat hij met de journalist over meer heeft gepraat dan over de kwaliteit van de koffie.

December 1999

De GP'ers Davin en Masson worden op staande voet uit het onderzoek verwijderd. In Neufchâteau onthouden de magistraten zich van commentaar over de redenen. Onder rijkswachters in Neufchâteau gaat wel een gerucht: het duo zou Martin de verklaring van 28 augustus 1997, waarin zij zich zo plots die Citroën BX herinnerde, hebben gedicteerd met het oog op een mediagenieke apotheose in de commissie-Dutroux. "En zo is het hele onderzoek naar de knoppen geholpen", zegt een rijkswachter. "Door die grap hebben wij twee jaar lang naar de verkeerde auto gezocht. We kunnen Dutroux al niet veel meer maken. Alles wat men tegen hem had in de zaak-Julie en Mélissa berust op de verklaringen van Martin."

Is dat misschien de officieuze reden, dan toch niet de officiële, zo leert verder navragen. Het was Langlois die Davin en Masson wegstuurde onder het mom van "een vertrouwensbreuk". Destijds was er een regel die de speurders verplichtte om een rapport op te stellen, telkens als met hen contact werd opgenomen door de pers. Dat had die GP'er in september '97, ook al was er alleen over koffie gesproken, niet gedaan.

Vervalsing van de verklaringen van Martin? Niks van aan, klinkt het in GP-kringen. De informatie over de BX-diefstal in Jambes was in Neufchâteau in 1997 al bekend. Het enige wat Davin en Masson fout deden, was Martin op een erg suggestieve manier vragen of die gestolen auto "misschien niet een Citroën BX" kan zijn geweest. Voor zover bekend, loopt er momenteel geen enkele gerechtelijke of disciplinaire procedure rond het verloop van de verhoren van Michèle Martin.

Minder rampzalig zijn de gevolgen voor het onderzoek daarom niet. Gaat men door op de BX-piste en blijkt dat uiteindelijk dé wagen te zijn, dan krijgt men op het proces toch te maken met een grijnzende Julien Pierre. Die zal de jury wel uitleggen hoe Martin à la carte verklaringen wijzigde en de GP'ers werden weggestuurd.

Martin wordt sinds december 1999 verhoord door BOB'ers. Aan hen vertelde ze dat het inderdaad Davin en Masson waren geweest die over die BX waren begonnen. "En dus", zegt Gino Russo, "verkiest men nu niet te weten welke wagen er werd gebruikt. Van de rijkswacht verwachten wij niet meteen grote ijver om op dat BX-spoor door te gaan, want dan zit men daar plots weer volop in Othello-sferen."

In speurderskringen heet het nu inderdaad, met grote stelligheid zelfs, dat "die BX er niks mee te zien heeft". Er worden in België op piekdagen meer dan honderd auto's gestolen en dus was het vast niet eens zo'n stom toeval dat er op 23 juni in Jambes een BX werd gestolen.

Gino Russo: "Ah, dat weten ze nu plots zo zeker? Ik zou liever hebben dat ze mij ooit konden vertellen met welke wagen Julie en Mélissa wél werden ontvoerd. En wie achter het stuur zat."

Dinsdag wordt in Grâce-Hollogne een 'reconstructie' gehouden van de ontvoering van Julie en Mélissa. Marc Dutroux zal daar niet bij aanwezig zijn

Toen het onderzoek naar 'lekken' eind 1997 de zaak-Dutroux zelf ging overschaduwen, waren de gevolgen al gauw rampzalig

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden