Zondag 23/02/2020

Vuelta

Elke dag een nieuwe muur: de Angliru heeft een bedenkelijke trend in het wielrennen geïntroduceerd

Zelfs voor fladderaars als Alberto Contador en Miguel Angel Lopez was het woensdag grimassen trekken op de steile slotklim naar Alto de los Machucos. Beeld Photo News

“Een rotding met stukken van 22 procent erin”, niemand kijkt nog op wanneer de wielercommentator van dienst die hallucinante percentages aanklaagt. Steile muren zijn het fetisj van de moderne parcoursbouwers, de slaapverwekkende dominantie van Team Sky hun muze.

Het rotding dat morgen op het menu staat in de Vuelta is de beruchte Alto de l’Angliru. Een geasfalteerd geitenpad in Asturië schotelt de renners stijgingspercentages voor die doen duizelen: de laatste zes kilometer zijn gemiddeld 13 procent, met enkele duivelse pieken van 18, 21 en 23,5 procent. “Er is niets dat ook maar dicht in de buurt komt”, zei de gevleugelde Spanjaard Roberto Heras toen de Angliru voor het eerst geïntroduceerd werd in 1999.

Op dat moment had Heras volkomen gelijk. Het bijna stilstaande spektakel was uniek, de roem die volgde wijdverspreid. De folterweg op de Angliru is vandaag echter het symbool geworden van de nieuwe klimslogan van parcoursbouwers: hoe steiler, hoe liever. Als er een nieuwe helling in het parcours van een grote ronde opduikt, mag u er gif op innemen dat de percentages in de dubbele cijfers oplopen.

Mountainbikeverzet

Spektakel of masochisme, het hangt er maar vanaf welke renner je volgt. De minderheid die het beeld haalt, levert meestal het spektakel waar de wielerfan naar smacht. “Maar over het algemeen zijn renners niet echt opgezet met die hele trend van langer, zwaarder en nu ook steiler”, zegt wielrenner Serge Pauwels (Team Dimension Data), die de Vuelta enkele dagen geleden door ziekte moest verlaten. 

De Alto de l'Angliru staat garant voor spektakel. De vele toeschouwers krijgen hun helden dan ook iets langzamer dan normaal te zien.Beeld Photo News

“De limiet van de steilte is ondertussen bereikt. Alles wat hoger ligt dan 30 procent heeft niets meer met wielrennen te maken.” Dat werd in 2013 mooi geïllustreerd tijdens Tirreno-Adriatico. Renners zigzagden toen een weg naar boven of stapten zelfs af op de Sant’Elpidio a Mare, waar de hellingsgraad tegen de 30 procent aanschurkte.

En dus kwamen de parcoursbouwers met kwantiteit op de proppen. Tijdens de Vuelta kregen de renners liefst 5 ritten voorgeschoteld waar de stijgingspercentages boven de 15 procent liggen, met de voorlaatste rit van zaterdag als apotheose: naast de Alto de l’Angliru mogen de renners zich ook op twee andere muren dubbel toeplooien.

“Toen we bij de ploegbespreking voor de Vuelta de verzetten per rit overliepen, werd er wel vier of vijf keer een ‘34’ voorgesteld”, zegt Pauwels. Voor de leken: hij heeft het over het aantal tandwielen vooraan en ‘34’ neigt naar een mountainbikeverzet. Dat was afgelopen woensdag echt wel nodig toen de renners op de slotklim pieken tot 26 procent voor de wielen kregen. “Met de Angliru heb ik geen enkel probleem, maar moet het echt zo vaak?”

Blijkbaar wel, want voor parcoursbouwers lijkt het soms de enige manier om de duffe dominantie van Team Sky het hoofd te bieden. Dat ziet ook Pauwels. “Als ze hun treintje opzetten, zit Froome voor de hele klim gebeiteld, maar op de steilste stukken valt dat effect weg.” Steilere klimmen zorgen namelijk voor tragere snelheden en dan valt het effect van ‘drafting’ weg, het meezuigeffect dat toelaat om te profiteren van de renners die voorrijden.

Man tegen man dus, en bovendien toont de ongenaakbare Chris Froome zich net op die momenten maar een mens. “Vanaf een bepaalde steiltegraad gaat het bij klimwerk vooral om kracht ontwikkelen”, zegt Wim Van Holst van prestatiecentrum Energy Lab. “Pocketklimmers als Contador dansen naar boven, maar Froome, die liefst in het zadel een hoog en soepel omwentelingsritme hanteert, verliest een deel van zijn capaciteiten.”

Het beeld waar elke organisatie nachtmerries over heeft: Chris Froome en zijn Sky-trein.Beeld TDW

Voorspelbaar koersverloop

Vandaar wellicht dat ook de Tour de France in de dans is gesprongen, want met een gebrek aan legendarische beklimmingen (zoals de Vuelta) of tanende media-aandacht (zoals de Giro) heeft de Tour niet te kampen. Wel met een danig voorspelbaar koersverloop, dat de voorbije jaren op heel wat gegeeuw kon rekenen.

De voorbije editie werden klassieke 'lopers' als de Col du Galibier al te vaak aangevuld met moordend klimwerk à la Planche des Belles Filles, waar de renners in de slotmeters van 20 procent naar boven kruipen. Onder andere de Grand Colombier, de Mont du Chat en Mur de Péguère zorgden doorheen de Tour voor gelijkaardige taferelen - ook in de afdalingen trouwens.

“Dat het loodzwaar is, zorgt nu eenmaal voor spektakel. Wie een mindere dag heeft, wordt genadeloos afgestraft”, zegt Van Holst. Daarmee verwoordt hij onbedoeld de wens van sommige wielerfans – en organisaties - dat die ongenade ook de zwart-blauwe brigade wel eens mag treffen. Misschien morgen al. Dat valt dan weer onder de categorie ‘masochisme’.

Dit is wat je krijgt als het kookpunt overschreden wordt. Renners die te voet naar boven moeten, zoals in Tirreno-Adriatico in 2017. Beeld Photo News
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234