Maandag 18/01/2021

Elke dag brengt Marijke Libert u haar groeten over, uit een uithoek van Zeebrugge: zeehaven, vismijn, duin, dorp, station, strand. Poort op de wereld maar ook niemands- en iedersland. Geen parel maar een granietblok aan de kust. Het best bewaarde Belgisch

Vic, ex-caféhoudster:

Groeten uit Zeebrugge

Deel 3: Zeebrugge-dorp

Zie de schepen, de hele wereld komt naar mijn dorp

@10 ZB intro:Zeebrugge heeft geen dorp. Het heeft er vier. Het ding in kaart willen brengen is als een tocht ondernemen door zuigend baggerslib.

door Marijke Libert

Foto Stephan Vanfleteren

Landratten, gedag vanuit 'het Noorden'. Zo noemen ze in vorstinnenstad Brugge onze vierpolige molshoop aan de kust: het Noorden. Hier moeten ze zuiderling Brugge trouwens niet, of toch maar een klein beetje. De stad die hen bestuurt, ligt te ver af; en als het bestuur zich bemoeit, veel te dichtbij. Aantrekken, afstoten, met als dankbare metafoor 'getijde', daar leven ze hier bij gratie van.

Zeebrugge valt niet te annexeren, door niemand, het houdt zichzelf amper bijeen. Zo'n 3.500 inwoners heeft de kustgemeente, maar verenig ze maar eens. Vier wijken zijn er die niets met elkaar te maken willen hebben: strandwijk, stationswijk, dorp, oude vissershaven. Van de nieuwe haven spreken we hier voor het gemak even niet (daar woont ook niemand) en in de achterhaven zijn het polderbewoners, die zetten hun neuzen niet naar zee of binnenland, die kijken naar beneden, naar hun kleigrond en kreken.

Maar goed: de vier Zeebrugse wijken. Ze zijn uit elkaar getrokken door dammen, vaargeulen, bruggen, banen, treinsporen, fysieke en minder fysieke grenzen. Op die manier wordt de zo al grillige taart die Zeebrugge is, grondig doorkerfd. Rij er door, u zal het begrijpen, of beter: blijf ginds, neem er een kaart bij, zo ziet u het ook. Zeebrugge is één quilt, vele lappen grond. Alles houdt alles op afstand, en natuurlijk doen ook oude vertelsels aan de grondige verschillen mee, verhalen waarvan niemand de oorsprong en de inhoud nog kan (en wil) achterhalen.

Feit is. Dat die van de vismijn niets van doen willen hebben met die van het dorp aan de overkant van de drukke Kustlaan. Die van het dorp, achter de kerk, gezellig bijeen in een soortement put, willen niet van die van de stationswijk weten, dat schorremorrie (sic) dat neerhurkt voorbij de brug richting Blankenberge. En die van de stationswijk vinden die van 'de Mole', de strandwijk zeg maar, een stelletje omhooggevallen kwistenbiebels. "De mollen van de Mole", zeggen ze, "dat ze in hun holen en hun appartementen blijven." Die van de jachthaven houden zich respectvol op afstand aan de vernieuwde Rederskaai, bekijken hun boten of auto's die aanliggen of gestationeerd zijn voor hun deur en rusten dankbaar uit van een lucratief leven of drukke baan. Tussen de bewoners aan de Rederskaai en de vissers afstand bewaren is niet moeilijk met het water van de vissershaven ertussen. Ze zouden er misschien een voorbeeld aan de boten kunnen nemen. Garnalenschuit en catamaran dobberen hier soms zusterlijk bijeen. De vraag is echter: waarover gaat het hier feitelijk en vooral ook: bent u nog mee?

Wij hebben ons, verdwaasd en piekerend over zoveel asymmetrie, met een zucht neergezet op een brede houten bank. Aan het 'drielandenpunt' van Zeebrugge, waar jachthaven, zeehaven, vissershaven en in de verte ook het dorp samenkomen. Je ziet er niets en tegelijk alles. Water overal waar je kijkt, eindeloze lucht, strakke wind. Een paar meter voor het water staat een monument vol dode namen. Het Visserskruis.

We hebben naar deze rustplek een handlanger meegenomen, eentje van hier die voor eenheid van denken en wonen en leven is. Alleen al door haar levensloop kan ze niet anders: geboren op het strand, getogen in het dorp (de put), de familie doet zaken in de vissershaven. Ingrid. Maar de naam Vandamme zegt sommigen misschien iets. Komiek hoe mensen namen dragen die hen dienen op het land waar ze uit stammen. Ingrid is in het -tigste knoopsgat zelfs familie van Pierre Vandamme, ridder, burgemeester van Brugge geweest, juwelier en baas van de zeehaven ruim een halve eeuw geleden. Pierre was een van de founding fathers van de haven. Zijn naam heeft dan nog een extra fysieke grens aan Zeebrugge gegeven, tussen Heist en Zeebrugge: Sluis Vandamme.

Ingrid is zus van Wim van Maison Vandamme, traiteur Vandamme en Channel 16, bekend tot ver bij u in het binnenland. Ingrid is bovendien CD&V-gemeenteraadslid in Brugge, anderhalf jaar geleden pas is ze in de politiek gegaan. Met overgave en verschroeiende dynamiek.

"In Brugge hoor je vooral over Zeebrugge praten als het gaat om het economische verhaal, over ontsluiting van de haven, via spoor, weg, water, rangeerstation. Zeebrugge, en daar kunnen we het bestuur gelukkig steeds meer van overtuigen, is echter ook een diep menselijk verhaal. Het is het voorbeeld van hoe je een multiculturele en multisociale gemeenschap kunt ordenen, een pláátje als het ooit lukt. Maar we zijn goed bezig."

Ingrid gelooft vast in de vereniging van het grillige pallet waaruit ze eendrachtig verkozen werd. En om al dat verenigen te symboliseren is ze zelf maar tot dat hele verenigingsleven toegetreden. Noem haar één tennisclub of feestcomité of doegroep waar ze geen lid van is.

Maar goed, het Visserskruis, want daar stonden we. Het is Ingrids lievelingsplek. "Hier kom ik staan als het even moet bedaren in mijn hoofd, als alles weer plek moet krijgen. En, raar maar waar, ik bekom er meteen. Dit is mijn poort, onze poort, op de wereld. Kijk naar hoe ze aan de overkant van het water die onmetelijke schepen optasten, container per container. Bekijk de majestueuze kranen. Ik denk dan altijd weer: de hele wereld komt naar mijn dorp.

"En dan kijk ik om en maak contact met mijn eigen sterfelijkheid. Op het monument in onze rug lees je de tientallen, honderden namen van mannen die voor ons op zee gestorven zijn, die hun gezinnen met gemis en in rouw hebben achtergelaten. Heel die wereld van zee en boten komt hier ook bijeen, de wendbare vissersschepen en de onaantastbare mastodonten. Hier zwoegde en zwoegt de visser nog voor zijn karige brood. Hier werkt de Filippijn en de Ivoriaan, de Rus en de Pool zich uit de naad, in de ingewanden van diepe boten. Allemaal omdat wij te eten zouden hebben. Van links komt de verse vis, van rechts stromen ons tot de meest exotische dingen toe: verse ananas en kiwi. Dankzij hen kunnen wij consumeren."

Als je haar hoort praten, ratelen, want ze houdt niet op, ga je meteen geloven dat Zeebrugge een toekomst heeft van finaal samenkomen, niet alleen van de consumentenbelangen, ook van bewoners. Buurtwerkers, handelsverenigingen en cultuurmensen doen hun uiterste best om de neuzen van de Zeebruggelingen in eenzelfde richting te zetten. Al zijn vooral de vissers of wat er nog van overblijft het moeilijkste te benaderen. Ze bestaan nog, maar trekken zich terug in hun resterende cafés aan de oude vismijn. Of in het dorp, in café De Vrede of 't Spinnetje, waaruit 's avonds laat al eens luide muziek weerklinkt: Dave en Lucy Loes.

Zeebrugge is op zijn hoogtepunt van volle havenexpansie, in de jaren zestig en zeventig, een bijzondere feestplek geweest. Een parel aan de kust wat exquis uit eten gaan betreft, met zijn 'Le Chalut', 'Chez Willy' of 'Mon manège à toi'. Hier strekte Jacques Brel na aanleg van zijn boot graag de zeebenen. Hier dronk hij zijn Veuve Clicquot, kwam hij een garnaaltje stekken, het liefst in een omelet gedraaid en met een goede portie frieten erbij. "Hij kwam ook soms bij ons, zette zich dan helemaal in de hoek van café of terras", vertelt Vic, ooit caféhoudster aan de Kustlaan. "Hij wenkte me dan en zei: 'Niemand zeggen dat ik hier ben neergestreken.' Hij was hier incognito. Ach, nen hele brave mens. Brel, de levensgenieter, wist waar het goed was."

Zeebrugge was toen nog de plek van de nacht, en die functie is verdwenen de voorbije decennia, een paar uitzonderingen daargelaten. De teruggang werd ingezet met het verdwijnen van de Barq'à Jac (zie hiernaast). Zeebrugge heeft zijn etiket van uitgaansstad nog niet verloren, alleen maar even op een lager pitje gezet. In de jachthaven wordt voorbij sluitingstijd al eens een gordijn dichtgetrokken en de muziek wat luider gezet en gedanst 'à la façon Barq'à Jac'. We zeggen niet waar. En ook 'het werkvolk', de baggeraars bij Decloedt, zij die wroeten in de zeehaven, komen graag in grote vrolijkheid bijeen na de job.

De vissers zijn het moeilijkst te vinden en te benaderen. Net als hun collega's in andere vissershavens kregen ze het hard te verduren, door visquota en hoge brandstofprijzen. Het zijn legendarische vissers, die van Zeebrugge, want ooit redders en mensendreggers geweest op zee. Al mag er niet over gepraat worden. Niet weer dat verhaal over rampjaar 1987 en over de Herald of Free Enterprise, vragen ze in het dorp. Erover zwijgen, graag. Vooral de oude vissers kijken dan met een blik op donder naar hun pinten. Zo zaten ze er volgens Vic ook maanden na de ramp bijeen: nors, kwaad, agressief bijna als een verslaggever kwam peilen naar hun trauma's. "Ik wist dat ik ze gerust moest laten. Vissers zijn versloten. Ze verkroppen, steken weg. Toen hier vroeger een vissersschip verging, had je ze in het café moeten zien zitten, sprakeloos, hun blik zo peilloos diep als het donkere water waarin hun collega's werden vermist. Het blijft, hoe uitgedund ook, een apart soort mensen."

Jacques Brel wenkte me en zei: 'Niemand zeggen dat ik hier ben neergestreken.' Hij was hier incognito. Ach, nen hele brave mens. Brel, de levensgenieter, wist waar het goed was

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234