Donderdag 21/11/2019

‘Elke chauffeur heeft zíjn geluid. Al van 300 meter ver hoor ik het. Jan ‘trompt’ drie keer, Bartje tingelt altijd’

Een week lang hoppen op de zichzelf vierende kusttram, het heeft ons dicht bij ‘de mens in beweging’ gebracht, zijn gevoelens en geschiedenissen. De tram vervoert wens, droom en verdriet. En is behoorlijk praktisch bovendien. Hij zet klokvast broodwinners, bedelaars en missionarissen op hun wisselende haltes af. Hij begeleidt jutters en bedevaarders in hun zoektocht tussen de hoop om iets te vinden en het vaste geloof in gevonden hebben. Die tram, met zijn kenmerkende aanzwellende sisgeluid, brengt ook verlangde rust. Hij dropt zonnekloppers op hun naaktstranden, en natuurgidsen in de helmgraswuivende boorden, tussen duin en strand. Hij dumpt echter ook illusies aan zijn zijlijn en raapt er gestrande mensen op. Zoals die tot wal gedoemde visser die op 27 juli, komende dinsdag precies 43 jaar geleden, vijf maten op zee verloor en zwijgend, treurend op de tramachterbank tussen Blankenberge en Zeebrugge weigert te vergeten.

Al dat menselijke gewoel wordt ook vervoerd. Door de driehonderd bestuurders die De Lijn een maandloon bezorgt om al die verplaatsingen te doen, vanuit de drie bekende startplekken: De Panne, Oostende en Knokke. Op de zomerse piekmomenten vreten ze in de gemiddeld veertig kusttrams die op het 67 kilometer lange traject rondhossen in totaal meer dan 3 miljoen kustkilometers.

Een van hen heet Dirk. Dirk woont in Wenduine. Drift 16 om precies te zijn, en nog preciezer: in het enige nog bewoonde tramhuis, de voormalige conciërgewoning van het vakantiehuis van de spoorwegen. Dirk is met pensioen. “Excuseer, prepensioen”, verbetert hij zichzelf meteen. Het illustreert hoe hij nog met de job, De Lijn, het werk, de tram, dat tijdloze en stipte ding verbonden blijft. Ruim dertig jaar werkte hij bij De Lijn, waarvan de helft als trambestuurder. Nu kijkt hij uit over de sporen, van op zijn terras, met een ontbloot bovenlijf dat glimt van de uren zon, van de uren buiten. Hij die in zijn werkjaren steeds binnen, afgescheiden in een conducteurshok zat.

“Ik moet eerlijk zeggen dat ik liever met de bus reed, omdat je dan niet zo vastzit op die sporen”, zegt Dirk. “Als je vastzit, kun je nooit weg. Uitwijken is geen optie, je kunt niet naar links of rechts. Het is wachten tot het spoor weer vrijkomt.”

De ergste oorzaak van vastzitten is een ongeval. “Daarvan ben ik spijtig genoeg niet gespaard gebleven”, zucht hij op een manier die ons twijfelend en met schroom de volgende vraag doet stellen. Een dodelijk ongeval? Hij knikt. Ja dus. Er volgt een pauze. Zijn echtgenote Lieve monstert hem, kijkt of er nog iets komt.

“Een man in een wagen die zich met een redelijke snelheid tegen mijn stilstaande tram te pletter reed”, vertelt hij ineens. “Oké, die man was beschonken, maar de omstandigheden doen er weinig toe. Hij werd dood vanonder het voertuig gehaald. Het is de bestuurder, ik dus, die te verwerken had, of beter ‘heeft’. Het gaat nooit weg.”

Lieve komt ertussen: “Het is pas de tweede keer, hier bij jullie, dat hij erover spreekt. Zo’n ongeval met de kusttram, je leest erover in de krant, het doet zich elk jaar weer voor, maar het blijft een soort taboe. Dirk treft geen schuld, dat weet iedereen en dat weet hij ook, maar je zult het maar meemaken.”

Ander onderwerp, gebaart hij. “Het is een plezante job geweest, een zeer variabele loopbaan heb je bij De Lijn”, begint hij. “De tram en de bus besturen, dat mag tot de mooiste tijd uit mijn leven worden gerekend. Je hebt zeker geen tekort aan sociaal contact: je hebt je collega’s, maar ook je reizigers. Een paar vaste klanten zijn vrienden gebleven. Er komen hier nog mensen over de vloer die me ooit als chauffeur hebben leren kennen. Ik krijg soms mails: ‘Awel, Dirk, waar zit je?’ Er zijn figuren die je bijblijven, vaste klanten die dagelijks meereden met jouw tram. Zo heb ik ooit zes jaar lang contact gehad met een schooljongen. Ook met hem onderhoud ik nog mailverkeer. Hij is afgestudeerd aan het middelbaar en zit nu aan de universiteit.”

Ineens horen we een aanzwellend geraas, als een korte windvlaag, met dat sonore geblaas en naderend gedaver. De tram kondigt zich aan. Je hoort hem echt wel goed van op deze plek, merken we op. De tram zwenkt vanuit de bekende bocht tussen Wenduine en De Haan, daar waar het tramkoppel woont. Dirk heft meteen routineus de arm, de hand op.

“Je wordt dat gewoon hoor, dat geluid”, zegt Lieve.

“Zeker als je ooit tramchauffeur bent geweest. Dan klinkt dat tramgeluid je als muziek in de oren”, zegt Dirk. “Ik kan zelfs het verschil horen tussen het geluid dat onze eigen kusttrams voortbrengen en dat van de trams die vanuit Gent of Antwerpen naar hier zijn overgebracht om tijdens de piekperiode, de zomermaanden, de massa toeristen te helpen vervoeren. Het verschil is moeilijk te beschrijven. Enfin, als je met de tram rijdt, heb je dat meteen door.”

“Ik hoor het ook”, zegt Lieve.

“Het is iets meer gedempt, doffer. Ik hoor zelfs aan het geluid wie de chauffeur is.”

“Dat hoor ik dan weer niet”, zegt Lieve. “Alhoewel, ze tingelen of trompen soms en dan weten we het wel.”

“Elke chauffeur heeft zijn kenmerk, zijn manier van besturen en van geluid voortbrengen. Al van 300 meter ver hoor ik het. Jan trompt drie keer, Bartje tingelt altijd en dan houdt hij zich heel kort in voor hij langs ons huis rijdt. Als ik op het terras zit, dan gaat er hier meteen een arm in de lucht. De collega’s weten dat.”

Lieve en Dirk wonen 25 jaar in hun woning aan Drift. “Het stond leeg en de spoorwegen zochten iemand om het te huren en te onderhouden Er waren weinig kandidaten. Er was ook geen comfort binnen: we hadden geen keuken, er was veel kapot. Maar we vonden het zo’n prachtoord om te wonen, aan de rand van de duinen, om de hoek bij Wenduine, dicht bij Wenduine-Molen, met zicht op de tram. We zijn dan beginnen te renoveren, hebben dubbele ramen geplaatst. Niet per se om dat geluid van de tram weg te houden, maar voor de isolatie”, lacht Dirk. “Kortom, we zijn hier intussen 25 jaar met vakantie”, vult Lieve aan.

Getingel, aanzwellend geraas. Hier gaan we weer. Dirk springt als op afroep recht. “Dat zal Bartje zijn.” De arm gaat al de lucht in nog voor de tram zichtbaar wordt tussen het dichte duinengewas. Hoeveel keer per dag passeert de tram hier? “Veel,” zegt Dirk, “in de zomermaanden zeker twintig keer per uur.” Dat is veel armzwaaien. “Ik zit niet altijd buiten, hé”, zegt hij. “Maar ja, het is behoorlijk zwaaien en het vermoeit eigenlijk nooit. Het is een gewoonte geworden.”

“We hebben er ooit aan gedacht om hier voor het huis zo’n wuivend handje te zetten”, lacht Lieve. “Dan hoeven we het zelf niet te doen.”

“Niet overdrijven, hé”, lacht Dirk.

De tramchauffeur, zo vernemen we, heeft niet alleen zijn favoriete reizigers maar ook zijn favoriete plekken, en de job verveelt nooit. Ook al doet de chauffeur zijn traject dag aan dag, ook al ziet hij steeds dezelfde kustvilla’s en appartementen, dezelfde parkings en hetzelfde gazongras aan zijn blik passeren. “Als je met de tram rijdt, is elke rit weer anders. De dingen veranderen zelfs met het uur, dag na dag en nog veel meer seizoen na seizoen. Telkens weer valt je iets nieuws op. Een huis dat te koop staat, of hoe een regendag het toeristische gebeuren aan de kust plotsklaps doet omslaan. De natuur zelf verandert ook voortdurend. Dus nee, met de tram rijden is zeker niet saai”, besluit Dirk.

“Ik kan getuigen”, zegt Lieve. “Dirk ging altijd zo graag naar zijn werk.”

“Ik vond ook dat ik de verantwoordelijkheid had over die mensen die ik vervoerde”, gaat hij verder. “Mijn werk was niet van punt naar punt rijden, en dan terug. Het had zin.”

Dirk bestuurde tijdens zijn jaren dienst verschillende voertuigen. “In het toeristische seizoen kreeg je al eens een specialleke”, vertelt hij.

Lieve: “Oh ja, de Marstram herinner ik me nog heel goed, de publiciteitstram van die snoepfirma. Ze lanceerden toen de Marsijsjes”

Dirk: “Ik ben die zomer 5 kilo bijgekomen. Je moet weten: wij kregen die Mars’en voor niets tijdens onze ritten.”

Lieve: “Komaan, Dirk, het was maar 2 kilo.”

Dirk: “(tot ons) Ik ben een visserke, hé. Garnaalvisser vooral. En een visser, dat weten we, die overdrijft graag.

Alweer twee trams en uitbundig gezwaai verder hebben we het over de tram en zijn eigenaardig heden. We lazen ergens dat er een sociologische of psychologische verklaring bestaat voor welke plek een reiziger kiest. Mensen die een plaatsje vooraan verkiezen, willen contact leggen met de chauffeur of zijn zeer alert bezig met het tramrijden op zich. Achteraan in de tram zouden de goedlachse mensen zitten die sociaal contact willen leggen. In het midden nemen dan weer de reizigers plaats die niet gericht zijn op een praatje met anderen.

Dirk: “Ik zat altijd vooraan. (lacht)”

Lieve: “Volgens mijn ervaring zijn de middelste plaatsen de beste. Zeker voor mensen met rugpijn. Het is comfortabel. Vooraan schokt het meer.”

Kan een chauffeur letterlijk in overdrive gaan, het is te zeggen te snel of roekeloos rijden?

Dirk: “Een vrachtwagen- of andere chauffeur weet na een tijdje hoe hij zich moet gedragen op bepaalde rijvakken. Nu, bij de tramchauffeur is dat identiek. Je kent je traject, je kent de stroken, je kent de rails. Bij sommige railstroken voel je iets anders. Ik kan dat niet uitleggen, het heeft met ondervinding te maken. Je weet waar de korte nepen zijn. Tja, nepen, ook dat is moeilijk uit te leggen. Het gaat over kleine vervormingen, een soort slag in het spoor. Op die stukken kun je jezelf voorbereiden en vertragen, in het belang van het comfort van de reiziger.”

Lieve: “Daaraan herken je overigens de goede en meelevende chauffeurs: aan de mate waarin ze zichzelf inhouden op bepaalde punten. Dan schudt de tram minder en is de reiziger meer op zijn gemak.”

Kortom, het is niet onbelangrijk wie de chauffeur in kwestie is, als mens.

Dirk: “Dat speelt zeker een rol. De Lijn heeft de laatste jaren bij aanwervingen enorm veel aandacht voor de psychische geschiktheid van de chauffeurs. Stressbestendigheid, empathie, die dingen. Vroeger mocht je geen dertig zijn voor je aangeworven werd bij de tram en de bus. De redenering was: eenmaal ouder is je karakter al gevormd en kun je daar als werkgever niet veel meer in losmaken. Wie jonger is, is flexibeler. Dat is intussen veranderd. Je hebt toch een rijpheid of bepaalde vaardigheden nodig. Een ervan is geduld. Vooral met oudere mensen moet je enorm veel geduld hebben. En het is bekend dat de kusttram het favoriete vervoersmiddel is van senioren. Een tramchauffeur moet alles ook steeds van op voorhand kunnen inschatten. Ervaring is dan van belang. Je moet het verkeer rond jouw tram bijna kunnen voorspellen, voorzien wat die fietser, die voetganger of die automobilist zal doen, welk manoeuvre hij zal maken. Dan moet jij als tramchauffeur je rijstijl aan de omgeving aanpassen. Het is heel simpel wat die rijstijl betreft: het gaat over vertragen, remmen en weer aanzetten, meer kun je niet doen.”

“Tijdens de vakantieperiodes moet je zeer alert zijn. Ik geef je het op een blaadje: de lievelingsmaanden om te rijden zijn voor elke chauffeur die maanden buiten het zomerseizoen. Ik ken geen enkele chauffeur die juli en augustus noemt als zijn favoriete werktijd. Voor mezelf zijn de mooiste maanden april en mei. Die ontluikende natuur... De herfst vind ik minder interessant, vooral wegens al die bladeren op het spoor. Dat is redelijk gevaarlijk bij het remmen.”

En hoe is het voor Lieve om de first lady van de wattman te zijn?

Lieve: “(lacht) Ik had mijn man op de een of andere manier altijd in mijn buurt. Hij passeerde. Af en toe ging ik naar de halte hier verderop, met zijn boterhammen of met een fris fruitsapje in de hete zomermaanden.

“Het was echt wel een prachtjob”, mijmert Dirk.

“De vrouwelijke aanbidsters moest je er wel bijnemen”, grapt Lieve.

Vrouwelijke aanbidsters?

“Jawel,” lacht Dirk, “die zijn er. Noem het fans of geestdriftige reizigsters, of stalkers. Je komt eraan gereden met je tram en denkt: ‘Oh nee, die weer.’ Je weet dat die vrouw opstapt voor jou. En, tja, je kunt ze er niet afzetten want ze hindert je niet. Ze doet niets verkeerd.”

Lieve: “Het uniform, denk ik, daar draait het bij die vrouwen om.”

Dirk: “Maar het heeft ook iets van: die man bestuurt de tram, alsof je een piloot bent, maar dan op de grond. Ik wil niet overdrijven, maar ik zag wel dat sommige vrouwen daarnaar opkeken. En heel soms kreeg ik cadeautjes.”

Lieve: “Pralines vooral. Of die bedrukte tas met ‘voor de chauffeur’ erop.”

Dirk: “Ik heb er nooit uit willen drinken.”

Lieve: “Ik wel. En ik heb met veel smaak al die pralines opgegeten.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234