Dinsdag 18/01/2022

Elk jaar 75 moorden niet opgemerkt

Omdat volgens wetenschappelijk onderzoek elk jaar 75 moorden in ons land niet ontdekt worden, heeft een werkgroep van politiemensen en magistraten een handboek samengesteld om dat aantal terug te schroeven. ‘Elk onduidelijk overlijden moet als verdacht gezien worden’, zegt coördinator en politiecommissaris Karen Plasschaert.

‘Bij het vinden van een overleden persoon zijn er twee valkuilen. Ten eerste de afwezigheid van manifeste sporen van braak of wanorde en ten tweede het ontbreken van duidelijk zichtbare letsels. Maar dat betekent niet dat er geen misdrijf werd gepleegd’, aldus Plasschaert.

“Het is niet omdat oma bij aankomst van de dokter of politie vredig op haar bed ligt met een paternoster in haar handen, dat ze ook zo vredig aan haar einde kwam”, zegt Karen Plasschaert. Ze is commissaris van de Dienst Agressie/cel geweld van de directie criminaliteit tegen personen en wroette vijftien jaar in zedenonderzoeken, dossiers van mensenhandel én moorden. Plasschaert weet uit ervaring dat een moord niet altijd in een oogopslag is vastgesteld. “Niet elk slachtoffer heeft een mes in zijn borstkas of een gapend kogelgat in zijn voorhoofd.” Dus gebeurt het dat moorden nooit worden ontdekt. Naargelang de bron is er sprake van één op zeven tot zelfs één op drie moorden. “Volgens wetenschappelijk onderzoek worden er in België 75 moorden per jaar niet ontdekt. Ook in de rechercheschool wordt er op dat cijfer gewezen”, zegt Plasschaert. Ze schreef het boek Verdacht overlijden niet alleen. Twee jaar lang coördineerde Plasschaert een werkgroep van magistraten en politiemensen. “Omdat de verbetering van de ‘afhandelingskwaliteit’ van het gerechtelijke onderzoek een prioriteit is in het veiligheidsplan 2008-2011.”

Specialistenwerk

Dat sommige moorden niet opgemerkt worden, wijt de werkgroep aan zogeheten filters bij het aantreffen van een overleden. “Enerzijds is er de geneesheer die ter plaatse komt om het overlijden vast te stellen. En anderzijds is er de eerstelijnspolitie - als die al wordt verwittigd. Hun advies is belangrijk om te bepalen of er al dan niet een verder onderzoek moet worden gestart. Terwijl de dagelijkse praktijk aantoont dat die twee filters meestal niet de nodige competentie en ervaring hebben”, aldus Plasschaert. “Dat is geen verwijt. Die mensen kunnen er ook niet aan doen dat hun opleiding ontoereikend is. Het is nu eenmaal specialistenwerk - niet elke geneesheer is voldoende opgeleid in gerechtelijke geneeskunde en niet elke agent is opgeleid tot speurder.” Ook ervaring speelt een rol. “In bepaalde politiezones krijgen ze zelden een moord voor de kiezen. Het is dan ook logisch dat ze er in pakweg ‘Bachten de Kupe’ minder ervaring mee hebben dan in Brussel. Daarom is het belangrijk: voor die ene keer dat je een dode ziet, zeg niet te snel dat het geen kwaad opzet is.” Voor Plasschaert is het eenvoudig: “Indien er geen duidelijke doodsoorzaak aangeduid kan worden, is het overlijden altijd verdacht en moet er uitgegaan worden van het worst case scenario. Dan moeten er specialisten zoals een wetsgeneesheer en het labo ter plaatse komen.”

De eerste fase van het onderzoek draagt het meeste risico in zich. “Mensen die als eerste ter plaatse komen bij een overlijden zijn vaak in paniek en komen in één grote chaos terecht. Terwijl je een zaak wint of verliest op de plaats delict. Daarom is het van belang de crime-scene te beschermen. Vaak is dat ook tegen goede bedoelingen, die echter resulteren in een besmetting of vernietiging van bewijs. Het is begrijpelijk dat medische teams zo snel mogelijk proberen iemands leven te redden, maar dan is het aan de eerste politiepatrouille om ervoor te zorgen dat die artsen geen sporen vertrappelen.”

“Het echte beeld van een crime-scene: dat is iets helemaal anders dan het ideaalbeeld in CSI.” Daarom vindt Plasschaert ‘Er zijn geen tien best ways of practice’ de belangrijkste zin van de handleiding. “Er is geen ultieme handleiding die elke vergissing uitsluit. Zo pretentieus zijn we niet. We kunnen alleen maar proberen uniform te werken en zoveel mogelijk proberen uit te sluiten dat er verdachte overlijdens door de mazen van het net glippen.”

Lange tenen

De politiecommissaris zegt dat ze beseft dat er vermoedelijk politiemensen zijn die zich aangesproken zullen voelen door het boek. Zelfs op de vingers getikt. “Er zijn in elke beroepscategorie mensen met lange tenen. Dus ook bij de politie. En ja, het is onvermijdelijk dat sommige agenten zich geviseerd voelen.”

Intussen zijn er al 650 exemplaren van Verdacht overlijden verdeeld op twee studiedagen. Het publiek bestond uit magistraten en agenten. Volgens Plasschaert is het de bedoeling dat Verdacht overlijden binnenkort in elke politiezone en op elk politiecommissariaat belandt.

Commissaris Karen Plasschaert

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234