Donderdag 08/12/2022

Elk huis zijn kruis

Het verhaal van Marijke Liberts romandebuut Sterk water wordt niet verteld door de personages, ook niet door een alwetende auteur, maar door vier huizen. Dat is ongewoon en origineel - al heeft zulke originaliteit ook haar nadelen.

Marijke Libert

Sterk water

Meulenhoff, Amsterdam, 175 p., 625 frank.

Huizen die 'getuige' zijn geweest van bijzondere stadia in het leven van je hoofdpersonage, dat opent voor een auteur een waaier van mogelijkheden, natuurlijk. De huizen kunnen gemakkelijk wat over hun geschiedenis en die van hun eerdere bewoners kwijt. Of ze maken gebeurtenissen mee die ze als niet direct betrokkene in alle objectiviteit kunnen weergeven. Zodoende bewaren ze als 'verteller' een zekere afstand, waardoor de verwondering en het onbegrip die zijn relaas kleuren de lezer prikkelen. Om te begrijpen wat er echt gebeurt moet die tussen de regels lezen, als een goede verstaander, tot zijn hypothese later door de personages zelf bevestigd of gecorrigeerd wordt. Bij die conversaties vergeet je dan weer gemakkelijk dat ze niet geregistreerd worden door een van de personages, maar dat het huis ze reproduceert - daar functioneert het bijzondere vertelstandpunt dan weer niet.

Want het schept ook moeilijkheden, zo'n ongewoon gezichtspunt. Wat voor bewustzijn heeft zo'n huis? Is dat overal tegelijk aanwezig of tijdelijk of slechts hier en daar? Kan het 'zien' en 'horen' of alleen maar vaag 'gewaarworden', zoals in: "Ik geef toe dat ik de eerste keer dat ik dit meemaakte mijn eigen waarneming niet geloofde, dat ik gewoon niet wist wat me overkwam en zelfs een beetje schrok." Een huis? Kan het ook gevoelens hebben en zich dus bij tijden betrokken voelen bij wat er in zijn kamers gebeurt? Kent het vermoeidheid en ontgoocheling, kan het last hebben van ouderdom? Voelt het angst om verlaten en bouwvallig te worden, of pijn bij de verbouwing? Allemaal vragen waarmee in de loop van het boek, bij de uitwerking van het oorspronkelijke idee, rekening moest worden gehouden.

Je weet wel waar je begint, maar niet waar je uitkomt met zo'n vondst, of tot waar de onverbiddelijke consequenties je kunnen voeren. Als het huis kan zien, waarmee dan? Naar buiten met zijn ramen, zo blijkt. "Ik, die mijn blik op buiten, de ramen, tijdens de julidagen kort na zijn geboorte openhield zodat (...)." Nee, dat zit niet goed, zo'n toelichting. Een huis komt ook pas tot leven als iemand er intrekt. "Met een schreeuw werd ik geboren of beter gezegd door een schreeuw. Het was alsof ik na een spasme loskwam, na die gil." Die nadrukkelijke personificatie van het huis, maar ook van andere dingen ("Een druilerige jengelende winter was het, die bruingrijs in de lucht hing en vettige kringen tekende op mijn gevel"), doet onvermijdelijk aan Erwin Mortier denken, in wiens boeken zo goed als alles lijkt te leven. Het levert ook ongebruikelijke, soms manke zinnen op: "Ik besefte wel dat om mij, hoewel gewekt, niet was geroepen." En zo moeten er nog wel wat omwegen gemaakt en wendingen geforceerd worden om die originele vondst te stutten.

Maar wellicht was het te uitdagend origineel om het niet te doen. Een huis biedt natuurlijk ook die prachtige metafoor van behoeder en bewaarder van het leven, en laat dat nu net de rode draad van het verhaal zijn. Memeeke komt ongelukkig om het leven. Men vindt haar 's ochtends beneden aan de keldertrap in een plas bloed, met haar kleindochter van drie ingedommeld op haar rug. In die kelder bewaarde ze batterijen van ingemaakte groenten en fruit, niet omdat ze zo vooruitziend was, maar omdat inmaken, de opbrengst van het leven bewaren, deel uitmaakte van haar zorgzaamheid. In een aparte nis heeft ze drie glazen bokalen van de rest afgezonderd en afgedekt. Maar die zullen pas worden ontdekt als veel later een vreemd paar het bouwvallige huis koopt en een grote opruiming houdt. De kleindochter, ondertussen kunstenares, wordt erbij gehaald en zij maakt er een kunstwerk van, zodat die onmogelijke dingen eeuwigheidswaarde krijgen. Over ophouden of barsten en over bewaren of wegdoen gaat dit boek, in verschillende betekenissen, tot in de laatste zin.

Met de dood van Memeeke is het drama echter niet ten einde, het begint pas. Haar schoonzoon wordt ervan beschuldigd het lot een handje geholpen te hebben. Als hij vrijkomt ziet het gezin zich genoodzaakt te verhuizen, en kommer en kwel leiden acht jaar later tot een nieuw drama, dat alleen het meisje overleeft. Ze komt eerst in een tehuis terecht en gaat later als studente op kamers wonen. Daar vertelt ze tegen enkele vertrouwelingen tot hun ontsteltenis haar ware verhaal. Later schrijft ze het ook uit, met de huizen als steun meekijkend over haar schouder, om haar zoon voor te bereiden op andere dan de optimistische sprookjes die Memeeke in alle vroegte beneden aan de keldertrap tegen de drie glazen bokalen placht te vertellen.

Er blijven opmerkelijke hiaten zitten tussen de verschillende levensstadia van het meisje. In het laatste hoofdstuk blijkt ze het, zonder verklaring, zelf moeilijk te hebben met de hoede over een zoon. Door de fragmentering van haar levensloop van boosaardig kind over wankele adolescent tot jonge moeder krijgen tijdelijke personages in elk stadium niet meer dan een decoratieve functie. Met wat goede wil kun je de kennismaking met vriendin Rachel nog wel bij het centrale gegeven laten aansluiten, als ze wordt natgegoten en haar licentiaatsverhandeling in een teil zeepwater wordt ondergedompeld en daar niet tegen bestand blijkt. Maar het zit wat omslachtig en gewrongen in het geheel. Helemaal gaaf is de structuur niet.

Het belangrijkste effect gaat in dit verhaal uit van een combinatie van het gezichtspunt en de wat verhullende, suggestieve verteltrant. Het huis noemt geen namen, het duidt de personages aan als 'de man', 'de vrouw' of 'het meisje', of nog vaker, en soms verwarrend, als 'ze' en 'hem'. Het huis observeert en registreert, maar het interpreteert niet, legt niet uit. Dat wordt aan de lezer overgelaten. Die wordt ondergedompeld in een toch wat sombere, vervlogen huishoudelijke atmosfeer van vochtige kelders en krakende trappen, van gebreide lijfjes en zelfgebakken koekenbrood en klotsende weckpotten. En tussendoor schotelt Marijke Libert hem de onderdelen van een lang nazinderend familiedrama voor, waarin een heel dwars en malicieus kind duidelijk de hoofdrol speelt, maar waarvan de samenhang en de eigenlijke toedracht niet meteen duidelijk zijn. Doordat ook de chronologie wat versluierd werd, heeft die lezer al zijn aandacht nodig om de puzzel in elkaar te passen, en dat maakt het lezen wel boeiend. Sterk water is als een weckpot waarin het inmaakvocht het zicht op de vruchten vertroebelt. Een kluwen van verhalen dat in zijn spiegelbeeld ontrafeld en geïnterpreteerd moet worden. Een nieuwe exponent van de aloude naturalistische traditie in Vlaanderen ook. Met Erik Vlaminck, Annie van Keymeulen, Detty Verreydt en Erwin Mortier vormt Marijke Libert welhaast een generatie van schrijvers die vanuit een ongewone invalshoek een atavistische band met het leven van twee generaties geleden in beeld brengt.

Jos Borré

De lezer wordt ondergedompeld in een vervlogen huishoudelijke atmosfeer van vochtige kelders en krakende trappen, van gebreide lijfjes en zelfgebakken koekenbrood

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234