Maandag 30/11/2020

Elio Di Rupo Altijd al jeune premier, en straks ook eerste minister

Walter Pauli was nog een Wetstraat-rookie toen in 1994 ‘les trois Guys’ (Spitaels, Mathot en Coëme) hun ontslag aanboden, en de PS met een aparte vicepremier uitpakte. Sindsdien werd Elio Di Rupo alsmaar belangrijker.

oekomstig eerste minister Elio Di Rupo ziet er nog altijd uit als een ‘jeune premier’. Di Rupo doet met dat jeugdige imago natuurlijk zijn voordeel, maar het klopt al lang niet meer met de werkelijkheid. Inmiddels is hij al 59 jaar, toch een leeftijd waarop het gros van zijn landgenoten al dan niet vrijwillig van vervroegd pensioen geniet. Bijna twintig jaar lang, en onafgebroken, bekleedt Di Rupo de hoogste functies in de nationale politiek: in 1994 werd hij vicepremier en minister van Verkeer en Overheidsbedrijven in de regering-Dehaene I, nadien twee keer minister-president van het Waalse Gewest en vanaf 2000 ook partijvoorzitter van de PS. Di Rupo was trouwens al veel langer actief op hoog niveau. In 1981-1985 werd hij al adjunct-kabinetschef van Philippe Busquin, toen Waals minister van Begroting en Energie. Het waren jaren waarin Bart De Wever zijn plechtige communie deed, Caroline Gennez aan Sinterklaas om een leesboekje vroeg en Alexander De Croo om een nieuwe doos lego. Kamerlid Christof Calvo was nog niet geboren.

Bij de komende regeringsonderhandelingen is Elio Di Rupo met verre voorsprong de meest ervaren actieve toppoliticus. Hij draagt met zich de ervaring mee van de vier vorige federale regeeronderhandelingen: sinds 1995 was hij er telkens bij, en prominent. Het verhaal van Elio Di Rupo, zijn angsten, zijn ambities en zijn doelstellingen vallen nagenoeg volledig samen met het relaas van de Parti Socialiste. En omgekeerd: er is geen beeld, geen imago van de PS meer te bedenken zonder Di Rupo, zijn aparte dictie, zijn strikje, zijn voorname verschijning. Want dat is hij wel: een heertje van stand als onbetwiste nummer één van de meest volkse partij van het land.

Elio Di Rupo is al enige tijd in optima forma. Hij onderhoudt zijn conditie op de fiets, zijn afgetraind lichaam staat scherp, en hij spreekt niet tegen dat enige botox de zichtbare veroudering hielp tegengaan. Net zoals haar voorzitter straalt ook de PS opnieuw dynamiek uit, en ambitie. Elio Di Rupo kan zijn partij alvast met een gerust gemoed doorgeven. Na de de verkiezingen van afgelopen zondag laat hij de jongere generatie een PS na die met 36,6 procent sterker staat dan ooit. Dat zijn scores die in Vlaanderen zelfs de CVP niet meer haalde sinds de jaren tachtig.

Zo is Di Rupo een man die ingaat tegen trends en zelfs tegen de tijden. In België is dat zo: alle uittredende regeringspartijen van het onfortuinlijke kabinet Leterme II kregen klappen. De Vlaamse meerderheidspartijen CD&V en Open Vld werden gewoon weggevaagd, hetzelfde geldt voor de MR van Didier Reynders. Alleen het cdH van Joëlle Milquet hield een beetje stand. En de PS is als enige beleidspartij de grote triomfator.

Net zoals de PS ongeveer de enige socialistische partij is die het goed doet in Europa. Socialisten verloren de voorbije jaren belangrijke verkiezingen in Groot-Brittannië, in Duitsland, in Italië en in Vlaanderen, maar niet in Wallonië. Als Elio Di Rupo op vergaderingen van de Europese Socialisten aanwezig is, wordt hij beschouwd als un grand monsieur. De Spaanse premier Zapatero, of François Hollande van de Franse PS, erkennen hem als een van de belangrijkste socialisten.

In Vlaanderen begrijpt men dat niet helemaal. Hoe kan die Elio Di Rupo, die zelf wel een keurig man lijkt, voorzitter zijn van een partij als de Parti Socialiste? Die partij met die lange en haast onafgebroken rij schandalen, met politici als ‘Papi’ Daerden en zijn koldereske optredens?

Het antwoord is even simpel als complex. De meest logische verklaring: omdat Elio Di Rupo helemaal ‘een van hen is’, en toch weer niet. Een van hen, omdat hij echt van zijn volk houdt, en, ondanks zijn maniertjes, zijn gemanieerdheid welhaast, toch tussen hen staat. Hij kan in Mons in de meest volkse, zelfs ietwat grauwe cafés komen, met ruw mansvolk zonder haar maar vol tatoeages. Di Rupo staat tussen hen. Zij in onderlijfjes, hij met strikje. Zij drinken hun bier, hij zijn thee of zijn koffie. Van Elio Di Rupo aanvaarden ze dat.

Maar ook: omdat Elio Di Rupo taai is. De PS leiden is geen job voor sissy’s: André Cools was een voorganger, of Guy Spitaels, mannen die een aparte omgang hebben met de macht, die macht gebruiken, houden van de macht, macht niet afgeven, zelfs niet graag delen. Elio Di Rupo is ook zo. Hij zégt dat zelfs, rechttoe rechtaan, in de beste PS-traditie: “Ecoute, je suis un homme du pouvoir.”

Die macht gebruikt hij ook. Zeker intern. Wie uit de gratie valt, heeft er gelegen. Hoe machtig het geviseerde partijlid ook was, hoe groot zijn achterban, hoe veel voorkeurstemmen hij of zij ook aandroeg: dehors. Het was het gekende lot van Jean-Claude Van Cauwenberghe in Charleroi, of de onvermijdelijke Anne-Marie Lizin in Huy. Ze waanden zich machtige baronnen in de eigen partij, maar konden niet op tegen de suzerein uit de Keizerslaan. Waarom Di Rupo dan weer een Michel Daerden dan de hand boven het hoofd blijft houden? Omdat Di Rupo níémand zal laten vallen alleen omdat er ‘een dossier’ tegen hem is, of omdat het gerecht ‘een klacht onderzoekt’ of zo. Wie, zoals Elio Di Rupo, ooit zelf een pedofilieklacht heeft moeten trotseren, vergeet zijn leven lang niet wat voor een hel dat was.

Het is trouwens de diepe overtuiging van Di Rupo (maar een die hij nooit publiek zal uitspreken) dat het gerecht niet zomaar te vertrouwen is.

Dus informeert hij zich degelijk, maar via ‘zijn’ kanalen, en maakt hij voor zichzelf zijn beslissing op. Als hij op een bepaald moment van oordeel is dat een PS-politicus echt corrupt is - de publieke zaak schaamteloos aangrijpen voor eigen verrijking - grijpt hij genadeloos in. Als hij vindt dat dit níét zo is, zal hij niemand laten vallen. Dat is zijn lijn en die verlaat hij niet. Die pedofilie-episode heeft hem trouwens gehard: “J’ai peur de rien.” Een man van de macht, en als het moet, wordt die macht ook bikkelhard gebruikt. Al betaalt hij ook een prijs voor dat machtige leven aan de top. Zoals Di Rupo dat ooit zelf zei: “Macht erotiseert niet. Macht isoleert.” Al meer dan tien jaar lang.

Di Rupo wendt zijn macht natuurlijk ook extern aan, op alle bestuurlijke niveaus waar de PS iets te zeggen heeft (en dat zijn dus echt álle beschikbare niveaus: stedelijk en gemeentelijk, intercommunaal, provinciaal, regionaal en federaal: overal bepaalt de PS van Di Rupo mee het beleid. Vandaar ook dat hij niet echt gelukkig was met het kabinet-Leterme: door hun samenstelling; hun verdeeldheid en hun cohesie waren ze relatief machteloos. Maar zelfs een paar zetels in de slechtste regering is hem nog te verkiezen boven een glansrol in de oppositie. Dat is het grote verschil tussen de PS van Elio Di Rupo en de sp.a van Caroline Gennez en Johan Vande Lanotte. Als het moet, kiest de sp.a ervoor om zich te herbronnen in de oppositie. Di Rupo meent dat de PS opdroogt als ze niet in de meerderheid zit. En zelfs van de voorbije regeringsdeelname vindt hij het bilan hoe dan ook positief. Neem de pensioenen. Michel Daerden heeft dan wel niet gezorgd voor de grote pensioenhervorming, waarop hij in Vlaanderen zwaar afgerekend wordt, maar hij heeft wel tal van kleine maar erg concrete maatregelen genomen voor de bescherming van de kleinste pensioentjes. En dat weet de PS in Wallonië wél te verkopen, zo is zondag andermaal gebleken.

Maar natuurlijk verkiest Elio Di Rupo een sterke regering. Vandaar dat hij Bart De Wever haast automatisch vond als zijn meest gerede partner. Al voor de verkiezingen besefte Di Rupo dat het ditmaal wellicht de N-VA zou zijn waarmee zaken te doen vallen. Hij was er trouwens al langer van overtuigd dat verdere stappen in de staatshervorming in de sterren geschreven stonden. In de beste PS-traditie piekert hij er niet over om iets te willen tegenhouden wat toch niet te stoppen is. In het beste geval bezeer je dan vooral jezelf. En als je vooruit wilt, doe je dat het best met een sterke partner. Als dat de N-VA is, welaan dan.

Elio Di Rupo heeft namelijk niets tégen het Vlaams-nationalisme. Hij heeft het moeten leren begrijpen, maar verstaat er intussen voldoende van om te weten dat het onzinnig is tegen de stroom in te roeien. Hij houdt alleen niet van Vlaams getreiter. Dat Bart De Wever zijn strikje ooit tot symbool maakte: bof, dat was tenminste nog een politiek statement, het accentueren van een niet onlogische tegenstelling tussen de N-VA en de PS. Dat De Wever ooit ‘de Walen’ belachelijk kwam maken met een kwetsende actie aan de scheepslift in Strépy, apprecieerde hij níét. Daar ligt de grens: over meer Vlaamse autonomie valt te praten. Over meer Franstalige achteruitstelling niet.

En wat hij evenmin goed vat, is de kilte in sp.a-middens om zijn onuitgesproken kandidatuur. Dat Patrick Janssens vorige zondag Bart De Wever naar voor schoof als kandidaat-premier was nog te verklaren als een onhandige poging om zijn uitdager voor de Antwerpse burgemeestersstrijd in 2012 te neutraliseren. Dat het voltallige sp.a-bureau niet genereus zegt: “Maar natuurlijk willen wij Di Rupo als premier. Eindelijk nog eens een socialist”, dat vat hij minder. Hij zegt het niet, maar hij vergeet het evenmin. Net zoals hij niet vergeten is dat in 2007 Johan Vande Lanotte zei: “Vlaanderen aanvaardt geen Franstalige eerste minister.” Toen legde hij dat uit als een tactische opstelling (Vande Lanotte profileerde zich toen ook als kandidaat-premier). Nu is die uitleg er niet, maar vinden sp.a’ers het elke dag nodig om te benadrukken dat zij toch zo anders zijn dan Di Rupo. Het socialisme mag soms blijkbaar wat ongezelliger zijn dan anders. Of dat echt verstandig is, is nog maar de vraag. Bij de sp.a geldt het als een ‘wetenschap’ dat het imago van de PS hen geen goed doet, dat ze zich het best zo nadrukkelijk mogelijk distantiëren van les camerades. Maar alles kan veranderen. Stel dat informateur De Wever in zijn opdracht slaagt, stel dat Elio Di Rupo eerste minister wordt, dan valt het niet uit te sluiten dat de man zelfs populair wordt, ook in Vlaanderen. Dat voor het eerst ‘PS’ geen hinder zal zijn voor het imago van de sp.a, maar een surplus. Zijn Nederlands is wel niet perfect, maar hij is charmant en innemend. En hij heeft bestuurlijke kwaliteiten.

Elio Di Rupo kan moeilijke sociaal-economische uitdagingen aan. Want wars van de reputatie van de PS heeft zijn partij sinds de jaren negentig alle nodige en pijnlijke sociaal-economische maatregelen mee goedgekeurd, van het Globaal Plan van Jean-Luc Dehaene tot het Generatiepact van Guy Verhofstadt. De PS was nooit de motor ervan, maar saboteerde ook niet. En was bijvoorbeeld ook te overreden voor privatiseringen allerhande, of het aanvaarden van de notionele intrest, de fiscale amnestie en de paars-groene belastinghervorming.

Elio Di Rupo noch de PS vluchten weg van een communautair debat. De Franstalige socialisten beseffen goed dat hij België verder zal moeten federaliseren, in het belang van het hele land en vooral van Wallonië. Net zoals hij, in het belang van datzelfde Wallonië, zijn Masterplan lanceerde. Het moet Elio Di Rupo minstens zo veel deugd doen als de puike verkiezingsresultaten van de PS: dat voor het eerst sinds lang tal van economische indicatoren voor Wallonië positiever evolueren dan die in Vlaanderen. Hij weet uit zijn persoonlijke leven als arme Italiaanse immigrantenzoon wat armoede is, hij wil niet dat de Franstaligen veroordeeld blijven om de bedelaars van Vlaanderen te zijn.

Want ook al is hij straks eerste minister, niet alleen de eerste Waal sinds Edmond Leburton in 1974, de eerste Franstalige sinds Paul Vanden Boeynants in 1978 en mogelijk de allereerste premier met een ‘first partner’, toch blijft hij in de eerste plaats de zoon van arme Italiaanse migranten. En dat tekent zijn politieke keuzes en zijn persoonlijk engagement. Stevaert: “Elio Di Rupo is een van de vele politici die bijzonder goed beseffen hoe moeilijk het is voor de staatskas om de mensen twintig euro méér pensioen te geven. En tegelijk is Di Rupo zowat de enige politicus die écht beseft wat het is om te moeten leven van een pensioen dat een paar euro te laag is.” Meer dan zijn strik, is het dat wat Elio Di Rupo apart maakt, en mogelijk uniek.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234