Donderdag 27/06/2019

Achtergrond(muziek)

Elf alternatieven voor de favoriete muzakjes van koningin Elizabeth

Beeld Photo News

Morgen speelt BBC Radio 2 de tien favoriete nummers van Queen Elizabeth II. Het resultaat is wat je van een 90-jarige monarch mag verwachten: conservatief en duf. Terwijl ze zo veel spannende Britse politieke protestsongs had kunnen kiezen. Doen wij het maar, van 11 naar 1, omdat 10 niet dwars genoeg is.

11. Joy Division, Love Will Tear Us Apart (1980)

Met protestsongs heeft Joy Division nooit veel gehad, maar in lijstjes waarin het leven vanzelf zwart kleurt, mag de iconische band rond Ian Curtis niet ontbreken. Met hun bekendste nummer dan maar, dat op betogingen tegen het regeringsbeleid in het Verenigd Koninkrijk nog weleens gezongen wordt, maar dan herdoopt tot 'Tories, Tories Will Tear Us Apart Again'.

Deze meest tragische break-upsong aller tijden past ook mooi bij de politieke actualiteit. Nu de ten diepste verscheurde Britten op het punt staan zichzelf van de Europese kliffen te gooien, klinkt 'Boris Will Tear Us Apart Again' wel correcter.

Sleutelzin: We're changing our ways / Taking different roads / Then love, love will tear us apart again

10. The Specials, Ghost Town (1980)

De zwarte raven van Joy Division zijn nog lachebekjes in vergelijking met de intens morbide sfeer van 'Ghost Town'. Ska is feestmuziek, maar dit is toch eerder geschikt als soundtrack bij een begrafenis. Er schettert nog wel ergens een trompet, maar ook die doet je eerder van een brug dan op een dansvloer springen.

The Specials beschrijven een land dat verdoemd lijkt door een van zijn allerdiepste crises in die eerste Thatcher-jaren: straatrellen, bedrijfssluitingen en overal armoede. Het is eens wat anders dan de militaire kapelmuziek die Queen Elizabeth selecteerde in haar top 10.

Sleutelzin: This town (town) is coming like a ghost town / Why must the youth fight against themselves? / Government leaving the youth on the shelf

9. The Prodigy, Their Law (1994)

Vijftien jaar na de punk lokt de muziek van de duivel de Britse jeugd opnieuw naar de poorten van de hel: nu tegen 110 beats per minuut en met illegale rave-party's. Daar komt een heuse 'fight the party'-strafwet van, die onder meer vastlegt hoeveel repetitieve beats fuifmuziek precies mag bevatten op de Britse Eilanden.

Dat verhindert niet dat The Prodigy juist nu de eerste reusachtig grote dance-act wordt met een sound die op z'n minst gevaarlijk klinkt. Met de interpretatie van hun songteksten ben je snel klaar, maar The Prodigy flirt wel met de rol van woordvoerder van de illusieloos in drank en drugs wegvluchtende jeugd met hun album Music for the Jilted Generation.

Sleutelzin: Crack down at sundown / Fuck 'em and their law

8. The Jam, Town Called Malice (1982)

Zeg van Margaret Thatcher wat je wilt, maar haar hardvochtige besparingsbeleid heeft wel geleid tot een ongeziene bloei van de Britse protestmuziek. De rechttoe, rechtaan meestamper 'New England' van Billy Bragg kennen we allemaal, maar het verraderlijk zachtaardig klinkende 'Town Called Malice' grijpt veel meer naar de strot, precies omdat het zo verraderlijk zachtaardig klinkt.

Paul Weller beschrijft hoe de armoede van de Thatcher-jaren een dorpsgemeenschap naar de knoppen helpt. Muziek uit een tijd dat huishoudelijk geweld, alcoholmisbruik en kinderverwaarlozing volgens sommigen ook al de schuld van de armen zelf was.

Sleutelzin: To either cut down on beer or the kids new gear / It's a big decision in a town called Malice

7. Pulp, Common People (1995)

In de tweede helft van de jaren 90 kiest de popmuziek de zijde van de regering. Of beter: kiest de regering de zijde van de popmuziek. Gelukkig is er nog Jarvis Cocker met zijn topbandje Pulp.

Wie 'Common People' begrijpt, begrijpt de onuitroeibare Britse klasseverschillen. 'Common people' is het Downton Abbey van de britpop, maar dan vanuit het kikvorsperspectief van de lagere klasse. Rijk trutje versiert arme sukkel omdat ze armoede 'cool' en 'authentiek' vindt. Tot de armoede terugbijt. Visionair nummer dat het latere 'Cool Brittannia'-tijdperk à la Blair lijkt aan te kondigen.

Sleutelzin: I said pretend you've got no money, she just laughed and said oh you're so funny / I said yeah? Well I can't see anyone else smiling in here

6. The Clash, White Man in Hammersmith Palais (1978)

Relnummers 'London Calling' of 'Guns of Brixton' hadden natuurlijk ook gekund, maar het ska-achtige 'White Man in Hammersmith Palais' is interessanter als zelfkritische commentaar op de snel commercialiserende punkscene. Punk is van nature anti-establishment, maar The Clash is clever genoeg om te beseffen dat als je het establishment overboord gooit, een Sterk Leider genre Hitler nabij komt.

'White Man' begint als een introspectie bij een eigen Clash-concert, maar tweeënhalve minuut later is de hele Britse failed state voorbijgetrokken. Het lijkt wel Snapchat.

Noot voor de Queen: Hammersmith Palais is geen echt paleis, majesteit, maar een inmiddels gesloten concertzaal.

Sleutelzin: If Adolf Hitler flew in today / They'd send a limousine anyway

5. Elvis Costello, Shipbuilding (1982)

Anti-oorlogslyriek kan ook gewoon schoon zijn. Met de Falkland-oorlog die de populariteit van Thatcher definitief vestigde in gedachten, schreef Elvis Costello dit prachtige lied.

Zijn gewetenskwestie: moet je blij zijn met de nieuwe welvaart van de heroplevende scheepswerven, als je weet dat die welvaart komt van een oorlogseconomie? In de fabriekswijken van FN Herstal geven ze wellicht een ander antwoord als op een Groen-partijbestuur.

Het nummer kwam uit in twee versies tegelijk, met ook nog een wrange variant van Robert Wyatt.

Sleutelzin: Somebody said that someone got filled in / For saying that people get killed in / The result of this shipbuilding

4. PJ Harvey, Glorious Land (2011)

Protestmuziek lijkt definitief passé, maar in 2011 verrast PJ Harvey plots met de briljante conceptplaat Let England Shake, een nogal unieke hedendaagse update van de beenharde anti-Thatchersongs van de jaren 80.

De plaat dateert uit het begin van de conservatieve Cameron-jaren, maar de anti-oorlogsstemming lijkt minstens evenzeer een commentaar op betwiste Britse deelname aan de invasies in Afghanistan en Irak onder Labour-premier Tony Blair. De setting van Let England Shake is een dystopisch oorlogslandschap, zoals je het ook in Apocalypse Now van Francis Ford Coppola ziet. War poetry op een rockmelodie.

Sleutelzin: How is our glorious country ploughed? / Not by iron ploughs / Our lands is ploughed by tanks and feet

3. Paul Young, Love of the Common People (1983)

Zelden danste de diepdroeve generatiearmoede zo dartel de huiskamer binnen als in deze megahit van Paul Young. De heer Young was meisjesidool op een moment dat meisjesidolen nog haar op de tanden (en op de kin) hadden - wie weet nog dat de eerste single van Wham! in den beginne verbannen werd van de BBC Radio wegens te aanstootgevend?

Zo lichtvoetig als de melodie is, zo fatalistisch is de tekst: wie geboren is als arme drommel, blijft een arme drommel. Misschien heeft Gwendolyn Rutten ooit ook nog een Joepie-poster van Paul Young aan de muur gehad. Benieuwd of ze ongelijkheid nog altijd 'in principe niet verkeerd' vindt, als ze een keer de moeite zou doen om te luisteren naar wat posterboy Young hier krachtig aanklaagt.

Sleutelzin: Daddy's gonna buy you a dream to cling to / Mama's gonna love you just as much as she can

2. Sex Pistols, God Save the Queen (1977)

De moeder van alle anti-monarchistische songs is een van de relevantste en belangrijkste songs uit de recente geschiedenis van de Britse protestmuziek, maar niet de beste. Het nummer kwam - toevallig, zegt de band - uit bij de viering van de 25ste verjaardag van koningin Elizabeth II op de troon en werd terstond van de radio verbannen. De Queen een fasciste noemen: toen was het punk, nu zou het Charlie zijn.

Sleutelzin: There is no future in England's dreaming

1. The Smiths, The Queen is Dead (1986)

The Smiths boven de Sex Pistols, omdat de sabel te verkiezen is boven de sloophamer. Ook los van de boodschap is dit een prachtnummer, dat zijn titel gaf aan de beste plaat van waarschijnlijk de beste Britse popband sinds The Beatles en The Stones.

In een bijtende variant op de 'Nieuwe kleren van de keizer' vertelt Morrissey hier over een fictieve ontmoeting met de eenzame, van de wereld vervreemde koningin in Buckingham Palace. Eliteschooljongen David Cameron noemt zichzelf Smiths-fan. Benieuwd of hij ooit een cassette van zijn favoriete bandje heeft meegenomen op audiëntie. De suggestie in 'The Queen Is Dead' dat de Queen zich moedeloos aan een tak ophangt, blijft alleszins, welja, hangen. Het is maar een droom, want exact dertig jaar later is de Queen nog altijd niet dead.

Niettemin: leve de republiek.

Sleutelzin: I say Charles don't you ever crave / To appear on the front of the Daily Mail / Dressed in your Mother's bridal veil?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden