Woensdag 14/04/2021

Elektronica u Styrofoam wacht niet op de grote doorbraak

'Ik heb niet de ambitie op mijn platen een grote boodschap te verkondigen''Als ik in mijn eentje werk hoef ik nooit dingen te doen waar ik geen zin in heb'

'Mijn gezin houdt me met beide voeten op de grond'

Zijn platen worden verkocht van Tokio tot New York en van Parijs tot Barcelona, maar eigenlijk mag dat niet verbazen. Arne Van Petegem, alias Styrofoam, behoort tot het puikje van de elektronicascene en staat op de loonlijst van het toonaangevende Berlijnse Morr-label. Tegenwoordig maakt hij zelfs echte popliedjes en op zijn nieuwe cd, Nothing's Lost, wordt hij daarbij geassisteerd door leden van das pop, The Notwist, Lali Puna, Death Cab for Cutie, Postal Service en American Analog Set.

Antwerpen

Eigen berichtgeving

Dirk Steenhaut

'Op iedere plaat die ik maak, zitten wat meer elektronische blieps dan de vorige", zegt Van Petegem, die als Styrofoam al enkele keren door de Verenigde Staten toerde en dit jaar ook in diverse Japanse steden op het podium stond. Sinds het meesterlijke I'm What's There to Show that Something's Missing ruilde de man, die we nog kennen van Amber #2 en Tin Foil Star, zijn in hoofdzaak instrumentale computercollages voor simpele, dromerige popmelodieën met krakende beats en introspectieve teksten. Zijn nieuwe cd, een coproductie met de jubilerende AB, is zijn rijkst geïnstrumenteerde tot nu toe.

Je cd's zijn haast overal ter wereld verkrijgbaar. Vreemd dat men daar in België zo weinig poeha over maakt.

Styrofoam: "Hmm. Toen ik voor de eerste keer naar Amerika ging, viel het me op dat mijn cd's er in de etalages van de hippere platenzaken lagen, ook al kreeg ik in de Vlaamse pers op dat moment nauwelijks aandacht. Maar het maakt de dingen er voor mij wel makkelijker op. Als je plaat enkel in de Benelux uitkomt en één journalist vindt ze niet leuk, dan is tien procent van je promocampagne al om zeep. Wordt je cd echter gerecenseerd in Rolling Stone of Maxim, dan hoef je daar gelukkig niet wakker van te liggen. In de VS beschouwt men Europese labels nog als iets exotisch. Dat heeft ook in het voordeel van The Go Find gespeeld."

Je begon als zanger-gitarist bij Amber #2, stortte je vervolgens op instrumentale elektronica en zocht op je vorige cd weer je toevlucht tot stem en gitaar. Welke factoren waren bepalend voor dat grillige parcours?

"Op een dag was ik dat doorsnee bandjesgedoe gewoon zat. Ik ben niet het type dat thuis op de bank liedjes zit te maken op een akoestische gitaar. Ik kwam uit de lofi-scene en raakte geobsedeerd door klankexperimenten. Eerst werkte ik met elementaire middelen: een synth, een drumcomputer, een analoge viersporenrecorder. Wat ik nu op mijn laptop doe, was toen nog niet mogelijk. Maar de technologie evolueert en daar maak ik gebruik van.

"Mijn eerste platen waren probeersels. Als ik er nu naar luister, valt me op hoezeer ik me uitsloofde om met mijn apparatuur te leren omgaan. Maar nu ik het vocabulaire beter beheers, slaag ik er steeds vaker in het in mijn voordeel om te buigen. Vandaag wil ik muziek maken waarin je de technologie niet meer hoort. Wat me nu bezighoudt, is de opbouw van mijn nummers. Niet: wat zou er gebeuren als ik dit nieuwe softwarepakket uitprobeer? Natuurlijk zijn er, zeker op melodieus vlak, nog raakpunten met wat ik vroeger deed. Ik heb mijn verleden nooit afgezworen, ben geen muzikant die dit jaar bij één stijl zweert en het volgende bij een andere. Wel was ik het beu als voorman in de schijnwerpers te staan."

Je exploratie van de elektronica was een zoektocht naar meer anonimiteit?

"Precies. Het was een verademing dat ik niet meer hoefde te zingen. Intussen kijk ik alweer iets relaxter tegen die dingen aan, maar ik besef dat ik op het podium geen gewiekste entertainer ben die met gevatte bindteksten op de proppen komt."

Styrofoam was tot dusver een eenmansproject. Op Nothing's Lost laat je voor het eerst buitenstaanders tot je universum toe.

"Het idee kwam van de AB en toevallig was ik er klaar voor. Sinds ik met Dieter Sermeus de cd van The Go Find heb gemaakt, voel ik meer voor interactie, wil ik andere mensen, ideeën en instrumenten op mijn nummers loslaten. Na de release van mijn vorige plaat trad ik voor het eerst op met anderen erbij en merkte ik dat ze het materiaal vanuit een andere invalshoek benaderden. Interessant. Maar er was zeker geen sprake van een klassieke, democratische groepsstructuur. Uiteindelijk bleef ík wel de regisseur die alle touwtjes in handen hield."

Hoe heb je de gasten op je plaat geselecteerd?

"De meeste waren artiesten die ik al kende. Geestesgenoten, zeg maar. Mijn filosofie is dat je eerst een persoonlijke relatie met iemand moet aanknopen voor je tot een muzikale samenwerking kunt komen. Ik koos mensen van wie ik wist dat ze dingen konden bijdragen waar ik zelf nooit op zou zijn gekomen. Ze reiken een uitgebreid gamma van ingrediënten aan dat ik kan gebruiken. Vreemd genoeg was Bent Van Looy van das pop de enige die ik nog niet had ontmoet."

Waren er ook muzikanten met wie het niet klikte?

"Neen. De enige die uiteindelijk niet mee kon doen, was Bob Mould, maar dat had enkel met tijdsgebrek te maken. In een mailtje vertelde hij dat hij een grote fan was van mijn werk, al mijn platen had en zich zeer vereerd voelde dat ik hem had gevraagd. Dat vond ik wel cool. Ik kocht op mijn vijftiende Zen Arcade van Hüsker Dü, waarin hij toen speelde. Die plaat gaf mij de impuls om zelf gitaar te leren spelen. Ik vind het altijd vreemd als mensen het gitaarwerk op mijn cd's vergelijken met dat van de Britse shoegazer-scene. Want mijn muzikale opvoeding begon met Dinosaur Jr, Sonic Youth, Sebadoh en Hüsker Dü.

"Voor ik radioprogramma's voor Studio Brussel begon te maken, volgde ik de elektronische muziek allang niet meer op de voet. De scene was incestueus en bekrompen geworden, met artiesten die voortdurend aan elkaar refereerden en de eerste Warp-releases ad nauseam als uitgangspunt bleven gebruiken. De meeste van mijn labelgenoten wilden niet langer met dat kliekje worden geassocieerd. Als artiest kun je enkel boeiende dingen blijven doen als je een breed referentiekader hebt en af en toe teruggaat naar de klassieken. Zelf luister ik bijvoorbeeld veel naar The Byrds, wat je kunt afleiden uit 'Ticket out of Town'."

In de studio kun je met een track veel kanten uit. Wist je meteen welke richting je met Nothing's Lost uit wilde?

"Ik heb nooit voor verscheurende keuzes gestaan: alle puzzelstukjes pasten onmiddellijk in elkaar. Ook het productieproces van de cd verliep ontzaglijk vlot. In januari opperde iemand het idee om met gasten te werken en in juni was de plaat al klaar. Oké, ze zit vol onvolkomenheden, maar die heb ik er bewust in gelaten: het gekraak van de stoel waar je op gaat zitten, het geruis van de gitaar voor je begint te spelen... Zo haal je de werkelijkheid binnen. En net als Mark Hollis van Talk Talk vind ik het belangrijk dat je de ruimte hoort waar een instrument is opgenomen."

Nothing's Lost is je meest poppy plaat tot nu toe.

"Ze klinkt vrij uptempo en vergeleken bij de vorige is ze relatief lichtvoetig, al geldt dat zeker niet voor de teksten. Ook ben ik zeer tevreden over de tracks die ik in mijn eentje heb ingeblikt. Want je vraagt je natuurlijk af: hoe zou de volgende Styrofoam-cd hebben geklonken hadden er geen invités op meegedaan? Wel, wie mijn eigen nummers als referentiepunt kiest, merkt dat het een donker en claustrofobisch werkstuk zou zijn geworden."

Je teksten zijn eerder sfeerscheppend dan vertellend, maar er zit wel veel weemoed in. Kun je dat verklaren?

"Neen. Terwijl ik aan een song werk, heb ik niets in de gaten. Pas later, als ik met enige afstand naar mijn werk tracht te luisteren, stel ik vast wat voor sfeer eromheen hangt. Pff, ik heb nooit de ambitie gehad op mijn platen een grote boodschap te verkondigen. Iedereen haalt maar uit de teksten wat er voor hem of haar te rapen valt. Mij stoort het als artiesten zeggen dat hun songs zijn geïnspireerd door een relatiebreuk of een zelfmoord in de familie, omdat ze daarmee de luisteraar iets ontnemen. Het vernauwt de interpretatieruimte."

De schaarse keren dat je vroeger zong, gebruikte je stemvervormers. Ben je op je vorige cd weer voluit gaan zingen omdat je verbaal wilde communiceren? Of ben je teksten gaan schrijven omdat je per se wilde zingen?

"Het laatste. Bij mij verloopt alles in cycli. Ik vind mezelf slechts een beperkte zanger, maar soms voel ik de behoefte me vocaal te uiten en soms ook niet. Daarom werk ik graag in mijn eentje: zo hoef ik nooit dingen te doen waar ik geen zin in heb."

Zie je je platen als snapshots?

"Het zijn veeleer stappen in een evolutieproces. Je maakt een muzikale ontwikkeling door en op een zeker moment ontstaan er ankerpunten."

Je hoeft niet zo nodig ieder stadium te documenteren?

"Neen. Tussen A Short Album about Murder en I'm What's There to Show that Something's Missing heb ik twee platen opgenomen die nooit zijn uitgekomen. Mijn eerste twee cd's maakte ik heel snel na elkaar, maar toen kreeg ik de behoefte wat langer na te denken over waar ik precies naartoe wilde. Met iedere plaat word ik bekender. Steeds meer mensen zijn nieuwsgierig naar wat de volgende stap zal zijn, dus wil ik voor mezelf de lat telkens een beetje hoger leggen. Niet dat ik zwaar onder druk sta, maar ik denk wel na over hoe het publiek mijn platen percipieert."

In 'Misguided' rapt Alias mee, op Pukkelpop trad je op met Fat Jon. Ben je van plan je nog dieper in het hiphopgewoel te storten?

"Ik luister veel naar dat soort muziek, ook de commerciële variant ervan. Er is een tijd geweest dat op het terrein van de hiphop, zeker qua productie, de boeiendste dingen gebeurden. Maar intussen is het louter maniërisme geworden en klinkt iedere hiphopplaat uit de topdertig als een Neptunes-productie. Geef mij maar de Anticon-scene: die heeft bij de meeste Morr-artiesten een vruchtbare kruisbestuiving teweeggebracht. Ach, hiphop maakt al jaren deel uit van mijn klankwereld, het is voor mij iets vanzelfsprekends. Ik ben trouwens ook met Fat Jon aan een plaat bezig. Alleen moeten we in onze drukke agenda's nog een gaatje zien te vinden om ze helemaal af te werken."

Je hebt een poosje met The Notwist getoerd. Heb je daar wat van opgestoken?

"Ja, professionalisme en een zekere onverstoorbaarheid. Bij The Notwist kwam ik tot het besef dat je er, ondanks lange busritten en technische problemen, altijd moet staan. De tournee was erg slopend, maar door met die groep te spelen, begrijp ik nu wel waarin haar kracht schuilt."

Behalve muzikant ben je directeur bij Trix, een Antwerps muziekcentrum voor beginnende muzikanten. Een manier om contact te houden met je basis?

"Onder andere. Anderzijds heb ik een gezin met twee kinderen, dat volstaat om me met beide voeten op de grond te houden. Over een halfuur mag ik trouwens aan het fornuis gaan staan, want er is bij me thuis een pannenkoekenfeestje. (lacht) Ik zou het er wel moeilijk mee hebben, mocht ik niet meer in het buitenland kunnen toeren. Want de kick die je daarvan krijgt, werkt verslavend."

Zou je van je muziek kunnen leven?

"Geen idee. Ik heb alleszins geen zin om in een financieel onzekere situatie te stappen en mijn vrouw en kinderen daarin mee te sleuren. Ach, ik zit niet te wachten op de Grote Doorbraak. Ik ben daar zeer realistisch in. Ik ben allang blij dat ik leuke dingen kan doen, zoals in Japan spelen en vaststellen dat er daar mensen zijn die mijn platen hebben. Tegelijk ben ik niemand iets verplicht, kan ik alle aanbiedingen die ik krijg rustig tegen elkaar afwegen en afwimpelen wat me niet zint. Want de schaarse vrije tijd waar ik nog over beschik, wil ik echt wel in mijn eigen muziek investeren."

De cd Nothing's Lost is uit bij Morr Music/Lowlands. Styrofoam concerteert met special guests op donderdag 16 december in de Brusselse AB.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234