Woensdag 11/12/2019

Elegie voor paars

In de laatste week voor de verkiezingen is paars schielijk overleden. De MR, de PS, de sp.a, zelfs Guy Verhofstadt in persoon: ze hebben de een na de ander laten verstaan dat het voor hen niet meer hoeft, dat paars. Het heeft iets van het Bijbelse verraad van Petrus, die ineens niet meer durfde te verdedigen waarin hij jaren had geloofd en dan maar tot drie keer toe herhaalde: 'Maar ik ken die man niet.' En vervolgens kraaide de haan.

Door Walter Pauli

Het ging door het hart, wat Guy Verhofstadt deze week in Knack zei: "De resultaten van paars zal ik verdedigen, maar ik zal niet pleiten voor een voortzetting van paars." Als de eerste minister zelf de schouders laat hangen, is het amen en uit. Dat hij het doet in een interview met Rik Van Cauwelaert is méér dan een teken aan de wand. In een opgemerkt interview in Zeno, in 2003, was Rik Van Cauwelaert, samen met Manu Ruys en Leo Marynissen, de begrafenis voor de CD&V aan het regelen: "CD&V zal niet ineenschrompelen. De partij valt uit elkaar. Wie goed kijkt, ziet toch wat zich aan het voltrekken is? Het grote samengaan tussen het ACW en de socialisten in een soort New Labour." Vier jaar terug gloorde de hele einder paars, als een zomerse dageraad van een nieuwe politieke tijd.

Vandaag is dat even anders. Volgens de peilers neigt CD&V/N-VA naar de 30 procentgrens, een score die niet meer behaald is sinds de verkiezingen van 1987, toen nog onder Wilfried Martens. Het lijkt op de onweerstaanbare comeback van een oude politieke tijd. En paars? Gosh.

Volgens die logica waren de acht paarse jaren een verloren periode, de speeltijd van een verloren generatie. Natuurlijk was het niet allemaal goed. De vreselijke opendebatcultuur was een hoop getater. Behalve in de plaats waar zo'n debat wel gewettigd is, het parlement. Daar hadden de paarse verkozenen geen echte invloed op de discussie. Verhofstadt had kwade jaren, er waren minderwaardige ministers en een poppetje als Marie Arena mocht van Elio Di Rupo het nochtans erg paarse Copernicusplan van Luc Van den Bossche torpederen. Arena vertrok na een jaar naar de Franstalige gemeenschap. Ze liet hoogstens een lege badkamer achter. Onder de glimmende Didier Reynders was Financiën een ramp. En ondanks acht jaar paars luiden nu ook de Vlaamse liberalen en socialisten de noodklok over Justitie. Enzovoort. Maar er was ook het paars van het homohuwelijk, het recht op euthanasie, de kernuitstap, de windmolens op zee, de extra jobs. Waar is de tijd dat de christendemocraten van naam móésten veranderen, niet omdat ze wilden, maar omdat 'CVP' een te aangebrand letterwoord was?

Welaan dan, nog één keer, een terugblik op paars, voor we maandag mogelijk ontwaken in het Land van Ampersand.

Paars zag het levenslicht in de donkerte van de dioxinecrisis. Die ramp was een onverdiend maar wel kenmerkend einde van de jaren negentig, de era-Dehaene. Het was een decennium met twee gezichten. Enerzijds kreeg het land een solide bestuur, even robuust als zijn Vilvoordse chef d'équipe. Jean-Luc Dehaene realiseerde de meest doortastende sanering van de overheidsfinanciën (de Maastrichtnorm) en de meest historische staatshervorming (het Sint-Michielsakkoord) ooit. Dat is de historische verdienste van hemzelf en zijn belangrijke ministers, en die neemt niemand hen af. Zonder het 'bloed, zweet en tranen'-verhaal van Dehaene was er nooit sprake geweest van Verhofstadts modelstaat.

Maar tegelijk was Dehaene ook regeringsleider in een ziek land met een wantrouwige samenleving. Er was geen decennium in de politieke geschiedenis van dit land waarin zoveel ministers hun baan verloren en/of werden opgeofferd aan de publieke opinie. En we hebben het dan niet eens over de zogezegd 'gewone' verschuivingen, zoals de PSC, die achtereenvolgens Melchior Wathelet en Philippe Maystadt uit de regering zag vertrekken, zodat uiteindelijk de illustere Jean-Paul Poncelet de sterke man moest spelen. We hebben het over politici die geloosd werden, veelal omwille van schandalen, een enkele keer omdat ze onbekwaam werden bevonden. Zo verloor de SP Frank Vandenbroucke, Louis Tobback, Johan Vande Lanotte en ten slotte Marcel Colla. De CVP, waar ze nochtans geen Agustaslachtoffers moesten tellen, offerde Mieke Offeciers, Leo Delcroix, Stefaan De Clerck en Karel Pinxten op.

Paars begon dus als een nieuwe kans voor een land van onbehagen. Vergeleken met de regeringen-Dehaene is paars een oase van rust en stabiliteit. Paars heeft die reputatie niet, maar het is de waarheid.

Sinds 1999 werd amper één federale minister gehoosd: Magda Aelvoet. Nogmaals: 'gewone' verschuivingen niet meegerekend. Voorts struikelden amper twee staatssecretarissen: Pierre Chevalier in 2000, Anissa Temsamani in 2003, achteraf gezien allebei om een belachelijke reden. (Het ontslag van de Ecolo's Isabelle Durant en Olivier Deleuze in 2003 is van een andere orde, te vergelijken met dat van de VU-excellenties Hugo Schiltz en André Geens in 1991: een laat wiel eraf in de coalitie.)

Er waren onder paars nog wel een beperkt aantal parlementaire onderzoekscommissies, maar het land kreeg geen nieuwe trauma's meer te verwerken. Want die gingen hand in hand, natuurlijk, het grote aantal ontslagen ministers en de stijging van de parlementaire onderzoekscommissies. In de tijd van Dehaene (en van zijn Vlaamse adjunct Luc Van den Brande) was er, naast de evidente Bendecommissie, een commissie Mensenhandel, een commissie Dutroux, een KS-commissie, een commissie Scheepskredieten, een Rwandacommissie, een sektecommissie... Het was dus onvermijdelijk dat ook de geboorte van paars belast was door die erfzonde, namelijk met de dioxinecommissie. Die werd het symbool van de overgang van het ancien régime naar een nieuwe tijd, een ritueel afscheid van een periode waarin het parlement in een permanente staat van onderzoeksrechter verkeerde: het beleid criminaliseerde zichzelf (en kon in vele gevallen niet anders). Het is niet toevallig dat volgens die bijwijlen degrelliaanse invulling van de taak van de Kamer Gerolf Annemans ineens uitgroeide tot een gezaghebbende stem. Dat is de voornaamste verdienste van paars: dat België niet meer het Land der Duizend Schandalen is.

Zorgde paars daarom voor een land van melk en honing? Zeker niet. Er was de gasontploffing in Gellingen en de treinramp in Pécriot, maar die leidden gelukkig niet tot een NMBS-commissie. Er waren nog sociale drama's: het failliet van Sabena, het downsizen van Ford, VW en Opel. Maar daar verschilde paars niet van rooms-rood, toen met de RMT ook een overheidsmaatschappij kapseisde en met Renault al klappen vielen in de autoassemblage.

Er waren ook schokgolven van publieke verontwaardiging en collectieve rouw. Na de moord op Joe Van Holsbeeck in Brussel en die op Luna en Oulematou in Antwerpen kwam er telkens een witte mars. Maar die keerde zich niet tegen 'de politiek'. Er kwam tijdens paars geen voorzitter van een parlementaire onderzoekscommissie stamelen "dat we met onze ogen in een peilloze diepte staren". Wie ook de regering of het schepencollege leidde, Guy Verhofstadt of Patrick Janssens, ze hielden ook in moeilijke omstandigheden de blik vooruit gericht. Janssens hoefde geen wittemarsdelegatie te ontvangen, want hij stapte mee op.

Meer, de nieuwe burgerinitiatieven waren voor hem het vliegwiel om Philip Dewinter alvast in Antwerpen een halt toe te roepen, en vervolgens in heel Vlaanderen het elan van het VB te breken. Het is in die zin wrang dat paars zelf de stekker uittrekt, een paar dagen voor er zondag misschien waarheid blijkt te schuilen in Verhofstadts boude uitspraak "dat het succes van paars afgemeten kan worden aan de achteruitgang van het VB".

Een regering rekent men niet alleen af op de interne dynamieken van de Wetstraat. Toen paars-groen in 1999 aantrad en 'de actieve welvaartsstaat' proclameerde, schreef paars-groen zich in in de meest vooruitstrevende tendens van dat ogenblik: de 'derde weg' van Tony Blair.

Vandaag is het bon ton om neerbuigend te doen over Blair, 'de poedel van Bush', zijn Irakstrategie, zijn spindoctors. Maar dat is Hineininterpretierung. In Free World schrijft Timothy Garton Ash volkomen terecht dat Blair in zijn beginjaren excelleerde tussen de wereldleiders: niemand maakte zijn punt "met evenveel helderheid, autoriteit en evangelische zekerheid".

Zijn derde weg werkte ook bij ons inspirerend. Het concept werd uitgedacht door Anthony Giddens, de directeur van The London School of Economics. In het begin van vorige eeuw bedacht een vorige directeur van die school, de legendarische Lord Beveridge, het concept van de welfare state en de National Health Service. The London School was het aan zijn stand verplicht om de klassieke welvaartsstaat te moderniseren. Giddens was hooggestemd: "Geen behoefte maar autonomie, in plaats van ziekte actieve gezondheid, geen onwetendheid maar permanente vorming als levenstaak, ellende maakt plaats voor welzijn en gemakzucht voor levensinitiatief."

Het klinkt misschien hooggestemd, wat moralistisch ook. Het lijkt Frank Vandenbroucke dus op het lijf geschreven. Toen die in februari 1999 na zijn Britse sabbatical terugkeerde naar België, schreef deze krant: "Het politieke ideaal van de SP-lijsttrekker is dat van een actieve welvaartsstaat. Tegenover de maatschappelijke verantwoordelijkheid om iedereen gelijke kansen te geven, stelt Vandenbroucke de individuele plicht om die kansen te grijpen. Hij staat dan ook niet weigerachtig tegenover het principe dat werkzoekenden een gepaste job moeten aanvaarden op straffe van verlies van hun uitkering."

Toen al, een klein half jaar voor de vorming van paars, maanden voor de dioxinecrisis, trok Vandenbroucke in één paragraaf de contouren van wat in 2005 het Generatiepact werd. Vandenbroucke zelfs leefde trouwens nog in een rooms-rood denkkader, want in diezelfde krant plaatste hij Verhofstadt nog in het kamp van de Britse Conservatives.

Paars heeft zowel de socialisten als de liberalen hun oude demonen helpen verdrijven. Door de actieve welvaartsstaat te omarmen kozen de socialisten ondubbelzinnig voor de markt. Natuurlijk deden ze dat al lang - in de praktijk. Maar in theorie hanteerde de socialistische beweging een retoriek tegen 'de dominantie van de vrije markt', de 'marktlogica', het liefst met het adjectief 'nietsontziende' ervoor. Zowel de (B)SP als het ABVV werkten in daden binnen het kader van de sociaal gecorrigeerde vrije markt, maar waren in woorden hevig antimarktgezind, antionderneming ook.

Een kwarteeuw later is het economische kader van de sp.a haast onherkenbaar veranderd. Johan Vande Lanotte vindt het debat over het beperken van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd niet meer essentieel, al was dat een van de grote clashes tussen SP en VLD in 1994 en 1995. Vandaag is zijn ambitie het beperken van de werkloosheid in de tijd: iedereen zo snel mogelijk aan een job helpen. Het is een copernicaanse revolutie: het inzicht dat véél sociale uitgaven niet altijd per se sociaal zijn.

En de overheid grijpt daar nog zwaar in, waar men de markt bewust wil uitschakelen. Dat was de ideologische onderbouw van het gratisverhaal van Steve Stevaert, bijvoorbeeld in het onderwijs. Maar de markt blijft wel het referentiekader, positief of negatief.

Maar ook de liberale inzichten veranderden. Anders dan het hagiografische beeld dat Sus Verleyen van hem schetste in De factor Verhofstadt was Verhofstadt niet zo'n vooruitstrevende denker toen hij zijn sporen als politicus verdiende. In de jaren tachtig omhelsde Verhofstadt, weze het als voorzitter van de PVV of als vicepremier van een rooms-blauwe regering-Martens, niet alleen de economische inzichten van Reagan. Ook politiek-cultureel nam hij geen afstand van Reagans Beverly Hillsconservatisme. Verhofstadt was een spraakmaker in een regering die ontwikkelingshulp afbouwde; die in 1987 de beroemde 11.11.11-affiche verbood in overheidsgebouwen (een indringende foto van een Ethiopische man met stervend kind: 'Over dit soort kleinigheden valt de regering niet'); die gewetensbezwaarden pestte; die tegelijk investeerde in de wapenwedloop en bespaarde in de sociale zekerheid; die democratisering van het onderwijs als passé beschouwde, dus inschrijvingsgelden verhoogde en toelagen allerhande afbouwde, maar - echt waar - zich tegelijk inzette voor de democratisering van de golfsport, "om meer Amerikaanse en Japanse bedrijfsleiders naar België te halen". Het had zo zijn redenen dat Verhofstadt nog altijd de bijnaam 'Baby Thatcher' meezeulde toen John Major al een paar jaar eerste minister was in Groot-Brittannië.

Paars bracht een synthese tussen twee strekkingen die voorheen beide overtuigd waren van hun steriele, eenkennige, haast autistische gelijk. Met alle rampen die dat meebracht voor het land en zijn bewoners: eerst door de budgetontsporingen van Guy Mathot, later door de harde en harteloze inleveringen van Martens-Verhofstadt. Dat leek voorbij.

Guy Verhofstadt kreeg er ook Europese erkenning voor. In maart 2000 pronkte hij naast Tony Blair, toen de Europese Unie de 'Lissabonstrategie' aannam en zich feitelijk inschreef in het concept van de actieve welvaartsstaat.

Verworven is dat nochtans niet. In oktober 2004 verklaarde commissievoorzitter Romano Prodi dat de Lissabonstrategie aan het mislukken was. Een paar maanden eerder had paars in Vlaanderen zijn zwanenzang gekend en was Yves Leterme de nieuwe minister-president. Toeval bestaat niet.

Toen was het pure paarse elan dus al voorbij. Achteraf gezien stierf paars nog vroeger. Amper twee jaar na de vorming van paars-groen zat de paarse geest weer gevangen in de fles. Dat gebeurde op 9/11, de aanslagen op de Twin Towers in New York op 11 september 2001. Daarvoor was paars open, tolerant, vrijmoedig. Daarvoor werkten de paars-groene partijen aan de legalisering van de softdrugs. Daarvoor hadden top-VLD'ers Patrick Dewael en, loud and clear, Karel De Gucht laten weten dat zij persoonlijk niet tegen stemrecht voor vreemdelingen waren.

11 september is het spilmoment. Alles wat ervoor mogelijk leek, bleek erna moeilijk.

Voor 11 september 2001 profileerden De Gucht en Dewael zich als uiterst tolerante democraten. Nadien lokte De Gucht een crisis uit over stemrecht en startte Dewael het hoofddoekendebat.

11 september was de wereldwijde culminatie van een sfeer en een stemming die onbestaande waren bij de start van paars. Neem Nederland. Pas op 20 augustus 2001 maakte Pim Fortuyn bekend dat hij in de politiek zou stappen, toen nog bij Leefbaar Nederland. Pas in 2002 schreef Ayaan Hirsi Ali De zoontjesfabriek en werd ze een echt bekende naam. Pas in 2004 regisseerde Theo van Gogh, samen met Hirsi Ali, de film Submission.

De moeilijke omgang met de multiculturele realiteit is ook bij paars uitgegroeid tot een echt drama. Het is nochtans een elementaire kwestie, want de uitkomst ervan bepaalt welke toekomst dit land gegund is in wat Pulitzerwinnaar Thomas L. Friedman "the flat world" noemt. Overigens, in zijn beroemde boek, de belangrijkste non-fictiebestseller van de afgelopen jaren, vindt Friedman welgeteld één Belgische politicus het interviewen en citeren waard. Drie keer raden wie.

Het gaat om Dyab Abou Jahjah, "the Malcolm X of Belgium's alienated youth". Multiculturaliteit is een debat dat nog altijd onderschat wordt, dat verkeerdelijk met het compassievolle van Paula D'Hondt geassocieerd blijft, maar dat alle partijen van het land tot in hun wezen raakt. Binnen de sp.a en de Open Vld leven er over de hoofddoek diametraal tegengestelde standpunten. Johan Vande Lanotte dacht dat hij dat kon omzeilen met de boutade: "Over ethische thema's is iedereen vrij." Maar dan komt de Boeh!-campagne en komt dat sp.a-standpunt ineens dubbelhartig over. Patrick Dewael vindt dat de hoofddoek niet kan bij de overheid. Een aantal scholen verbiedt het niet alleen bij leerkrachten maar ook bij leerlingen. In Mechelen legde Bart Somers twee weken geleden aan een volle zaal met leerlingen secundair onderwijs uit dat er een Frans model is - "strikte scheiding van kerk en staat, dus geen religieuze symbolen" - en... Een Mechels model: "Ieder draagt wat hij wil. Ik beoordeel jongeren op wat ze kunnen en doen, niet op hoe ze eruitzien." Daverend applaus!

Somers kreeg overigens bijval van Caroline Gennez (sp.a) en Dirk Geldof (Groen!), en kritiek van Cathy Berx (CD&V) en Jan Mortelmans (VB). Alsof er een discours spontaan te herkennen valt als paars-groen van inspiratie.

Zo veel moeite paars heeft met het inpassen van dat 'buitenland' in het binnenland, zo vlot ging het paars af om vanuit België het buitenland tegemoet te treden. Dat viel natuurlijk op in Afrika. Cd&V deed destijds lacherig en kleinerend over een van de weinige onderzoekscommissies die onder paars het leven zagen, de Lumumbacommissie. Maar het hielp België wel een juiste toon vinden jegens de ex-kolonies. In de jaren zeventig en tachtig waren Belgische regeringsleiders zogezegd hartelijk en vriendelijk - voor Mobutu en zijn kliek. Je vond onder die safariliefhebbers zowel socialisten (Edmond Leburton, le grand chef blanc), liberalen (Herman De Croo cum suis) als christendemocraten (Leo Tindemans en Wilfried Martens: "Ik hou van dit land, dit volk en zijn leiders").

Dan kwamen de jaren negentig. Frank Vandenbroucke werd minister van Buitenlandse Zaken, en hij bejegende Zaïre als een soort 'politiek-moreel IMF': vermaningen, berispingen, het vingertje omhoog en omdat Zaïre niet luisterde, werd de geldkraan dichtgedraaid en keerde hij de rug. De Europese geldschieter als superieur wezen.

De regering-Verhofstadt heeft zich zowel in Rwanda (met de historische excuses) en nadien in Congo (door die Lumumbacommissie) eerst nederig opgesteld. De boodschap was: in Afrika hebben alle machthebbers bloed aan de handen, ook de Europeanen. Ons allen treft schuld. Goed, vervolgens liet paars Karel De Gucht los, maar omdat eerst de juiste toon gevonden was, heeft De Gucht zijn - nu ja - 'missie' tot een goed einde kunnen brengen.

Was dit links, rechts of paars? Er zaten zeker affairistische trekken aan, met Georges Forrest, die met zijn liberale vrienden Louis Michel (in de rol van Kuifje) en Pierre Chevalier (superieur als Bobbie) een politieke versie van Tintin au Congo wil opvoeren. De socialisten kregen er buikpijn van. Maar inzake Irak zat België dan weer lange tijd op de lijn van Dominique de Villepin, anti-oorlog en anti-Amerikaans. En de Villepin is bepaald geen man van la gauche. Maar wat telt, is dat België geen kanonnenvlees leverde aan the coalition of the willing. Omdat paars dat niet wilde.

Intussen stond de tijd niet stil. Toen paars in 1999 aantrad, hield het land zijn hart vast voor 'de millennium bug'. Toen paars in juli 1999 aantrad, betaalde de Belg nog in frank. De euromunten kwamen als betaalmiddel pas in omloop op 1 januari 2002, na drie jaar paars. Toen paars in 1999 aantrad, bestond Wikipedia nog niet. De Engelstalige versie zag het levenslicht in januari 2001, de Nederlandstalige zustersite pas in 2003. Toen paars in juli aantrad, had het grote publiek nog nooit gehoord van de anders- of antiglobalisten. Die manifesteerden zich pas in the battle of Seattle, in de herfst van 1999. In meer dan één opzicht is paars een concept dat dateert uit het einde van de voorbije eeuw.

In een opgemerkt essay definieerde Yves Desmet paars-groen ooit als het project van een generatie veertigers. Die veertigers zijn intussen vijftigers. Ze voelen zich misschien nog jong, maar ze zijn het niet meer. Velen liepen schrammen op, politiek en privé. Zelfs de jonge Turken zijn al habitué. In 1999 was Vincent Van Quickenborne een jonge senator voor ID21. Hij helderde de moord op Julien Lahaut op voor hij naar de VLD vertrok. Daar werd hij een goede vriend van Jean-Marie Dedecker. Quick liet het VLD-congres zelfs de politieke rol van de koning afschaffen. Het ging nog sneller. Quick werd Q en staatssecretaris Kafka. Jean-Marie Dedecker dacht inderdaad dat hij een kafkaiaanse nachtmerrie beleefde, toen uitgerekend zijn vriend hem een mes in de rug plantte, as Quick as possible. In het examen van politieke bekwaamheid is Van Quickenborne met onderscheiding geslaagd, in dat van het politieke cynisme krijgt hij er felicitaties van de jury bij. De jongen werd man, maar zoekt nog naar een vrouw. Een muze voor een nieuw politiek project. Post-paars.

een land van onbehagen. Vergeleken met de regeringen-Dehaene is paars(-groen) een oase van rust en stabiliteit. Paars heeft die reputatie niet, maar het is de waarheid

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234