Dinsdag 11/05/2021

Eldorado bestaat niet

Plateforme, de nieuwste chronique scandaleuse van Michel Houellebecq, zet het fileermes in de uitwassen van de welvaartsmaatschappij en bekijkt de toeristische industrie vanuit een eenzijdig erotisch perspectief. Want volgens Houellebecq vraagt het stillen van de westerse seksuele appetijt drastische remedies. De daartoe opgezette seks-eldorado's worden in Plateforme door aanslagen van moslimterroristen gestuit.Michel Houellebecq

Plateforme. Au milieu du monde

Flammarion, Parijs, 370 p., 892 frank.

Michelhouellebecq.est-ici.org, zo heet de zestalige website van Les Amis de Michel Houellebecq. 'Michel Houellebecq est partout' ware een betere keuze geweest. Onder impuls van initiatiefneemster Michelle Lévy treedt de idolatrie voor de Franse pessimismegoeroe hier geregeld buiten haar oevers. Vanuit alle hoeken en kanten tuurt het bleke hoofd van Houellebecq je aan, inclusief sigarettenwalmen. Elke wind die de auteur richting media blaast wordt door de Vrienden welwillend opgesnoven. Onafgebroken drentelt een tekstband uit Elementaire deeltjes van rechts naar links over de schreeuwerige homepage. Semi-visionair lezen we een boodschap van dubbelzinnige hoop: "Au milieu de la grande barbarie naturelle, les êtres humains ont parfois (rarement) pu créer des petites places chaudes irradiées par l'amour. De petits espaces clos, réservés, où régnaient l'intersubjectivité et l'amour."

Hoe komt het eigenlijk dat iemand die zo doortastend en cynisch elke illusie aan diggelen schrijft, zulke klitvaste groupies rond zich verzamelt? In een vraaggesprek met Le Figaro schrijft Houellebecq de fanclub toe aan zijn vermogen om het deksel te lichten van het "lijden van de middenklassers", aan zijn talent om het tekort van de Franse modale burger te traceren: "Je suis l'écrivain de la souffrance ordinaire."

Via zorgvuldig gelekte voorpublicaties en een spervuur van nogal gratuite interviewquotes heeft homo provocatus Michel Houellebecq de lancering van Plateforme opnieuw tot hét evenement van de Franse rentrée littéraire weten te maken. Net als bij het verschijnen van Elementaire deeltjes, drie jaar geleden, raakten de literaire pagina's in haast voorgeprogrammeerde slierten van schandaal gehuld. Dat was dikke pech voor de 574 andere nieuwe romans waarmee de Franse uitgevers in de maand september volgens een strakke timing de lezer willen overvoeren. Zelfs een prestigieuze bijbelvertaling, waaraan ruim twintig vooraanstaande schrijvers meewerkten, kon geen vuist maken tegen de Houellebecq-pletwals. In een mum van tijd vlogen de eerste tweehonderdduizend exemplaren van Plateforme de deur uit.

De kroniek van een voorspelbare polemiek begon met een achteloos faxbericht aan de redactie van Les Inrockuptibles, eind mei 2001. Michel Houellebecq, pispaal maar tegelijk ook troetelkind van de Franse media, meldde toen dat hij een nieuwe roman afrondde, "een roman over het wereldwijde toerisme", volgens hem sedert 2000 de belangrijkste wereldwijde industrietak. Hij presenteerde Plateforme daarbij expliciet als verlengstuk van zijn zwartgallige strandnovelle Lanzarote (onlangs in Nederlandse vertaling verschenen, DMB 28/3) en gewaagde van een "mutatie tot een veel groter organisme: een roman van gemiddelde grootte".

De circulerende drukproeven en de eerste recensie in het vakblad Livres-Hebdo bevestigden de vermoedens: Plateforme toonde een wel heel eigenaardige variant van Les bronzés en vacances. Houellebecq leek nog cassanter, directer en oneerbiediger te schrijven. De auteur brak in Plateforme kennelijk een lans voor het opzetten van prostitutienetwerken in de derde wereld, als middel om de slabakkende seksualiteit van de westerling nieuw leven in te blazen. Het boek, zo werd gefluisterd, barstte van de expliciete seksscènes, van charges tegen de islam en van bitsigheid ten aanzien van feministen en droit-de-l'hommistes. De Guide du Routard, in Lanzarote al ferm op de hak genomen, werd wederom geviseerd (de hoofdfiguur keilt de Routard-gids over Thailand uiteindelijk in een vuilnisemmer en bestempelt de gids als een voorbeeld van "vulgair elitarisme" en hypocrisie - zie ook DM 24/8).

Volgens sommige voorproevers, waaronder de Frans-Nederlandse auteur Fouad Laroui, bleek het boek een onverholen racistische inslag te hebben: "Mama mia, dat heerschap wordt steeds griezeliger. Het latente racisme van Les particules élémentaires is nu volledig tot bloei gekomen, met als excuus dat het begrip politiek correct passé is. (...) Die Houellebecq, 'de paus van de somberheid' heeft talent, jammer genoeg. Maar wat doet hij ermee?" Philippe Sollers, de eigengereidheid in persoon, prees het boek in de meest jubelende bewoordingen.

Op het moment van verschijnen ontstond er nog meer heisa door een cru interview met het tijdschrift Lire waarin Houellebecq, blijkbaar dronken, zijn "haat" uitsprak tegen de islam. Hij hoopte dat "het kapitalisme snel de islam van binnenuit zou ondermijnen". Bij die gelegenheid liet Houellebecq zich eveneens positief uit over de tijdens de Tweede Wereldoorlog collaborerende maarschalk Pétain en catalogiseerde hij bepaalde nationalisten als "primaten". Pierre Assouline, hoofdredacteur van Lire, nam Houellebecq in zijn hoofdartikel vaderlijk in bescherming (toevallig was Plateforme net ook Lire's cadeauboek van de maand). Assouline verklaarde Houellebecqs virulente uitval tegen de islam met behulp van een twijfelachtige freudiaanse kwinkslag. Komt door het gedrag van diens moeder, wist hij. Die had de jonge Michel al vroeg in de steek gelaten en zich nadien fervent tot de islam bekeerd.

Islamitische organisaties in Frankrijk reageerden ontsteld, wilden Houellebecq in extremis het zwijgen opleggen en hem zelfs weghouden uit de eerste uitzending van het nieuwe literaire programma Campus, de opvolger van Bernard Pivots Bouillon de culture. Daar spreidde de grillige Houellebecq dan weer een grote aaibaarheid tentoon. Nog een paar dagen later herriep hij zijn uitspraken en verspreidde zelfs een heus communiqué, waarin hij ontkende een racist te zijn. Hij voegde eraan toe: "Door vrijwillig verwarring te creëren tussen wat mijn romanpersonages zeggen en de aan de auteur toegeschreven uitspraken, zijn sommige journalisten medeplichtig aan een grove vorm van desinformatie."

Uitgever Flammarion zit, volgens de laatste berichten, met het hele gedoe flink in de maag. Sinds de gebeurtenissen van 11 september is in de opiniekoren van Michel Houellebecq echter nauwelijks nog iets vernomen.

Het très branché maandblad Technikart besloot de debatten met de vaststelling: "De tegenstanders van Michel Houellebecq bevinden zich niet in de literaire wereld - daar kan men tenminste lezen en erkent men zijn onweerlegbaar talent - maar eerder onder de pennenlikkers die speldenprikken aan de actualiteit moeten toedienen."

Plateforme is een roman die vanuit Houellebecqs programmatische aanpak alweer tegen de haren in moet strijken. Het is nu eenmaal een van de onwrikbare stelregels van Houellebecqs poëtica, zoals die al ruim tien jaar geleden is uiteengezet in essaybundels als Rester vivant of in het biografische essay over H.P. Lovecraft (Contre le monde, contre la vie). Houellebecq kiest noodgedwongen voor het harnas en de contramine. Het staat er klaar en duidelijk: "Développez en vous un profond ressentiment à l'égard de la vie. Ce ressentiment est nécessaire à toute création artistique véritable."

Toch is Plateforme deze keer ook een dwarse liefdesroman. Kenden we Houellebecq niet vooral als het boegbeeld van een beklagenswaardig soort single-generatie? Mede door deze nieuwe wending ontregelt Plateforme nog meer. Het is al evenzeer bizar te lezen hoe ook islamitische terreuraanslagen een bruusk einde maken aan de seksuele toeristenparadijzen die de hoofdfiguur Michel en zijn vriendin Valérie opzetten. Hoe interpreteer je de dubbelzinnige wraakgevoelens ten aanzien van de islam die na de dood van Valérie bij de levensmoeë verteller in alle heftigheid opduiken (maar uiteindelijk ook weer wegebben)?

Er wordt in Plateforme zoveel op losse schroeven gezet dat je aanvankelijk de indruk krijgt dat Houellebecq zijn personages in een laboratoriumsituatie heeft geplaatst, dat ze vooral het vehikel vormen waarmee Houellebecq zijn ideeën wil venten. Zoals in De wereld als markt en strijd en Elementaire deeltjes klutst hij sociologische beschouwingen, markteconomische bespiegelingen en messcherpe (politieke) statements door de plot, om dan weer abrupt voort te gaan met het verhaal. Ergens valt nochtans koeltjes te lezen: "Les questions esthétiques et politiques ne sont pas mon fort..." Houellebecq put uit de hoge en de lage registers, schmiert met het absurde en het cynische, wisselt lyriek af met de kurkdroogheid zelve. In een roman is alles toegelaten, zo vindt Houellebecq. Vaak ook domineert de afstandelijke, ja, bijna ambtelijke waarnemer, waardoor je soms de indruk krijgt naar een documentaire te kijken met hopen tegenstrijdige beelden maar zonder duidende commentaarstem.

Het is overigens interessant vast te stellen hoe intelligent Houellebecq diverse invloeden uit de Franse literatuur verder absorbeert en muteert. Niet voor niets wordt Plateforme voorafgegaan door een citaat uit Balzacs La comédie humaine en luidt de ondertitel van het boek Au milieu du monde. Houellebecq staat niet aan de zijlijn, neen, hij werpt zich met beide voeten in de wereld om te schrijven. Soms lijkt hij daarbij meer en meer beïnvloed door Zola. In vlagen toont hij zich een aartsnaturalist en een determinist: "Het is verkeerd om te beweren dat menselijke wezens uniek zijn, dat ze de dragers zijn van een onvervangbare bijzonderheid. Wat mijzelf betreft, ik vond in geen enkel geval een aanwijzing van bijzondere eigenschappen." (Men leze over de lijnen tussen Zola en Houellebecq het sterke essay van Bart Van Loo in het septembernummer 2001 van Streven).

Zeer zeker tekent zich in Plateforme een nieuwe tendens af. Wie durfde veronderstellen dat geluk in het universum van Houellebecq een gepasseerd station was, zal na Plateforme zijn mening enigszins moeten bijstellen. Er is bijwijlen sprake van een ongeremde liefdeslyriek, uitmondend in exclamatieve seks, en meermaals vraagt de verteller Michel zich af waaraan hij de liefde van Valérie uiteindelijk heeft verdiend. Maar dat een dergelijk geluk van korte duur is, lag al evenzeer in de lijn der verwachtingen.

Geluk is een fase die door niets te verantwoorden valt. Ook dat stond al in Rester vivant: "De toute façon, le bonheur n'est pas pour vous; cela est décidé, et depuis fort longtemps. Mais si vous pouvez attraper un de ses similacres, faites-le. Sans hésiter. De toute façon, ça ne durera pas." En dat sluit naadloos aan bij wat Geerten Meijsing in Vrij Nederland concludeerde "Het geraffineerde van de plot is dat de echte nihilist Houellebecq impliciet gelijk krijgt, en dat de ietwat wereldvreemde maar positieve utopie van Michel het onderspit delft."

Plateforme is een rechtlijnige chronologische vertelling in drie delen, die aanvankelijk sterke gelijkenissen vertoont met Houellebecqs debuutroman De wereld als markt en strijd. Alvast de eerste tientallen pagina's baden in eenzelfde troosteloze sfeer. De ikverteller van Plateforme heet Michel, is een grijze eenling van een jaar of veertig, werkzaam in de "tertiaire sector" als cultuurambtenaar (wat hem niet belet een cultuurbarbaar te zijn). Mensen ontmoet hij nauwelijks, weinig kan hem uit balans brengen, nog minder dingen kunnen hem enthousiasmeren. Hij is het prototype van de Houellebecqiaanse antiheld die minimale behoeften heeft (om er drie te noemen: peepshows, diepvriesmaaltijden en Monoprix-spullen). Hij zegt: "Ik was niet gelukkig, maar ik schatte het geluk hoog in en ik bleef ernaar streven." Hij dobbert rond in het leven zonder wilsbeschikking, in een wereld die desintegreert en onvatbaar is (elementaire deeltjes!). Hij kan zich niet meer herinneren hoe het zo gekomen is, maar verklaart: "in de meeste omstandigheden van mijn leven (ben ik) (...) ongeveer even vrij (...) geweest als een stofzuiger".

Wanneer zijn vader in een kwestie van bloedwraak wordt vermoord door een moslimjongen, reageert hij met gelatenheid en boekt hij - bij wijze van verstrooiing - een reis naar Thailand. Het eerste, nogal langzame deel van het boek heet dan ook 'Tropic Thaï' en bestaat hoofdzakelijk uit observaties van de kudde reisgezellen die deze Nouvelles Frontières-reis bevolken. Tristes tropiques en middelmatigheid alom, maar toch is de modale Michel een vreemde eend in de bijt, die zich in genen dele aan het groepsgevoel kan confirmeren en arglistig olie op het vuur giet wanneer er aan tafel discussies ontstaan over het sekstoerisme. Enig lichtpunt blijkt een zekere Valérie te zijn, die hem - ondanks zijn asociaal gedrag - welwillend benadert. Bij voorkeur zuipt Michel zich echter de nachtelijke vergetelheid in. Hij masturbeert op het enige boek (op de Routard na) dat hij bij zich heeft, The Firm van John Grisham. "Dat zal gaan kleven. Maar ach, het is toch een boek dat je maar één keer leest." Of hij maakt intensief gebruik van de massagesalons en zingt de lof van de "zachte, gewillige kutjes" van de Thaise meisjes, hun talent voor het oprechte klaarkomen en hun algehele voorkomendheid. Volgens de verteller zijn ze de laatste toevlucht voor de westerse sekshongerigen.

Aan ophefmakende oneliners is in Plateforme geen gebrek: "Frankrijk was een sinister land, onheilspellend en bureaucratisch." Of: "Zodra er over mensenrechten wordt gepraat, krijg ik altijd min of meer de indruk dat ik met mensen van de tweede garnituur te maken heb." Houellebecq schuift een en ander kundig in de schoenen van tal van personages. De hoofdfiguur registreert ze, fungeert soms als spreekbuis maar toont amper afkeuring of instemming. Het komt en gaat en een paar pagina's verder heeft Michel al eens een geheel andere mening. Bedrijft Houellebecq de karikatuur, de komedie of de pure provocatie? Voorlopig niet te peilen.

De toonzetting van het boek verandert abrupt in het tweede deel, wanneer Michel na zijn terugkeer in Parijs een relatie begint met Valérie, die werkzaam is voor Nouvelles Frontières. Maanden van geluk en harmonie verglijden. Ondanks het feit dat Valérie zich als een keiharde zakenvrouw in de reisbranche ontpopt (samen met haar workaholische collega Jean-Yves), benaderen Valérie en Michel op seksueel gebied de volmaaktheid, getuige de uitputtende opeenvolging van detailrijke lusttaferelen waarbij geen enkele erogene zonde onderbelicht blijft.

Valérie is in alle opzichten een droomvrouw, aldus de verteller, want "nooit keerde ze zich tegen mij, nooit ontstak ze in woede, nooit had ze een van die onvoorziene zenuwaanvallen die de omgang met vrouwen soms zo pathetisch en zo vermoeiend kan maken". Jazeker, vindt de verteller, gedurende een paar maanden was hij gelukkig. Pathetisch klinkt het, maar toch met een Houellebecqiaanse reserve: "Natuurlijk was er die serie van onvermijdelijke problemen, de aftakeling en de dood, natuurlijk... Wat die paar maanden betreft kan ik nochtans getuigen: ik wéét dat het geluk bestaat."

Onder impuls van Valérie overstijgt Michel zichzelf als meesteranalist van de toeristische branche. Hij vergezelt Valérie op noodzakelijk "veldonderzoek" in Cuba, volgens de verteller een nog ongerept paradijs van losse zeden en partouzerende kamermeisjes. Toch is Houellebecq hier uitstekend op dreef wanneer hij schamper de uniformiseringsdrang van het massatoerisme blootlegt, maar in een moeite door ook de onvermoede mogelijkheden onder ogen ziet. Hij gaat daarbij veel systematischer te werk dan in Lanzarote, met een bijna wetenschappelijke precisie. Amper een paar pagina's verder, in een van de sleutelscène van het boek, neigt Plateforme echter tot de groteske, zonder dat de verteller ook maar een krimp geeft.

"De mensen hebben het, vreemd genoeg, moeilijk om simpele oplossingen te aanvaarden", zo mijmert de hoofdfiguur. Terwijl zijn vriendin Valérie hem pijpt, laat Michel zich gaan in een 'simpele' globalistische denkoefening. In de Cubaanse hotelkamer bezint hij zich over het stillen van de wereldwijde seksuele appetijt. En hij is van oordeel dat zowel het Westen als het Oosten, zowel economisch, sociaal als volgens het lustprincipe, baat heeft bij een immens prostitutienetwerk waarin oosterse meisjes een eersterangsrol moeten vervullen en waarin iedereen, ook de seksuele stumperds, aan hun trekken moeten kunnen komen. Houellebecq vindt dat de doorsnee-westerling niet meer weet om te gaan met liefde en met seks, omdat hij te prestatiegericht is en zelfs nauwelijks de tijd heeft om op behoorlijke wijze de liefde te bedrijven. Hij is vervreemd van zijn eigen lichaam.

Om het evenwicht te herstellen ziet de verteller heil in een wereldwijd hyperprofessioneel netwerk van bordelen: vraag en aanbod kunnen in Eldorador Aphrodite (zo zal het complex gaan heten) haarfijn op elkaar worden afgestemd: "Aan de ene kant hebben we miljoenen westerlingen, die alles hebben wat ze willen, behalve seksuele bevrediging. Aan de andere kant zijn er miljarden individuen die niets hebben, die omkomen van de honger, die niets te koop kunnen aanbieden behalve hun lichaam en hun seksualiteit: een ideale uitwisselingssituatie. Stel je eens de potentiële winst voor. (...) Ik schat dat 80 procent van de westerse volwassenen potentiële klanten zijn." Na afloop van de monoloog vraagt Valérie: "Goed... kan ik je nu eigenlijk verder afzuigen?"

Aphrodite blijkt een gouden greep. De successen zijn aanzienlijk, mede dankzij internationale afspraken met onder andere Duitsers, die hun sekstoeristen naar de clubs draineren. Michel en Valérie hebben de buit binnen en besluiten zich spoorslags in Thailand te gaan vestigen. Ze willen zich uit de rat-race van het Westen terugtrekken en er wordt - u gelooft het niet - aan een baby gedacht.

Niet geheel onverwacht laat Houellebecq de tragiek toeslaan door middel van moslimterreur. Eerder in het boek heeft hij tal van personages - waaronder een Egyptenaar - al weinig verhullende woorden over de islam in de mond gelegd: "De islam kon enkel maar ontstaan in een stompzinnige woestijn, tussen vieze bedoeïenen, die niets anders te doen hadden dan - neem me niet kwalijk - hun kamelen te neuken." De paradijzen van seksuele vrijpostigheid zijn een doorn in het oog van autonome groeperingen. Een aanslag eist 117 levens, waaronder dat van Valérie. De verteller ontsnapt miraculeus aan de dood en is nog net in staat om de gruwelijkste details van de aanslagen te memoriseren. Bedoelt Houellebecq dit met "la souffrance ordinaire"?

Houellebecq zet hoog in met Plateforme. Het boek is onmiskenbaar meeslepend, ruim 370 pagina's lang, ondanks een paar nodeloze uitweidingen en tergende banaliteiten. Maar het heeft niet de intellectuele envergure van Elementaire deeltjes. Het veroorzaakt niet dezelfde aha-erlebnis als destijds De wereld als markt en strijd. Het lijkt stilaan ook moeilijk vol te houden dat Houellebecqs racisme een accident de parcours is. De ontvouwde theorieën over seksuele ruilhandel zijn in hoge mate absurd. Je kunt ze nog het best lezen als bouwstukken van Houellebecqs deprimerende moraal. Ze gaan ook totaal voorbij aan alle treurige verhalen die ons inzake mensenhandel bekend zijn. Hoe kun je bijvoorbeeld beweren dat de seksualiteit van Thaise hoertjes die sinds hun tiende westerse mannen moeten bedienen, op zeventienjarige leeftijd nog "intact" is, zoals Les Inrockuptibles hem terecht voor de voeten wierp? En wordt het 'lijden' en leven van de gemiddelde mannelijke Fransman (of westerling) inderdaad zo dwingend door een overspannen lustprincipe beheerst?

Maar moeten de hier voorgestelde 'oplossingen' wel au sérieux worden genomen? Tenslotte is en blijft dit een werk van fictie. Iets wat nogal wat critici in het geval van Houellebecq kwaadwillig willen vergeten, zodat ze de ikverteller 'Michel' en Houellebecq over één kam scheren. Dat resulteert in de gossip-vaststelling dat het Houellebecq is die in deze roman verliefd wordt.

Wie in de geniepige vallen trapt die Houellebecq voortdurend uitzet, gaat volledig voorbij aan zijn grootmeesterschap in de 'ambiguïteit'. Houellebecq smokkelt de ironie in zijn boek waar je ze het minst verwacht, waardoor hij zichzelf durft te betrappen op tegenspraak. In Le Monde wees Josyane Savigneau erop dat Plateforme haar eerder een zedenschets over de westerse seksuele moraal lijkt dan een feitelijke apologie van het sekstoerisme. De westerse man die de speelbal van zijn libido is, komt er finaal bekaaid af (denk daarbij aan de ontluisterende passages over de rondbuikige kalende Duitse sekstoeristen). Zijn het per slot van rekening niet de vrouwen die in dit boek de sterkste karakters blijken te zijn? Savigneau omschreef het boek ook nog als een nieuwe Voyage au bout de la nuit, "onheilspellend" en verteld "met een gruwelijke luciditeit". Dat is tamelijk overtrokken - zeker qua stijl is er geen enkel raakpunt, maar het noemen van Céline is wel betekenisvol.

Mij lijkt het dat Houellebecq zijn grenzen elke keer weer aftast maar in essentie een doemdenker blijft (al valt er in Plateforme onwillekeurig veel, kostelijk en grimmig te lachen). Na een kortstondig baden in geluk is een apocalyps onafwendbaar. Niemand ontsnapt aan Houellebecqs force de frappe, zijn antihumanisme snijdt in ieders vlees. Alle monotheïstische godsdiensten delen in de klappen, alle geluksprofeten krijgen de rekening gepresenteerd. In de epiloog komt de boodschap onherroepelijk de kop opsteken en is Houellebecq, na de opflakkering van de liefdeslyriek en de 'valse' utopie, onherroepelijk opnieuw zijn zwarte zelf. Daar maakt de van het leven afgesneden verteller de balans op, hij keert terug naar het seksparadijs van Pataya en ziet weinig goeds: "Voor het Westen voel ik geen haat, hoogstens een immense minachting. Ik weet alleen dat wij stinken naar egoïsme, masochisme en dood. Wij hebben een systeem tot stand gebracht waarin niet meer valt te leven en bovendien gaan wij ermee door het te exporteren." De laatste zinnen van Plateforme luiden: "On m'oubliera. On m'oubliera vite." Le paradis, c'est l'enfer?

Ondanks de ambivalentie die bezit van je neemt, staat het buiten kijf dat Houellebecq opnieuw een belangrijk en (misschien om de verkeerde redenen) spraakmakend boek heeft afgeleverd. Belangrijk omdat geen enkele andere Franse auteur zo confronterend schrijft als Houellebecq en geen enkele andere auteur dezer dagen zo'n uitgesproken cultuurkritiek aan de romankunst koppelt. Uit welke reservoirs blijft Houellebecq zijn "radicale afwijzing van de wereld zoals ze is" putten, vraag je je af.

Sinds enige tijd woont Michel Houellebecq in Ierland, buiten de bewoonde wereld. Zijn woning en zijn schrijfark heeft hij omgedoopt tot The White House. Een roman over de Verenigde Staten behoort tot de mogelijkheden, dat heeft de auteur al her en der gesuggereerd.

Dirk Leyman

Plateforme verschijnt in de loop van volgend jaar onder de titel Platform bij De Arbeiderspers in Nederlandse vertaling.

De website van De Vrienden van Michel Houellebecq kunt u vinden op www.michelhouellebecq.est-ici.org en tweede website over Houellebecq via http://houellebecq.fr.fm/

Niemand ontsnapt aan Houellebecqs force de frappe, zijn antihumanisme snijdt in ieders vlees

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234