Zondag 28/11/2021

'Elders kan nooit thuis zijn'

De bekroonde romancier Boualem Sansal breekt vanavond een lans voor de verbeelding en de noodzaak om verantwoordelijkheid te nemen. Of zoals hij in 'Harraga' stelt: 'Naar de duivel met de verdraagzaamheid als die gelijkstaat met lafheid.'

Anno 2013 is de in het Frans schrijvende Sansal (63) een van de belangrijkste stemmen van de Arabische wereld. Voor zijn oeuvre van zes romans en drie essaybundels kreeg hij in 2011 de Vredesprijs van de Duitse Boekhandels en in juni vorig jaar heeft een twintigkoppige jury zijn jongste boek, Terug naar de rue Darwin, uitverkoren voor de Prijs van de Arabische Roman, die sinds 2008 jaarlijks wordt uitgereikt door de Arabische ambassadeurs in Parijs. Alleen stelden de diplomaten, die normaliter instaan voor de 15.000 euro aan prijzengeld, hun veto. Ze waren al te verbolgen dat Sansal enige weken eerder deelnam aan het tweejaarlijkse Israëlische literaire festival in Jeruzalem.

Er volgde een mediaspektakel om van te snoepen: de voltallige jury, waarin onder anderen Tahar Ben Jelloun, Robert Solé en Pierre Brunel zetelden, nam ontslag en de Franse kranten publiceerden met vitriool overgoten commentaren. De juryleden organiseerden een alternatieve ceremonie voor Sansal en een Zwitserse mecenas wou zelfs met het geld over de brug komen, ware het niet dat de laureaat zelf voor de eer bedankte. "Ik kan onmogelijk centen accepteren van onbekenden", legt Sansal met een droog lachje uit, "dus gingen die op mijn verzoek naar A Heart for Peace, een Palestijnse organisatie voor jonge hartpatiënten." Benieuwd wat de Palestijnse beweging Hamas daarvan vond: zij had Sansal kort daarvoor nog beschuldigd van "verraad jegens het Palestijnse volk".

Dat de Algerijnse auteur in Israël was uitgenodigd, had vooral te maken met de vertaling in het Hebreeuws van zijn roman Een onvoltooide geschiedenis (De Geus, 2011). Het boek speelt zich af in de jaren negentig, op de breuklijn tussen het door een bloedige burgeroorlog geteisterde Algerije en een licht ontvlambare Parijse banlieue. Protagonisten Rachel en Malrich zijn de naar Frankrijk gestuurde zonen van een Algerijns-Duits paar. De broers lijken geenszins op elkaar. Terwijl Rachel ijverig studeert en een baan krijgt bij een multinational, is Malrich een hangjongere met een pendant voor de radicale islam. Aanvankelijk toch.

Als zijn broer zelfmoord pleegt, leest Malrich in diens dagboek dat hun ouders twee jaar geleden zijn vermoord door de GIA en dat Rachel heeft ontdekt dat hun vader een gevluchte SS'er is. Als ingenieur scheikunde maakte hij zich nuttig bij de productie van Zyklon B voor de kampen.

Islamisme is nazisme

Het verhaal is op ware feiten gebaseerd. Toen Sansal in het begin van de jaren tachtig op dienstreis was in het Algerijnse binnenland, stuitte hij op "een door een Duitser bestuurd dorp. Mensen uit de regio vertelden dat hij een gewezen onafhankelijkheidsstrijder was, die in de jaren vijftig naar Algerije werd gestuurd door de Egyptische president Nasser. De man vestigde zich in een klein dorp, huwde de dochter van de lokale chef, vroeg de Algerijnse nationaliteit aan, bekeerde zich tot de islam en stichtte een gezin. Het viel me op dat hij ontzettend geliefd was en dat zijn streekgenoten met een merkwaardig enthousiasme over zijn naziverleden vertelden. Het verhaal is me altijd bijgebleven, enerzijds wegens het avonturisme van die Europeaan, maar veel meer nog omdat ik plots besefte dat die vreemde ophemeling van het nazisme voortvloeit uit het feit dat de Shoah in Algerije volstrekt verzwegen wordt. Er worden op de televisie geen films of documentaires over vertoond en in scholen wordt er evenmin aandacht aan besteed. Ik ken geen enkele Algerijnse auteur die er ooit een boek over schreef."

Terwijl Rachel zichzelf van het leven berooft na twee jaar van onderzoek naar zijn vaders kwalijke verleden, ziet Malrich de gelijkenissen tussen het nazisme en het islamisme dat onder zijn kompanen wordt gepredikt. Die vergelijking werd Sansal niet in dank afgenomen, de doodsbedreigingen uit islamistische hoek lieten niet op zich wachten. "Hoe meer boeken ik las, hoe meer de gelijkenissen me opvielen: de gemilitariseerde eenpartijstaat, de aanhoudende propaganda, een gehersenspoelde bevolking, de geschiedvervalsing, de bejubeling van het eigen volk, een manicheïstische wereldvisie, de neiging tot slachtofferschap, het complotdenken, de helden- en martelarencultus, de intolerantie jegens alle andere denkbeelden en de vergoelijking van geweld. Je kunt er gewoon niet naast kijken. Het bevreemdt me dat niet meer mensen die vergelijking maken."

Rachel en Malrich worstelen tevens met de vraag of mensen verantwoordelijk zijn voor de misdaden van hun ouders of hun volksgenoten. "Dat geldt ook voor ons Algerijnen heel erg", vindt Sansal, "al wordt er nooit over gesproken. Ik vraag me af wat de jongeren zullen zeggen als ze achterhalen welk aandeel hun verwanten hadden in de onafhankelijkheidsoorlog (1954-'62) en vervolgens in de burgeroorlog (1991-2002)? Daar zijn we nog lang niet klaar mee."

De revolutie is niet af

Ook op Sansal zelf heeft de burgeroorlog een gigantische impact. Het conflict, dat aan 200.000 mensen het leven kostte, maakt van hem een schrijver. Op zijn vijftigste. Tot die tijd was hij een hooggeplaatste overheidsfunctionaris, een man die scheikunde had gestudeerd, die een doctoraat behaalde in de industriële economie en leerboeken over turboreactoren op zijn naam had staan.

"Het conflict bracht een akelige maatschappelijke transformatie teweeg, die ik vanuit mijn kennis als ingenieur en econoom niet kon verklaren. Vanwaar die plotselinge irrationaliteit, hoe kon het dat de waanzin zich zo had verbreid? En verwerd een islam die we als vreedzaam en tolerant kenden opeens tot moordwapen? We zagen de maatschappij in twee kampen antwoorden op de kieszege van de fundamentalisten. De verzoeners geloofden dat het extremisme met de wet en de politiek kon worden bezworen, terwijl de uitroeiers de taal van de jihadisten spraken en voor de goede zaak wilden moorden. Zij hebben het gehaald, met een ellenlange dodenlijst en een bankroete maatschappij tot gevolg.

"De grondvraag, welk maatschappelijk project we willen, is immers onbeantwoord gebleven. De revolutie is mislukt maar niet volbracht, op een dag breekt ze opnieuw los. Opteren we voor democratie en secularisme of volharden we in een geblokkeerde islam die totalitarisme predikt? Diezelfde kwestie verscheurt Egypte, Tunesië, Jemen, Libië, Syrië en Marokko nu."

Aangemoedigd door de in 1995 overleden bevriende auteur Rachid Mimouni begint Sansal midden jaren negentig aan zijn eerste roman, het misdaadverhaal Le Serment des barbares (Gallimard, 1999). Daarin hangt hij een ontluisterend beeld op van het opportunisme en de corruptie van de politieke en economische elite, tegen een achtergrond van groeiende maatschappelijke intolerantie en bittere misère.

De roman wordt in Frankrijk gunstig onthaald en nauwelijks een jaar later volgt L'Enfant fou de l'arbre creux (Gallimard, 2000). Sansal vertrekt daarin van de relatie tussen een ter dood veroordeelde Fransman en zijn Algerijnse lotgenoot om de moeilijke dialoog tussen het Westen en de Arabische wereld aan te kaarten en de maatschappelijke chaos te schetsen waarop de onafhankelijkheidsoorlog uitliep.

Daarna publiceert Sansal zijn eerste essaybundel, Journal intime et politique. Algérie, 40 ans après (Gallimard, 2003), waarin hij een vlijmscherpe analyse maakt van de recente geschiedenis van zijn land. Het boek heeft verstrekkende gevolgen. "De officiële versie luidt dat ik toen mijn baan heb opgezegd om meer te kunnen schrijven. Onzin. Ik werd weggestuurd maar kreeg nooit een ontslagbrief, waardoor ik dat niet kan bewijzen. Die handelwijze typeert het regime volkomen: ze pakken dissidente stemmen niet frontaal aan maar rekenen er slinks mee af. Formeel werd ik nog nooit aangeklaagd en onderhand gebruikt Algiers mij zelfs als schaamlapje. Ik ben het zogenaamde bewijs van hun tolerantie. Nochtans waren al mijn boeken tot aan de uitreiking van de Duitse Vredesprijs verboden. Dat ze nu vrij verkrijgbaar zijn, heb ik louter te danken aan mijn internationale status en aan de westerse druk."

Getraind in het kwaad

Sansal ziet het als zijn missie om de vinger op de wonde te leggen, dat blijkt zowel in Dis-moi le paradis (Gallimard, 2003), in Harraga (De Geus, 2007) als in Een onvoltooide geschiedenis (De Geus, 2011). "Onze kinderen", schrijft hij, "dromen van een beter leven, van liefde en speelplaatsen. Maar ze worden getraind in het kwaad, in haatgevoelens en nietsdoen. Willen ze leven, dan is er maar één uitweg, Harraga worden (illegaal naar Europa vertrekken, nvdr). (...) Niets wat indruk maakt op onze bureaucraten. Onbeduidend als ze zijn en onderbetaald als ze worden, vervallen ze even gemakkelijk tot misdaad als er waswater de goot in loopt. (...) Ze hebben van ons mensen gemaakt naar hun evenbeeld, kleingeestig, gemeen en hebzuchtig."

Het mag de oorlog zijn die Sansal deed schrijven, de noodzaak om zich vragen te stellen wortelt fundamenteel in zijn eigen onduidelijke afkomst, zo blijkt uit de autobiografische roman Terug naar de rue Darwin, die gisteren verscheen. "Ik ontdekte dat mijn vader mijn vader niet was en dat hij kort tevoren was overleden; dat mijn moeder mijn moeder niet was en dat ze kort tevoren was verdwenen. (...) Zodra je weet dat je de vrucht van een absolute doodzonde bent, zit je in een val waar je niet meer uit kunt. (...) Onze bijzonderheid is een schandvlek die de aandacht op ons vestigt zoals een vuurtoren 's nachts de aandacht van schepen trekt."

Gesloten deuren

Tot zijn achtste woont Yaz, het alter ego van Sansal, op het platteland in het paleis van de grootste bordeelhoudster van het land. Dan weet zijn moeder, een ex-prostituee, het kind naar Algiers te smokkelen, waar het in de volksbuurt Belcourt opgroeit bij haar vriendin in een nieuw samengesteld gezin. Iedereen weet dat Yaz niet als de anderen is, maar er wordt in alle talen over zijn afkomst gezwegen, waardoor ze aanvoelt als een zwaard van Damocles. "Je zondert je af (...) en in de dodelijke stilte komen gevoelens van zelfhaat en haat jegens anderen naar boven."

Al de pleegbroers en -zussen vertrekken onder het mom van een universitaire studie definitief naar het buitenland, de zorg voor hun moeder aan Yaz overlatend. Pas als zij sterft, gaat hij op zoek naar de waarheid.

Yaz is "de oude jongen die in het vaderland is gebleven, een man die geen eigen leven had en er ook nooit naar had gestreefd dat te hebben". Het zijn bittere woorden. "Wellicht, ja", zegt Sansal met een zucht. "Maar in een oord als Algerije, dat verstoken is van bejaardentehuizen, moet iemand zich nu eenmaal opofferen en zorgen voor de ouders. Niet zelden is dat het oudste kind, zoals ik. Bovendien is dat vertrekken-om-gelukkig-te-kunnen-worden een aberratie. Wat moeten we als alle ondernemende, intelligente en creatieve jongeren het land verlaten? Precies omdat zovelen vluchten boven vechten verkiezen, zijn de achterblijvers overgeleverd aan islamisten, onbekwame ambtenaren en inhalige dictators.

"Ik ben toen niet vertrokken en wil ook niet meer weg. Elders kan toch nooit thuis zijn. Het dagelijkse leven in Algerije is grauw en miserabel maar in de hoeken van huiskamers en achter gesloten deuren zit het land verscholen waar ik van hou. In flarden en fragmenten. Misschien is nu de tijd gekomen om uit de schaduw tevoorschijn te komen en onze dromen te claimen.

"Ik besef dat het een lastige opdracht is. Oost-Europa wist zich van de dictatuur van het socialisme te ontdoen en wordt langzaam democratisch. De Arabische wereld moet niet alleen afrekenen met autoritaire heersers maar ook nog met het keurslijf van religie en traditie, dat elke vorm van vrijheid en levensvreugde smoort. Maar als Europa zich in de loop der eeuwen kon bevrijden van het juk van het absolutisme en de inquisitie, en het rauwe, roofzuchtige kapitalisme wist om te buigen naar een min of meer aanvaardbare sociaal-democratie, waarom zouden wij dan bij de pakken blijven zitten?"

wo 20/3 | 20 uur, Passa Porta. Boualem Sansal opent het festival met een pleidooi voor meer verbeeldingskracht in onze samenleving. www.passaporta.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234