Dinsdag 10/12/2019

Eindelijk verlost

Het Verzameld werk van Jotie T’Hooftlaat eindelijk een vollediger en minder clichématig beeld zien van de dichter die door een overdosis drugs veel te vroeg het leven liet.

Het ‘Verzameld werk’ van dichter Jotie T’Hooft

Door Paul Demets

Wie dacht dat alles over hem nu wel gezegd en geschreven was, moet zich dit prachtig vormgegeven boek aanschaffen. Het is een bijbel voor de fans en een reisgids door de jaren zeventig, gezien door de ogen van een levendige, sensitieve jongeman.

Tijdens T’Hoofts te korte leven (1956-1977) verschenen er twee bundels: Schreeuw-landschap (1975) en Junkiever-driet (1976). Onmiddellijk na zijn dood kwam daar nog De laatste gedichten (1977) bij, een kleine bundel, die volgens T’Hoofts uitgever bij Manteau en schoonvader Julien Weverbergh, klaar lag op zijn werktafel, als een duidelijke wenk. T’Hooft had ze twee dagen voor hij in de nacht van 5 op 6 oktober 1977 in Brugge overleed, afgewerkt. In 1978 verscheen dan nog de bundel Poezebeest. Marie Lesy schrijft er in haar woord vooraf over: “Poezebeest was al in voorbereiding toen de auteur overleed; de samenstelling van de bundel lag zogoed als vast en ook qua vormgeving waren er al afspraken gemaakt.” Op deze reguliere publicaties volgden nog een aantal uitgaven die niet allemaal even sterk aan de editieprincipes beantwoordden. Zo waren de selectiecriteria van samensteller Fil Hantko voor de Verzamelde gedichten (1981) niet transparant. ‘Kwaliteit’ was de vage norm om naast de gepubliceerde gedichten ook gedichten uit tijdschriften en nagelaten werk op te nemen. Een pijl in het niet: een leven in teksten (1997) was dan weer vakkundig samengesteld en bevatte boeiend, nog onbekend primair materiaal, maar de samensteller - vermoedelijk Julien Weverbergh - bleef dan weer jammer genoeg anoniem. Deze en andere publicaties, zoals de biografie van Jean-Paul Mulders en Annick Lesage (Een zeer treurige prins, 1997) toonden in elk geval aan dat de honger naar het werk en het leven van T’Hooft bleef bestaan.

Daarom alleen al is het goed dat Marie Lesy met dit boek een correct beeld van het werk van de dichter biedt: al het overgeleverde werk is hier nu opgenomen, met een minimum aan ingrepen. Dat zorgt ervoor dat T’Hooft op een zeer kwetsbare manier getoond wordt: alle gedichten zijn hier te lezen, ook al het onvolkomen werk. En Lesy voerde alleen maar de noodzakelijkste tekstcorrecties uit, waardoor we T’Hooft bijvoorbeeld met de progressieve spelling zien experimenteren, typisch voor de jaren zeventig. Ik heb niet de indruk dat de dichter hier postuum nog eens wordt uitgekleed. We zien hoe hij de taal van de poëzie steeds nadrukkelijker als een sierlijk gewaad aantrekt. Met de nodige mislukte vestimentaire pogingen, weliswaar. Hoe wetenschappelijk Marie Lesy zich in haar verantwoording bij de leeseditie terecht ook opstelt, door te benadrukken dat dit werk terugkeert naar de bron, “zonder pittige details of voyeurisme”, dit boek biedt door de chronologische ordening toch een inkijk in de Werdegang van een jongeman. Hij was niet alleen een beginnende dichter, maar ook een exponent van een tijd waarin veel jongeren via underground, alternatieve muziek en geestesverruimende middelen naar een eigen identiteit zochten, weg van de al te bekrompen dagelijkse werkelijkheid in het Vlaanderen van de jaren zeventig. In dat opzicht krijgen we een beeld van Jotie T’Hooft dat genuanceerder is dan ooit: hij was veel meer dan een overgevoelige jongeman die gedichten schreef en steeds meer in de wurggreep van het druggebruik gekneld zat.

In een goede acht jaar tijd schreef T’Hooft heel wat bijeen. Deze editie telt dan ook bijna duizend bladzijden. En we moeten erbij opmerken dat niet alle brieven die Jotie schreef, in dit boek zijn opgenomen.

T’Hooft was een jonge schrijver die door een grote scheppingsdrang gedreven werd: “De dichter is een gedicht, 24 uur per dag.” Dat resulteerde niet alleen in een grote hoeveelheid gedichten, die hij meestal rechtstreeks op de typemachine schreef en dan in bundeltjes verzamelde, maar ook in proza. T’Hooft had al een verhalenbundel voor ogen en had een titel bedacht: De sjeik. Dat hij zoveel interesse had voor strips, voor sciencefiction en voor de muziek uit zijn tijd, wisten we al, maar niet dat hij er zo aanstekelijk over schreef. En ook niet dat hij gedurende een korte periode het actieve verzet tegen de al te grote burgerlijkheid in zijn provinciestad Oudenaarde en daarbuiten wou steunen. Dat ging bij hem hand in hand met zijn fascinatie voor het alternatieve: in de alternatieve Bokkrant, die onder de hoofdredactie van T’Hoofts wat oudere vriend Luc Lamon in een oplage van zo’n tweehonderd exemplaren in het Oudenaardse verspreid werd, deed Jotie zijn best om de jeugd te informeren en in één moeite een geweten te schoppen als hij het bijvoorbeeld over de underground had. Vrijheid staat voorop. Zijn favoriete groep The Grateful Dead, Frank Zappa, Andy Warhol, striptekenaar Robert Crumb, Hermann Hesse, en de “uitgefreakte hoogleraar van de Harvard University” Timothy Leary, ze passeren allemaal de revue. Dit wijst erop dat Jotie T’Hooft wel degelijk iets om handen had in zijn leven, dat hij het met een krachtig bewustzijn van zijn talent als schrijver en als aantrekkelijke jongeman vorm probeerde te geven.

Maar de werkelijkheid haalde hem voortdurend in. Het druggebruik ging hand in hand met een steeds groter wordende fascinatie voor de dood. Veel popsongs uit zijn tijd inspireerden hem daartoe. In een interview met Luuk Gruwez, dat we in dit Verzameld werk kunnen lezen, zegt hij na de publicatie van zijn debuutbundel: “Voor mij is de dood de enige maatstaf voor de dingen: enkel wat de dood trotseert is waardevol; de rest is tijdvulling en verblinding. Anderzijds is de dood voor mij een verlosser, een zekerheid in mijn leven, wellicht de enige. Ook staat de dood symbolisch voor de transformatie, het wegsterven van het oude en lagere, enkel en alleen om het nieuwe en hogere een plaats te geven.” Het prachtige Verzameld werk, met een opdruk die aan de platenhoezen van Jimmy Hendrix doet denken, geeft een plaats aan de schuld die T’Hooft met zijn dood heeft afgelost: een stapel teksten waarin hier en daar voorgoed beklijvende gedichten en andere teksten terug te vinden zijn. En dat is fenomenaal voor iemand die amper eenentwintig werd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234