Donderdag 21/11/2019

Eindelijk uit de kast

Al sinds 1870 bouwt het Amsterdamse Rijksmuseum aan een modearchief. De collectie telt nu meer dan 10.000 stuks, maar werd nog nooit getoond. Samen met fotograaf Erwin Olaf maakte de curator nu de expositie Catwalk. Eindelijk binnenkijken in de schatkamer die zo lang verborgen bleef.

Beeld u zich in, u bent een Nederlandse dame van stand en u bent uitgenodigd voor een 18de-eeuws trouwfeest. Uw naam is Helena Slicher en u moet een verpletterende eerste indruk maken, want u bent de bruid van dienst. Gelukkig komt een kleermaker met dé oplossing: trouwen in de breedste jurk van Nederland.

Een leger naaisters heeft gele, blauwe en rode bloemetjes geborduurd op het stuk. Dankzij metalen hoepels zijn uw heupen nu meer dan twee meter breed. Bij elke stap deint het gevaarte onder de rokken zachtjes op en neer. Smalle deuren zijn te vermijden, u kunt enkel schuin naar binnen schuifelen.

Maar de entree van de bruid zal niet snel worden vergeten. Gelukkig maar, want de rest van het feest wordt een saaie bedoening. Hardop lachen is voor vrouwen sociaal onaanvaardbaar. Ook wild gesticuleren wanneer u een verhaal vertelt, wordt afgekeurd. Dit is sowieso onmogelijk, want kleermakers hebben nog niet ontdekt hoe ze flexibele mouwen kunnen ontwerpen die niet scheuren wanneer hun klanten de armen tillen.

De breedste jurk van Nederland bestaat nog steeds en tot op heden heeft geen enkele landgenoot het record van Helena Slicher kunnen verbreken. Vandaag is het pronkstuk voor het eerst sinds haar debuut in 1759 te bewonderen, in het Rijksmuseum van Amsterdam. De japon lag jaren opgeborgen in het enorme mode-archief van het museum. Dat telt meer dan 10.000 stuks mannenkleding, kinderjasjes, schoenen, juwelen en vooral jurken, die nooit eerder werden tentoongesteld.

Met de expositie Catwalk komt daar verandering in. In zes zalen worden een aantal topstukken van 1625 tot de jaren 60 uit de collectie getoond. Voor deze primeur deed het Rijksmuseum een beroep op fotograaf Erwin Olaf, die de vormgeving verzorgde.

Mondriaan-jurk

"Ik wil je binnentrekken met een bonbon van kleur om je vervolgens om de oren te slaan met informatie", lacht Olaf. Hij staat naast een soort carrousel van paspoppen met kinderkleren die rond een geblinddoekte tienermeisjespop draaien. "Die zweven een beetje rond als geesten uit het verleden", zegt hij.

De verzameling van het museum houdt méér in dan een hoop fraaie kledingstukken. Achter elke meter stof schuilt een herinnering aan zij die de ontwerpen ooit hebben gedragen. Het overgrote deel van de collectie werd door mensen geschonken en daardoor weten de conservators vaak wie een bepaalde jurk of jas heeft gedragen. "In onze archieven blijven de parfums van de eigenaars nog lang hangen", vertelt conservator Bianca du Mortier. Olaf noemt haar lachend "de kloek die over de collectie waakt als waren het haar eieren". De conservator doet alsof ze hem niet hoort en legt onverstoord de visie achter het archief uit. "Niet alle stukken zijn gemaakt in Nederland, maar ze zijn wel allemaal door landgenoten gedragen of ze hebben een sterke link met onze cultuur. Zo kreeg de Mondriaan-mini-jurk van Yves Saint Laurent een plek op de tentoonstelling."

Sommige stuks uit het archief werden eerst generatie op generatie doorgegeven. De jongere garde ging met jurken van hun overgrootmoeder naar een gekostumeerd bal. De ontwerpen moesten vaak breder of smaller worden gemaakt, of lichtjes aangepast aan de nieuwe mode. Zo vertellen sommige rokken het verhaal van niet één, maar drie of meer generaties.

De Nederlanders blijken bijzonder creatief wanneer ze worden geconfronteerd met schaarste tijdens en na de wereldoorlogen. Op Catwalk staat de trouwjurk van mevrouw Six van Hillegom uit 1915. Na het feest werd de sleep van de zijden jurk weggeknipt en gebruikt voor een ander kledingstuk. Zo kon Van Hillegom de avondjapon nog aandoen voor minder formele gelegenheden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog herwerkte Wetka von Sahers de trouwjurk van haar moeder tot een mantelpakje. Die laatste offerde de gordijnen uit de logeerkamer op om toch een nieuw pakje te dragen op het feest. De beide ensembles draaien in het museum rond op een catwalk uit roestvrij staal die in het midden van de derde zaal staat.

Er rolt ook een gele jurk uit dezelfde periode voorbij, bedrukt met landkaarten. "Een monsterlijk ding", zegt Erwin Olaf. "Deze japon bestaat volledig uit sjaaltjes die de bemanning van de Royal Air Force droeg. Hun landkaarten werden gedrukt op zijde. Als de piloten een noodlanding maakten in vijandig gebied, konden ze zich zo geruisloos oriënteren. In Nederlands-Indië heerste ook textielschaarste en een vrouw heeft deze sjaaltjes omgenaaid tot een avondjurk."

Wel mooi vindt Olaf de kopieën van Dior- en Lanvin-pakjes op de catwalk. Bij gebrek aan echte Lanvin, Chanel en Dior, kopieerden Nederlandse naaisters 'in licentie' van de Parijse huizen. "Als ik kon terugkeren in de tijd, zou ik toch naar die periode gaan", zegt Olaf. "Het straatbeeld moet er zo veel mooier hebben uitgezien."

Unieke onderbroek

Dé heilige graal van kostuumhistorici hangt echter in een andere zaal. Het is niet de trouwjurk met 'belachelijk lange sleep' die Olaf voor een ronde spiegel plaatste, noch de fraaie Balenciaga-japon in paardenhaar, maar wel... een linnen onderbroek uit de zeventiende eeuw.

Puur esthetisch blijkt deze weinig interessant. Het is een gebroken wit exemplaar met lange pijpen. Maar toch vormt dit een belangrijk stukje geschiedenis, want uit de 17de eeuw bleven maar twee onderbroeken bewaard. Deze in Amsterdam en een wit, zijden, koninklijk exemplaar uit Engeland.

"Daar zijn verschillende redenen voor", vertelt Du Mortier. "Ten eerste wordt ondergoed zelden bewaard of doorgegeven aan familieleden. Ten tweede droegen mannen en vrouwen uit de 17de eeuw amper onderbroeken. De enige vrouwen die zich in lingerie hulden, waren de Venetiaanse prostituees. Als heren van stand toch een onderbroek aantrokken, kozen ze vaak voor een gekleurd wollen exemplaar, tot ongenoegen van hun echtgenotes en minnaressen. Dat maakt dit linnen stuk nog opmerkelijker."

De broek die nu in het museum hangt, werd gedragen door Hendrik Casimir I, op de dag dat hij op een veldslag omkwam. Zijn familie bewaarde de volledige wapenuitrusting en kleding die hij aanhad op het front. Dat deden ze ook bij andere gesneuvelde verwanten. De hoeden en mantels bevatten soms kogelgaten of zijn besmeurd met bloed. Deze relikwieën gaven de familie het recht hun macht te behouden. Het waren bewijsstukken van de moed van hun voorvaderen.

Blote enkel

Maar meer dan een oorlogstrofee is kleding een manier om het lichaam te accentueren en te verdoezelen. Doorheen de tentoonstelling zie je als bezoeker hoe het ideale lichaam steeds verandert. Olaf maakte een video waarbij het ene silhouet in het andere overgaat. Soms zijn borsten het summum van erotiek, dan blijven ze weer een aantal jaren bedekt. De enkel is in de 19de eeuw het meest sexy lichaamsdeel. Wie toen een glimp opving van een blote enkel wanneer een dame uit haar koets wordt geholpen, kreeg hartkloppingen.

"Het is moeilijk te bepalen wat in zulke gevallen eerst kwam, de schoonheidsidealen of de modetrends die bepaalde lichaamsdelen benadrukten", zegt Du Mortier. "In de achttiende eeuw zag men een kind als een klompje was. Meisjes werden met korsetten gekneed. Jongens gingen sporten en droegen ook korsetten om hun droomlichaam te krijgen."

Comfort is volgens de conservator een recent begrip. "Daar waren de zeventiende-eeuwse mensen niet mee bezig. Kleding moest vooral zorgen dat mensen in één oogopslag konden zien wie je was, wie je echtgenoot was en hoe hoog je in de rangorde stond."

Olaf herkent in veel van de verzamelstukken een typisch Hollandse mentaliteit. "Ik voel heel hard het burgerlijke, benauwde denken van Nederland wanneer ik naar een aantal ontwerpen kijk. Sommige jurken zijn met geeldraad versierd om het Parijse gouddraad te imiteren. Dat vonden ze in Frankrijk waarschijnlijk één grote mop. Ik denk aan die krappe grachtenpandjes in Amsterdam en zie de vrouwen daar zitten. Amper plek om te bewegen, armen die vastzaten in hun jurken en niet veel anders te doen dan borduren. Kinderen waren kleine volwassen die men totaal onbelangrijk vond. Ik heb de poppen in één zaal metalen maskers gegeven, om de beklemming weer te geven die veel van deze stukken hun dragers oplegden."

Laten we even terugkeren naar Helena Slicher. Na haar jawoord kan ze zich uit de zware jurk van twee meter hijsen die beroemder zou worden dan zijzelf. Zouden haar dijen geschaafd zijn door de metalen constructie op haar heupen die de kilo's stof moest dragen?

Al bij al had ze nog geluk. Was Slicher honderd jaar later getrouwd, dan was een trouwjapon haar misschien wel fataal geworden. Stoffenmakers hadden toen net een nieuw middel ontdekt om hun zijde een frisse groene kleur te geven: arsenicum.

Catwalk loopt nog tot 15 mei in het Rijksmuseum, rijksmuseum.nl

Erwin Olaf, vormgever

Als vormgever bleef fotograaf Erwin Olaf opvallend op de achtergrond. Enkel aan het begin en einde van de expositie Catwalk hangen een paar van zijn foto's. Op een ervan staat Nederlands topmodel Ymre Stiekema in de fameuze bruidsjapon van Helena Slicher. "Het mocht geen Erwin Olaf-show worden", zegt de gelegenheidsvormgever. Hij gaf elke ruimte een andere kleur, maar zorgde er vooral voor dat de kleding centraal stond. Het daglicht schermde hij voor een deel af, zodat de lampen enkel de jurken uitlichten.

"Ik hou niet van de hang naar beleving die veel musea hebben. Tentoonstellingen waarbij je ergens op een knopje moet duwen, of waarbij bezoekers op hun knieën moeten zitten om iets beter te zien. Ik ging naar een grote Andy Warhol-tentoonstelling en daar stond zo'n fotohokje waar je een Warhol-foto van jezelf kon maken. Dat soort grapjes leiden te veel af van de essentie. Catwalk moest vooral een informatieve tentoonstelling worden."

Wel speelde de fotograaf met geluidsfragmenten. "Van de Alexander McQueen-expo in Londen leerde ik hoe belangrijk geluid is om een wereld te creëren voor de bezoekers." Daarom spelen er heel zacht Oud-Hollandse kinderliedjes bij de ronddraaiende poppen met kinderkleding en vroeg Olaf een bevriende dj een mix te maken met modegerelateerde nummers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234