Donderdag 24/09/2020

'Eindelijk spelen we een thuismatch'

Het Gentse kunsttrio Leo Gabin mengt zich onder de groten der aarde, maar waarom weten wij hier van niks? Maak kennis met het best bewaarde geheim uit de Belgische kunstwereld. Een interview, nu het nog kan.

New York, Miami, Berlijn, Los Angeles, Barcelona, Sint-Petersburg: het werk van het Gentse kunsttrio Leo Gabin is hard bezig de wereld te veroveren. Maar in hun thuisland kent haast niemand hen. Tot nu, misschien. Eind april exposeren ze voor het eerst op Art Brussels, nota bene via Elizabeth Dee, een invloedrijke galeriehoudster uit New York.

"Eindelijk, onze eerste thuismatch", grapt Gaëtan Begerem (34) terwijl hij ons het atelier binnenlaat. Hij vormt samen met Lieven Deconinck (35) en Robin De Vooght (33) het trio Leo Gabin. Hun atelier in het centrum van Gent huist in een voormalige school. Het monumentale gebouw diende onlangs nog als decor voor de nieuwe film van Jan Verheyen, Het vonnis. Eerder werd hier de VTM-reeks Code 37 opgenomen.

Maar doorgaans heerst hier totale rust. Zoals nu. Het atelier op de eerste verdieping is een grote open ruimte met veel licht. Met aan de muur een reeks doeken en op de grond een verzameling works in progress. Er slingeren verfpotten, borstels en spuitbussen. Eén wand hangt vol met kunstwerken die ze ruilden met bevriende artiesten zoals Harmony Korine, Josh Smith, Mark Flood en Terry Richardson. Hier en daar liggen er boeken, magazines, knipsels en Apple laptops.

En het drietal zelf? Dat ziet er opvallend gewoontjes uit: jeans, donkerblauwe pull, sneakers. Geen artistieke types waar het kunstenaarschap vanaf drupt. En toch zijn Gaëtan, Lieven en Robin wel degelijk serieuze kunstenaars. Ze vliegen de wereld rond voor hun kunst. Vorige maand zaten ze in de States, voor de jaarlijkse kunstbeurs Art Basel/Miami Beach. Hun New Yorkse galerie Elizabeth Dee verkocht hun schilderijen er als zoete broodjes. En hun video werd geselecteerd voor het filmprogramma van de beurs. Elke avond werd hun werk geprojecteerd voor de duizenden toeschouwers op een gigantisch gebouw naast de beurshal.

Gaëtan: "De sfeer was fantastisch. Het was zwoel, iedereen zat op zitzakken buiten en onze film kreeg veel applaus." Lieven vult aan: "We gaan niet naar elke buitenlandse beurs waar ons werk te zien is. Dan zouden we nog amper thuis zijn. Maar Miami wilden we niet missen. Onze video zo groot geprojecteerd zien in de openlucht, dat was echt kicken. Een leuk extraatje: in december is het daar warm genoeg om te zwemmen."

The A-Team

Voor hun schilderijen en video's plukt Leo Gabin steevast amateurbeelden van internet. "Dergelijke video's en foto's zijn nooit gemaakt met een artistiek doel", zegt Gaëtan. "Ze zijn juist heel banaal: meisjes die hun kamer opruimen of tieners die tonen wat er in hun schooltas zit. Maar die naïviteit vinden wij juist poëtisch. Veel interessanter dan een beeld dat bewust gemaakt is."

Leo Gabin verheft non-kunst tot kunst. Nieuw is dat niet, zie het urinoir van Marcel Duchamp, de Campbell-soepblikken van Andy Warhol of de collages van Robert Rauschenberg. In plaats van een schaar en lijm gebruikt Leo Gabin zeefdruk en montageprogramma's.

Robin: "Wij maken hedendaagse kunst. Retrofilms of oude foto's zeggen ons niets. Wij zijn geïnteresseerd in hedendaagse beeldtaal. En in hoe jongeren vandaag nieuwe media gebruiken om zichzelf uit te drukken."

Opvallend: Leo Gabin kiest vooral beelden uit de Amerikaanse popcultuur. "Als kind was ik al zot van Amerika", zegt Robin. "Ik keek naar The A-Team, Cops en MTV. En ik zeurde bij mijn ouders om een vakantie in de VS. Amerika was exotisch. Opwindend. Maar die films, series en videoclips toonden een gefilterde realiteit. Dankzij de opkomst van internet en YouTube kon je ook bij de gewone Amerikaan binnenkijken. Dat wakkerde mijn fascinatie nog extra aan."

De Amerikaanse beeldcultuur domineert nog altijd het net. Misschien ook omdat een Amerikaan gemakkelijker meer van zichzelf online smijt dan een Europeaan.

De grens tussen privé en publiek is gesneden koek voor Leo Gabin. Vorig jaar nog was hun werk te zien op de groepsexpo 'Privacy' in het prestigieuze museum Schirn Kunsthalle in Frankfurt. Hun video prijkte er tussen grote namen als Ai Wei Wei, Tracey Emin, Ryan McGinley en Andy Warhol.

Vragen wij ons af: hoe zit het eigenlijk met de copyrights? Mag Leo Gabin zomaar andermans beelden gebruiken? '"Die vraag is een belangrijk deel van ons werk. Zelf opgenomen video's van amateurs interesseren ons het meest. Die staan in gigantische hoeveelheden online."

Leo Gabin verwerkt de found footage tot iets totaal nieuws. Voor hun videowerk monteren ze gevonden YouTube-beelden aan elkaar tot een nieuw geheel. Ze zeefdrukken ook videostills op een schildersdoek dat ze vervolgens beschilderen. Zo mengen ze hedendaagse digitale beelden met een eeuwenoud romantisch ambacht: schilderen.

Vorig jaar spendeerde Leo Gabin de helft van het jaar in New York. Drie maanden lang mochten ze een studio gebruiken in Chelsea Manhattan, middenin de galeriebuurt. Een gratis geste van Adam Kimmel, mannenmodeontwerper én fervent kunstverzamelaar. Ook kunstdealer Vito Schnabel - zoon van filmmaker en schilder Julian Schnabel - nodigde hen uit om drie maanden een atelier te komen gebruiken. Dit keer in Williamsburg, Brooklyn. Leo Gabin bracht toen ook een bezoek aan het bekende Palazzo Chupi: een knalroze gebouw dat Julian Schnabel in 2008 bouwde bovenop de voormalige paardenstal waar hij al jaren woonde. De renovaties waren zo duur dat Julian Schnabel een Picasso moest verkopen - goed voor 5,7 miljoen euro - om alles te bekostigen. Ook verkocht hij enkele van de vijf appartementen in Palazzo Chupi, duidelijk geïnspireerd op een Venetiaans paleis. Bono en Madonna overwogen een aankoop, maar uiteindelijke hapte acteur Richard Gere toe voor 9 miljoen euro.

"Na zo'n residentie in een buitenlands atelier komt er vaak een expositie van het gemaakte werk", aldus Gaëtan. "Bij ons was dat niet zo. Het was gewoon een kans om in New York te werken en nieuwe mensen te ontmoeten. In Williamsburg zaten we in een gigantisch gebouw vol ateliers. Daarnaast stonden nog twee brownstone-blokken vol artiesten. Elk café, elke koffiebar, elk restaurant en elke nachtwinkel: overal zat het vol jonge kunstenaars. En elk gesprek ging over kunst. Dat is leuk voor even, maar na een tijdje werd het haast deprimerend. Je maakt echt deel uit van de massa. Vroeger droomden we soms van een atelier in het buitenland. Maar nu zijn we heel blij dat we in Gent zitten. Ver weg van alle feestjes, vernissages, beurzen en andere randverschijnselen van de kunstwereld. Hier kunnen we ons concentreren op de essentie: ons werk. We zitten hier in onze eigen cocon zonder gestoord te worden. Dat is in New York wel anders. Sommige artiesten ontvangen dagelijks geïnteresseerden in hun atelier. Dan wordt werken haast onmogelijk."

Allemaal vetorecht

In New York konden de mannen van Leo Gabin even een arty leventje leiden. Maar hier in hun atelier in Gent is daar niet veel van te merken. Geen nachtelijke sturm-und-drang, maar kantooruren van 9 tot 5. Gaëtan: "Soms zitten we een hele dag te praten. Maar meestal zijn we aan het schilderen en zeefdrukken. We werken met drie tegelijk aan één doek. Van tevoren spreken we niks af. Zelfs de kleur niet. Het gebeurt regelmatig dat de één het werk van de ander overschildert. Zo doorbreken we ons ego. Er zijn te veel kunstenaars bij wie de persoon belangrijker is dan het werk. Bij ons gaat het juist niet om het individu. Enkel het eindresultaat als trio telt. Een ander voordeel van samenwerken: als individuele artiest moet je alles alleen doen. Wij kunnen al onze emoties en ervaringen delen. Wanneer één van ons in een dipje zit, trekken de anderen hem er wel uit."

Op de vloer van het atelier ligt een drietal werken waar ze nog aan bezig zijn. Doeken van anderhalf op twee meter: hun vaste formaat. Werken doen ze altijd op de grond. Om het doek tussentijds te bekijken en te bespreken, hangen ze het even op. Als ze niet tevreden zijn, leggen ze het weer op de grond en werken ze samen verder.

Robin: "We gooien nooit een doek weg. We blijven eraan werken, net zo lang tot het juist zit. Als we écht niet tevreden zijn, schilderen we het helemaal wit en beginnen we gewoon opnieuw. We hebben allemaal veto. Pas als iedereen tevreden is, is het af."

Tabula rasa

Doorbreken in de internationale kunstwereld: geen slechte carrièremove voor een bende breakdancers die als puber het internet ontdekte. Het drietal leerde elkaar kennen op de Kunsthumaniora Sint-Lucas in Gent toen ze 15 jaar waren.

Robin: "We zaten niet in dezelfde klas, maar we kwamen heel goed overeen. We werkten toen ook nog niet echt samen. Dat kwam pas in 2000, toen we afstudeerden aan Grafisch Ontwerp op het KASK in Gent."

Lieven: "Die richting vonden we totaal niet inspirerend. Tegendraads werden we ervan. Uit afkeer en frustratie begonnen we samen vrij werk te maken."

Gaëtan: "Dat is ons geluk geweest. Als we de academie heel tof hadden gevonden, zouden we hier nu niet staan. Alles begon met verveling en rebellie."

Aanvankelijk had hun collectief een andere naam. En hun canvas was de straat. Ze spoten geen graffiti of tags. Maar ze gebruikten uitgesneden stencils om hun erotische en semi-pornografische tekeningen op de muren te spuiten. Vijf jaar geleden gooiden ze de oude naam overboord.

"We waren nog tieners toen we voor eerst samenwerkten", vervolgt Gaëtan. "Een periode waarin we het internet ontdekten, onder meer via porno. Dat beïnvloedde onze thema's. Vooral in het begin. Daarna evolueerden we naar andere onderwerpen. En we verruilden de straat voor schildersdoek. Het was dus tijd voor een nieuwe naam. De oude herinnerde te veel aan ons vroege werk."

Dat werd Leo Gabin, gebaseerd op hun drie voornamen: Lieven, Gaëtan en Robin. Gaëtan: "Die nieuwe naam was een enorme opluchting. Eens tabula rasa maken, gaf ons een artistieke boost. Alles wat ervoor was gebeurd, is vergeten. Op onze cv vermelden we zelfs de expo's niet meer van toen. Dat hoofdstuk is voorgoed afgesloten. Nu zijn we Leo Gabin. Punt uit."

De juiste introducties

Opmerkelijk: met de naamsverandering kwam ook het grote succes. In de eerste jaren had het trio ook al internationale expo's en 'airplay' op kunstblogs, maar met Leo Gabin spelen ze pas echt mee in de Champions League van topgaleries, invloedrijke privécollectioneurs en internationale beurzen. Hoe speelden ze dat klaar?

Lieven: "Als beginnende artiesten waren we we naïef. We waren niet op de hoogte van de hedendaagse kunstwereld. Werken verkopen, daar dachten we niet aan. Laat staan aan galeries. We hadden alle drie verschillende jobs om rond te komen. En tussendoor maakten we werk op zolder bij Gaëtan. We deden gewoon waar we zin in hadden. En nu nog altijd eigenlijk. Niemand zegt wat we moeten maken. Galeries niet, collectioneurs niet, niemand niet. Als artiest moet je in de eerste plaats goed werk maken, maar daarna verloopt er veel via via in de kunstwereld. Die is trouwens kleiner dan je denkt. Eens je erin ziet, merk je dat iedereen elkaar kent. Wij hebben geluk gehad dat kunstenaar Michael St. John ons werk zag op internet. Hij stuurde onze site door naar één van zijn oud-leerlingen: auteur en filmmaker Harmony Korine, bekend van zijn scenario voor de ninetiesfilm Kids."

Via Harmony ontmoetten ze weer andere kunstenaars zoals fotograaf Terry Richardson. Inderdaad, de man die modecampagnes schoot voor uitton, Obama portretteerde en de videoclip 'Wrecking Ball' van Miley Cyrus regisseerde.

Robin: "Als beginnend artiest is dat het ideale scenario: andere, meer gerenommeerde kunstenaars die je werk goed vinden. Zij maken dan reclame voor jou. En je bent vertrokken. Zo werd ons werk ontdekt door Javier Peres van Peres Projects (toonaangevende galerie in Berlijn bekend om hun grensverleggende selectie van artiesten; red.). Hij kwam naar Gent voor een atelierbezoek en al snel hadden we een overeenkomst. Na onze eerste expo bij Peres kregen we een aanbod van Elizabeth Dee Gallery uit New York. Alle twee heel professionele galeries. Expo's organiseren, werken uitlenen, schilderijen inkaderen, de juiste verzamelaars contacteren, archief aanleggen, catalogi maken: zij doen alles. Wij mogen enkel bezig zijn met ons werk. Een luxe."

Vreemd woord

Ondanks het succes - buiten België dan - blijven de drie netjes met de voeten op de grond. Bewust, zo blijkt. Gaëtan: "Jarenlang bleef ik opkijken naar 'echte' kunstenaars. Als mensen vroegen wat ik deed, zei ik: 'Ik maak werk'."

Lieven lacht: 'Ik blijf kunstenaar ook maar een vreemd woord vinden. We doen gewoon wat we graag doen. En het is fantastisch dat anderen dat waarderen. Maar ik ga echt niet door de stad rondlopen met een air van: 'ik ben hier de kunstenaar'. Het was trouwens nooit ons plan om artiest te worden. We studeerden grafisch ontwerp. Geen vrije kunst waarbij je al tijdens je academietijd voorbereid op het kunstenaarschap. Wij zijn er maar toevallig ingerold."

Maar één ding is zeker: They're here to stay.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234