Dinsdag 18/06/2019

'Eindelijk met goesting op het podium'

Met De basis is weg levert Roy Aernouts (32) een speels en fris klinkend Nederlandstalig debuutalbum af. 'Mijn verhaal is dat van een man die in geen vakjes passen wil.' Stijn Dierckx

De basis is weg, dat beweert Roy Aernouts althans zelf, op de voorkant van zijn cd-doosje. De liedjes aan de binnenkant trekken nog meer grond onder de voeten weg. In teksten die bol staan van twijfels, kleine levensvragen en grote voornemens, wensdromen, tussentijdse vervelingen allerhande, miscommunicatie en opnieuw die hardnekkige twijfels, werpt de zanger licht op eigen bochtige denkpistes. Nu eens gewiekst plagerig dan weer vrolijk zagerig, met behendige taalgoochelarij zet Roy Aernouts zijn luisteraar vakkundig op het verkeerde been.

In een opmerkelijk complex artistiek parcours laveerde hij onder meer als zanger, acteur, cabaretier en presentator al langs de meest uiteenlopende podia: van Tien om te zien, over Toneelhuis tot Het Leids Cabaretfestival. De voor de hand liggende vraag welt op: wie is Roy? Weg of niet, een gesprek over 's mans basis leek ons passend.

Om te beginnen bij het begin: u heet Roy...

"En mijn oudere broers heten Kenny en Steve. Welja, dan zijn we daar meteen van af: wij zijn genoemd naar Rogers, McQueen en Orbison. Wij komen uit een Kempense boerenfamilie. In die tijd en in die landelijke contreien klonken onze Amerikaanse glitternamen erg gesofisticeerd. Ik vermoed dat mijn ouders met die keuze ook een ambitieuze toekomstwens voor hun zonen uitspraken."

Met zo'n naam leidt u geen boeren- of boekhoudersbestaan?

"Wat ze ook in gedachten hadden, uiteindelijk is geen van ons drie in een nine-to-fivejob beland. Kenny heeft een hip café op het Antwerpse Zuid, Steve schrijft en acteert al jaren in film-, televisie- en theaterproducties. En ik zing dus liedjes. Onder andere. Al dertig jaar lang."

Hoe oud bent u?

"32. Tja, op de letter genomen is dit niet de debuutplaat maar het comebackalbum van 'Roy'. Heel lang geleden was ik zo'n kindsterretje dat in het Vlaamse feesttentencircuit voor onverwachtse ontroering moest zorgen. Op mijn vijfde had ik al een eerste plaatje uit: Het cowboykind."

Cowboy Roy, het klinkt zo mogelijk nog gesofisticeerder.

"Ik bleek goed te kunnen zingen, mijn vader zag daar carrière in. Hij gaf zijn job als opvoeder op en ging als fulltimeagent met mij de boer op. Het was hem vooral te doen om het Ciske de Rat-effect: een kind dat volwassen teksten zingt op een podium, dat raakte de mensen. Of ik dat nu leuk vond of niet, tussen de Eddy Wally's, de Confetti's en de Helmut Lotti's tolde ik plots mee in de bloeiende Vlaamse showbizz van de late jaren tachtig. Ik heb in die tijd zelfs nog een duet met collega-kindster Silvy Melody (Silvy De Bie, thans Sylver, SD) opgenomen."

Hoe kijkt u daar nu op terug?

"Met gemengde gevoelens. Ik heb onlangs nog een paar videobanden teruggevonden, ik zie daar niet meteen een kind dat zich staat te amuseren. Ik heb lange tijd een vies smaakje aan die periode overgehouden, maar daar ben ik nu van bevrijd. Ik besef dat mijn vader mij met een onwaarschijnlijk grote naïviteit op die podia zette. Ik geloof dat hij al die optredens vanuit een oprecht enthousiasme organiseerde. Akkoord, hij had mij ook gewoon naar de muziekschool kunnen sturen, maar hij werd, zoals wel meerdere managers in die kringen, verblind door het applaus en instantsucces."

Ondertussen ligt er wel een gigantisch gapende periode tussen uw twee platen.

"Op mijn tiende had ik al een stevige degout ontwikkeld tegenover het Vlaamse muziekwereldje. Het muzikantenleven, tot dan betekende het voor mij: om 1 uur 's nachts schattig staan wezen met een micro en een cassettebandje in discotheken. Hoewel ik al heel jong aanvoelde dat er iets niet klopte, ontdekte ik pas jaren later dat het ook helemaal anders kon. Op de humaniora in de Muzische Vorming kwam ik plots in contact met leeftijdsgenoten die op een creatieve manier met hun talenten bezig waren. Op onze speelplaats liepen onder anderen Benny Claessens en Greg Timmermans rond. Ook Evi Hanssen, Nathalie Meskens, An Pierlé... Tussen mijn nieuwe vriendjes en vriendinnetjes leerde ik de meer waarachtige kanten van de podiumkunsten kennen."

Een behoorlijke cultuurschok voor een Kempens cowboykind.

"Aanvankelijk vond ik hen een bende verlopen hippies. Toen ik op die school aankwam was ik een Johnny, met alles erop en eraan: opgeschoren haar, oorbel, air-max-basketsloefen. Drie jaar later had ik lang haar en kon je mij in niks onderscheiden van de rest."

Uw volgende stap, naar Studio Herman Teirlinck, is dan logisch te noemen.

"Ik trok in die jaren ook veel met Jenne Decleir op, hij nam mij regelmatig mee naar toonmomenten in de Studio. De ontmoetingen met zijn vader Jan maakten op mij een grote indruk: ik voelde dat ik op die school mijn draai wel ging vinden. Wat later kreeg ik in Studio ook les van Wannes Van de Velde, zijn invloed is later heel bepalend gebleken."

Is dat zo? Dat valt niet meteen uit uw muziek af te leiden.

"Wannes was een flamencovirtuoos. Hij heeft mij met veel vuur en passie gitaar leren spelen. Flamenco staat niet uitgeschreven op papier: Wannes speelde voor, ik speelde na, vaak uren aan een stuk. Met mijn stem had ik meer moeite. Misschien kwam het door mijn achtergrond in het soundmixcircuit: ik kon heel goed imiteren, maar een eigen geluid vinden was een pak problematischer. In mijn beginjaren zong ik dus ook Wannes na: overdadig articulerend en in een geforceerd dialect. Die zangstijl is er recent pas volledig uitgeraakt, mede dankzij Tom Pintens (producer, SD)."

Toch moest u eerst nog een omweg langs de cabaretzalen in Nederland maken, voor u als zanger-liedjesschrijver uit de kast wilde rollen.

"Dat is een beetje per ongeluk gebeurd. Ik zat in de klas met Bert Haelvoet ('Wat als?'-acteur, SD), we hadden voor de grap een videoband opgestuurd naar de jury van het Leids Cabaretfestival. 'Bert of Roy' noemden we onszelf, een komisch duo waren we. Op de dag van de eerste audities zijn we niet eens uit ons bed geraakt. Toch kregen we telefoon omdat we op basis van die video geselecteerd waren voor de eindrondes. Met de vingers in de neus hebben we toen zelfs de finale gehaald. Dat was lang voor de hele stand-upcomedyhype in Vlaanderen. Wij namen dat cabaretgedoe dus ook niet echt serieus. Bert wilde toneel spelen en ik wilde zingen, daar stopte onze sketchshow ook meteen. Twee jaar later nam ik solo deel met een liedjesprogramma onder eigen naam. Toen won ik het festival en kreeg ik een theatertournee door Nederland cadeau. Op dat moment is het echte songschrijven voor mij begonnen. Er staan ook nog een paar liedjes uit die tijd op dit album."

'Perspectief' is een van die liedjes. Daarin smeekt u na ontelbaar veel twijfels: 'Geef ons alstublieft een perspectief'. Ik begin te begrijpen dat uw teksten minder ironisch zijn dan ze in eerste instantie klinken.

"Dat liedje is inderdaad al een aantal jaren oud. Al weet ik nog woord voor woord waarom en in welke toestand ik die tekst schreef, ook ikzelf krijg nu pas een helder zicht op de lading. Ik zie iemand die zwaar aan het zoeken is. Een jongeman die de grond onder zijn voeten kwijt is. Iemand die willens nillens volwassen wordt en daarbij op dingen botst die hij niet begrijpt. Hij probeert te relativeren door verantwoordelijkheden weg te lachen en is zelf uiteindelijk het grootste slachtoffer van zijn niet-kiezen."

Ironie is de basiskleur van uw palet. Mag ik dat een camouflagetechniek noemen? Nergens bekent u voluit kleur.

"Die ironie is jarenlang mijn onderliggende grondtoon geweest, maar ik voel dat ik die nu ontgroei. In mijn nummers probeer ik eigenlijk de zoektocht die mijn leven is, bloot te leggen. Meningen, standpunten, bij vele dingen weet ik werkelijk niet wat ik vind, of moet vinden. Ik worstel met de eindeloze keuzemogelijkheden in dit bestaan en ik vertaal mijn worsteling met een vleugje humor. Die ironie moet je dus vooral als zelfspot lezen."

Verbaast het u als mensen moeite hebben om u en daarmee ook uw werk te plaatsen?

"Ik heb mij daar heel lang zorgen over gemaakt: moet ik nu kiezen tussen ironie of gevoel? Tussen acteren of zingen, of cabaret? Alles wat ik zelf als een probleem ervoer, ervaar ik nu als een kracht. Ik hoef mezelf niet klem te zetten in een vakje, ik wil mij kunnen amuseren in mijn vak: het podium, in de breedst denkbare zin.

"Maar tegelijk besef ik dat ik het mijn publiek in het verleden niet altijd makkelijk heb gemaakt. In vele songs en bindteksten nodigde ik de luisteraar uit in mijn verhaal, wiegde hem zachtjes op de arm, en als hij eenmaal meeneuriede, schudde ik hem weer hardhandig wakker met een scherp lijntje dat al het voorgaande onderuit haalde. Dat heeft meer dan waarschijnlijk te maken met mijn eerste ervaringen op een podium: het publiek was mijn vijand."

En verwarring zaaien uw tactiek.

"Ik heb jaren geleerd om op effect te spelen. Een publiek moest gewonnen worden en daar bestonden technieken voor: als kind wist ik op den duur perfect wat ik moest doen om te ontroeren. Jaren later moest ik als cabaretier nog maar opkomen en de zaal begon al te gniffelen. Ik bespeelde dat wel, maar begreep er zelf niks van. Dat probeer ik almaar minder te doen. Maar ik heb best wel een afstand moeten afleggen om eerlijk, open en bloot, als mezelf op een podium te kunnen staan."

Vroeger was u entertainer, met dit album is de artiest Roy opgestaan.

"Zo letterlijk wil ik dat zelf niet gezegd hebben. Als ik zie waar sommige vrienden mee bezig zijn, durf ik mezelf geen kunstenaar te noemen. Ik ga er toch altijd vanuit dat wat ik doe, entertainment is. Al kan ik blijkbaar ook niet leveren wat er van mij verwacht wordt. Ik zal zoals op meerdere terreinen in mijn leven wel ergens op een dunne lijn tussen de twee balanceren."

Ook Helmut Lotti voedt zichzelf dezer dagen opnieuw op in de muziek. Voelt u u, door dat gemeenschappelijk verleden, verwant met hem?

"In zekere zin wel, hij heeft ook zijn parcours moeten afleggen. Al hebben zijn omwegen hem vermoedelijk minder windeieren gelegd. Ik vind het wel grappig, ik merk dat de koerswijziging in zijn geval ook met de invloed van een vrouw te maken heeft. Ook ik word al een leven lang opgevoed door mijn lieven op vlak van cultuur, kunst en goeie smaak."

Over de liefde gesproken, u zingt: 'Op zich ben ik van nature tamelijk integer en quasi monogaam.'

"Ha, maar dat is een van mijn oudere teksten. Ook op dat vlak heb ik mijn omwegen moeten maken. Met Halina (Reijn, SD), mijn vorig lief, ging het leven snel en hard. Zij schopte het als actrice plots tot in Hollywood. Vanuit Amsterdam hopten we van het ene internationale filmfestival naar het andere. Te midden van al haar succes, werd ik plots gewaar dat ik dezelfde fout maakte als mijn vader: ik probeerde meer te zijn dan wie ik was. Met een klap begreep ik dat het geen zin had om mezelf iets voor te liegen: al bij al ben ik een jongen van boerenkomaf die met schade en schande leert content te zijn met wie hij is."

Met deze conclusie trekt u een streep onder alle omwegen. U staat terug aan de eigenlijke basis, misschien wel voor het eerst in dertig jaar?

"Het is een gigantisch cliché, maar het geluk dat ik nu ken bij mijn vriendin heeft voor de stabiliteit gezorgd die ik zocht in mijn leven. Onze prachtige dochter maakt dat plaatje helemaal compleet. Ik loop nu eindelijk op herkenbare grond en voel mij thuis in wat ik doe en wie ik ben. Misschien moet ik mijn volgend album maar al meteen De basis is terug dopen."

De basis is weg (PIAS, Belgium) ligt vanaf vandaag in de platenzaak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden