Zaterdag 24/10/2020

Boeken

Eindelijk: de geschiedenis van homoseksualiteit in België in kaart gebracht

Het spectaculaire sodomieproces van 1578 in Gent.Beeld RV Frans Hogenberg

Verzwegen verlangen is het allereerste historische overzichtswerk over de geschiedenis van de homoseksualiteit in België, van de 16de eeuw tot vandaag. Nu pas? Nu pas. Wij Belgen blijken al eeuwen kampioen in het doodzwijgen van ‘ongepaste’ verlangens.

Verminkte lichamen, gemarteld, levend verbrand. Alleen maar omdat ze vielen voor mensen van hetzelfde geslacht. We gruwelen van zulke beelden, uit verre gebieden, IS-territorium of Iran. Maar wie Verzwegen verlangen - Een geschiedenis van homoseksualiteit in België las, kan niet meer langs de Gentse Vrijdagmarkt fietsen zonder ook zo’n stapeltje lichamen te zien liggen.

In de namiddag van zaterdag 28 juni 1578 werden vijf jonge broeders op een houten kar naar de Vrijdagmarkt gevoerd. Een enorme volksmassa stond al te wachten, hongerig naar spektakel. Het stadsbestuur had het hele Tooghuis afgehuurd, om zich te verzekeren van het plekje met het beste uitzicht. De monniken beklommen het schavot en werden met kettingen aan een paal vastgebonden. De balen stro werden aangestoken. Terwijl het vuur aan hun lichaam likte, bleven de kloosterlingen krijsen dat ze onschuldig waren. Genade kregen ze niet. Toen de kreten eindelijk waren gesmoord, werden hun verkoolde lijken opgeraapt, op een kar gegooid en naar het galgenveld aan de Muidepoort gevoerd. Daar werden ze wekenlang publiekelijk tentoongesteld, langzaam rottend. Hun misdaad? Het calvinistische stadsbestuur beschuldigde de jonge katholieke monniken van sodomie.

Het woord ‘homoseksueel’ bestond in 1578 nog niet. De term ‘sodomiet’ komt uit het Bijbelse verhaal over de hopeloos verdorven steden Sodom en Gomorra – de ongenadige oudtestamentische God brandde ze dan ook plat – en werd gebruikt als containerbegrip voor iedereen die zich bezondigde aan masturbatie, bestialiteit of ‘tegennatuurlijke’ seks met hetzelfde geslacht.

De vijandigheid tegenover sodomie begon in Europa zo rond de 13de eeuw de kop op te steken. De criminalisering van die daden hing nauw samen met de steeds sterkere maatschappelijke verankering van de rooms-katholieke kerk, die het dogma ‘seks dient de voortplanting, en dus de glorie Gods’ aanhing.

Toch werd er doorgaans weinig aandacht besteed aan zij die de zonde van de sodomie bedreven. Kerkelijke autoriteiten wilden de brave gelovigen niet op vieze gedachten brengen. In de vroegmoderne tijd had men het over ‘de stille zonde’. Maar waar religieuze of politieke spanningen hoog opliepen, kwamen onfortuinlijke sodomieten – al dan niet valselijk beschuldigd – wel eens op een brandstapel terecht. Calvinisten probeerden katholieken bijvoorbeeld zwart te maken als sodomieten. Zo moesten de jonge monniken uit Gent er dus ook aan geloven.

Jonas Roelens, historicus (UGent) en mede-auteur van Verzwegen verlangen, reconstrueert hun trieste levenseinde in het boek aan de hand van de originele procesdocumenten. “Sodomie was een enorm taboe, dat maakt het onderzoek natuurlijk moeilijk. We hebben tot een flink stuk in de 18de eeuw bijna alleen maar juridische documenten om van te vertrekken. En die zijn vaak erg summier. Klerken van de rechtbank schreven pagina’s en pagina’s vol over de diefstal van een paar sokken, maar over sodomie noteerden ze alleen maar de plaats en datum van executie. In zo’n klimaat durfden sodomieten hun gedachten en gevoelens natuurlijk niet aan het papier toe te vertrouwen. Je krijgt als onderzoeker jammer genoeg geen inkijk in hun gevoelsleven, je weet niet hoe ze over zichzelf dachten.”

Wannes Dupont, Jonas Roelens & Elwin Hofman, 'Verzwegen verlangen - Een geschiedenis van homoseksualiteit in België', uitgeverij Vrijdag, 290 p., 24,95 euro.Beeld RV

Vrouwen doen dat niet

We mogen dus niet de fout maken te denken dat de 16de-eeuwse sodomiet veel gemeen had met de 20ste-eeuwse homo. Er waren geen clubs of bars, geen jaarlijkse pride, kortom: geen subcultuur zoals we die nu kennen. De sodomiet was vooral een zondaar, zoals de overspelige, de dief of de godslasteraar dat ook was.

Maar hier en daar merkten opmerkzame figuren al dat er meer aan de hand was. In 1464 preekte een Gentse dominicaan over sodomieten die zeiden dat ze er echt niet in slaagden de ‘sonde te ghelaten’. Dichter Dirc Potter schreef in zijn Der minnen loep (ca. 1470-1490) dat sodomieten zich nooit aangetrokken voelden tot vrouwen en dat veel van hen zich verwijfd gedroegen. Hoe de sodomieten in kwestie dat zelf beleefden, of ze zich deel voelden van een onderdrukte groep, ­zullen we nooit weten.

Over de lesbiennes van toen weten we nog veel minder. Seks, daarbij hoorde je een penis in een vagina te steken, precies zoals God het bedoeld had. Dat twee vrouwen plezier aan elkaars lichamen konden beleven, kwam bij de meeste mensen niet op. In heel Europa zijn er aanzienlijk veel minder bronnen over vrouwelijke sodomieten, ­simpelweg omdat gezaghebbers en intellectuelen zich er niet veel bij konden voorstellen.

Alleen bij ons werden er tamelijk veel vrouwelijke sodomieten voor de rechter gesleept, en streng bestraft. Zo verbrandde de Brugse beul in 1482 zes vrouwen tegelijk, op straffe van sodomie. Ook ene Magdaleene, kreeg in 1618 een proces aan haar rokken – ze bedreef sodomie met een hele troep minnaressen. Ze moest volgens haar aanklager wel een hermafrodiet zijn, een heks, die van Satan een penis gekregen heeft.

Onder zware martelingen gaf Magdaleene wel toe het liefst met vrouwen te vrijen, maar ze bleef dapper ontkennen een heks te zijn. Dat stemde de Brugse schepenen ongewoon mild: uitzonderlijk werd ze niet verbrand, maar levenslang verbannen. Een verklaring voor die strenge behandeling zou kunnen zijn dat vrouwen in de Zuidelijke Nederlanden meer bewegingsvrijheid hadden dan elders: ze gingen naar school, konden een carrière uitbouwen als schrijfster of schilderes, huwden met scheiding van goederen. Ze waren, kortom, zichtbaar lid van de maatschappij. In Italië, waar vrouwen letterlijk aan de haard gekluisterd waren, ­bleven hun verlangens voor andere ­vrouwen in het verborgene.

Maar die relatieve bewegingsvrijheid was van korte duur: de katholieke kerk voelde de hete adem van het protestantisme in de nek, werd strenger, dwong de vrouwen terug onder het juk van mannen. Vrouwelijke sodomieten glipten terug in de vergetelheid – dat zou nog tot een flink stuk in de 20ste eeuw zo blijven. Vanaf de 17de eeuw zien we ook bij ons nauwelijks nog processen tegen vrouwelijke sodomieten.

In de doofpot

In 1658 werd de laatste sodomiet in de Zuidelijke Nederlanden publiekelijk verbrand: ook mannen werden steeds minder veroordeeld.

Maar, zegt Jonas Roelens, maak niet de fout te denken dat onze contreien een soort jolige vrijplaats voor sodomieten waren. “In het buitenland werden in de 17de en zelfs in de 18de eeuw net méér sodomieten veroordeeld en gestraft. Maar ook hier werd het nog steeds als een gruwelijke, walgelijke zonde gezien. Alleen hanteerden de autoriteiten een andere tactiek: de doofpot. Processen vonden steeds vaker achter gesloten deuren plaats. Gelovigen werden in die tijd ook meer aangespoord te gaan biechten, zodat het zondigen in de beslotenheid van de biechtstoel ontmoedigd konden worden.”

Beeld RV Hans Sebald Beham

De doofpot werd de favoriete modus operandi van de Zuid-Nederlandse autoriteiten. Doen alsof sodomie uitgeroeid was, leek hen de beste methode om sodomie ook effectief uit te roeien.

Vergeefs natuurlijk: de drift laat zich niet beteugelen. Diep in de donkere doofpot was enige bewegingsvrijheid. De doorsnee 18de-eeuwse brave burger had nauwelijks een besef van wat sodomie precies was, maar mannen wisten elkaar te vinden, pikten elkaar op bij openbare urinoirs, in donkere steegjes. In Engeland of Frankrijk groeide in die tijd een subcultuur, met gedeelde codes, gebaren en maniertjes. In de Nederlandse Republiek gingen zelfs stemmen op die opperden dat sodomieten misschien zo geboren waren.

Maar de stilte rond sodomie bij ons vertraagde dat bewustwordingsproces: Zuid-Nederlandse sodomieten dachten in de 18de eeuw nog niet dat hun seksuele voorkeur een aangeboren geaardheid was. Er was bij ons nog lang geen sprake van een homomilieu.

Lachwekkende zedenpolitie

Het Bijbelse woord ‘sodomiet’ raakte geleidelijk uit zwang: vanaf de late 18de eeuw sprak men steeds vaker over ‘de tegennatuurlijke zonde’ of over ‘pederastie’, een woord dat nog niet de bijklank van ‘kinderlokker’ had. Pederasten hoefden niet meer te vrezen levend verband te worden.

Dankzij de verlichting, en het Franse wetboek dat in onze contreien werd ingevoerd, moest je seks met een man vanaf 1795 niet langer met de dood bekopen. In plaats van de dood, marteling, of verbanning, spraken rechters steeds vaker gevangenisstraffen uit.

De afkeer voor homoseksuele daden bleef evenwel groot, en pederasten moesten nog steeds op hun tellen passen. Homoseksuele daden tussen instemmende meerderjarigen vielen onder de wet op de schending van de openbare zeden – die erg ruim te interpreteren viel.

De zich moeizaam professionaliserende Belgische politie vond de jacht op pederasten echter geen prioriteit. Vooral de Brusselse zedenpolitie, moet een lachertje geweest zijn. Brussel was in de 19de eeuw aan een sneltempo uit zijn voegen gebarsten, en de bruisende stad stond er internationaal om bekend een zeer levendige homoscene te hebben.

De zedenpolitie was er, anders dan in Londen, een lachertje. Vlak voor de Eerste Wereldoorlog stelde een internationale studie vast dat de Berlijnse zedenbrigade zo’n 200 manschappen telde, en die van Parijs zelfs 240. In Brussel troffen ze niet meer dan zes ‘uitgebluste ouderlingen’ aan, die een ‘ontelbare’ hoeveelheid bordelen, tippelaarsters en homobars in het oog moesten houden.

In het verborgene was het leuk uitgaan. Het is ook boeiend om te zien hoe de goegemeente homo’s leek te tolereren, zolang ze maar niet té opvallend waren. Dat zie je nu ook nog: mensen die niets tegen het monogame homokoppel van de buren hebben, vinden de pride dan weer overdreven.

Een nadeel van die relatieve vrijheid en dat angstvallige stilzwijgen, was dat Belgische homoseksuelen – een nieuw, laat 19de-eeuws begrip – langer onzichtbaar bleven. In het Duitsland van de late 19de eeuw bogen zelfs respectabele psychiaters zich over het fenomeen van de homoseksualiteit: ze stelden vast dat ze het ook niet konden helpen en pleitten voor medelijden in plaats van vervolging. Belgische vorsers en intellectuelen waagden zich nog lang niet aan dat controversiële onderwerp.

Een jonge Georges Eekhoud in het gezelschap van de schilder Henri Houben. Beeld RV © AML (Archives et Musée de la Littérature)

Roelens: “Zelfs nu word ik op een congres nog wel eens scheef bekeken, als ik zeg wat ik onderzoek. Het is niet verwonderlijk dat het net in ons land zo lang geduurd heeft, voor een boek als dit is kunnen verschijnen.”

De auteur Georges Eekhoud doorbrak als eerste de stilte, met zijn roman Escale-Vigor (1899). De man zelf bleef krampachtig en gefrustreerd in de kast zitten. In het boek maakte hij duidelijk dat niet de homoseksuelen verwerpelijk zijn, maar de maatschappij die hen veroordeelt.

Dat denkproces maakten ook de vroege homorechtenactivisten uit de jaren 50 door. Zij effenden het pad voor de radicale, revolutionaire homobewegingen van de jaren 60 en 70 en uiteindelijk voor de meer bedaarde, gewiekstere activisten van de jaren 90, die er mee voor zorgden dat de paars-groene regering in 2003 het homohuwelijk door het parlement loodste.

Masturberende kleermaker

Verzwegen verlangen vertelt een lange, treurige geschiedenis. Maar de auteurs maken het nooit al te zwaar, door de stem van de homo’s uit het verleden uit de bladzijden te doen opklinken. Van het 16de-eeuwse rondtrekkende koppel oplichters, over de 18de-eeuwse gevangenen die ‘huwelijken’ met elkaar aangingen, de kleermaker die in de 19de eeuw masturberend werd betrapt en een agent in het kruis greep, de getrouwde vrouw die in 1913 poneerde dat ‘als ge het eens van eene vrouw hebt gehad, kunt ge het niet meer laten’, tot de homo’s, lesbiennes, panseksuelen, transseksuelen en genderfluïden van vandaag: nooit was er zoiets als ‘dé sodomiet’, ‘dé saffische vrouw’, ‘dé pederast’ of ‘dé homo’.

Jonas Roelens: “Vallen op mensen van hetzelfde geslacht was en is altijd maar één deel van iemands leven en persoonlijkheid.”

Maar wel dàt deel dat het leven knap lastig maakt. Of maakte, want als je het boek dichtslaat, merk je dat we een lange weg hebben afgelegd. Roelens: “Het lijkt alsof er niets meer is om voor te strijden. Maar ik hoop dat de geschiedenis ons kan leren dat het goed is om waakzaam te blijven. Vrijheden kunnen zo snel weer teruggedraaid worden. Het boek laat bijvoorbeeld zien dat religie nooit genadig is voor homoseksuelen – en religie lijkt opnieuw belangrijker te worden. Of kijk maar hoe rechtse partijen de laatste tijd de homostem proberen te paaien, alleen maar uit opportunistische overwegingen: dat moeten we ook in de gaten houden.”

Laten we in elk geval nooit meer doen waar we in dit land zo goed in zijn: zwijgen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234