Donderdag 02/12/2021

Einde vaneen sprookjeAl het goud is opgegraven in Silicon Valley

Na de 'boom' kwam de 'bust'. De traditionele levenscyclus van een stad in het Amerikaanse westen. Zo verging het de Californische goudzoekers, de boeren in de Midwest en de bouwers van bommenwerpers in Seattle. Volgens de 'experts' was deze theorie niet meer van toepassing in de nieuwe economie - die zou ongehinderd door enige economische wet altijd maar uitdijen. De 'bust' kwam echter. Zo onverwacht en zo hard dat Silicon Valley een jaar later nog steeds in shock is.

Hélène Schilders

Foto's Leo Erken

Waar is Amanda? Teri Clayton draait 180 graden op haar hakken, een hand met een viltstift hangt in de lucht. Met opgetrokken wenkbrauwen kijkt ze rond. "Ze is al anderhalve week niet geweest." Op het bord achter haar heeft de vice-presidente marketing zojuist, onder de kop 'Gebrek aan $', een lijn getekend. Die kruipt omhoog, blijft dan even horizontaal en stort ten slotte naar beneden.

"Eerst denkt het personeel: er is geen geld, maar we halen het wel", verduidelijkt Clayton, terwijl ze met de stift de opgaande streep volgt. "Vervolgens dringt het door: er is geen geld! Dan wordt het als wanneer je wordt doorverbonden aan de telefoon: blijf je wachten of hang je op, want je moet naar de wc? We zitten hier." Clayton zet een kruisje aan het begin van de horizontale lijn. "Ik zie het in Craig en potentieel in Gordon en Dan. Ze werken niet zo hard als ze normaal zouden doen. En nu Amanda niet meer komt, denken ze: moeten wij wél komen?"

Als bestrafte schooljongens kijken directeur Eduardo Llach en onderdirecteur Mario Chaves haar aan. "Amanda was ziek", zegt Chaves schuchter, "daarna heeft ze een paar dagen vrij genomen." "Maar niemand weet dat", zegt Clayton, "en zo beginnen de geruchten. Het is niet alleen dat mensen gefrustreerd zijn. Ze zijn bang. Omdat ze niet weten waar de lijn ophoudt."

"Oplossingen", krast ze op het bord. "Eén: we hebben deze week 50.000 dollar nodig om achterstallige en komende salarissen te betalen. Twee: we moeten personeelscontracten opstellen, zodat de werknemers weten waar ze aan toe zijn. Drie: we moeten weer met z'n allen elke week vergaderen, zodat mensen niet denken dat zij als enigen hard werken."

"Vrijdagmiddaglunch!" stelt Llach enthousiast voor.

"Maar wel ieder voor zich betalen", werpt Clayton tegen. "En niet meer de bedrijfskoelkast volstoppen, want dat komt niet goed over als je je team niet betaalt." Daarna veegt ze het bord schoon, zodat het personeel de lijn niet ziet.

Llach (spreek uit: Jack) wilde wel meewerken. Geen probleem. In de zomer kon zijn bedrijf Cuíca, dat verpersoonlijkte on line advertenties verzorgt, winstgevend zijn, zei hij. Maar daarvoor had hij snel, nú, een miljoen dollar nodig. "Heel frustrerend dat niemand meer bereid is om te investeren", zei hij, "want ik weet niet hoe vaak je zo'n idee krijgt. Het succes is zo dichtbij en toch zo ver weg."

Drie dagen voor aankomst van De Morgen klonk er twijfel in zijn stem. De avond voor het interview belde hij pas na heel veel ingesproken boodschappen terug. "Slecht nieuws. Ik denk niet dat ik het moet doen." Hij stond op het punt een deal te sluiten met een Europese partner. Die mocht niet lezen dat Cuíca op het randje van een faillissement hing. Anoniem dan? "Het punt is: ik moet er de komende weken 120 procent voor gaan, anders heb ik straks geen zaak meer." Het kwam niet goed over bij zijn werknemers dat hij zijn tijd aan een journalist besteedde in plaats van geld in te zamelen. "Straks gaan ze weg en ik heb ze nu juist hard nodig." "Maar we willen je energie zien." Het was Silicon Valley-lingo, de taal die hij begreep. "Kom maar langs", zei hij.

Zijn bedrijf, in een van Silicon Valley's gezichtsloze kantoorparken, rook naar versgekapt hout - een jaar geleden pas had hij het betrokken. Het was er akelig leeg. De meeste mensen waren al ontslagen. Hun computers stonden uitgeschakeld in de hokjes. Llach zat met Clayton en Chaves in de conferentiekamer. Drie paar schoenen tikten nerveus op het nog glimmende blauw-gele linoleum. "Sinds de markt is gecrasht, krijgt on line adverteren veel slechte publiciteit", zei Llach. "Terwijl wij een heel andere aanpak hebben."

'Aan klanten hebben we geen gebrek. Maar venture kapitalisten horen 'advertenties' en de deur gaat dicht", zei Chaves. "Daarom gebruiken we dat woord niet meer", legde Clayton uit. "We zeggen nu: de marktplaats." Toen bekende ze: "Ik ben bang."

"Ik ook", zei Llach en sloeg zijn hand op zijn hart. "Als je vijfentwintig bent, maakt het niet uit of je geen geld hebt. Zolang je de huur maar kunt betalen. Wij zijn daarentegen bijna veertig en we hebben kinderen. We leven van ons spaargeld. Hún studiebeurs."

Opeens rolde hij zijn bureaustoel dichtbij en boog zich voorover. "De vraag is: hoe lang kun je je droom proberen te realiseren voordat het de levens van je kinderen aantast? Ik kom hier financieel misschien niet meer overheen. Als mijn bedrijf het niet haalt, zou ik niet eens weten waar ik nu een baan moet zoeken. Ik heb de vallei er nog nooit zo slecht aan toe gezien."

Na de 'boom' kwam de 'bust'. De traditionele levenscyclus van een stad in het Amerikaanse westen. Zo verging het de Californische goudzoekers, de boeren in de Midwest en de bouwers van bommenwerpers in Seattle. Volgens de 'experts' was deze theorie niet meer van toepassing in de nieuwe economie - die zou ongehinderd door enige economische wet altijd maar uitdijen. De 'bust' kwam echter. Zo onverwacht en zo hard dat Silicon Valley een jaar later nog steeds in shock is.

Alsof je Assepoester na het bal ziet. Het terrein van de autodealer staat vol bestelde maar nooit afgenomen Mercedessen. 'Time-sharing' voor een jet is aan de straatstenen niet meer te slijten. Landhuizen, gekocht toen de markt doldraaide, zijn te koop nu de hypotheek die op grond van de aandelen is afgesloten, onaflosbaar is. Op straat worden via de mobiele telefoon complete levens in minuten geruïneerd. "Nee, je moet belasting betalen over het bedrag dat je aandelen waard waren op het moment dat je ze kócht", legt een accountant uit op een terras.

In het centrum van Palo Alto voert een man met een Rayban-zonnebril een slag op leven en dood met zijn investeerder. "Nee, doe het niet!" roept hij in de gsm. "Wacht... Stop!" Lange stilte. Radeloos: "En als we nu eens al onze technologie verkopen?"

Praten wil bijna niemand. Toezeggingen voor interviews worden ingetrokken. Bedrijven die aan de beademing liggen, ontkennen het naderende einde glashard. Perceptie is hier alles, dus wil je niet eens worden geassocieerd met mensen met wie het slecht gaat. Maar meer dan dat wordt de stilte ingegeven door schaamte. Zij waren immers de superieuren die, helemaal op eigen kracht geloofden ze, zegevierden in deze Darwiniaanse techno-jungle. Hoe bestaat het dat ze nu de 'losers' zijn?

Bij Jamis MacNiven, de flamboyante eigenaar van restaurant Buck's die elke roddel kent, staat de deur altijd open. In de vitrine naast de kassa prijkt een verzameling bonsais van nepjuwelen. 'Het slippen van de Nasdaq dwingt ons dit te verkopen', meldt een bordje. Grapje van Jamis. "Iedereen in de vallei vat 'm", zegt de boomlange restaurateur. Om met gevoel voor drama uit te roepen: "Het bloed dat door de straten stroomt was vorige week nog helderroze. Nu is het donkerrood!" Bovendien valt de elektriciteit ook nog altijd uit vanwege Californië's energiecrisis. "Het voelt alsof we gedoemd zijn." Hij ziet de laatste tijd weer veel mensen die in jaren niet zijn geweest. Ze willen duidelijk maken dat ze nog altijd meespelen. "Het is net Hollywood."

Laatst kwam er een ondernemer binnen met een investeerder. Ik heb een e-commerce-site, vertelde de man. MacNiven kon zijn gezicht met moeite in de plooi houden. "E-commerce, dat woord gebruik je hier niet meer. Net als B2B, 'business to business'. Of dotcom. Allemaal vergiftigde woorden."

Hoe anders was het twee jaar geleden. De 'money disco' werd het restaurant genoemd. Het enige dat nodig was om een paar miljoen los te peuteren van een venture kapitalist, was een lunch met MacNivens befaamde 'trust-me chili'. Vierhonderd journalisten kwamen het spektakel in drie jaar bekijken. "De spots waren op ons gericht."

Waren ze er zo door verblind dat niemand de barsten in het sprookje zag? "Er zijn mannen die nooit hebben zien aankomen dat hun vrouw hen ging verlaten", vergelijkt MacNiven. "Wij leefden elke dag met dit fenomeen."

Hij somt ze op, de horrorverhalen die door de vallei spoken: de bejaarde miljardair die aan de bedelstaf raakte, de man die in acht maanden 150 miljoen dollar verloor. De gesprekken in Buck's gaan nu over fusies en ontslagen. "Iedereen gaat een tandje terug", stelt MacNiven vast. "Dus al die jongens die websites zaten te maken, zullen zich hier binnenkort wel aanmelden als ober."

Met grote, vastbesloten

stappen beent Jessica Trybus het pand binnen. Sollicitatiebestendig uiterlijk: duur azuurblauw truitje, het lange haar in een staart. "Mag ik iemand spreken die me informatie over dit bedrijf kan geven?" vraagt ze. Het Aziatische meisje kijkt haar verveeld aan. "Hier." Ze ploft een dikke map op de receptie. "Lees dit maar." Uiteindelijk belt ze naar boven. Trybus' object van verlangen komt de trap afhobbelen: een vadsige man in een bloemenbloes. "We worden bedolven onder de sollicitaties!" buldert hij. "Maar ik zal dit op het bureau van mijn collega leggen."

Buiten steekt Trybus haar duim op. "Dat was een succes." Succes? "Je moet je voet tussen de deur krijgen. Hij heeft me gezien en hij kan zeggen: die ondergekwalificeerde gek was hier. Bel haar."

Het wemelt in Silicon Valley van jongens en meisjes als Trybus - de slachtoffers van de 'tech wreck'. Ze kwamen, net afgestudeerd aan Harvard, Stanford of Cornell, om hun fortuin te maken in de nieuwe economie. Verdwaasd kijken ze nu om zich heen naar het puin: een recessie hebben ze nooit aan den lijve ervaren. Velen van hen keren met de staart tussen de benen terug naar de steden waar ze vandaan kwamen. Daar nemen ze traditionele banen aan. B2B staat nu voor 'back to banking'. Of ze gaan B2M: 'back to mom'. De volhouders netwerken voor een nieuwe baan op de 'pink slip-parties' en doen als Jessica Trybus: ze solliciteren zich een ongeluk.

Trybus komt uit Pittsburgh. Haar vader is een 'selfmade man', hij heeft geld. "Maar ik wilde de wereld in en zelf iets bereiken. Als me dat hier lukt, lukt het me overal", zegt ze, in opperste concentratie rijdend naar de volgende open sollicitatie.

Toen ze in Silicon Valley aankwam, kreeg ze prompt een baan als producer bij zoekmachine Altavista. Tijdens het sollicitatiegesprek glunderde haar toekomstige chef, terwijl hij stond te zwaaien met een baseballknuppel: "Als we over een paar maanden de beurs op gaan, verdienen jij, ik, iedereen een heleboel geld."

Ze had de tijd van haar leven. Goed salaris, gratis eten en drinken, lange pauzes, massages, pingpong- en biljarttafels, yoga, en elke twee weken een feest. "Ik had uitgerekend dat ik ruim 300.000 dollar aan mijn aandelen zou verdienen", zegt ze.

Karlyn Coleman werkte er ook. De lerares Engels was naar de nieuwe economie overgestapt omdat ze wilde meedeinen op de hype en de opwinding - haar leerlingen hadden allemaal aandelen en een duurdere auto dan zij. "Het was net The Great Gatsby. Iedereen wilde rijk worden en feesten. Niemand dacht aan de toekomst", schatert Coleman vanachter de computer in haar woonkamer. "Ik voelde me zo machtig."

Altavista had besloten dat het een portal als Yahoo! wilde worden. "Let's do it!" werd er geroepen zodra iemand een nieuw idee lanceerde. Coleman: "Bang dat de concurrentie hen anders voor zou zijn. Er was geen enkele langetermijnfilosofie."

Een collega met een Harvard-diploma schrok zich dood van wat hij zag. Niets van wat hij had geleerd werd toegepast. "Ze hebben niet eens een zakenplan!" riep hij uit. Contracten werden opgezegd, afspraken niet nagekomen. De website veranderde volgens Coleman zes keer in een jaar. Populaire onderdelen, zoals een praatgroep voor mensen met kanker, werden van de ene op de andere dag opgeheven. De gebruikers passen zich wel aan, werd er dan gezegd. "Er was niet veel respect voor hen", zegt Coleman.

Wat bij Altavista gebeurde, voltrok zich in de hele vallei. De principes van de oude economie - een klantenkring opbouwen door middel van goede service en winst maken - werden overboord gegooid. Iedereen was dronken van succes. "Of gewoon dronken", grijnst Ken Neibaur, vice-president marketing van Altavista. Het lucht hem op dat hij een grap kan maken over het precaire onderwerp. Het zweet gutst over zijn gezicht. "We hadden niet zoveel voeling met de gebruikers als we hadden moeten hebben", geeft hij toe. "Maar we verwijten onszelf niets. De strategie om zoveel mogelijk marktaandeel te winnen, om zodoende de leider te worden, was destijds logisch. Als we niet hadden uitgebreid, had iedereen gedacht dat we gek waren." Niemand hoeft zich te schamen dat hij heeft geïnvesteerd in zijn bedrijf, vindt Neibaur. "Je moet alleen beslissen wanneer genoeg genoeg is."

Overtuigd dat ze op weg waren naar een internet-economie waarin voor tenminste tien triljoen dollar werd omgezet, bleven de venture kapitalisten echter kapitalen pompen in onduidelijke zakenmodellen. Onder elkaar biechten ze het nu weleens op: we hadden het recept verloren. We keken altijd goed naar de plannen, maar we hebben het nagelaten.

'Ja, dat was wel een beetje dom", grinnikt Jos Henkens, de enige Nederlandse venture kapitalist in Silicon Valley, besmuikt. "Al die e-commerce, het is financieel helemaal niet haalbaar om een merknaam op te bouwen. Maar de markt, hè. De noteringen waren gigántisch." Een bedrijf van slechts twee jaar oud dat niet winstgevend was, verkocht hij voor een half miljard dollar. "Dat was tot op zekere hoogte absurd. Die dagen komen ook nooit meer terug."

'The sky was the limit' en dat moest worden gevierd. Elke gelegenheid - een nieuwe identiteit, een nieuw product, een nieuwe partner, een nieuw contract - werd aangegrepen om uit de band te springen. "Elk bedrijf wilde de rest overtreffen", zegt Ron Johnson, directeur van Mosaic Events. In een ravijn in de woestijn van Nevada liet hij eens een bedoeïenentent opzetten, compleet met vloerkleden en kussens. Er werden kamelen en buikdanseressen overgebracht, en een Marokkaans menu opgediend. Een half miljoen dollar kostte de party voor tweehonderd mensen.

Voor een andere dotcom huurde hij eenentwintig jachten om een race in de baai te houden. Het bedrijf legde 200.000 dollar neer voor drie uur. En worden de meeste werknemers aan het eind van het jaar beloond met een kerstpakket, in de nieuwe economie werd een complete pier afgehuurd om die vol te zetten met kermisattracties, clowns, slangenbezweerders en een negentig zangers tellend 'barbershop'-koor. De rekening werd zonder blikken of blozen voldaan: 400.000 dollar.

Johnsons cliënten buiten de internet-industrie zagen het met verbijstering aan. Vaak waren het jonge, onervaren mensen die de opdracht gaven. Ze beheerden miljoenenbudgetten, maar konden de gevolgen van hun beslissingen niet altijd bevatten. "Internet was de nieuwe markt", verklaart Johnson, "daarom dachten ze dat alles kon. En alles kon ook."

In plaats van zes feesten per week organiseert hij er nu nog twee voor de dotcom-industrie. Bescheiden feestjes - "professionele", noemt de party-organisator ze - die het moreel van de geteisterde werknemers moeten opkrikken. Margaritas en fajitas op vrijdagmiddag of met z'n allen onverwacht naar een baseballwedstrijd. Twee jaar geleden zou de baas het stadion hebben afgehuurd om zijn personeel te laten poseren met sterspelers. "Decadent", zegt Johnson, "dat was het. Het was het einde van een decadent tijdperk. Ik zag die dotcommers tijdens feestjes halfnaakt op verhogingen dansen. Alsof het het Romeinse keizerrijk was. Het móést wel instorten."

De dotcom-'shake out' is niet alleen een verhaal van oude versus nieuwe economie, maar ook van oud versus nieuw geld en oude versus nieuwe wereld en dus van oost- versus westkust. De oude wereld begreep er niets van dat zij aan de westkust iets compleet anders creëerden, zeiden ze in Silicon Valley. Het was echter de oude wereld die de touwtjes in handen had. Toen deze zich terugtrok uit de aandelenmarkt, trok ze een spoor van dotcompost. Sinds januari vorig jaar gingen wereldwijd 435 internetbedrijven, waarvan bijna de helft e-commerce, failliet. Daarnaast werden 1.400 dotcoms opgekocht. De nieuwe economie ging onvoorstelbaar klunzig om met tegenslagen: soms kwamen werknemers erachter dat ze waren ontslagen omdat hun mobiele telefoon niet meer werkte of omdat de sloten waren veranderd. Soms stonden ze in vijf minuten buiten. Amazon.com maakte het helemaal bont door een, ongrondwettelijk, spreekverbod op te leggen.

In de vallei is al het goud opgegraven. Maar lang niet iedereen kan de droom opgeven. De 'Californian dream' die Amerikanen al generaties lang naar het westen zuigt. Dus klampen de achterblijvers zich vast aan hun eigen hoop.

Klikkedeklik, klikkedeklik. In en uit, gaat het dopje van Eduardo Llachs pen. Zonder schoenen zit hij aan de telefoon, alle visitekaartjes van potentiële investeerders ernaast. De Europeanen zijn nog niet over de brug gekomen, er moet ergens anders geld vandaan komen. "Had ik maar dat extra miljoen aangenomen dat mijn investeerders vorig jaar wilden geven", verzucht Llach. Dan had hij veertig procent van de aandelen moeten afstaan. "Wilde ik toen niet. Stom." Hij wrijft over zijn scherpe kaaklijn, zucht diep, tikt met zijn pen op het bureau, krabt in zijn nek.

Teri Clayton komt binnen. "De beurs is vandaag met 250 gezakt."

"O God!" schrikt Llach.

Het is vrijdagmiddag en de salarissen kunnen weer niet worden betaald. Clayton: "Wat moeten we tegen het personeel zeggen? De waarheid. Dat is het enige wat we kunnen zeggen."

Llach trekt zijn schoenen aan en posteert zich te midden van zijn handvol werknemers. Amanda is nog niet gesignaleerd. Na zijn peptalk zegt de ondernemer: "Ik weet dat het moeilijk is om door te gaan zonder geld in je handen. Maar geloof me, er gaat geen dag, geen uur voorbij dat ik niet probeer alles eruit te schudden wat erin zit."

Er valt een dodelijke stilte. Een man en een vrouw wisselen vermoeide blikken uit. De rest staart Llach uitdrukkingsloos aan en gaat weer aan het werk. "Ik geloof nog steeds in hem", zegt de vrouw.

Laatst sloeg de gedachte evenwel als een vloedgolf over Llach heen. Het was aan het eind van de dag, toen hij naar huis reed. WAT ALS HET GELD NIET KOMT? Van alles flitste door zijn hoofd: andere baan zoeken, zaak sluiten, investeerders inlichten. "Heel vernederend. Ik heb grote bedragen gekregen en dan moet je vertellen dat het niet is gelukt", lacht Llach schamper. "Ik krijg het niet over m'n lippen."

Zoveel wil hij toch niet? Een nieuwe woning in Silicon Valley, want in deze woont hij al vijftien jaar, zijn kinderen naar een topuniversiteit sturen, zo een als hij zelf heeft bezocht, en een beetje vrijheid. En trouwen met zijn verloofde, de vice-presidente verkoop. Als zijn onderneming faalt, moet hij waarschijnlijk verhuizen uit het dure Californië en voor een ander gaan werken. "Je kunt geen 2,6 miljoen dollar er doorheen jagen en nóg een kans krijgen."

Llach staart naar een schema op het bord alsof het een magische formule is. "Maar het gaat lukken. Waarschijnlijk worden we de marktleider. Ik moet alleen snel geld hebben."

De beursgang van Altavista kwam er nooit. Enkele dagen voordat de aandelen werden uitgegeven, stortte de Nasdaq in. Altavista ontsloeg eenderde van zijn personeel, werd weer een zoekmachine en verkoopt zijn technologie sindsdien aan andere bedrijven. Met als doel dat er in minder dan twee jaar winst moet worden gemaakt.

Jessica Trybus koos voor een ontslagpremie, ervan overtuigd dat ze in een mum van tijd weer een baan zou hebben. "Het is zó moeilijk", verzucht ze nu. "Ze willen de perfecte kandidaat." En zij heeft haar eisen nog niet aangepast aan de nieuwe omstandigheden. Als ze zegt wat ze wil verdienen, roepen mensen uit: ben je gek geworden! "Maar ik ben het waard", vindt ze.

Ze parkeert haar auto bij een futuristisch glazen pand in Mountainview, waar hoge palmbomen naar de ingang leiden. "Ik denk niet dat een gesprek mogelijk is", aarzelt de moederlijke zwarte vrouw achter de balie. Ze belt toch. Niemand wil Trybus te woord staan. De receptioniste neemt haar met een sympathieke blik op en belt nog een keer. "Ik wil alleen maar twee minuten iemand spreken", dringt Trybus aan. De vrouw schudt haar hoofd. "Ze bellen je terug."

"Brenda, bedankt."

"Ik heb zelf lang naar werk gezocht", glimlacht de receptioniste meelevend, "dus ik weet hoe het is."

Buiten roept Trybus geïrriteerd uit: "Wat kwam dat mens slecht uit haar woorden, zeg! Ik kon haar wel slaan." Haar gezicht is gespannen als ze de auto start. "Ik ben intelligent en gedreven, ik kan het. Laat me werken!" Blozend vertelt ze dat de premie op is. Ze leeft van een beetje spaargeld.

Haar vriend is een start-up begonnen en verdient ook niets. Maar ze willen niet terug naar Pittsburgh. Hun vrienden daar denken dat zij samen de wereld aan het veroveren zijn. "Ik wil op mijn eigen voorwaarden vertrekken. Het is nog geen tijd."

Vannacht heeft Trybus op het strand gewandeld. Ze komt er vaak. Ze leert grillen, gitaar spelen en surfen. Het Californische leven. Dat is heel wat voor een oostkustmeisje, zegt ze. Op het strand ziet ze de vissersboten liggen. Van die grote, waarmee garnalen worden gevist. Dan denkt ze: als ik echt geen baan kan vinden, ga ik boten wassen. Want ze weet het zeker: "Het is maar tijdelijk."

Een maand later. De deal met de Europese partner is op het laatste moment niet doorgegaan. Cuíca is het kantoor uitgezet. Llach heeft zijn personeel naar huis gestuurd. Hij probeert een investering van een ander Europees bedrijf te krijgen en kopers voor zijn zaak te vinden. Zijn verloofde kan haar torenhoge belastingaanslag niet betalen en is ingestort. Trybus werkt als serveerster. Ze heeft geld nodig om te verhuizen naar Pittsburgh.

'E-commerce, dat woord gebruik je hier niet meer. Net als B2B, 'business to business'. Of dotcom. Allemaal vergiftigde woorden''Al die jongens die websites zaten te maken, zullen zich hier binnenkort wel aanmelden als ober'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234