Zondag 26/09/2021

Einde van een naïeve cynicus

Leven en werk van Giacomo Casanova (slot)

Leen Huet

U bent twintig jaar oud. De heerser van het universum komt u zeggen: ik geef je dertig jaar te leven, waarvan vijftien smartelijke en vijftien heerlijke. Allebei zonder onderbreking. Kies. Wil je beginnen met de smartelijke of met de heerlijke?" Casanova wist het wel - de smartelijke jaren konden nooit zo erg zijn als je op voorhand wist dat er nog evenveel andere van volmaakt geluk zouden volgen.

Voor hem hadden de goden anders beschikt. Zelf situeert hij de fatale ommekeer van voor- naar tegenspoed in zijn achtendertigste levensjaar. Toen ontmoette de man van de wereld in Londen een achttienjarige prostituée, die hem wreder aan het lijntje hield dan hij het zelf ooit bij iemand gekund zou hebben. La Charpillon, zo heette ze, dreef Casanova haast tot zelfmoord met haar goed gedoseerde aantrekkings-en afstotingsmanoeuvres: hij was al op weg naar de Theems met lood in zijn zakken toen hij het stralende meisje plotseling herkende in een danstent. Hem hadden ze wijsgemaakt dat ze thuis op sterven lag, een lelieblank slachtoffer van zijn brutale driften. Hij nam wraak door een papegaai de woorden 'Miss Charpillon is een nog grotere hoer dan haar moeder' te leren en het dier te verkopen op de beurs (miss Charpillon kon er hartelijk om lachen), maar het avontuur tastte zijn veerkracht voor de eerste maal aan. En zijn geld raakte op.

Vanaf die tijd begint hij zichzelf steeds vaker een man "van een zekere leeftijd" te noemen, die hoe langer hoe minder "goedkeuring op het eerste gezicht" van de vrouwen kon genieten. Casanova werd vierenzeventig jaar oud; zijn memoires eindigen onverwacht wanneer hij negenenveertig is en op het punt staat naar Venetië terug te keren. Men heeft lang gedacht dat de dood het verhaal afgebroken heeft, maar er zijn aanwijzingen dat de schrijver er weinig voor voelde om zijn latere neergang voor het nageslacht vast te leggen.

"Ik was een heel ander mens, en hoe meer ik vond dat ik vroeger volmaakt gelukkig geweest was, hoe meer ik moest toegeven dat ik ongelukkig geworden was, want het mooie perspectief van een gelukkige toekomst kon mijn verbeelding niet langer beroeren. Ik besefte tegen wil en dank, en voelde me gedwongen om toe te geven dat ik al mijn tijd, en dus mijn leven verbeuzeld had... Ik beijverde me in die dagen om als vrij man terug te keren naar mijn vaderland en het scheen me toe dat ik enkel nog de gunst wilde verkrijgen om op mijn schreden terug te keren, om het goede of het kwade dat ik gedaan had weer ongedaan te maken. Ik zag in dat het me er alleen om ging de neergang die eindigde in de dood zo min mogelijk onaangenaam te maken." Deze droevige woorden staan te lezen in het laatste boek van de Histoire de ma vie; het verbaast nauwelijks dat een nog veel oudere man in Duchkov urenlang huilde om de dood van zijn hondje Melampyge - evenmin dat er ook toen nog dames waren die hem nobele, troostende brieven schreven en zijn lievelingsgerechten toestuurden.

Wat te beginnen? Frederik de Grote vond Casanova een mooie man en bood hem een baan aan op een adellijke kadettenschool, die hij weigerde; van Catharina de Grote kreeg hij niets anders los dan een gesprek over de kalender; in Spanje zag het er even naar uit dat hij een winstgevend project zou kunnen uitwerken omtrent de kolonisatie van een verlaten landstreek, maar ook dat ging in rook op. En dan sluit de cirkel zich langzaam. Net zoals hij Venetië verlaten had door een stunt uit te halen - de ontsnapping uit de gevangenis -, keerde hij ernaar terug na het uithalen van een stunt: een theatraal duel met de Poolse edelman Branicky dat de hedendaagse lezer misschien koud laat, omdat de regels van de persoonlijke eer zo veranderd zijn. Duels waren toen trouwens al verboden in Polen. Voor Casanova werd het in elk geval een laatste hoogtepunt van fraaie levenskunst - hij publiceerde er een verslag van, net zoals hij over zijn ontsnapping deed.

Mij leek zijn levenskunst het uitbundigst vormgegeven in een eerdere gebeurtenis. Carnaval in Milaan in 1763 bood een schouwspel dat met meesterhand geregisseerd was: de feestvierders op het bal zagen tot hun verbazing vijf bedelaars binnenstappen, twee mannen en drie vrouwen, in kostbare kleding vol gaten en scheuren, opgelapt met bonte stroken zijde, satijn en fluweel. Hun bedelnappen bleken gebarsten schotels van even kostbaar porselein. Alles was weelde, alles scheen armoedig. Casanova's vindingrijke spilzucht verzekerde zijn vijf vrienden van een ongekende sociale triomf; hijzelf genoot nog meer, want "les coups de théâtre sont ma passion".

"Hij is een man van het zuiden," besloot Alfred de Musset al - steevast eropuit indruk te maken, en mooie kleding hoorde daarbij. "Ik had een jas van roze fluweel aangetrokken, geborduurd met gouden pailletten... Ik had de eer te dineren aan de rechterzijde van de hertogin, die, nadat ze mijn jas bekeken had, zich verplicht voelde op te merken dat ze nooit een keuriger kledingstuk gezien had. 'Het is daarmee, mevrouw, dat ik mijn persoon aan een te streng onderzoek poog te onttrekken.' Ze glimlacht."

Casanova beschouwde de dag waarop hij toestemming kreeg om terug te keren naar Venetië, 3 september 1774, als de gelukkigste van zijn leven. Toch bracht het terugzien van zijn vaderstad geen kentering in zijn lot meer teweeg: toen duidelijk werd dat hij er niet van zijn pen kon leven, zocht hij een klein maar vast inkomen als spion van de Inquisitie - een beroepsgroep waarvan hij vroeger zelf het slachtoffer geweest was. Zijn rapporten aan de inquisitoren bleven bewaard: hij klaagde de prostituées in de operaloges aan, jongens die naaktmodellen gingen schetsen in de academie, en de verboden of gevaarlijke boeken die in de stad circuleerden. Voor de meeste ervan was hij zelf twintig jaar eerder verklikt; hij zou er later nog een paar schrijven ook.

Zijn oude vijand Pietro Chiari had hem gekenschetst als de man die "voor allen alles" kon zijn en daarmee de vinger op een wonde plek gelegd. Casanova leidde een vrijgevochten leven, maar hij was allesbehalve een libertijn van de filosofische strekking die zijn eigen vrijheden gemeengoed wilde zien worden. Hij verleidde meisjes bij wijze van sport en laste in zijn memoires een gemeende waarschuwing tegen verleiders in voor ouders en opvoeders (waarbij hij meteen wat van zijn eigen methodes onthulde). Hij kocht zonder omwegen seks, maar beschuldigde de gekochte vrouwen er alleen van hoeren te zijn als ze geen enthousiasme betoonden. Deden ze dat wel, dan was alles plotseling diepe liefde en zevende hemel. Hij haatte incest - in andere families. Hij hielp graag jonkvrouwen in nood - als ze mooi waren.

Zijn avonturen zijn meestal verrukkelijk, maar sommige ervan zouden hem vandaag als getuige voor parlementaire onderzoekscommissies brengen; en toch was deze naïeve cynicus ook alweer vijfendertig toen hij zijn eerste orgie meemaakte, en daarvan wandelde hij walgend weg "over het kleverige parket". Vrouwen fascineerden hem; hij tekende prachtige rake portretten van elk van hen - die sommige feministische dogma's over het verleden aan het wankelen zouden kunnen brengen - maar verzandde in banaliteiten wanneer hij in het algemeen over hen nadacht ("Ik kan het volgende bevestigen: het genot dat ik voelde wanneer de vrouw die ik beminde me gelukkig maakte was zeker groot, maar ik weet dat ík het nooit gewild zou hebben als ik me ervoor moest blootstellen aan het risico van een zwangerschap"). Over de vrouwelijke schoonheid, die krachtige drijfveer, kon hij zelfs niet denken - hij komt niet verder dan de vaststelling dat de toneelstukken bijna allemaal hetzelfde zijn, maar dat de affiches zo interessant van elkaar verschillen; en de affiches, voor alle duidelijkheid, zijn de gezichten.

De vrijmetselaar bedacht in Duchkov ook een lange dialoog tussen zichzelf en God - een gek werk, waarin God aan hem verschijnt als een "immense massa van verblindend licht, helemaal gevuld met globes, met ogen, oren, voeten, handen, neuzen, mannelijke en vrouwelijke geslachtsdelen en andere lichamen waarvan ik de vorm niet kon thuisbrengen, die in de massa rondraaiden met een continue beweging maar ongelijk van snelheid en richting..." "Ik verhinder niets," zegt deze God die toegeeft zichzelf niet te doorgronden, en "voor het menselijk verstand ben ik als de volmaakte ivoren bal die niet kan rollen over het vlak waarop hij geduwd wordt omdat het ruw en hobbelig is".

De prins de Ligne merkte die paradoxen goed op: "Alleen de dingen die hij beweert te kennen, kent hij niet: de regels van de dans, van de Franse taal, van de smaak, van de goede vorm en het savoir-vivre. Alleen zijn komedies zijn niet grappig; alleen zijn filosofische werken bevatten geen filosofie: alle andere zijn ervan doordrongen; altijd raak,nieuw, prikkelend en diepzinnig."

Tijdens zijn laatste jaren in Bohemen schreef Casanova tien tot twaalf uur per dag. De Histoire de ma vie was en is voor alles een liefdesverklaring aan het geheugen - als de schrijver zich zijn voorbije geneugten herinnerde, genoot hij opnieuw, kwam er oud verdriet naar boven, dan verkneukelde hij zich omdat hij het niet meer hoefde te voelen, en zo viel de balans van het leven altijd positief uit. Casanova besefte zelf nauwelijks hoe positief: zijn machtige geheugen heeft tegelijkertijd de hele achttiende eeuw voor ons bewaard, compleet met Voltaire en Rousseau, huishoudsters die John Locke lezen en historische plaatsen die voor de toerist niet kunnen tippen aan de prenten en schilderijen die hij ervan gezien heeft. Het was allemaal anders, echter, rijker dan we denken - al beantwoordt het condoom met de roze strik uit boek V wel aan de heersende clichés over de rococo. Wijd gerust drie maanden van uw leven aan hem. U zult het zich niet beklagen.

Jacques Casanova, chevalier de Seingalt, Histoire de ma vie, suivie de textes inédits, drie delen, Robert Laffont, Parijs, 1993. Uitstekende volledige uitgave met voetnoten, registers, essays van Casanovisten, kaarten. Van de 12-delige Nederlandse vertaling bij Athenaeum/Polak & Van Gennep verschijnen binnenkort deel 10, Het duel, en deel 11, Heimwee naar Venetië, 999 frank per deel. J. Rives Childs, Casanova, in de reeks 'Open Domein' van De Arbeiderspers, Amsterdam, 1989. Een goede biografie. Interessante contemporaine visies op Casanova vindt u in de memoires van de prins de Ligne en van Lorenzo da Ponte. Nancy Mitford en Joan Haslip schreven onderhoudende biografieën van Madame de Pompadour en Madame du Barry.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234