Dinsdag 14/07/2020

Einde van een dynastie op wielen

William Clay Ford Jr. nam eerder deze week afscheid als voorzitter van het bedrijf dat zijn overgrootvader heeft opgericht. Daarmee stond er voor het eerst in bijna honderd jaar geen familielid meer aan de top.

Door Stephen Foley

De geschiedenis is "haast van geen tel. De enige geschiedenis die nog iets waard is, is de geschiedenis die we vandaag schrijven." Dat is het bekendste citaat van Henry Ford, oprichter van de Ford Motor Company, uitvinder van de moderne montageband, en visionair van de consumentenmaatschappij. Maar het is ook een motto dat de bedrijfsdynastie die hij heeft opgericht maar al te vaak naast zich heeft neergelegd.

Henry Ford wordt nog altijd op handen gedragen, over de stichter van het bedrijf doen allerlei mythes en citaten de ronde, en de familie blijft de touwtjes hardnekkig in handen houden. Daardoor is Ford blijven steken in het verleden. Het bedrijf werd overgenomen door meer geslepen concurrenten en overladen met torenhoge schulden. Hier en daar wordt zelfs het ondenkbare gefluisterd. Het bedrijf dat een liefdesrelatie met de auto aanknoopte en dat een van de weinige grote namen is die de Depressie overleefden, zou op een bankroet afstevenen, tenzij er ineens een heel drastische ommekeer komt.

Eindelijk heeft Fords achterkleinzoon William Clay Ford Jr. toegegeven dat hij het familiefortuin van 6 miljard euro alleen veilig kan stellen als hij zelf een stap opzij zet. "Ik heb veel van mezelf in het bedrijf gelegd, maar niet mijn ego", zei hij onlangs. Volgens zijn vrienden wordt hij gekweld door de vrees dat hij de Ford zal zijn die het familiebedrijf ten gronde heeft gericht. Hij zei: "De familie Ford wil dat het bedrijf succes heeft. Punt uit."

Deze week gaf Bill Ford het dagelijkse bestuur uit handen. Met die beslissing valt het doek over vier generaties van familieleiderschap. Alles begon in 1903, toen Henry Ford de Ford Motor Company oprichtte met 22.000 euro van elf verschillende investeerders. Als het even anders had gelopen, hadden we nu allemaal een Ford gedragen. Henry Fords vakmanschap uitte zich voor het eerst toen hij aan horloges begon te prutsen. Als tiener herstelde hij klokken voor buren en verwanten.

Henry Ford was de zoon van Ierse immigranten. Hij groeide op op een boerderij in Dearborn in de staat Michigan, waar het autobedrijf nog altijd gevestigd is. Pas toen een van zijn werknemers wielen onder een dorsmachinemotor zette, haalde Ford geen dingen meer uit elkaar, maar ging hij 'koetsen zonder paarden' maken. Hij bouwde in 1896 met de 'quadricycle' zijn eerste gemotoriseerde voertuig en begon te dromen van een Amerika waar iedereen zich met een motorvoertuig verplaatste.

In de loop van de volgende veertig jaar hielp hij de consumentenmaatschappij mee vorm geven. Hij werd meteen ook een van de rijkste, beroemdste en excentriekste mensen ter wereld. In 1913 vond hij de montageband uit en in 1914 voerde hij het minimumloon voor werknemers in. Dankzij de montageband kon hij nu een Model T in drie in plaats van in dertien uur bouwen en kon hij de kosten drukken. Hij betaalde zijn werknemers vier in plaats van twee euro per uur, zodat ook zij de auto's die ze zelf in elkaar zetten konden kopen. De economen doopten zijn aanpak 'Fordisme'.

Brave New World van Aldous Huxley is een satire op deze periode van massaproductie en massaconsumptie. Het boek speelt zich af in de zesentwintigste eeuw en stelt Ford voor als een messiaanse figuur. Het jaartal is 634 na Ford. Zelfs Ford kon grapjes maken over de massaproductie die hij had geïntroduceerd. Zijn klanten, zo zei hij, konden hun auto "in alle mogelijke kleuren krijgen, zolang het maar zwart was".

Fords excentriciteit is al net zo legendarisch als zijn zakelijke succes. Hij is een controversiële historische figuur en draagt een imago met zich mee dat is bezoedeld door beschuldigingen van antisemitisme en nazisympathieën. Hij financierde de krant Dearborn Independent, die antisemitische opiniestukken en de controversiële Protocollen van de Wijzen van Sion publiceerde. Die maakten gewag van het soort Joodse samenzweringen die Ford overal in de bankwereld en in de zakenwereld meende te zien. "De enige verklaring die ik over de Protocollen wil afleggen, is dat ze aansluiten bij wat er gebeurt", liet hij later optekenen.

Net zoals de jury's tijdens de processen tegen de Dearborn Independent wegens smaad en eerroof raken ook de historici het niet eens over de mate waarin Ford de inhoud van de krant mee bepaalde. Maar de beruchte antisemiet Gerald Smith, die Ford in de jaren dertig ontmoette, zei: "Ik ben minder antisemiet dan Ford." Smith, een blanke racist en Holocaustontkenner, merkte ook op dat Ford in 1940 "geen berouw" had over de antisemitische visies van de Independent en dat "hij hoopte The International Jew ooit opnieuw te kunnen publiceren".

In datzelfde jaar vertelde Ford aan de Manchester Guardian dat de "internationale Joodse bankiers" verantwoordelijk waren voor de Tweede Wereldoorlog. Hij wordt ook bij naam genoemd in Mein Kampf. Hitler roemde Ford om wat hij zijn onafhankelijkheid van het internationale Jodendom noemde. In 1938 kreeg hij de grootste onderscheiding die een buitenlander in nazi-Duitsland te beurt kon vallen.

In Amerika was Ford de risee toen hij in 1915 naar Europa reisde om er actie te voeren tegen de Eerste Wereldoorlog en er pacifisten in Zweden en Europa te ontmoeten. Ondanks zijn pacifisme steunde zijn bedrijf twee wereldoorlogen. Zo schakelden zijn fabrieken tijdens de Tweede Wereldoorlog over op de productie van legervliegtuigen.

Toch is de liefdadigheidsorganisatie die Henry samen met zijn zoon Edsel in 1936 heeft opgericht, een van de grootste van Amerika. De organisatie wordt alleen overschaduwd door de Bill and Melinda Gates Foundation en stelt zich tot doel de democratische waarden uit te dragen.

Henry blijft de kleurrijkste en meest charismatische Ford van allemaal en hij was het meest geschikt om het autobedrijf te leiden. Niemand zou verwachten dat het zeldzame talent om een multinationale gigant te runnen meermaals in dezelfde genenpool opduikt, maar de familie heeft de topbanen altijd opgeëist, zij het met wisselend succes.

De incapabele Edsel Ford, die last had van een slechte spijsvertering, was tussen 1919 en 1943 voorzitter van het bedrijf, maar zijn vader zwaaide duidelijk nog altijd de plak. De critici opperden dat Edsel 'geen maag' voor de auto-industrie had. Het model dat naar Edsel werd genoemd, verkocht dan ook barslecht en heet nog altijd de grootste mislukking in de geschiedenis van de industrie te zijn. Toen Edsel in 1943 stierf, nam Henry het roer nog twee jaar over. Hij was 79 en vertoonde symptomen van seniliteit. Uiteindelijk stuurde zijn familie hem op rust.

Alleen Henry's kleinzoon Henry II of Hank the Deuce was een efficiënte leider. Hij heeft het bedrijf modern gemaakt en nam briljante jongelui in de arm om de ontwerpen hedendaags te maken. Hij herstelde ook de schade die zijn grootvader had aangericht. Henry weigerde de vakbonden te erkennen, hij gaf zijn klanten die een duurder model wilden kopen geen krediet, en hij wou niet diversifiëren. In 1956 introduceerde hij het bedrijf op de beurs van New York. Dat leverde hem 510 miljoen euro op en meteen konden de familieleden die niet in het bedrijf wilden stappen een luxeleventje gaan leiden.

Behalve tussen 1979 en 1999 heeft de familie de touwtjes altijd stevig in handen gehouden, en zelfs toen was de familie nog actief bij het bedrijf betrokken. Na vijf jaar gaf Bill Ford het algemeen directeurschap op. Zo kon hij een rol gaan spelen achter de schermen van zowel het bedrijf als van de Amerikaanse auto-industrie.

Nu komt Alan Mulally over van Boeing. In de afdeling commerciële vliegtuigen heeft hij duizenden banen geschrapt, maar nu al vragen de investeerders zich af hoeveel ruimte hij zal krijgen als Ford 'uitvoerend voorzitter' blijft. Ook zijn neef, Edsel Ford, zetelt in de raad van bestuur en de familie blijft dankzij haar aandelen het laatste woord hebben. De familie heeft ook de traditie om het aan de stok te krijgen met directeurs die geen familie zijn. Bill Ford zelf werd alleen hoofddirecteur nadat Jacques Nasser, een veteraan van de industrie, aan de deur werd gezet.

Maar Wall Street heeft het nu wel gehad met de Fords. Sinds 2000 laat het bedrijf steeds meer van zijn pluimen. Amper een van de zes auto's die tegenwoordig in Amerika worden verkocht, is een Ford (of een van de zustermerken Aston Martin, Jaguar, Land-Rover, Lincoln, Mazda, Mercury en Volvo). In juli was de vernedering compleet toen Toyota voor het eerst in de geschiedenis meer auto's verkocht dan Ford. (In de rest van de wereld bezet Toyota sinds kort de tweede plaats, na General Motors en ten koste van Ford.)

Waar knelt het schoentje? Ford is net zoals General Motors in Detroit en zoveel andere bedrijven in Amerika niet langer concurrentieel. De 300.000 werknemers kunnen niet zo goedkoop auto's produceren als hun collega's in Azië en het bedrijf zit opgezadeld met de kosten van de pensioenen en de gezondheidszorg van de vorige generaties arbeiders. De benzineverslindende SUV's en pick-ups, de sterkhouders van de productielijnen van Ford, zijn in de rest van de wereld uit de gratie gevallen. En dat kan ook in Amerika gebeuren, nu de automobilisten als gevolg van de stijgende brandstofkosten steeds groener gaan denken.

Bill Ford leeft voor het bedrijf. Tijdens het joggen stelt hij lijstjes op met de sterke en zwakke punten van Ford. Hij was het gezicht en de cheerleader van het bedrijf, net zoals zijn overgrootvader dat was. Maar buitenstaanders vrezen dat hij te belast is met het verleden om de broodnodige stappen te ondernemen om af te slanken. Het bedrijf moet weer een realistische omvang krijgen en aanvaarden dat minder mensen een Ford kopen.

Het bedrijf is de goede weg ingeslagen en heeft dit jaar de productie verlaagd. Ford heeft 30.000 banen geschrapt en stelt nog meer afdankingen en fabriekssluitingen in het vooruitzicht. Maar de Noord-Amerikaanse industrie zit in het slop en de verkoop boert achteruit. Aston Martin was eens zo ongenaakbaar, maar staat nu te koop om de schulden aan te zuiveren. Zelfs het Britse Jaguar kan binnenkort voor de bijl gaan. De geschiedenis van het bedrijf valt uit elkaar en dat vindt Bill Ford pijnlijker dan welke buitenstaander ook.

Er is heel wat afgekletst over het teamwork en de samenwerking die op stapel staan. "Ik zou niet naar het bedrijf zijn gekomen als Bill Ford niet aanbleef als voorzitter", zei Mr. Mulally diplomatisch. Maar het blijft afwachten of Ford de verleiding om op de rem te gaan staan kan weerstaan. Ford ziet zichzelf als "een bedrijf waar 'familie' een veel ruimere betekenis heeft, waar familie veel meer is dan de mensen die de naam Ford dragen".

Bill Ford heeft de erfenis van zijn overgrootvader in vreemde handen gegeven. Die nooit eerder geziene beslissing zal uitwijzen of die uitspraak meer is dan een holle frase.

© The Independent

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234