Vrijdag 23/04/2021

Eilandgevoel

undefined

Iedereen kent natuurlijk het verhaal van Robinson Crusoe, maar waar was dat eiland van hem precies gelegen? Hij zou er maar liefst achtentwintig jaar hebben doorgebracht, dus met het oog op een ongestoorde oude dag loont enige literaire aardrijkskunde misschien wel de moeite. Het lijkt eenvoudig: voor de kust van Venezuela. Zo bleek toch uit de titelpagina van de originele uitgave in 1719. De volledige titel luidde immers: "The life and strange suprizing adventures of Robinson Crusoe of York, mariner, who lived eight and twenty years all alone in an uninhabited island on the coast of America, near the mouth of the grand river Oroonogue, having been cast on shore bij shipwreck, wherein all the men perished but himself with an account how he was last as strangely deliver'd bij pirates. Written bij himself".

Dat laatste klopte niet, het was geschreven door Daniel Defoe, maar verder klonk het aardig accuraat: de grote rivier is de Orinoco en de monding ervan situeert zich in Venezuela. Het lijkt overigens een bij uitstek literaire rivier. De Duitse wetenschapper, ontdekkingsreiziger, staatsman en schrijver Alexander von Humboldt beschreef haar al na een reis in 1799. En de grote Cubaanse schrijver Alejo Carpentier liet in Heimwee naar de jungle (Atlas), zijn meesterwerk uit 1953, het hoofdpersonage een tocht langs de rivier maken. Hetzelfde deed Redmond O'Hanlon in zijn bekende reisboek In trouble again, dat hier vertaald werd als Tussen Orinoco en Amazone (Singel Pocket), terwijl het zich eigenlijk afspeelt in het stroomgebied van de Orinoco en Rio Negro, een zijrivier van de Amazone die honderden kilometers verder ligt. (Tot zover dit aardrijkskundige terzijde.)

Een onbewoond eiland voor Venezuela dus. Tobago durft zich al eens aanprijzen als het eiland van Robinson Crusoe. Onwetende toeristen kunnen er zelfs de grot van Robinson bezoeken, maar daar klopt natuurlijk niets van. Tobago was het niet, dat ligt te ver en is te groot; andere eilandjes in de regio kunnen meer aanspraak maken op de omschrijving van Defoe.

Er bestaat een eiland dat sinds 1966 officieel de naam Isla Robinson Crusoe draagt, maar dat ligt wel compleet aan de andere kant van het Amerikaanse continent. Boudewijn Büch bezocht het en schreef erover in Eenzaam (Singel Pocket), het tweede deel van zijn onvolprezen eilandenreeks. Het maakt deel uit van de Juan Fernández-archipel, die staatskundig bij Chili hoort. Het ligt op ongeveer zeshonderd kilometer afstand van het Chileense vasteland, en dus ook wel héél ver verwijderd van de situering van Defoe, in een andere oceaan en aan de andere kant van de evenaar. Een weinig herbergzaam eiland ook, dat lange tijd werd gebruikt als gevangenis- of duivelseiland. Isla Más a Tierra heette het tot de Chileense regering in 1966 besliste het naar Robinson Crusoe te noemen, terwijl een ander eiland van de archipel voortaan Isla Alejandro Selkirk zou heten. Alexander Selkirk (1676-1721) was een Schotse zeeman of zeerover die vanaf 1704 meer dan vier jaar doorbracht op een onbewoond eiland van de Juan Fernández-archipel, niet het eiland dat later naar hem werd genoemd, maar het Robinson Crusoe-eiland.

Het boek van Defoe was fictie, hij schreef het op basis van verscheidene bronnen, waarvan de belangrijkste het verhaal van Selkirk was. Boudewijn Büch speurde het allemaal na. In Eenzaam stelt hij dat er over het boek al dikwijls, misschien zelfs te vaak is geschreven, maar over wie model stond voor Robinson te weinig.

Büch schreef dat in 1992. Zijn fanatieke bibliomanie kennende zal hij voor zijn dood tien jaar later wel in het bezit geweest zijn van het in 2001verschenen Serkirk's Island van Diana Souhami, vertaald als Selkirks eiland (Anthos). De belangrijkste feiten had Büch overigens al uit andere bronnen bijeengesprokkeld. Na een ruzie met de kapitein vroeg Selkirk in 1704 zelf om van boord te worden gezet op het eiland. Wellicht veronderstelde hij dat hij vlug door een passerend schip zou worden opgepikt. Maar hij bleef er vier jaar en vier maanden moederziel alleen. Pas in februari 1709 werd hij opgepikt door kapitein Woods Rogers, die het verhaal beschreef in zijn in 1712 verschenen reisjournaal. Het was een van de bronnen van Defoe, naast een interview met Selkirk uit 1713.

Dat maakt zijn boek daarom niet minder sterk. Het kreeg dan ook veel navolging, hoeveel zogenaamde 'Robinsonaden' zijn er sindsdien niet gepubliceerd? Lord of the Flies van William Golding is een bekend voorbeeld. In Nederland was er bijvoorbeeld Doeschka Meijsing met haar roman Robinson. Er verschenen ook parodieën en correcties. Michel Tournier schreef bijvoorbeeld Vrijdag, of het andere eiland (Meulenhoff), waarin Vrijdag een dominanter personage was.

Ook J.M. Coetzee schreef in 1986 een corrigerende parodie: Foe (waarmee hij verwees naar Defoes originele naam). Een Nederlandse vertaling verscheen destijds bij Agathon, maar het boek wordt nu heruitgebracht door Cossee als Mr. Foe en Ms. Barton. Coetzee vertelt het verhaal vanuit het standpunt van een vrouw die aanspoelt op een eiland waar ze een zekere Cruso ontmoet. Hij leeft er rustig volgens strikt hiërarchische regels met zijn slaafje Vrijdag. Als ze hem vraagt waarom hij in al die jaren geen boot heeft gebouwd om te ontsnappen, antwoordt hij: "Een geredde Cruso zou de wereld ernstig teleurstellen".

Waar was dat eiland van Robinson Crusoe nu precies

gelegen?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234