Donderdag 01/10/2020

Eigentijds en tijdloos tegelijk

Er is één manier om niet uit de mode te zijn, en dat is mode maken. Als iemand zijn leven volgens dat adagium leidde, dan wel David Bowie. Een icoon van zijn kaliber word je immers wanneer je de tijdsgeest niet enkel kunt vatten, maar ook kunt bepalen.

Iemand die in nauwelijks tien jaar tijd klassiekers als Hunky Dory, The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars en Low uitbrengt, zal altijd worden herinnerd als muzikaal genie, maar die vlag dekt de lading van Bowie's tijdloze personages niet: het brein achter The Thin White Duke en Aladdin Sane was een artiest, in de breedste zin van het woord, met een fascinatie voor film, theater, literatuur, kunst en filosofie. Het is die aandacht voor kunst in al haar verschijningsvormen en de manier waarop hij ze samenbrengt in zijn oeuvre, die de sleutel vormen tot de iconische status die Bowie heeft verworven.

Even terugspoelen naar 1969, het jaar waarin één van de meest gevarieerde en interessante carrières uit de cultuurgeschiedenis een vlucht nam. Het breekijzer voor die carrière heette 'Space Oddity', een song over een fictieve astronaut - de bekende Major Tom - met een ongezonde interesse voor roesmiddelen. Bowie timede de release van zijn commerciële doorbraak met de landing van Apollo 11 op de maan in juli 1969 - kwestie van in te spelen op de ruimtehype - maar veelzeggender is dat hij het nummer deels inspireerde op Stanley Kubricks spraakmakende sciencefictionfilm 2001: A Space Odyssey uit 1968.

Kubricks invloed is ook te zien in het promofilmpje dat 'Space Oddity' vergezelde. De videoclip avant la lettre toont zo niet enkel Bowie's slimme commerciële visie, maar ook de manier waarop Bowie tijdloze én tijdsgebonden culturele invloeden samensmeedde tot een uniek en hip geheel.

Collages

"David Bowie beschikte over een uitstekend talent om ideeën van buiten de mainstream - uit kunst, literatuur, theater en film - te analyseren en uit te kiezen, naar de mainstream te brengen en zo de popmuziek te veranderen", schreef Bowie- biograaf David Buckley in 's mans onofficiële biografie, Strange Fascination. Kubrick is dan ook maar een van de vele voorbeelden bij wie Bowie zijn inspiratie zocht.

Om maar even een idee te geven: in de begeleidende catalogus bij de expo David Bowie Is, die sinds 2013 de wereld rondreist (en nog tot 13 maart halt houdt in het Nederlandse Groninger Museum), wordt Bowie omschreven als de ontbrekende schakel tussen, onder meer, kunstenaar Salvador Dalí, theatermakers Bertolt Brecht en Antonin Artaud, dichter William Blake, componist Philip Glass en acteur Charlie Chaplin.

Een cynicus zou dan zeggen dat Bowie weinig meer was dan een dief. Maar hij was wel een dief die met al zijn gestolen materiaal collages kon samenstellen die hem tot een uithangbord van zijn generatie, en van de generaties daarna, maakten. De lijst met voorbeelden daarvan is eindeloos. Op Hunky Dory alleen al knipoogt hij naar voorbeelden als Andy Warhol en Bob Dylan, refereert hij aan Nietzsche en de esoterische auteur Aleister Crowley ('Oh! You Pretty Things') en op de hoes poseert hij als Marlene Dietrich. De titel van zijn hitsingle 'The Jean Genie', vanop de plaat Aladdin Sane, verwijst dan weer naar de Franse dichter Jean Genet.

Verder bracht hij George Orwells roman 1984 bij een groot publiek door de thematiek te verwerken in zijn album Diamond Dogs (met de successingle 'Rebel Rebel') en modelleerde de hoes van The Man Who Sold the World naar schilderijen van de kunstenaar Dante Gabriel Rossetti en het uiterlijk van Hollywoodster Lauren Bacall. De commedia dell'arte-clown Pierrot, een erfenis van zijn verleden als pantomime-artiest in de jaren 60, mengde hij dan weer met funky rockmuziek op Scary Monsters (And Super Creeps).

Smaak van het moment

Die fascinatie voor tijdloze kunst en cinema mengde Bowie met de smaak van het moment. Want ondanks zijn interesse voor obscure artiesten en kunstenaars, hield de zanger wél steeds de vinger aan de pols van wat 'in' was. Undergroundgenres als krautrock en technopop, in de stijl van Kraftwerk en Neu!, spotte Bowie nog voor ze hip waren, en verwerkte hij in succesplaten als Low en Heroes, die dan weer geproduceerd werden door Brian Eno, het brein achter de populaire band Roxy Music. Dat hij ondertussen ook talent als Iggy Pop lanceerde, door platen als The Idiot en Lust For Life te produceren, toont aan dat Bowie zowel de muziekmode volgde als de muziekmode bepaalde.

Dat heeft hij niet zijn hele leven volgehouden: naarmate de jaren 80 vorderden, leek hij zijn bepalende stempel kwijt te spelen, en dankte hij zijn grootste successen als 'Let's Dance' en 'Under Pressure', een samenwerking met Queen, eerder aan het inspelen op trends dan aan het zelf zetten ervan. De verveling, die hij eerder wist te vermijden door steeds van personage te veranderen, sloeg langzaamaan toe: niet alleen de flamboyante, steeds veranderende alter ego's leken verdwenen, maar ook Bowie's talent om de richting van de populaire muziek te sturen.

Misschien is het daarom dat hij zich in die periode ook meer toelegde op niet-muzikale projecten, met rollen in films als WO II-drama Merry Christmas, Mr. Lawrence (1983), de fantasyfilm Labyrinth (1986) en het Bijbelepos The Last Temptation of Christ (1988). Toch kon Bowie de status van allesbepalend cultuurfenomeen niet opnieuw verwerven.

Beproefd recept

Maar helemaal verdwenen was die status niet. Naarmate de flamboyante ster zich meer terugtrok, groeide het mysterie en kreeg het aura dat hij in de jaren 70 kweekte opnieuw vorm. "Het is moeilijk te zeggen wat mijn relatie is met de jongere generatie", liet Bowie zich in een recent interview ontvallen. "Ik denk dat er een blijvende fascinatie is met artiesten uit de sixties, omdat we deel uitmaken van een verleden dat je associeert met persoonlijke vrijheid."

Voor het album The Next Day, volgens velen een nieuw (en onverwacht) hoogtepunt in Bowie's carrière, greep hij in zekere zin terug naar het beproefde recept, ditmaal door naar zijn eigen oeuvre te verwijzen. De hoes is een bewerking van die van Heroes, en 'You Feel So Lonely You Could Die' gebruikt een drumsample van Ziggy Stardust-opener 'Five Years'. En bovendien kreeg Bowie weer hulp van het kruim van de moderne cultuurwereld: in de clips voor 'The Stars (Are Out Tonight)' en 'The Next Day' draven gerenommeerde acteurs als Tilda Swinton, Gary Oldman en Marion Cotillard op. En de laatste video verwees, naar goede gewoonte, naar een klassiek kunstwerk: Boccaccio's Decamerone.

Met The Next Day en zijn recente plaat Blackstar was David Bowie weer terug van nooit helemaal weggeweest. En dat de culturele impact van Major Tom, Ziggy Stardust en Aladdin Sane nog niet meteen zal verdwijnen, blijkt uit de tweet die het Duitse Ministerie voor Buitenlandse Zaken gisteren uitstuurde: "Nu hoor je bij de Heroes. Bedankt om de Muur mee af te breken." Mocht u er nog aan twijfelen: David Bowie was méér dan een muzikaal genie.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234