Zondag 25/07/2021

'Eigenlijk wil ik ver van de wereld verblijven, af en toe'

'Ik ben de workaholic die het liefste van alles de hele dag in zijn bed zou willen vegeteren. Mijn vader zei het vroeger al tegen mij: 'Jij bent de vadsige koning'''Pff... Liefde, het is zo'n ongemak. Soms. Meestal. Ik bedoel de relationele liefde, de verbinding. De liefde van de vriendschap is voor mij veel minder complex'

Tussen eb en vloed

Pat Donnez, notoir radiomaker, prijsbeest, bedenker van Piazza, van reeksen over Boon en Bomans, stem en vraagsteller van Titaantjes, heeft het niet zo voor de zee. 'Die lange, lelijke hoer', noemt hij haar tijdens ons gesprek. 'Ergernis voedt mij, maar ook mildheid, luisterbereidheid, zelfs sentiment.' Donnez is vooral met gestolde tijd bezig, zegt hij, niet met getijden.

Marijke Libert / Foto's Filip Claus

Decor: hotel Bristol te Heist. De warmte van voldane geschiedenis, met daglicht ingestreken muren en harde linnen servetten. Op ons bord de platte keizer van de zee, de tong, gepast gebakken - knapperig én sappig - en lui over het brede visbord uitgestrekt. In het glas een pinot noir die hoewel gedistingeerd koel ook vrolijk durft te zijn. Buiten hangbuiklucht, regen voor de zon, maar binnen lijkt de hemel binnen handbereik, want hier wisselen verhalen van eigenaar en worden bekentenissen doorgegeven.

Een bekentenis kenden we voor we samen aan tafel gingen. Onze praatgast tussen eb en vloed, de gevierde radiomaker Pat Donnez, mág de getijden niet. Letterlijk heeft hij de zee ooit uitgekotst, vele jaren geleden. Na drie uur liggen, wachten, steunen, kreunen, op zijn rug in het zand. Sindsdien: nooit meer. Nooit meer zee. Toch kwam hij op ons verzoek terug. Hij kijkt naar de branding en fronst weer. Ik wil troosten, het klinkt ongewild streng. "We worden voorondersteld blij te zijn met dat aanspoelen", zeg ik, "met die einder, dat gigantische mangat. Wie leeft in een zee-land, hoort die zee op z'n minst te dulden."

Pat Donnez: "Ik kan bij het rondkijken enkel denken aan versregels zoals 'de zee maakt me wee, het is een cliché'. Ik heb dus last van het cliché zee, van dat overdonderd zijn, het moeten krijgen van zintuiglijke ervaringen, van alliteraties met z...zilte..zee."

Willem Kloos.

"Voilà... de vele horizonten die dienen ontwaard, beelden van schepen die dobberen aan de kim..."

Paul van Ostaijen.

"Inderdaad, altijd weer die zeikkano van Van Ostaijen die schuift naar de zee, met de schuivende maan. (zucht, haalt beetje moedeloos de schouders op) Als ik voor de zee sta, kan ik maar één vierwoordzin bedenken: waar is de nooduitgang? (schatert)"

En wat met de romantiek, de passie, het staren naar de sterren, hand in hand of handen elders, of met en in elkaar bewegend voor de eerste keer? Ook iets typisch voor zee en strand.

"Kan zijn, maar ik moet dan meteen weer aan slechte huwelijksvieringen denken, aan dat onbeschaamde verhaal dat er nog altijd rondgaat van de moeder die met haar dochter naar het strand trekt, zand in haar hand schept, en zegt (geaffecteerd): 'Kindje, luister, als je later groot zal zijn, zul je begrijpen dat je in de relatie elkaar moet loslaten', waarop ze de zandkorrels door haar vingers laat wegglippen. Bah."

Nochtans, beste zeehater, u vertelde mij een paar dagen geleden over de telefoon dat uw grootvader matroos was op de lange omvaart. Water en zee waren zijn biotoop.

"(knikt) Ik kan behalve de zee niets verzinnen wat we niet deelden met elkaar. Mijn grootvader heeft me bijvoorbeeld Claude Debussy leren kennen. Wij hadden niet het soort jeugdboekenrelatie à la 'grootvader vertelt'. Onze relatie was er een van 'voor wat hoort wat', van 'ik leer jou Debussy kennen en jij toont me waar jij mee bezig bent'. Ik kwam dan met Ian Dury and the Blockheads aanzetten. Waarna mijn grootvader zei: 'En nu Pablo Casals, om je te straffen'. (lacht luid) Iets later kwam Proust. Geen straf."

Vanwaar haalt een ruige matroos een dergelijke kennis en sensitiviteit?

"Hij was polyglot, Franstalig, maar vooral genetisch bezwaard, literair bezwaard. Een erfenis die hij me rechtstreeks doorgaf. De generatie ertussen, die van mijn ouders, is eraan ontsnapt.

"Mijn grootvader had een collectie van drieduizend boeken, niet niets voor een matroosje. Toen ik bij hem binnenkwam, had ik de indruk dat al die literatuur, al die boeken op mij afkwamen. Ik werd overdonderd door het woord. Tussen mijn grootvader en mij heerste een stilzwijgende samenzwering. We hadden het ook over zijn avonturen in Latijns-Amerika, Peru, Argentinië, maar over de zee moest hij zwijgen. Ik ben ook nooit met hem naar de zee geweest, wel een paar keer naar Antwerpen, naar de haven om de boten te zien vertrekken, door die brede geul, over de Schelde."

De evidente boog zou zijn: vandaar dat de jongen gebiologeerd werd door de sterke quotes, met de zeemansverhalen in zijn kinderhoofd, maar dat was het dus niet.

"Nee. Het lag elders. Als twaalfjarige was ik geobsedeerd door het niets. Je kent dat solipsisme wel van 'als ik mijn ogen toe doe, bestaat de wereld niet meer'. Ik sliep toen samen met mijn broer in dezelfde kamer. Toen ik voor de honderdste keer voor me uit zat te mijmeren van 'niets, niets, wat is dat' riep hij ineens: 'Hou op met dat gezeur over het niets. Straks stoppen ze jou in een gesticht en onze familie heeft het veel te druk om jou te komen bezoeken, dus denk aan alles wat je wilt maar zwijg over dat niets'. Die jongen was een hartaanval nabij. Ik heb toen gezworen dat ik er niemand meer mee lastig zou vallen.

"Later is die zoektocht wel een deel van mijn werk geworden. Ik denk dat ik ergens naar dat niets peil bij mensen die bij mij langskomen, in de studio. Voor de rest is radiomaken zoals ik het doe het najagen van de wind. Ik ben me daar ontzettend van bewust. Daarom ook zit ik bij de radio, omdat het lucht is, een zucht, wat woorden en weg, voorbij."

Hoe verbindt u die gedachte met wat u ooit eerder zei, dat radio zo dicht bij de literatuur ligt? De literatuur wil net de vergankelijkheid counteren.

"Hier stoot je meteen op dat grote contrast diep in mij. De drang om met het moment bezig te zijn én de drang om te schrijven voor de eeuwigheid. Radio, althans wat ik ervan tracht te maken, biedt troost en daar ligt de link. De troost voor de vergankelijkheid."

Indien men al uw 'vergankelijke' radiostukken, uw 'Titaantjes', bijeen zou zetten zou men wel een schakeling of een lijn zien, denk ik.

"Heel pertinent wat je zegt. Ik durf nog verder te gaan: bekijk die lijn goed en je krijgt mijn autobiografie. Dat is ijdel, geef ik toe, want uiteindelijk doen jij en ik in ons interviewvak niet meer of minder dan even stiekem meeluisteren en dan weer verdwijnen."

Stel, we bekijken uw verkapte autobiografie, waarop zouden we stoten?

"Vooral op wat er doorheen die gesprekken niet wordt gezegd. Op veel betekenisvolle stiltes."

Weer het niets? Gaat de gedreven interviewer niet naar het doosje op zoek dat speciaal voor hem opengaat en waarin een parel blinkt?

"Jawel, maar die parel kan heel stil zijn."

Welke stilte is u bijgebleven?

"Een burleske. Wilfried Martens vertelt over een wandeling in Sleidinge met een vriendinnetje, toen hij twaalf jaar oud was. Martens en vriendinnetje komen aan een beek met brugje. Martens zegt: ga jij maar over het bruggetje, ik spring over de beek. Hij, KSA-jongen, moest zich natuurlijk laten gelden. Het meisje loopt over de brug. Hij staat aan de oever en kijkt naar haar. Ineens stopt het verhaal. Ik stel hem daarop de vraag: 'En wat zag u?'. Er volgt een geladen stilte en dan: 'Ik zag in het water dat ze geen slipje aan had, hein'. Weer stilte, doosje opengegaan en dan weer doosje dicht. Muziek. Ik wou niet meer doorvragen want die stilte zei alles over die complexe wereld met erin dat kleine boerenjongetje dat voor de eerste keer een broek vol goesting krijgt en dat zo niet mag noemen, of zelfs maar mag bedenken."

Verlangt u zelf ook naar stiltes, verstilling?

"Mijn grootvader vertelde ooit het verhaal dat Proust aan Debussy vroeg: 'Waar zou jij het liefste van alles willen wonen?'. Debussy antwoordde: n' importe où mais hors du monde. Ik sluit me daarbij aan. Eigenlijk wil ik ver van de wereld verblijven, af en toe."

Maar u bent geen misantroop, anders zou u de mensen niet zo aanvoelen zoals u in interviews doet.

"Ik ben geen misantroop, wees gerust."

U trekt zich jaarlijks omstreeks kerst een week lang terug in een klooster, onbereikbaar voor iedereen.

"Ik heb dat nodig. Ik trek de stop uit het bad en laat me leeglopen. Ik ga zitten en vergeet de wereld, mediteer op mijn manier. Langzaam voel ik die wereld dan uit mijn lichaam wegtrekken. Het is een soort zuivering. Je weet, in dit vak kom je met veel mensen in aanraking. We leven ons in mensen in, kruipen in andere hoofden. Het is slopend en op een bepaald moment moet je herstellen. Vergelijk het met Bush (lacht hartelijk), die heeft naast zich een mannetje lopen dat klaar staat met een ontsmettingsmiddel wanneer Bush te veel handen heeft gedrukt. Dat klooster is een beetje mijn ontsmettingsmiddel."

Is het een klassieke kloosterorde, of een boeddhistisch klooster?

"Klassiek, maar laat er voor de rest geen misverstand over bestaan: ik ben een goddeloze, of nee, ik moet zeggen: 'Ik ben een religieuze agnost'. Ik weet het dus echt niet en ik vind het geen interessante vraag of God bestaat of niet. Hoeft niet gesteld."

Welke vragen dienen wel altijd opnieuw gesteld?

"Confronterende vragen. Als je naar een evenwicht zoekt, moet je je af en toe uit evenwicht durven te laten brengen. Ik ben een beetje een zachte provocateur, wil mensen uit hun tent lokken met evidente vragen. Ik vind wat ik doe poepsimpel. Alleen de vraag 'bent u gelukkig' vind ik heel oninteressant. Wat moet je daar nu mee?"

Dat is van het genre 'wat gaat er nu door u heen'?

"(lacht luid) Exact. Of 'hoe is het'. Laatst stond ik in de VRT-lift toen die vraag werd gesteld. De man tot wie de vraag was gericht antwoordde: 'Slecht, heel slecht'. Ik heb nog nooit zo'n stille overvolle lift meegemaakt als die. Niemand wist hoe zich te gedragen, niemand vroeg ook waarom."

Wat vinden uw gasten de moeilijkste vraag om te beantwoorden?

"'Hoeveel verdient u?' Dan zuchten ze altijd heel diep. Je krijgt drie mogelijke reacties. Een. Ze noemen meteen het bedrag. Politici bijvoorbeeld doen dat tegenwoordig, al weet ik niet of ze daar al hun bestuursmandaten bijtellen. Twee. Ze gaan er omheen fietsen met uitvluchten zoals 'hangt ervan af' of 'ik heb een bvba' of 'mijn vrouw doet de financiën'. Drie. Ze liegen of zeggen dat ik er geen affaire mee heb.

"Waarom stel ik die vraag steeds opnieuw? Niet omdat ik het echt wil weten. Het interesseert me geen zak, ik ben het bedrag meteen weer vergeten. Wel belangrijk is dat het iets zegt over de geïnterviewde. Als je een eerlijk antwoord krijgt, zegt dat veel over het gesprek dat eraan vooraf is gegaan, dat in diezelfde toon is gekleurd. Iemand die brutaal staat te liegen of zegt dat ik er geen zaken mee heb, heeft wellicht in de loop van het gesprek uitspraken gedaan die niet zo koosjer zijn."

Welke vragen durft u bijna niet te stellen?

"Ik ben niet bang om vragen te stellen omdat ik niet durf. Er zijn wel vragen die ik niet stel omdat ik ze wil overlaten aan de vakbekwamere collega's van de roddelpers. Ik stop graag op een moment waar anderen liever beginnen. Precies dat stoppen, dat braakliggende terrein van de fantasie prikkelt me. Verder wens ik de sereniteit te bewaren in deze opwindende tijden waarin de blonde babe die leerde zwiepen met haar siliconenborsten over zoiets futiels als de G8 haar licht mag laten schijnen en de Afrika-specialist pas in de aandacht komt als hij met zijn gat wil schudden."

Hebt u het nooit moeilijk met bekenden interviewen?

"(grijnst) Ik ga even uitglijden. Ik ben een hegeliaan. Ik geloof dat de geschiedenis niet gemaakt wordt door een paar groten der aarde, maar dat de groten slechts groot konden zijn omdat op een bepaald ogenblik dingen in de lucht hingen die daarvoor zorgden. Zoals bepaalde kiemen in een hangar ervoor zorgen dat je goede geuze krijgt, zo kan een gepaste tijdgeest mensen aansteken, bevruchten in het geval van Ghandi of besmetten in het geval van Hitler. Maar hoe meeslepend ze ook geleefd of gedacht mogen hebben, in the long run zullen ze bij hun naam een steekwoord vinden. Clinton, de sigaar, Raegan, de cowboy. Met de rest, de achtergronden, zijn we niet meer bezig."

We hebben de voorbije jaren de invasie van de emoties gehad in het journalistieke werk. Voor of tegen?

"Zeer voor. Ik hou van die grote emoties, passie, liefde, angst, verdriet... Ik geloof niet in Daniel Golemans emotionele intelligentie. Dat is literatureluur voor de abonnees van Goed Gevoel en Genieten. Ik geloof wel in intelligente emoties."

Welke zijn de emoties waarover u het liefst geen vragen krijgt, stel dat men eraan zou denken u te interviewen?

"(langere stilte) Dan zal het de liefde wel zijn, zeker."

En stel dat men daar tijdens zo'n interview op door zou willen gaan en zou vragen, hoezo, de liefde?

"Pff... Liefde, het is zo'n ongemak. Soms. Meestal. Ik bedoel de relationele liefde, de verbinding. De liefde van de vriendschap is voor mij veel minder complex."

Omdat de vriendschap met mannen is en de liefde, in uw geval, met vrouwen?

"Beslist. Kijk, ik loop niet hoog op met idealen, idealisten vind ik altijd een onbetrouwbare soort. Op mijn twintigste had ik echter één ideaal dat ik koesterde: 'De man en de vrouw zijn gelijk'. Ik dacht dat er maar één verschil was: de ene het gleufje, de ander het zakje. Vijfentwintig jaar later moet ik constateren dat ik een afvallige van mijn eigen geloof ben geworden. Ik weet nu: vrouwen, ou bien on les comprend ou bien on les aime. En ik, ach, ik loop over van begrip. Ik zei onlangs nog tegen een vriendin: 'Als er een God zou bestaan, dan zou het alleen een man zijn, want alleen een man is in staat om zoiets goddelijks te scheppen'."

Wat is me dát zeg!

"Tja, dat zei zij toen ook. Ze antwoordde mij bloedserieus: 'Ik zou voor geen geld van de wereld met jou samen willen wonen, lijkt me ondoenbaar. Jij zet ons op een verhoog'. Dat is nu mijn probleem. Ik ga een vrouw adoreren, ik durf ze te bezoeken zoals je vroeger een tempel bezocht. Ik ga ze bewieroken en sacraliseren. (stopt ineens) Passons... Hoor, ze spelen hier Jamie Cullum..."

Is werken voor u een soort passie?

"Ik ben de workaholic die het liefste van alles de hele dag in zijn bed zou willen vegeteren. Mijn vader zei het vroeger al tegen mij: 'Jij bent de vadsige koning'."

Uw vader was een middenstander, een harde werker.

"Nee. Hij was meer de zakenman, type jobhopper. Toen hij onlangs verjaarde en zijn oude collega's uitnodigde, bleken die uit wel vijftien verschillende bedrijven te komen. Heel rusteloze man. Ik ben het tegendeel, ik zit al mijn hele leven op de VRT."

Uw moeder was een bekende... feministe.

"Zeg maar Dolle Mina. Tuinbroektype, je weet wel, maar dan een van de eerste. Heel erg. (lacht)"

Jij, hegeliaan, ik mag nu even freudiaans reageren: vandaar!

"Wat? Ah, met de vrouwen. Zou kunnen. (zwijgt) Het kan. Ik kan me daar nauwelijks over uitlaten."

Praat u niet graag over uw moeder?

"(heel lange, 'betekenisvolle stilte') Moet het? Het is niets bijzonders hoor, misschien lijken we erg op elkaar zonder dat we dat willen toegeven."

Vindt u het belangrijk dat uw familieleden goed vinden wat u doet?

"De verleiding is groot om te antwoorden dat áls ik me al wil bewijzen, ik dat vooral tegenover mezelf wil doen. De waarheid gebiedt me te zeggen dat ik het ook voor anderen doe en daar zal die familie bij horen. En toch, hoe ouder ik word, hoe minder ik die dwingende behoefte voel om te zeggen: kijk, mama, zonder handen. Ik val wel een beetje buiten mijn familie. Allen kunnen zich op een enorme praktijk voor het fornuis beroepen. Ik weet veel over eten, maar het is verliteratuurd, ik léés kookboeken, ik máák geen eten, spendeer fortuinen in restaurants. Mijn familie dus niet. Mijn moeder is huishoudregentes, mijn broer chef-kok en mijn zus werkt in de horeca. Stel je onze kerstfeestjes voor. Een ware beproeving. Wat moet ik daar met de romans, de films en de theaterstukken die ik gelezen of gezien heb? Ik voel me een beetje een outlaw."

Bent u ook een outlaw omdat u werk doet dat er eigenlijk geen is, in hun ogen dan?

"Mijn vader noemt mijn werk een slecht betaalde hobby. De media is volgens hem vrijwilligerswerk."

Raakt dat u?

"(ferm) Nee."

Dat zegt u wel heel snel.

"Ik zeg dat snel, omdat ik vind dat hij gelijk heeft. Wat ik doe, is vrijwilligerswerk."

En wat met die trots die men hoort te hebben?

"Ik geloof niet dat mijn vader bedoelt dat ik iets anders moet gaan doen. Hij stelt gewoon vast dat het én slecht betaald is én dat ik met het vuur van de gedreven vrijwilliger werk. Dat klopt. Mijn vader volgt me wel, hoor."

Maar dan op z'n Dreverhavens in Bordewijks Karakter?

"Mmm. Misschien wel. Dan kan ook een drive geven aan jouw keuze of jouw creativiteit. Hoewel, wat heet kiezen? Ik ben in dit vak gerold. Ik deed burgerdienst bij Yvonne Lex toen mijn vriendin me inschreef voor het VRT-examen. Ik begon dan later op de Wereldomroep voor de paters in Afrika de toptien te presenteren. Dan groeide dat organisch naar reportages en interviews maken, producer worden. Altijd buiten de schijnwerpers, in de luwte."

Iemand zei ooit toen hij u tegenkwam: ' Zo zo, u bestaat echt"

"Dat is werkelijk gebeurd. De teleurstelling stond op zijn gezicht te lezen. Dat illustreert het romantische en achterhaalde idee dat in dat bakje iemand zit die niet 'te zien' is. Ik cultiveer dat. Geen groter genot dan op maandagochtend op de trein tussen Mechelen en Brussel in een mij bekend coupeetje te gaan zitten tussen mensen van wie ik weet dat ze naar Titaantjes luisteren en daar zonder dat ik herkend word naar de commentaren te luisteren. Ik ben gefascineerd door de maskerade."

Idealisten, zei u daarnet, zijn doorgaans onbetrouwbare mensen. Wat dan met uw engagement? U zet zich in voor de Wereldwinkel. Hoe onbetrouwbaar bent u zelf?

"Ik vind die blinde, bijna catechetische bewondering voor dé idealist, type Bono of zo, getuigen van een collectieve verdwazing. Bij mij roept zo'n engagement vooral vragen op. Het zal Bono's zaak, zijn persoon wel dienen, denk ik dan, en ik vind dat zelfs geen stoute gedachte. Het is een logische analyse. Het is niet oneerbaar dat Bono dat doet, als hij er tenminste voor durft uit te komen. Als hij zou zeggen: 'Een van de deelaspecten van mijn pr-apparaat Bono is 'ik bekommer mij om de wereld'', geen probleem. Het engagement van Bono is niet beter of slechter dan wat ik voor de Wereldwinkel in of all places Zemst toe. Dat is ergens goedgemutst binnenkomen, grapje verkopen, aan een kassa staan prutsen die ik weer niet open krijg en met flegma de zaak weer verlaten."

Op een De Croo-achtige manier aan humanitair dienstbetoon doen.

"Dát is het. En het rare is, men accepteert dat van mij. Ik doe het vooral omdat het mij een beetje van dat oneerlijke cynisme en de onnozele ironie weghoudt, twee verschrikkelijke beschavingsziektes. In de achttiende eeuw bestond dat ook, ironie, maar het betekende toen 'er staan met een mening'. Ironie vandaag is het omgekeerde. Het is geen statement meer, maar een wapen. Het is je vooral niet uitspreken over de toestand van de wereld. Ik heb een broertje dood aan mensen die alleen maar ironie kennen, die nooit durven te zeggen waar ze echt voor staan. Dat is misschien mee de reden waarom ik me engageer bij Oxfam. In al mijn hulpeloosheid en onhandigheid, met al mijn brede gebaren die niets voorstellen, durf ik daar toch te zeggen: ik heb die ambitie, dat domme idealisme, om in Zemst kerstverpakkingen rond fietsjes gemaakt uit colablikjes te doen. Het is mijn kleine, simpele mening."

Van Nescio, de schrijver van het boek Titaantjes, een inspirator van u, is de zin bekend: 'Schrijft u over mij maar niets'. Is dat mee de reden waarom u het moeilijk had dit interview te doen. U wilt geen meningen over uzelf verspreiden?

"Ik luister liever. Ik ben doordrongen van de woorden van Pessoa: 'Ik ben niets / Ik zal nooit iets zijn / Ik kan ook niet iets willen zijn / Afgezien daarvan koester ik alle dromen van de wereld'. Mijn werk is niet geïnterviewd worden maar het zelf doen. Er wordt al te veel gecommuniceerd en getaterd in deze wereld."

Zou u in uw eigen programma willen komen?

"Ik denk het niet. Ik zou mezelf niet graag als interviewer hebben. Omdat ik weet dat ik als interviewer een valse trage ben. Ik ben in wezen een charmante man die tijdens een gesprek ineens een 'jump' kan doen en dan 'tjak' zegt. De gast heeft het niet echt door, want ik blijf lief en aardig. Maar op zulke momenten kunnen er stiltes vallen. Ik denk dus dat het met mij een paar keer heel stil zou worden.

"Ach, ik kan zoveel dingen niet. Ik kan niet monteren. Ik weet niet echt hoe een microfoon werkt, technisch ben ik legendarisch onhandig. Ik heb evenwel één zeldzaam talent, zonder er voor gestudeerd te hebben: zodra iemand de studio binnen stapt, kan ik hem taxeren. Een heel vreemde ervaring is dat. Ook vreemd is dat de geïnterviewden zich nadien ook totaal aan mij overgeven. Ik heb ze tevoren niet ontmoet en ik wil ze daarna ook niet meer zien. Geen nazorg, hé, daar zijn bevoegde instanties voor. Ik wil aan die gesprekken ook geen vrienden overhouden."

Bent u heel selectief met vrienden?

"Het ergste wat mij zou kunnen overkomen en het grootste verraad tegenover mezelf zou zijn dat ik moet breken met een vriend. Het is één keer in mijn leven gebeurd. Heel pijnlijk, het is zoals Marsman 'een zieke plek wegsnijden uit jouw lichaam'. Vriendschap is geen liefde, dat is niet de totale overgave, het unieke. Nescio maakt in zijn boek Titaantjes op z'n veertigste een negatieve balans op van de vriendschap. Hij stelt vast dat de idealen niet gerealiseerd zijn en dat de vrienden elkaar zijn verloren. Ik geloof er wel in dat je op je twintigste een zielsverwant ontmoet met wie je dezelfde kwetsbaarheden, gevoeligheden, angsten en verontwaardiging deelt en dat dat kan blijven duren. Heel belangrijk trouwens, dat vrienden dezelfde verontwaardiging delen. Mijn vrienden hebben allen een onpeilbare agressie in zich. Met name over de lelijkheid van deze wereld. Ook ik heb dat. (spreidt de armen)

"Je brengt me naar deze kust, deze 64 kilometer lange, lelijke hoer. Ik wil me daartegen blijven verzetten. Zoals ik me ook tegen dat spuuglelijke VRT-gebouw verzet. De dag dat ik ga werken en dat ik niet meer met afschuw vaststel welke kernreactor mijn bedrijf is, moet ik stoppen. Agressie is echter een component, want tegelijk ben ik ook mild en luisterbereid en zelfs sentimenteel."

En tevreden?

"(gniffelt) We hebben bij de VRT jaarlijks een functioneringsgesprek waar de eerste vraag is: over welke verwezenlijkingen van het afgelopen jaar ben je tevreden. Mijn standaardantwoord is dan: tevredenheid staat niet in mijn woordenboek. Ik ken het niet, the culture of contentment. Ik ben nog nooit tevreden een studio uit gelopen. Een van mijn vorige bazen zei me, vreemd, Pat, durf jij niet gewoon eens genieten van de dingen die jou overkomen. Heel confronterende vraag.

"Ik kan ook moeilijk met complimenten om. Kritiek krijgen lukt me beter. Paulus schrijft in een van de brieven: 'Ik wil in de wereld staan zonder van de wereld te zijn.' Dat is mijn leidmotief. Ik heb het voorrecht af en toe een stukje uit een mensenleven weg te nemen en dat tot radiotijd te bevriezen. Gestolde tijd. Heerlijk. Maar Paulus zegt ook: 'Eigenlijk heb ik gedaan in mijn leven wat ik niet moest doen en niet gedaan wat ik wel moest doen'. (stilte) Dat is helaas mijn tweede leidmotief."

Wat hebt u niet gedaan?

"Ik vind dat ik het weinige talent dat ik heb niet steeds ten gelde maak. Daarom ook koester ik de zin 'plus est en vous'."

Waarom die nood om zoveel te citeren? U zegt het zoveel mooier met uw eigen woorden.

"(lacht) Ik citeer uit respect. Ik geloof nogal in de navelstrengen. We zijn niet alleen, er zijn hulplijnen. Het is tegelijk ook een zwaktebod. Misschien vind ik mezelf nog niet waardevol genoeg en leun ik op de anderen. Terwijl ik ook wel weet.. ik moet mijn eigen tijd bevriezen, mijn eigen woorden spreken."

Uw eigen verhaal maken, schrijven kortom...

"(stilte)"

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234