Zaterdag 12/06/2021

'Eigenlijk is het een oorlog'

Er is een ziekte die aan de fundamenten van Artsen Zonder Grenzen raakt, en ze heet ebola. Omdat ze letterlijk terrein afbakent. 'Een collega vastpakken, kan enkel met een beschermend pak aan', zegt arts Hilde De Clerck. Ze ziet mensen sterven en verloor vrienden. Maar ze gaat door. 'Dit is de perfecte invulling van wat ik als arts wil betekenen.'

Guéckédou. En Meliandou en Télimélé. In dit verhaal zijn dat de namen die zullen vallen. Plaatsnamen waar je je geen lelijkheid bij voorstelt. Vast mooier dan Jette, waar Hilde De Clerck nu aan tafel zit in het gebouw van Artsen Zonder Grenzen. Maar hier schudt ze je de hand en daar zou dat niet kunnen.

Hilde De Clerck is 34 en zat dus in het middelbaar toen in 1995 ebola uitbrak in de Congolese stad Kikwit. Daar hoorde ze zeker van, maar vandaag zegt ze: "Het was zeker niet zo dat ik toen al dacht: ik ga daar ooit werken. Maar ik zat op de Europese school in Luxemburg, waar we woonden omdat mijn ouders er werkten. En de leerkrachten daar drukten ons heel vaak op het hart: jullie leven in een bubbel, beséf dat de wereld anders is. Er werd van ons ook verwacht dat we kritisch waren. Dat was essentieel in mijn vorming. Al zegt mijn broer vandaag: jij wist al toen je acht was dat je dit ging doen."

Transmissieboom

Dit is dus haar leven en dit gebeurde op 18 maart van dit jaar. Vanuit een pediatrisch ziekenhuis in Sierra Leone, waar ze een isolatiecentrum voor lassakoorts ("een klein neefje van ebola") leidde, trok ze de grens over naar Guéckédou in Guinée. Zij, een logistiek medewerker, wat verplegend personeel en drie chauffeurs.

"Het land bleek compleet ontredderd", zegt ze. "Wat daarin meespeelde, was dat het de eerste keer was dat ze met ebola in contact kwamen. In Congo en Oeganda is dat niet zo, en daar zijn ondertussen artsen en verpleegkundigen opgeleid. Maar in Guinée, Sierra Leone en Liberia waren ze niet voorbereid. In die landen was het onlangs nog oorlog en is het algemene gezondheidssysteem nog fragiel. Vandaar de ontreddering. Bovendien waren er snel gevallen in de hoofdsteden en in dichtbevolkte gebieden."

Voor de verschrikking die ebola heet, is dat een cadeau. Niet de overbevolking op zich, zegt ze, wel de hechte sociale netwerken. Al hoeft dat dan weer niet exclusief te zijn: "Je maakt in Guinée begrafenissen mee in dorpen waar amper tien mensen wonen maar waar 250 mensen aanwezig zijn. Ze raken er de overledene aan, en daardoor zijn die begrafenissen zo gevaarlijk."

Rest in peace

Ze liet het woord ontreddering vallen en dat is niet zomaar. Dat was de eerste indruk in Guéckédou, waar de Zwitserse tak van Médecins Sans Frontières als eerste aan de slag ging. "Hoeveel dorpen waren getroffen? Daar hadden we geen idee van. Maar zeker veel: bijna alle patiënten in het gezondheidscentrum kwamen uit totaal verschillende dorpen. Pas na zes weken en veel vragen stellen, konden we min of meer onze zogenaamde transmissieboom opstellen. Je kunt dat vergelijken met een stamboom: je probeert alles terug te brengen tot waar het begon. In dit geval wellicht bij twee kindjes die als eerste ziek waren."

En toen bleek de ernst. "Iemand in een dorp zei: 'We zijn zo blij dat jullie hier zijn. In december hadden we de eerste zieken.' December. Dat was meer dan drie maanden geleden. Over welke verspreiding spreken we dan? In België kunnen we ons dat niet inbeelden, maar mensen verplaatsen zich ginder enorm. Zeshonderd kilometer afleggen om van Guéckédou naar Conakry te gaan: dat doen ze. In het grensgebied zie je wegen die mensen gebruiken en waar ze met hun oogst de ene dag op een markt in Liberia staan en de volgende dag in Sierra Leone. Dat is niet abnormaal."

250 kilometer lang is de rivier in het noorden van Congo waar ebola naar genoemd is, maar wie weet dat nog? Ebola kleeft in de mond als een vieze brij die je zo snel mogelijk wilt uitspuwen. Zeker in het Westen. Maar daar, in dat dorp in Guinée dat Meliandou heet, spraken de mensen niet van ebola. "We gingen er op zoek naar één meisje, en de dorpelingen spraken over 'la maladie mysterieuse'. Uiteindelijk vonden we niet één zieke maar meteen vijf. Van wie er drie kort daarna overleden. Twee andere vrouwen waren uit het dorp gezet. In een bos, op een matje, waar ze wel eten kregen. Technisch gezien was die isolatie niet zo slecht, maar je moet je dat menselijk voorstellen."

"Meliandou konden we niet met de ambulance bereiken, de laatste drie uur moesten we wandelen. Met bij ons één brancard en onze beschermende pakken. Dan kom je aan en tref je dus vijf zieken. Aan één brancard heb je dan niet genoeg. We hebben die mensen beloofd: morgen komen we terug."

Het zijn beelden waar je je niks bij kunt voorstellen. Zoals bij dit. "Op een dag moesten we naar Sierra Leone, naar een ziekenhuis waar duidelijk een probleem was: er waren een paar patiënten met ebola in de gewone dienst opgevangen en enkele mensen van de medische staf waren zelf ziek geworden. Ze waren volop een nieuwe isolatiedienst aan het bouwen, maar die was nog niet afgewerkt. We kwamen daar aan, in de regen, zagen het onafgewerkte gebouw en wisten dat enkele mensen van dat team overleden waren. Dat is het allermoeilijkste: je zág hoe hard en met hoeveel goodwill die mensen gewerkt hadden. Maar je zag ook borden waarop 'Rest in peace' stond. In geen tijd waren er negentig patiënten met ebola in plaats van vijf, en de medische staf was overleden. Er waren nog twee verpleegkundigen voor negentig mensen. Dat had ik nog nooit gezien. Daar kwam ik als enige arts aan en dan kun je niet veel doen. Je moet dat 'medische' eerst even aan de kant schuiven en vooral met volksgezondheid bezig zijn."

"In Sierra Leone en Liberia zijn heel veel slachtoffers in de medische teams zelf gevallen. Dat is verschrikkelijk frustrerend, want die mensen wéten wat ebola is. Maar één foute reflex, even het zweet op je voorhoofd afvegen, kan fataal zijn. En verder zeggen we heel vaak: het is een oorlog. Ook al heb ik nog nooit in oorlogsgebied gewerkt, zo moet het aanvoelen. Zeker in die twee landen, waar straten afgesloten worden, een avondklok is ingesteld en scholen en markten dichtblijven om de ziekte in te dammen. Zoals in een oorlog."

"Af en toe rijd je daar door spooksteden. De manier waarop gemeenschappen, maar zelfs dorpen of families, reageren, fluctueert heel erg. Soms roepen ze onze hulp in. Elders verstoppen ze hun zieken. Dat maakt sensibilisering tot een zeer moeilijke opdracht. We hebben verhalen gehoord van patiënten die weggejaagd werden. Een klopjacht zou ik het nog net niet noemen, maar ze werden wel uit hun dorpen gezet."

Mascottes

Zeven jaar geleden maakte Hilde De Clerck voor het eerst kennis met ebola. Dat was in Congo. Drie patiënten waren aan het sterven, haar ervaren collega's namen haar mee en waarschuwden: als het te zwaar is, zeg dat dan. "Het duurt immers een tijdje voor je dat beschermend pak uit hebt."

Ze glimlacht: "Al na vijf minuten gaf ik aan dat ik het niet aankon. Dat is het verhaal dat je hoort van veel beginnende collega's. De eerste keer is heel zwaar. Maar stilaan wordt dat 'gewoon'. Al moet je dan weer opletten. Routine mag niet. Angst ook niet, maar wel waakzaamheid."

Dat was een kleine epidemie, drie weken later ging ze werken bij een nieuwe uitbraak in Oeganda. Zo bouwde ze ervaring op. "Mensen vragen me vaak hoe het met mijn angst zit. Daar leer je mee om te gaan. Ook als organisatie. Aanvankelijk gingen we in pakken naar begrafenissen of in de ambulance, maar ebola is geen virus dat in de lucht zweeft."

De impact van deze uitbraak blijkt veel virulenter dan alle vorige. Ze vertelt over een man ("ik ken zijn naam, maar die hou ik voor mezelf") in Télimélé, een dorp in Guinée. Een klein dorpje met een klein gezondheidscentrum, 200 kilometer van Conakry. Geïsoleerd op zich, dat is goed, 75 procent van de patiënten overleefde er. Zoals een jongen van tien, zeer artistiek. Zijn tekeningen van auto's en huizen ("ik was zo blij dat hij geen doden tekende") werden in plastic verpakt en opgehangen in het isolatiecentrum. "We konden die immers niet ontsmetten, maar zo kreeg de ziekenzaal toch iets van een art gallery. Hij overleefde. We hebben met die jongen, in onze pakken, nog kaart gespeeld."

Maar op een avond riep een arts Hilde bij zich toen een nieuwe patiënt binnenkwam. Hij zat in de wachtzaal. "Ebola is in het begin heel vaag. Het lijkt wat op buikgriep, mensen klagen over spierpijn. Eerst dacht ik dat de arts iets te voorzichtig was, maar toen zag ik de man: hij was al een dag of zeven ziek, zijn ogen waren rooddoorlopen. Hij zag er uitgeput uit en plotseling zag ik hem staren. In oude richtlijnen staat dat mensen verward zijn, maar dat is het niet. Ze zijn bij, maar ze staren."

"Ik begon met de man te praten. Op het einde vroeg ik hem: wat doe je als job? Hij was taxichauffeur. Toen wist ik het. Taxichauffeurs en ook mensen die met een bootje varen en andere mensen de rivier over brengen, zijn risicoberoepen. Drie dagen later is hij gestorven. Hij werd heel zwak, maar op het einde pakte hij mijn twee armen met heel veel kracht vast. Alsof hij afscheidnam, ook al wist hij het allicht niet."

Zij wist het wel, zoals ze het altijd weet. "Een basisregel is dat je het nooit te mooi mag voorstellen. Ja, je kunt het vergelijken met hoe hier aan mensen met kanker wordt gezegd wat er aan de hand is. Ebola klinkt daar als kanker hier. We zeggen altijd: dit is wat er in je lichaam zit, maar we gaan er alles aan doen om je lichaam gezond te krijgen."

"In Télimélé hadden we ook een verpleger die ziek was. Hij was heel sereen toen hij wist wat er aan de hand was. Hij is thuis met de open ambulance opgehaald, heeft van daar naar zijn buren gezwaaid. Een gelovige man die er 'met Allahs wil' voor ging. Maar zijn vriendin was gestorven en hij wist heel goed hoe laat het was. Zelf probeer ik altijd eerlijk te zijn, maar je mag nooit het laatste sprankeltje hoop wegnemen." Omdat er overlevers zijn. "Dat zijn onze mascottes."

Depeche Mode

Was dit waarvan Hilde De Clerck als meisje droomde? Je kunt je niet voorstellen dat iemand van twaalf zegt: ik ga ebola bestrijden. Dat was ook niet zo. Maar, zoals ze al zei, speelde de internationale inspiratie op die Europese school in Luxemburg een grote rol in haar vorming. Humane wetenschappen, gerichte literatuur en film, de Franse geschiedenisleraar die voor vonken zorgde. "Fransman in hart en nieren, een rugbyfan, maar wel iemand die zei: 'Ik ga je niet lastigvallen met Napoleon, de Koude Oorlog is veel interessanter.' Hij was zelfs visionair. Hij zei toen al dat het belangrijk was de islamcultuur te begrijpen en sprak over de problemen van de veroudering."

"Ik ben arts geworden, een mooi beroep, maar ik was er altijd al van doordrongen dat de noden 'ginds' groter zijn. Voor dat 'ginds' heb je geen politiek correcte termen. In België ben ik huisarts, eerstelijnsarts. Geen infectiespecialist dus. Maar door een extra opleiding in het Tropisch Instituut en mijn werk voor Artsen Zonder Grenzen word je dat wel. 'Ginds' heeft eerstelijnszorg met infectieziekten te maken."

En dan is deze job toch gewoon een droom die uitkomt. "Ik had geen duidelijk beeld voor ogen van wat ik als arts zou gaan doen", zegt ze. "Ik ging er wel van uit dat het 'iets' in het buitenland zou worden. En hoe langer ik dit doe, hoe liever ik het doe. Eigenlijk is het de perfecte invulling van wat ik als arts wil betekenen.

"Maar je moet dit wel voor jezelf doen. Graag doen, er voor jezelf uit halen wat je er uit wilt halen. En dat zit ook in vriendschappen, omgang met collega's. Bijna iedereen die ik ken in deze jobs gaat overigens ook terug.

"Het is natuurlijk wel een aparte manier van leven daar. We mogen elkaar, als collega's, helemaal niet aanraken. Je weet maar nooit of iemand besmet is. Ik heb zelf geen gezin, maar koppels die voor Artsen Zonder Grenzen werken, worden op andere projecten gezet. Het risico is te groot geworden. Het gevolg is wel dat we elkaar, als we onze beschermende kledij dragen, eens goed vastpakken. Dan kan het wel."

Heeft dat met een missie te maken, niet kiezen voor een makkelijker leven als arts in België? Ze heeft een klein appartementje in Antwerpen. Wie hier een goed draaiende huisartsenpraktijk heeft, kan het makkelijker hebben. Eenvoudiger geld verdienen, 's avonds de deur dicht en rekenen op wachtdiensten van collega's.

In Guéckédou of Monrovia, waar ze straks wellicht heen gestuurd wordt, is dat moeilijker.

"In Monrovia hebben we een groot isolatiecentrum met 250 bedden. Dat moet gerund worden als een dienst intensieve zorgen, maar in België vind je nergens zo'n intensive care met 250 bedden. Dat is dus een enorme taak en een grote uitdaging. Toch proberen we ook daar humaan te werken. Zo maken we propere terrassen voor de patiënten, waardoor ze over het hek ook eens met familie kunnen praten. Dat is kwalitatief werk. Maar heel zwaar werk."

Plastic bloemen

Dus is rust af en toe nodig. "We drukken onze mensen wel op het hart af en toen afstand te nemen. Een dag vrij? Ga eens naar het zwembad of naar de zee. Iedereen doet dat op zijn manier. Er zijn collega's die zich op zo'n dag gewoon opsluiten op hun kamer met de koptelefoon op. Dat kan. Maar ik merk hoe moeilijk het voor mezelf is om afstand te nemen. Zelfs als ik, zoals nu, zes weken in België ben.

"In Conakry ben ik één keer gaan zwemmen en ben ik één keer uit gaan eten."

"Ontspannen lukt me nog het best met mijn oude mp3-speler, waarop ik muziek uit de jaren tachtig heb staan. Depeche Mode en Placebo: als ik 's avonds alleen op mijn kamer ben, dans ik daarop. Ik had ook een paar boeken mee, heb eindelijk De schaduw van de wind van Carlos Ruiz Zafón gelezen. Hier in België staat in mijn auto al de hele tijd een cd van Editors op. (lacht) Die zal voor de rest van mijn leven aan dit ebola-jaar blijven plakken."

Uit de manier waarop ze over de taxichauffeur in Télimélé vertelde, sprak heel veel warmte. En, zo vertelt ze, het zijn de persoonlijke verhalen van mensen die helpen bij de verwerking.

Natuurlijk kun je als arts niet elke dode in je hoofd meenemen naar je kamer 's avonds. "Ik praat heel veel met patiënten en stel vragen. Wie hun favoriete zus is? Welk beroep ze uitoefenen. Wat ze graag doen in het leven. Dat maakt van patiënten mensen. Misschien helpt het me om door te gaan."

"Ook de zorg voor mensen die overlijden, vind ik belangrijk. Ik neem afscheid door goed naar hen te kijken. Een minuut, twee minuten. Ik herinner me zelfs veel namen. En ik neem altijd de tijd om plastic bloemen te halen en die bij het opgebaarde lichaam te zetten. Soms maken we foto's voor de familie, die de begrafenis niet kan bijwonen. Dat is voor hen heel belangrijk, als een ritueel bij het afscheid. Maar dat is het ook voor ons.

"We hebben mensen uit de nationale staf van Artsen Zonder Grenzen verloren. Dan neem je even pauze en tijd voor een ceremonie. Maar daarna voel je altijd hetzelfde: het is een oorlog, je kunt ofwel bij de pakken blijven zitten ofwel toch weer aan de slag gaan.

"Elke avond houden we een technische debriefing. Iedereen mág daar naartoe komen, niemand moét. Bijna iedereen is er altijd. Voor die debriefing, maar meestal duurt die niet zo lang. Het is vooral het moment om elkaar verhalen te vertellen en bij te praten, en dat is, voel ik als coördinator, een van de belangrijkste taken. Coachen en luisteren en voelen waar er noden zijn. Zelfs al is het om met onze eigen angsten en paranoia om te gaan. Want ook bij ons zijn die vragen er: kan ik mijn baard beter laten staan of niet, ik voel precies iets aan mijn maag, zou het...?"

"Niemand leert je terug te komen", zegt ze dan.

En dat legt ze zo uit: "Als ik in België ben, dan ben ik zeker niet ongelukkig. Maar vrienden die me op foto's van op het terrein zien, zeggen altijd: 'Je ziet er daar nog veel gelukkiger uit.' Waarschijnlijk zijn wij mensen die intensiteit zoeken en daar veel waarden uit halen. Mijn flamencolerares uit Antwerpen belde me, ze wil iets organiseren. Als ik haar hoor, dan besef ik dat ik die lessen mis. Zoals je geboortes en huwelijken bij vrienden mist. En soms maak je de balans op voor jezelf. Maar die intensiteit is van groot belang."

"Vroeger was het moeilijker. Ik vergeleek België en Afrika wel eens. Maar ik ben daarmee gestopt. Het is gewoon niet te vergelijken. Ik probeer het mooie uit de twee werelden te halen."

Beneden stoot ze op twee collega's die klaar zijn om naar Guinée te vertrekken. Met lachende gezichten en goede moed. En dan komt plotseling nog een verhaal naar boven.

"Toen ik begin september terugkwam, wilde ik eigenlijk op vakantie naar Mozambique. Ik had mijn vlucht geboekt, maar kreeg van collega's te horen dat Mozambique heel erg screent. Met in mijn paspoort stempels van Guinée, Sierra Leone en Liberia bestond de kans dat ze me bij aankomst meteen in quarantaine zouden plaatsen. Dat risico wilde ik toch niet lopen. Ik heb mijn vlucht gecanceld."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234