Zaterdag 31/07/2021

'Eigenlijk ben ik nogal schuchter'

In de voorstelling Koppen van Het Zuidelijk Toneel bestaat de mogelijkheid om de acteurs van erg nabij te volgen. Als je binnenstapt in het originele concept van regisseur Ivo van Hove en ontwerper Jan Versweyveld, krijg je een bed toegewezen dat je moet delen met vreemden, waarbij de personages uit Johan Cassavetes gelijknamige film flirten, ruzie maken en heel eenzaam zijn op soms maar een armlengte afstand. Een van hen is een call girl, met brio gespeeld door Chris Nietvelt.

Nietvelt was al vaker op het Theaterfestival te gast, onder meer op de eerste Nederlandse editie in 1987. Toen werd Le diable au corps van De Witte Kraai geselecteerd, een voorstelling van Lucas Vandervost die eigenlijk als eindexamenproductie was opgezet aan het Antwerpse conservatorium. Sindsdien was Nietvelt onder meer te zien bij AKT, het toenmalige gezelschap van Ivo van Hove, nu directeur van Het Zuidelijk Toneel. Samen met Vandervost blijkt Van Hove een van de sleutelfiguren uit haar loopbaan te zijn. Met hem maakte ze Rijkemanshuis, De tramlijn die Verlangen heet en De onbeminden, om maar drie voorbeelden uit een indrukwekkende rij theatervoorstellingen op te noemen.

Nietvelt vindt interviews niet vervelend, "maar achteraf heb ik dikwijls spijt". "Dat ik denk van: mens, waarom zeg je dat nu allemaal? Wie is hier nu in geïnteresseerd? Ik geloof wel dat ik iemand ben die het hart op de tong draagt. Daardoor ben ik ook vrij rustig: ik ben geen binnenvetter. En natuurlijk kan ik in het theater veel kwijt."

Nietvelt noemt zichzelf "veeleer schuchter" als ze niet op de planken staat, ondanks de loslippigheid waarvan sprake. "Niet dat ik mensenvrees heb of zo, maar klagen in een restaurant over het eten of iets ruilen in een winkel: dat soort dingen laat ik mijn man liever doen. Ik ben niet iemand die hard gaat roepen of die beledigend kan zijn en de mensen vlakaf zegt waar het op staat. Ik ben daar nogal rustig in, maar op het theater is dat anders. In het dagelijkse leven val ik bijvoorbeeld nooit, maar door toneel te spelen zijn mijn knieën bont en blauw geworden. Ik stort mij als het ware in de voorstelling, durf dan ook veel meer, onder het mom van mijn personage. Waarmee ik niet wil zeggen dat theater als therapie kan dienen - dat is voor mij absoluut niet het geval."

Is Nietvelt misschien katholiek opgevoed? Ze lacht. "Ik dacht dat die vraag zou komen. Ik heb in Turnhout twaalf jaar in een schooluniform rondgelopen. Geen internaat nee, we woonden gelukkig aan de overkant van de straat. Maar mijn ouders komen uit grote families van het platteland, de streek rond Kasterlee. Mijn grootmoeder ging tien keer per week naar de mis en controleerde of haar kleinkinderen dat ook deden, of toch minstens één keer per week. Maar toen ik twaalf, dertien was, begon ik mij te vervelen in de kerk. Tot dan had ik mij altijd stilletjes beziggehouden, door streepjes licht te maken met kaarsen bijvoorbeeld. Maar de Boodschap: ik geloof niet dat die is doorgedrongen.

"Op school heb ik in ieder geval ook gemerkt wat ik wèl graag deed. In het vernieuwd secundair onderwijs had je onder meer het vak Nederlandse Expressie. Voor de meesten was dat een vrij uurtje, maar dankzij onze erg goede leerkracht werd mijn interesse gewekt voor literatuur, drama, poëzie. Ik merkte dat ik in dat uurtje een enorm ei kwijt kon. Op den duur kwam de hele klas kijken naar wat ik zou doen die week: een monoloog van Tsjechov, een voordracht... Ik vulde het hele uur in mijn eentje, en dat gaf een kick. Het was zo'n moment waarop je merkt: dit kan ik. Pas later kwam het besef dat ik daar echt mijn vak van kon maken. Tot mijn zestiende had ik nog nooit van het conservatorium of van Studio Herman Teirlinck gehoord. Ik dacht altijd dat zulke beroepen werden doorgegeven, zoals in het circus.

"Het was in die periode dat Eric Antonis (de huidige schepen van Cultuur in Antwerpen, SH) in de Warande in Turnhout werkte. Daar was toen heel wat straattheater en zo te zien. Ik herinner mij dat ik alles goed vond, ik zoog die indrukken op als een spons. Op mijn achttiende vertelde ik mijn ouders dat ik toneel wilde doen - die kregen haast een hartaanval. Ik was een goede studente, dus ik had gemakkelijk iets anders kunnen kiezen. Bij wijze van tussenoplossing ben ik dan maar naar het RITS getrokken, dan kon je nog journalist worden. Maar na een erg ongelukkig eerste jaar ging het dan toch naar het conservatorium in Antwerpen, naar Dora Van der Groen. We hadden 65 uren les per week, en na drie maanden was mijn vader overtuigd dat toneel ook werken was.

"In het tweede jaar aan het conservatorium was Lucas Vandervost mijn docent. Dat waren voor mij belangrijke lessen. We begrepen elkaar erg goed, terwijl het tussen hem en bijvoorbeeld Katelijne Damen helemaal niet klikte. Dat is normaal, theater is altijd zoeken naar een gemeenschappelijke taal. Omgekeerd brachten de lessen van Dora mij in de grootste verwarring."

Ook met Ivo van Hove spreekt ze de taal van de goede verstandhouding, maar vraag niet om dat preciezer uit te leggen, aldus Nietvelt. "Ik denk dat juist het feit dat we dat niet weten, essentieel is. Wat ik aan Ivo intrigerend vind en waarom het zo prettig is om met hem te werken, is dat hij naar mijn gevoel altijd verder gaat. Sommige regisseurs kunnen zich in iets vastbijten en dat onderwerp helemaal uitgraven; wel, dat doet Ivo in één productie. Dat is ook als actrice prettig, want hij wil van mij telkens iets anders. En hij kent mij intussen natuurlijk behoorlijk goed, dus het wordt almaar moeilijker. Wellicht zal er dus weer een periode van rust moeten komen, om er dan weer met volle energie tegenaan te gaan.

"Zo had ik bij de eerste lezing van Koppen iets van: dit is een film, hoe moeten we dat in godsnaam op het toneel doen? Ik was heel wantrouwig, al zaten er wel goede dialogen in. Maar hoe moest dat theater worden? Ivo had intussen aan Jan (Versweyveld, SH) gevraagd: ontwerp het publiek. Toen Jan zijn decorontwerp met al die bedden presenteerde, realiseerde ik mij dat we zouden spelen terwijl bijvoorbeeld mijn moeder daar op een halve meter van mij zou liggen. Het bezwaar dat Koppen eigenlijk een film is, was daardoor meteen verdwenen. Film zit namelijk ook dicht op de mensen - als acteur moet je dan echt spélen, bijna echt zijn. Het was de perfecte oplossing: Koppen werd theater, terwijl wij filmisch konden spelen.

"Het verhaal - over het nachtleven van dertigers en veertigers - bestaat stuk voor stuk uit herkenbare situaties. Mijn personage bijvoorbeeld is een call girl die warmte wil, dat vindt in het personage van Warre (Borgmans, SH). Die laat haar 's ochtends zitten, een zoveelste desillusie. Op zich dus een vrij simpel gegeven, dat bovendien in echte spreektaal wordt gespeeld. In vergelijking daarmee zijn de meeste stukken theatraler, waarmee ik bedoel dat ze een grotere afstand en meer fantasie van het publiek vragen. Door de aparte vorm krijg je bovendien uiteenlopende reacties: sommige mensen zijn een beetje geïntimideerd en kruipen onder hun dekentje, anderen willen liefst repliceren.

"In het begin had ikzelf angst om rond te kijken, niet wetend waar naartoe. Maar na een tijdje durf je meer, bereik je een soort ontspanning die elke avond anders is. Terwijl het tegelijk toch veel energie geeft, spelvreugde ook. Daarom is Koppen voor mij echt ensemblewerk: tot met de mensen van de techniek zijn we elke voorstelling intens samen bezig. Ik hoor van veel collega's die komen kijken dat ze meteen zouden willen meedoen."

Steven Heene

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234