Zondag 24/01/2021

Eigen schuld aan het eigen volk eerst

Claeys boort intelligent naar de diepere oorzaken van politieke problemen maar tegelijk roert hij politieke, culturele en maatschappelijke inzichten dooreen tot één dikke brij

Manu Claeys

Het Vlaams Blok in elk van ons

Van Halewyck, Leuven, 170 p., 498 frank

Geen politicus, wetenschapper of journalist die er nog aan twijfelt dat de strijd tegen het Vlaams Blok geen sinecure is. In Het Vlaams Blok in ieder van ons probeert essayist Manu Claeys dat fenomeen te verklaren vanuit een holistische, allesomvattende benadering. Het Vlaams Blok valt niet te isoleren als politiek probleem, want Vlaanderen heeft met die partij gekregen wat het zocht. Toegegeven: met die stelling neemt Claeys risico's. Hij waagt, hij prikkelt, hij dwaalt en, jawel, hij overtuigt - maar dat pas na tweede lezing.

Gemeten aan het aantal ingezonden lezersbrieven hebben weinig artikels in De Standaard meer ophef gemaakt dan de wel lang uitgesponnen 'lezersbrief' van Manu Claeys. Met de provocerende titel Het Vlaams Blok in elk van ons hield hij in volle kerstperiode (23 tot 30 december 2000), in de beste retraitestijl, een combinatie van bezinning, biecht en boetedoening. Zijn stelling: "Vlaanderen en het Vlaams Blok zijn voor elkaar gemaakt." Anders gezegd: je kunt het Vlaams Blok onmogelijk efficiënt bekampen, omdat de Vlaamse mentaliteit en dus de Vlaamse samenleving de perfecte voedingsbodem zijn voor die partij. In die optiek is het Vlaams Blok het vleesgeworden stukje Kwaad in elk van ons en dus in Vlaanderen. Of beter, stukjes Kwaad, maatschappelijke hoofdzonden, zes om precies te zijn:

De Vlaming cultiveert zijn gebrek aan consequentie (iedereen wil belastingverlaging, maar iedereen vindt het schandalig dat het onderwijs niet meer geld krijgt). Hij heeft een gebrek aan inlevingsvermogen (bijvoorbeeld geen begrip voor de moeder die een fietsend kind verloor, of voor de vreemdeling die zijn land ontvluchtte). Hij heeft te weinig realiteitsbesef (slikt te gemakkelijk ideeën als 'een misdaadgolf overspoelt dit land'). Hij heeft een gebrek aan rationaliteit ("het luie intellectuele Vlaanderen, op maat gesneden voor het Vlaams Blok"), aan durf (hij vereert de underdog) en aan burgerzin (iedereen eist alle rechten, maar niemand wil nog horen dat hij ook plichten heeft). Combineer die kwalen in één persoon, zet zo iemand in het stemhokje, en wacht op het resultaat. Dat heet dan: alweer stembuswinst voor het Vlaams Blok.

In een tachtigtal pagina's werkt Claeys die stelling verder uit, kapittelt hij Vlaanderen en zijn politici als het fout gaat, maar suggereert hij ook alternatieven. Die komen vaak neer op een warm pleidooi voor meer 'ecofilosofie'. Over het algemeen prijst de auteur de groenen als vertegenwoordigers van de politieke stroming die in essentie het verst van het Vlaams Blok afstaat. Volgens Claeys houdt een consequent toegepast groen gedachtengoed de negatie in van alle hierboven opgesomde bruine euvels. Tegelijk rekent hij op het onderwijs, dat in zijn ogen belangrijke sleutels in handen houdt voor het terugdringen van het Vlaams Blok. Het onderwijs maakt mensen mondiger, zet hen aan tot denken, tot creativiteit. Op lange termijn is dat het krachtigste tegengif tegen de bekrompenheid van extreem rechts. Maar tegelijk is Claeys niet naïef. Daarom houdt hij vast aan het cordon sanitaire - en wel de strenge interpretatie ervan - en pleit hij ervoor om het Vlaams Blok ook juridisch aan te pakken.

Manu Claeys ziet ten slotte veel heil in de totstandkoming van een politiek tweestromenland in Vlaanderen. U weet wel: door het langzaam 'oplossen' van de CVP zou het centrum vrijkomen, groeit de politieke bipolariteit, en dat heeft in zijn ogen vooral voordelen. Inhoudelijk, want politieke tegenstellingen kunnen zich scherper aftekenen, het politieke debat kan zuiverder gevoerd worden. Tactisch ook, omdat het Vlaams Blok sowieso uit de boot zal vallen als politiek betekenisvolle kracht.

"De begrippen 'links' en 'rechts' klinken misschien enigszins verouderd," schrijft Claeys in dit verband, "maar zijn niet achterhaald of onbruikbaar, al willen vele CVP'ers en VLD'ers dat graag doen geloven. Plak er andere begrippen op, maar de opdeling blijft." Een verruimde VLD is de kern van dat rechtse kamp, en heeft 'geloof in het eigenbelang' als grondthema - mooier gezegd geloof in het individu. Het nieuw-linkse kamp, waarmee Claeys duidelijk sympathiseert, al waarschuwt hij ook dat het "een zware taak wacht", zal zich verenigen rond "een geloof in de staat als dwanghouder, corrigerend marktdenken, welzijnsverlangen, postmaterialisme, openheid tegenover andere culturen, aandacht voor preventie, solidariteit en emancipatorisch streven", en bovenal "een anti-cynische houding, een geloof dat maatschappelijke onverschilligheid schade berokkent aan het sociale weefsel, het milieu, de economie en de politiek". Vooral in dat kamp ligt de hoop om extreem rechts in Vlaanderen ook inhoudelijk af te blokken.

Soms klinkt Claeys' hoop op een beter Vlaanderen naïef en wereldvreemd, maar intussen schrijft hij per pagina gemiddeld wel één tot twee intelligente opmerkingen. Alleen duurt het ontzettend lang voor je dat ziet of begrijpt, en dat komt door zijn foutieve uitgangspunt: zijn aanval op 'de' Vlaamse mentaliteit - eigenlijk een variant op de Blok-analyse -, die bovendien irritant wordt weergegeven tijdens de eerste hoofdstukken. Claeys' boekje intrigeert, en overtuigt, vooral tijdens de laatste veertig bladzijden, maar dan, valt te vrezen, heeft menig lezer al afgehaakt.

Een voorbeeld. Claeys ziet de Vlaming als een neurotische individualist, iemand die alleen communiceert als hij klaagt. Hij begreep dit fenomeen pas toen hij in het buitenland op de bus wachtte. Dat inspireerde hem tot een neobucolische lofzang: "Je hoort er gesprekken. Er worden grappen verteld en meningen uitgewisseld en adviezen gegeven, en blijken van sympathie. Iemand heeft het over een andere buslijn die je ook naar het stadscentrum brengt. Een ander informeert naar de winkel waar een jonge vrouw haar jekker kocht. En een derde wachtende vertelt jou over die keer toen hij zelf in Vlaanderen was. Over hoe hij er ooit op een bus stond te wachten en over hoe ongemakkelijk stil de mensen toen waren."

Over welk buitenland heeft Claeys het eigenlijk? Over welke paradijselijke hoek op aarde, waar wellicht de zon nog scheen ook, waar iedereen glimlachte, de straten schoon waren en de bussen stipt? Hoewel: of Claeys' buitenlanders komen altijd ruim van tevoren naar de halte, of de bus was te laat, anders bleef er geen tijd voor zoveel gekeuvel en gesnater.

Dit voorbeeld toont aan dat Claeys' gedachtengang soms ook zo lek is als een mandje. De beschrijving van de klagende Vlaming houdt in die zin geen steek dat klagen en zagen en zeuren en zieken niet typisch is voor Vlaanderen alleen. Net zoals stemmen voor extreem rechts zeker niet exclusief Vlaams is. En is er echt zoveel verschil tussen het banale (en door Claeys soms raak getypeerde) gekanker van de Vlaming, en de zogeheten 'kritische zin' van de Nederlander? Wij klagen, zij kritiseren, maar over dat uitwendige culturele verschil heen maken de modale Vlaming en Nederlander hetzelfde punt: ze zijn al snel ontevreden over de prestaties van de overheid en de politici.

Een pluim dus voor Manu Claeys als hij boort naar diepere oorzaken van politieke problemen, maar tegelijk slaat hij vaak te ver door, roert hij politieke, culturele en maatschappelijke inzichten dooreen tot één dikke brij. Als hij hieruit dan conclusies trekt, zijn die allesbehalve scherpzinnig. Neem zijn redenering dat onze hypocriete omgang met verkeersregels een eersteklas illustratie is van een samenleving waarin extreem rechts gedijt. Dat klinkt misschien goed, maar de feiten vertellen een ander verhaal. Zij leren dat Vlaamse politici over het algemeen vragende partij zijn voor strengere verkeersregels (onbemande camera's, et cetera) en een strakkere handhaving daarvan, maar dat de Waalse collega's vaak dwarsliggen, omdat zij de machocultuur van de zware voet meer genegen zijn. En hoe zit het met de extreem rechtse partijen Front National en Agir in Franstalig België? Dat wil niet zeggen dat Claeys volledig ongelijk heeft. Het toont wel aan dat één verklaringsmodel ongeschikt is om het succes van het Vlaams Blok te duiden: de vermeende volksaard van de Vlamingen. Claeys moge de nonsens die hij darover debiteert schrappen, en de overblijvende - en zoals gezegd overtuigende - pagina's verder uitwerken.

Walter Pauli

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234