Maandag 25/01/2021

Eigen gruwel eerst?

Op de Neumarkt in Dresden prijken drie rechtopstaande stadsbussen. Het is een vredesmonument, gemodelleerd naar de bussen die bewoners van Aleppo rechtop zetten om zichzelf te beschermen tegen sluipschutters. De bussen vervuilen al een week het humeur van de stad.

Vandaag wordt het geallieerdenbombardement op Dresden herdacht, waarbij 72 jaar geleden 25.000 burgerslachtoffers vielen. De bussen zijn een idee van Manaf Halbouni (32), een kunstenaar met een Syrische vader en een moeder uit Dresden. "Rouw is universeel", vindt Halbouni, een geboren Dresdenaar.

"Ik heb niks met die oorlog te maken! Dat die moslims daar beneden al eeuwen hun zaakjes niet op orde hebben, dat is niet mijn probleem!", roept een man met overslaande stem, ergens midden in de menigte op het plein. "Ik wil hier op 13 februari onze eigen Duitse slachtoffers herdenken!" Hij krijgt bijval. De man heet Torsten Preuss, en hij is journalist. Ooit schreef hij voor Stern en Der Spiegel. Nu schrijft hij niet meer voor "linkse mainstream media".

"Ja, u zit hier met uw warme billen in Duitsland. Wat kunnen u de mensen in Syrië schelen, die net zo onschuldig sterven als in Dresden?" Een andere man, groot en grijs, baant zich een weg door de menigte om Preuss van repliek te dienen. Hij heet Joachim Traubut. Zijn intonatie is wat belerend. "Ja, wat kan het u schelen als daar in Syrië een hele cultuur verdwijnt."

Voor zich uit duwt Traubut een jongen. "Dit is Mohammed, hij komt uit Homs, hij heeft het allemaal meegemaakt." Dat hij de jongen zo tentoonstelt, vinden sommige omstanders wat ongemakkelijk - niet in de laatste plaats Mohammed zelf, die 16 jaar is en vooral "heel droevig" wordt van het busmonument.

"Ik ken uw zelfgenoegzame linkse praatjes", zegt Preuss. "Onze Duitse cultuur, die verdwijnt." "U hééft helemaal geen cultuur", buldert Traubut terug, "u heeft alleen maar fascistische stront!" Ook hij krijgt applaus.

Pegida-bakermat

De ruzie gaat over veel meer dan over de bussen. Dat blijkt eens te meer als Preuss er nog even aan herinnert dat de bussen precies op de plaats staan waar normaal gesproken op maandagavond Pegida demonstreert.

De bussen leggen bloot wat eigenlijk iedereen weet: er loopt een kloof door de bevolking. En niet alleen door die van Dresden, maar door die van het hele land. Zoals op dit moment overal in Europa.

Je kunt je afvragen of Dresden de goede plek is voor zo'n monument. Dresden als bakermat van Pegida, Dresden als de hoofdstad van Saksen, de deelstaat waar de meeste asielzoekerscentra in brand werden gestoken, maar ook de deelstaat die om die reden steeds weer afgeserveerd wordt door de overwegend liberale tot linkse kwaliteitskranten.

Je kunt ook denken dat je zo'n monument juist in Dresden moet neerzetten, om te provoceren. Zo denkt bijvoorbeeld de burgemeester van Dresden erover, Dirk Hilbert. Hilbert is niet links, hij is van liberale FDP. "Dresden is geen onschuldige stad", zei hij twee weken geleden in een toespraak, waarin hij toelichtte waarom het stadsbestuur had besloten toestemming te geven voor het monument. Sinds die opmerking staat hij onder permanente politiebewaking.

Hilbert hekelt wat hij de "slachtoffermythe" noemt: de in rechtse kringen algemeen gedeelde mening dat er nationaal en internationaal te weinig aandacht is voor het slachtofferschap van de Dresdenaren. In de omstreden rede waarin AfD-er Björn Höcke het Holocaust-monument in Berlijn een "monument van schande" noemde, zei hij ook dat Dresden de ware hoofdstad van Duitsland is, en niet het "multicultureel vervuilde" Berlijn.

Hans, een man met een snor die zich "trots aanhanger van Pediga" noemt, is het met Höcke eens. "Duitsland is een etnische cloaca", zegt hij. Hij zegt erbij dat hij dat niet racistisch bedoelt. Maar volgens Hans zijn er feiten genoeg om te kunnen stellen dat moslims "alleen maar voor problemen zorgen". "Zoals Geert Wilders zegt: niet iedere moslim is een terrorist, maar wel bijna iedere terrorist is een moslim."

En dus, vindt Hans, moeten ze terug naar Syrië. "Ze moeten daar zijn, en ze moeten hun stad opbouwen, steen voor steen, net als de Dresdenaren dat destijds hebben gedaan. Steen voor steen opbouwen, in plaats van hier een huis te krijgen van ons belastinggeld, met een fornuis en een wasmachine, en een droogtrommel en een kortingskaart voor het openbaar vervoer, en kinderbijslag."

'Smakeloos'

Op een afstandje van het tumult scharrelt een oud vrouwtje om de bussen heen. In alle rust leest ze de briefjes die mensen er hebben achtergelaten, bekijkt ze de bosjes tulpen die er liggen, grinnikt ze als een kind begint te huilen omdat het de teddybeer die voor het monument ligt niet mee naar huis mag nemen.

Na een poosje scharrelt ze weer weg. Het is Edith Fromm (94). Ten tijde van het bombardement op Dresden bevond ze zich - "gelukkig maar" - in een buitenwijk waar ze carnaval vierde, "want dat deden we ook in de oorlog." Wel verloor ze "een hoop familie en vrienden".

De bussen vindt ze smakeloos. "Maar als je een paar lelijke bussen moet neerzetten om duidelijk te maken dat oorlog verschrikkelijk is, dan moet dat maar."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234