Dinsdag 27/10/2020

'Eieren uitzuigen om te verstruisen'

'Metten Marten' heet de ongepubliceerde Schelde- én schelmenroman van Gerard Walschap die dochter Carla aan Walter van den Broeck bezorgde en die laat zien wat een weergaloze rasverteller Walschap was. Van den Broeck zelf en Walschapkenner Jos Borré graven mee naar het recept van Walschaps flitsende vertelkunst.

Een meesterwerk is het niet. Maar Metten Marten, de nooit gepubliceerde, onaffe roman van Gerard Walschap (1898-1989) waar hij tussen 1949 en 1953 met tussenpozen aan werkte, toont wel sporadisch het genie van Walschaps bevlogen vertelkunst. Jos Borré, die in 2014 zijn grote Walschapbiografie presenteert, schrijft in het nawoord dat deze vijftien hoofdstukken over een 13-jarige vlegel die rond 1520 uit de abdij van Hemiksem ('Hemissen') wegvlucht om de wijde wereld te ontdekken ongeveer de helft moeten zijn geweest van een groots opgezette historische avonturenroman. Bedoeling was, zo zegt Borré, om Metten in gezelschap van zijn mentor-schilder Wouter en twee Duitse boezemvrienden de oversteek te laten maken naar Amerika en na veel omzwervingen rijk te laten terugkeren. Maar Walschap schrok blijkbaar terug van de documentatie die hij daarvoor moest doorploegen en stopte in Gent nadat Metten bij de 25-jarige Keizer Karel himself op bezoek is geweest en er bijna een oor verloor.

Walschap schreef een vijftigtal romans en wou met Metten Marten naar eigen zeggen "een echt leesboek voor groot en klein" maken. De afzonderlijke hoofdstukken, aldus Walschap in een brief van 10 september 1952, zouden voor aparte verhalen of "prentjes" kunnen doorgaan. De visuele stijl spat inderdaad van de bladzijden. Walschap heeft aan een half woord genoeg om een hele wereld op te roepen. In dit geval is dat het verpauperde Vlaanderen rond de Schelde tussen Antwerpen en Gent waar Marten met zijn vagebonderende kompanen het hoofd boven water probeert te houden.

Uilenspiegel

Walschap vertelt rechtaan rechttoe hoe Metten in allerlei extreme situaties verzeild geraakt waar hij zich als een soort Uilenspiegel met list en sympathiek bedrog telkens weet uit te redden. Ondertussen krijgt de lezer een plastisch beeld van het Vlaanderen anno 1520 waarin "eieren uitzuigen om te verstruisen" het hoogste genot was voor de gewone man. Een mensenleven was niets waard en dieren waren er alleen om afgeslacht en opgegeten te worden. De pest in Dendermonde en vooral de rechtbankscènes in Deinze waar iemand een hand wordt afgehakt en een zeug wordt opgehangen plus gevierendeeld, zijn de meest beklijvende. Ook de breugeliaanse volkskermis waarin het geslachte varken vervolgens feestelijk wordt opgepeuzeld, vergeet je niet vlug.

Toch is Metten Marten niet zomaar een schalkse schelmenroman. Wouter, Mettens oudere begeleider die veel weg heeft van de schilder Pieter Brueghel, wil immers van de jonge losbol een betere mens maken "die zich zelfvergeten aan iets groots geeft". Hij wil hem "opleiden tot de ideale moderne mens" die zonder geweld iedereen in zijn waarde laat. Walschap trachtte zijn lezers te emanciperen en te laten zien hoe iedereen zich kon ontworstelen aan de ketens van zijn afkomst. In die zin sympathiseer je voortdurend met Metten, die na veel vallen en opstaan samen met zijn vriend Wouter in het laatste hoofdstuk een betere toekomst tegemoet vaart. Ongeveer zoals in de klassieke western de gelouterde revolverheld op het einde de ondergaande zon tegemoet rijdt.

Recept

Walschap hield trouwens van westerns en vertelt onder andere in een van zijn brieven hoe hij als 80-jarige samen met dochter Carla dolgraag naar westerns keek: "Die heerlijke westerns, waarin naar de doden niet meer omgekeken wordt, niet eens om ze te begraven."

Walschap hanteert, ook in deze nooit voltooide roman, een hyperkinetische stijl die in een rotvaart de uitersten van het leven laat voorbijflitsen. "Op één bladzijde kan Walschap een generatie laten geboren worden en terug sterven", zo licht Van den Broeck het recept van Walschaps vertelkunst toe. Het is deze vanzelfsprekende, superdynamische manier van vertellen zonder veel poespas die Walschap in de Nederlandstalige literatuur uniek maakt. Van den Broeck herinnert zich nog hoe hij de oude Walschap tijdens een feestje op de trap tegen het lijf liep. "'Alles goed?', vroeg ik dan beleefdheidshalve, waarop hij fluks 'Aflopende zaak!' antwoordde en laconiek verder stapte."

Dat is de stof waar ook deze halve roman van gemaakt is: no-nonsenseproza waarin je de stem van de gewone man in de straat herkent. Dit is mondelinge vertelkunst op haar best. Van den Broeck vermoedt dat Walschap ongeveer sprak zoals hij hier schreef. De toon die Walschap hanteert in zijn brieven is alleszins dezelfde als zijn literaire vertelwijze. Recht door zee. Maar ook, zo schrijft Borré, heel gevat en raak. Walschap kan inderdaad in Metten Marten snel en precies iemand in één zin neerzetten. "Een oude man die in een driehoek ging" laat al onmiddellijk een nurkse bejaarde met een stok vermoeden.

Walschap schreef in 1943 een pro domo waarin hij de eigen vertelkunst met gloed verdedigde. Voorpostgevechten, zoals dit pamflet heet, heeft vandaag nog niets aan kracht en geldigheid ingeboet. "De roman is een verhaal, niets anders dan een verhaal" is allicht de bekendste passage, maar ook andere fragmenten spreken boekdelen: "In onze ogen was de letterkunde doodgelopen in narcisme en vormcultus. (...) Voor ons zal kunst zijn de terugkeer tot het leven." Walschap geloofde in de gemeenschapskunst die August Vermeylen en de Van Nu en Straks'ers op het einde van de negentiende eeuw predikten maar zelf nooit realiseerden. Als naoorlogse, humanitaire expressionist wilde hij de stem van dat volk authentiek in zijn werk laten weerklinken om het zo zichzelf al lezend te laten herkennen en op te tillen in een emanciperende drive.

Missionaris zonder kerk

Die moraliserende inslag typeert de missionaris zonder kerk die Walschap was, zo zegt Borré. Dergelijke "verheffende" pedagogie komt tegenwoordig misschien gedateerd over maar zijn filmische, aanstekelijke vertelkunst blijft tot nu ongeëvenaard.

Kempenzoon Leo Pleysier staat met zijn uitgepuurde klankdictees in de volkstaal (luister naar zijn weergaloze Wit is altijd schoon bijvoorbeeld) het dichtst bij de mondelinge oerkracht van Walschaps proza maar de minimalistische Pleysier is een controlefreak terwijl de maximalistische Walschap het juist graag breed laat hangen.

Erik Vlaminck is op het eerste gezicht de geknipte erfgenaam van Walschap maar Vlaminck moet het eerder hebben van de fotografische bevriezing van betekenisvolle beelden die hij vervolgens in een uitgekiende montage aan elkaar last.

Ongebonden

Misschien komt Peter Buwalda met Bonita Avenue nog het dichtst in de buurt van Walschaps ongebreidelde verteltalent. Buwalda's ADHD-stijl leunt sterk aan bij de film noir van Quentin Tarantino en de Wachowskibroers. Misschien moet Nederlands literaire belofte in bange dagen toch ook eens kennis nemen van de essentiële Walschap (zie kaderstuk).

Van den Broeck ziet in het proza van Joost Vandecasteele dan weer veel verwantschap met het oeuvre van Walschap. En natuurlijk is hijzelf ook schatplichtig aan het werk van de Vlaamse Marquéz, zoals Tom Lanoye ooit Walschap typeerde. Van den Broeck zal nooit die magische namiddag in Herentals vergeten toen hij als tiener zijn leraar Nederlands een verhaal uit Volk hoorde voorlezen. Zo vrij en ongebonden kon literatuur dus ook zijn: "We keken elkaar in de klas aan en hielden bang de deur in het oog. Hopelijk kwam de directeur niet binnen want die zou zoiets nooit goedkeuren."

Of er nog meer lekkers in de kluizen van Walschaps nalatenschap sluimert? Borré weet zeker dat een vergeten manuscript van de omvang van Metten Marten niet meer te vinden zal zijn. Er zouden volgens hem nog wel een aantal ongepubliceerde verhalen rondslingeren en de teksten van enkele minder belangrijke gelegenheidslezingen.

Metten Marten is het laatste goudklompje van de Vlaamse vertelkunst die Walschap als geen andere auteur vóór of na hem opdolf.

Gerard Walschap Metten Marten Vrijdag, 240 p., 19,90 euro (ook als e-book voor 9,90 euro).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234