Maandag 21/10/2019

'Ei manneke, goed hé!'

Het was innemend, hun miniconcert in het Sportpaleis. Een krachtig beeld ook. Mensen met dementie die zingen voor een immens publiek. Dementie, het lijkt de eindhalte van het leven, maar dat is het niet in Huis Perrekes. 'De Morgen' leefde een paar dagen mee met De Betties. 'Naar waar gaan we nu eigenlijk?'

'Laten we onszelf niet langer voor de gek houden: het gaat om de zin van ons leven in de toekomst die ons wacht. Wij weten niet wie we zijn, als wij niet weten wie wij zullen zijn. Laten we onszelf herkennen in die oude man, die oude vrouw. Dat is noodzakelijk als wij ons totale mens-zijn willen aanvaarden. Dan zullen wij op slag onze onverschilligheid laten varen tegenover het ongeluk van de hoge leeftijd, we zullen ons erbij betrokken voelen - het gaat om onszelf.'

Simone De Beauvoir, 'La vieillesse'

'De ouderdom', 'La vieillesse,' het is een tekst uit 1970. Simone De Beauvoir mag dit verhaal openen. We hebben ze allemaal gezien, een paar dagen terug, daar op dat podium in Antwerpen, De Betties. Een koor van mensen met dementie, van vrienden, van familie, van kinderen. Maar het etiket blijft kleven: dementie. Hoe ga je met hen om? Hoe ga je om met dementie?

Het kan u overkomen, nu, morgen, later. U, of uw vrouw, uw man, uw zoon, uw dochter, uw vriend, uw buur, uw vader, uw moeder. De Betties, het koor van Huis Perrekes, het is een spiegel waar we misschien niet in willen kijken. Nu nog niet. Straks, ja straks misschien, als de vergrijzing toeslaat. Dementie, de eindhalte van het leven, toch? Niet in Geel, niet bij De Betties, niet in Huis Perrekes.

Wanneer verliest het leven zijn waardigheid?

Wat opvalt in Huis Perrekes, is de muziek. De muzikaliteit is altijd aanwezig. Een stille wals die door het huis waait. Of Bobbejaan, die echo uit het verleden, die ook nu zo vaak weerklinkt. Klassieke muziek. In het leven is iedereen een noot, heeft iedereen een verhaal. In Huis Perrekes worden noten een melodie, wordt het verhaal een boek.

Daarom is dit een verhaal van componenten, van stukken muziek, van noten en partituren. Bach, Strauss, op een rondreis door het leven van hen die zongen op dat grote podium. En daarom: een concert, in woord en beeld, op weg naar een applaus van 18.000 mensen. Leven op het ritme van allegro, adagio, scherzo, sonata. Leven op hún ritme. Music, maestro, please.

Allegro

Bach begint, nu, een kleine week voor het optreden in Antwerpen. De cd-speler vult het warme Blommehuis, een van de drie huizen van Huis Perrekes waar mensen met dementie wonen. Louiza wrijft onhoorbaar over haar halsketting, strijkt haar streepjestrui naar beneden en zet zich met een kleine plof neer in de grijze zetel: "De kerstboom, geef die eens lichtjes."

De Mattheuspassie van Johann Sebastian Bach brengt sfeer en rust. De kerstboom oogt kaal, voorlopig dan toch. Carla Molenberghs, directrice van Huis Perrekes, wandelt het huis binnen, zegt gedag aan de bewoners en geeft Louiza een kus, en ook Bes. Onafscheidelijk: Louiza en Bes. De handen in elkaar verstrengeld. Bes vertelt een verhaal, zomaar. "Meneer de baron zit in bad. Hij zit daar zeker al een dag of wat. Meneer de baron is niet thuis." Louiza: "Bes, gij kunt schoon vertellen."

Het Blommehuis is allegro. Snel. Snedig. Tempo. Levendig. Hier druipt de traagheid niet van de muren, hangt geen ziekenhuisgeur in de warme lucht. Geen lange, donkere gangen. Geen doffe tunnels. Geen labyrint aan kamers. Hier zit de geest niet op slot. Het is een huis. Hún huis. Van Jean. Van Louiza. Van Bes. Van zovelen.

De piano springt in het oog. Lichtbruine planken, met daarop een ingelijste tekst, van Hans Andreus: "Jij bent zo mooi anders dan ik." Hoge ramen vangen veel licht. Het zonlicht werpt door de vuurrode draperieën een gloed op de woonkamer. Hond Nannoo rent door de kamer. De dikke vogel in de volière luistert naar Bach. De Mattheuspassie zet Louiza aan tot een indringend geneurie. Iedereen volgt. Het sonore gezang is levendig, allegro.

Jean zit wat verderop aan tafel. Hij steekt zijn wijsvinger voor zich uit en geeft het ritme aan. Bach volgt. Hij, de dirigent van zijn eigen leven. Wat later tikt hij met beide handen op de tafel. Als was het een piano.

Mensen met dementie die neuriën op Bach, die hun vinger uitsteken om het ritme aan te geven. Het doet denken aan Into Great Silence, de Duitse film van een paar jaar geleden waarin een monnikenbestaan wordt afgebeeld. Zonder tekst. Alleen het geluid van het dagelijkse doen. Een fresco van het bestaan, ook hier in het Blommehuis. Het ritmische getik van Jean op de tafel, het vingertje in de lucht. Het geneurie van Louiza, gekuch van Gerry. Details doen leven.

Het huis is ook geen beschutte entiteit. Huis Perrekes is ingebed in het dorp, in Oosterlo, bij Geel. Een zo gewoon mogelijk huis in een gewone straat in een gewoon dorp met gewone mensen. Het huis nodigt uit. Het zet aan tot daden, tot doen. Zing, vecht, huil, bid, werk, lach, bewonder. Het beschermt en ondersteunt. Hier ontdoet het leven zich van alle ballast. Huis Perrekes kijkt naar het verleden van de mensen en trekt de lijn door. Wat de mensen vroeger deden doen ze nu nog. Soms met begeleiding, als het moet. Soms zonder, als het kan. Aanwezig-afwezig, zoals directrice Molenberghs zegt.

Huis Perrekes kijkt naar wat is. Niet enkel naar wat niet meer is, of beschadigd is. Heden en verleden vloeien in elkaar. En dat werkt.

Pieter, een van de medewerkers in het Blommehuis zet een kom met bloemkolen op tafel. Bloemkool met kaassaus.

Pieter: "Dat we sterk staan hé, volgende week, als we moeten zingen."

Bach blijft doorgaan.

Louiza zet zich aan tafel: "Waar gaan wij zingen volgende week?"

Bes: "Meneer de baron was niet thuis."

Pieter: "In het Sportpaleis, in Antwerpen."

Louiza: "Amai, da's straf."

Jean tikt met zijn vingers op de tafel. "Wij, zingen? Maar allee."

Adagio

'When all your strength has gone

And you feel wrong

Like your life has slipped away'

"Mannekes, probeer dat laatste zinnetje iets sneller te zingen. Iets sneller van je tong te laten rollen... Life-has-slipped-away." Het zijn de woorden van An Alen, dirigente van De Betties. "Maar maak u geen zorgen. Dat loopt wel vlot, morgen."

Generale repetitie in De Steltloper, de freinetschool waarvan leerlingen meezingen bij het koor. Emma is erbij. En Jean, Louiza, Bes. Ze zijn er allemaal. Het beeld is aandoenlijk. Huis Perrekes zegt graag dat hun koor intergenerationeel is. Een hele mond vol, maar het klopt. Het beeld van zoveel noten samen. Een partituur van het leven. Mensen kennen elkaars geschiedenis. De zonen, dochters, vrienden in het koor. De ankers van De Betties.

Zet een stap achteruit en de geschiedenis ontrolt zich. Het adagio van De Betties, hun verhaal, hun leven. Maar ook van Huis Perrekes. Een geschiedenis van 26 jaar, een pionier in de zorg voor mensen met dementie. Een Huis dat nog altijd zoekt naar een wettelijk kader om hun woon en zorg vast te leggen. Hun manier van werken, hun zorgarchitectuur.

Jean staat op de voorste rij, in de kleine sportzaal van De Steltloper. Hij kijkt in de ogen, maar dringt niet door. Hij, verzonken in gedachten. Hoe moet het voelen telkens opnieuw in een nieuwe wereld rond te lopen? Leven in een labyrint van gesloten deuren. Als de ratio de geest niet op orde krijgt. Nu en dan gaat er een deur open en valt er licht binnen. Onder andere via de muziek. De muziektherapie. Die is, net zoals in iedere vorm van psychotherapie, gebaseerd op een relatie. Een vertrouwensrelatie die wordt opgebouwd met flarden muziek. De klanken om mensen te binden. Jean gaat geregeld naar het muzieklokaal. Puur verbaal dringt een dialoog niet meer door. Maar muziek reikt veel verder.

Lieselotte Ronse, een van de muziektherapeuten, stemt zich bij in Huis Perrekes af op wat leeft in de persoon, en kan dat in rêverie, in improvisatie, muzikaal gaan verklanken. Dan voelen mensen zich begrepen. Ook Jean. Begrepen en gedragen. Het biedt een houvast. Niet de tekst, maar de klank. De melodie wordt herinnerd, niet de tekst an sich. Het borrelt naar boven. Zoals Vondel ooit zei: "Wat niet kan worden geheeld, moet worden gestreeld." Dat doet muziek met dementie: het is de toegangspoort tot een verbrokkelde, kwetsbare wereld.

De repetitie in de school is veel meer dan alleen zingen. De tekst van Muse. Het gaat over de geboorte, maar kan net zo goed over hen gaan, over de mensen van Perrekes.

'When darkness falls and surrounds you

When you fall down

When you're scared and you're lost

Be brave

I'm coming to hold you now'

Jean is de tekst niet helemaal machtig. Dat zie je. De lippen bewegen maar volgen de melodie (nog) niet. Even op het blad van de buurman kijken. Dat zoeken naar contact. Hij krijgt een schouderklopje, van een begeleider. En dan zingt hij.

Jean, de voormalige burgemeester van Hoeselt. Zelfs burgemeester tegen wil en dank. "Ik zag het niet zitten", zou hij er ooit over zeggen. Liever schepen, iets meer in de luwte. Hij is een voornaam man uit de voormalige Volksunie. Een politicus voor de kleine man, zeggen zijn dochters. In zijn politieke leven had hij goede relaties met Johan Sauwens, Frieda Brepoels en Patrick Dewael. Een breed netwerk. Jarenlang was hij schepen van Openbare Werken, met het lintje om de lenden.

Jean draagt vaak een hoed en een stijlvol kostuum. Muziek heeft zijn leven ook altijd bepaald. Bugel, saxofoon, hoorn, klarinet, fluitje van een cent. Hij won prijzen als muzikant bij de Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia. Jean komt ook voor in de filmpjes van Music For Life.

Je ziet een man en je voelt een geschiedenis. Mensen kennen hem, als burgemeester, als schepen, als toneelspeler en als appel- en fruitboer. Ook op het podium werd Jean dus een bekend figuur. Hij speelde briljante rollen bij het HTG, het Hoeselts Toneelgezelschap. Hij dong zelfs mee naar het landjuweel. Eind jaren negentig stond hij vijftig jaar op de planken. Roem en glorie, voor de Jean.

Maar er begon hem iets te dagen. Hem niet alleen, ook zijn omgeving. In een van de laatste stukken voor het HTG vergat hij de tekst. Hij kreeg de rol van God, eentje zonder tekst. Hij kreeg een klein duwtje, op de scène, wanneer hij de zegen moest geven: "Jean, het is aan u."

Waarom toch? Hij kreeg schrikbeelden. Zijn twee zussen verloor hij ook al aan dementie. Zijn oudste zus, ze was als zijn moeder, die hem zo vroeg was ontvallen. Die oudste zus werd dus dement en Jean zei: "Moet dit het dan worden? Ook voor mij?"

Hij voelde zich aftakelen, zette zijn schoenen op de verkeerde plek. Hij las de krant vijf keer en vergat alles. Alles nam hij persoonlijk. Hij belde zijn dochters: "Ik ben bij Kim Clijsters geweest, goh man man, dat was iets." Hij kon het niet meer plaatsen. Jean keek naar de Australian Open en waande zich in Australië. Hij wist het niet meer. Maar dit wist hij wel: dementie.

Jean is, na de diagnose, aan zijn bureau beginnen schrijven aan zijn autobiografie. Aan de neerslag van zijn eigen leven. Hij voelde hoe het leven hem ontglipte. Om te vangen wat nog kon, nam hij pen en papier. Hij schreef het ooit op een stukje krant: "Hoe hard ik ook probeer, het gaat niet meer." Dat briefje zat in zijn agenda.

Uit de autobiografie van Jean:

Toen ik vijf jaar was, nam vader me mee naar de kakschool bij de zusters. Maar ik deed niets anders dan huilen. Na drie dagen heeft vader mij terug mee naar huis genomen op aanraden van de zuster.

Moeder vroeg verwonderd: "Wat nu Louis?" "Lach niet", zei vader. "Hij doet niets dan huilen. De zuster heeft het mij aangeraden. Hij schreeuwt de hele klas bijeen. Trouwens, hij moet nog lang genoeg gaan."

"Kom maar hier manneke", zei moeder en ze nam mij op haar schoot. En ik... ik was de gelukzaligheid zelve.

De ervaringen op de bühne hielpen Jean aanvankelijk bij het maskeren van de ziekte. Iedereen kende hem nog. Maar hij kende niemand meer. En toch zei hij tegen iedereen die hij tegenkwam: "Zeg, maar gij ziet er goed uit! Ge zijt nog schoner geworden!" Een masker zette hij op. Een masker van angst en verwarring.

Hij bleef wel riedeltjes zingen. Al stak hij zijn klarinet in bad en brak hij de mondstukjes. De muziek bleef hangen, de handeling niet meer.

Maar nu zingt hij, in de Perrekes, daar waar hij zijn gemoedsrust terugvond. De dochters dachten hem kwijt te zijn. Huis Perrekes bracht hem terug. Nu zingt hij, met zijn typische, lage, diepe stem. "Follow me."

Adagio, het trage leven.

Hij is een noot in het koor, Jean, net zoals zovelen. Een uitgesproken noot, dat wel. Net als die van Bes, Louiza, en ook Emma, de grote ster van de groep. De kleine dame op de voorste rij. Drieënnegentig jaar, maar vitaler dan een rugbyploeg. Emma veert op als het koor zingt. Of als dirigente An naar haar wijst. Ze laaft zich aan aandacht. Net als Jean kent ook Emma een leven op de planken.

Ze vertelt. Nee, ze ratelt: "Kom in mijn kleine paviljoentje."

Of nog: "Wij zijn twee vissersmeisjes. Jij en ik. De zee, de zee, die kust de duinen. Gegroet, gij vissersmeisje zoet." En dan, zonder enige aanleiding, kijkt ze diep in de ogen, wijst naar boven en zegt: "Oh woordenpracht van rozen. Het minnenspel der zijn. Geen Franse of Amerikaanse zag ik zo graag als gij."

Ze meent wat ze zegt. Emma, branie op leeftijd. Wat ook vaak terugkeert: "Ik heb veel gewerkt in mijn leven." Veel is over haar niet geweten. Dat ze samen met haar man een tegelbedrijf opzette, dat wel. Haar man hangt nog altijd aan haar vinger. Een gouden ring met de initialen A.S. "Menneke, 't was ne schone vent. Ik zag hem zo girre."

Soms borrelt een stukje verleden naar boven. Lieselotte, de muziektherapeute, was zwanger, een tijd geleden. Emma tikte haar op de schouder: "Goed voor zorgen hé meiske. Goed voor zorgen." Emma verloor ooit zelf een kind, na een paar maanden. Daarom komt het soms boven en blijft dat zinnetje hangen: "Goed voor zorgen."

Het adagio van De Betties, een koor dat is dooraderd met sterke verhalen, met sterke gevoelens. Er is veel verborgen. Er is veel verloren. Maar de muziek lucht het gemoed.

Ook voor Magda. Ze verloor haar man, vorig jaar, na een lange strijd tegen dementie. Die man, Jos, woonde anderhalf jaar in Huis Perrekes. Een voormalige leerkracht wiskunde, aardrijkskunde en economie. Maar ook hij verzonk. Ze gingen op reis, Jos en Magda, kwamen op de luchthaven aan, maar Jos had niks bij zich. Geen geld, geen papieren, geen identiteitskaart. Niks.

Dat Magda nu zingt in het koor, sterkt haar. Een kleine, ietwat broze dame, Magda, die niet wist wat te doen: "Dementie, wat is dat?" Jos liep haar achterna, letterlijk. Altijd en overal. Hij dacht dat zijn fiets was gestolen. Kwam thuis zonder boodschappen. "Het gaat niet meer."

Huis Perrekes bracht zuurstof in zijn leven. Ook in haar leven: "Verliezen kan ook verrijken. Hier vond hij eindelijk rust. Rust in zijn hoofd. Ik ook. Hier kom ik nog altijd thuis, ook al is Jos al een jaar geleden gestorven. Ik wil blijven zingen, hem blijven voelen. Ik voel een verbondenheid met dit huis, met hem, met iedereen hier. Hier zijn mensen met dementie nog echt mensen. Ik wil het zeggen aan iedereen: behandel hen als mensen. Alstublieft."

Jos, de silent note van De Betties. Een van de stille noten. Hij is er nog. Hij is er niet meer. Tijdens de repetities voorafgaand aan het optreden in het Sportpaleis is een bewoner overleden. Een repetitie werd aan hem opgedragen. En weer is daar Muse: "When darkness falls and surrounds you." Dat zong het koor voor hem en voor zichzelf. Opdat het leven niet zou stoppen als de geest in stilte verzinkt. Omdat mensen met dementie over een rijk en intens innerlijk leven beschikken. Omdat. Omdat.

Huis Perrekes is veel meer dan alleen de spotlight van het Sportpaleis. Terwijl De Betties repeteren in De Steltloper zit wat verderop, in het Blommehuis, Lutgard met de neus aan het raam naar buiten te staren. Zonder focus. Gewoon kijken.

Er is ook Tony, haar man. Hij weet wat De Betties gaan doen, straks, daar in Antwerpen. Lutgard is niet meer in staat om mee te zingen. Ze herkent geen mensen meer. Praten is moeilijk. "Maar soms herkent ze mij toch", zegt Tony, denkt Tony, hoopt Tony. "Ik geloof erin. Het houdt me overeind." Dementie blies de boel op. "Het was zelfs gevaarlijk. Ooit liet Lut het gasvuur branden. Het ganse huis rook naar gas. Eén vuurtje en het verhaal was geschreven."

Hij overhandigt een brief. "Hier. Zo voel ik mij soms." Er staan kernwoorden: afscheid, gevoel, verzorging. Dief in de nacht. Hij zegt het zelf: "Ik heb afscheid moeten nemen van mijn vrouw. Je kunt niet zeggen 'tot straks.' Je weet dat dementie een definitief afscheid nemen is van een geliefde."

Lutgard zit verderop, wandelt in het huis en spreekt haar eigen taal. Een taal die alleen zij begrijpt. "Maar het gaat goed met haar, beter. Hier is ze rustig. En dat doet me goed."

Aanvankelijk voelde hij, Tony, zich eenzaam, zelfs verloren. "Ik durfde hier met niemand over praten. Niet met vrienden. Er hing schroom over mij. Ik kom graag buiten, ik drink graag een pintje. Maar meer en meer bleef ik thuis. Ook dat doet dementie. Het schaadt de omgeving.

"Nu voel ik me beter. Eindelijk, het lukt om over dementie te praten. Maar er moet nog zoveel gebeuren. Iedereen kent toch wel iemand met dementie? Of niet? Maar we kunnen er niet mee om. Nog niet. Dat Music for Life mag helpen, ik hoop het echt. Allee komaan, dat De Betties het goed doen morgen. Ik ga duimen."

Samen met de laatste noot valt ook de avond in Geel. De repetitie vervliegt. Follow me, gaat het wel lukken, morgen? Uit De Steltloper sijpelen de bewoners, vrienden en kinderen naar buiten. Dirigente An: "Slaap goed, vanavond."

Bij het buitengaan krijgt iedereen een brief, van Carla, de directrice: "De spanning stijgt, iedereen kijkt uit om De Betties te zien in levenden lijve. Wij zijn fier, blij en oprecht dankbaar om zo'n prachtig geheel van mensen."

Scherzo

Maandagavond in het Blommehuis. Bes en Louiza zitten samen in de zetel. Bes en Louiza zitten áltijd samen in de zetel. Het scherzo van dit verhaal. De laatste keer slapen en dan staan ze op het podium, voor 18.000 mensen te zingen. Een lied van een rockband, godbetert. De Betties featuring Muse.

Een paar dagen geleden is Bes gevallen. Wat overblijft zijn wat blauwe plekken en een bloedkorstje op de neus, verborgen achter een klein, klevend doekje. Een kleine buil op haar voorhoofd herinnert ook nog aan de val.

Bes: "Serieus, ben ik gevallen? Ik geloof u niet."

Louiza: "Hoe zegt u? Dat wij morgen moeten zingen? Waar precies? In het Sportpaleis?"

Bes: "Gij zijt ne schone meneer. Precies meneer de baron."

Louiza: "Mijn moeder heet Maria. En mijn vader Jan."

Bes: "Hij zat al een dag of wat in bad."

Louiza: "Awel Bes, dat liedje heb ik nu nog nooit gehoord van u. Gij kunt schoon zingen."

Bes lacht.

Sonata

Er is weken aan voorbereid, weken over nagedacht. Er kwam kritiek op het optreden in het Sportpaleis. Kritiek die dan weer werd gepareerd door experts. Maar nu, vandaag moet het gebeuren. Le grand départ voor De Betties. Spanning is er niet, 's morgens. Misschien een beetje bij de begeleiders. De mensen zelf, de sterren van het koor, die zijn niet zenuwachtig.

Na een bezoek aan de kapper trekt Emma een wit hemd met zwarte bollen aan. Sierlijk, als altijd. Rond haar hals draagt ze een gouden amulet. Wie is afgebeeld op het ovale ding, weet ze niet. "Wel een schoon madam hé?"

Is van de partij: Jean, met de hoed op het hoofd en de mantel om de schouders: "Schoon, zo'n plastron." Bes en Louiza zitten naast elkaar, vooraan in de bus. Bes: "Moet ik geld meenemen? Waar gaan we eigenlijk naartoe?"

Er wordt gezongen richting Sportpaleis. Follow me, dat spreekt. Live op de radio, live in de bus. Louiza: "Gaan wij nu echt naar Antwerpen? Amai."

Het Sportpaleis, die gigantische pauwblauwe tent, is op een paar technici na helemaal leeg als De Betties de zaal voor het eerst betreden. Muse hoeft niet te soundchecken, dat doen De Betties wel. Gerry gaat als een van de eersten de zaal binnen. Dan Emma: "Weet ge wat ik niet begrijp? Waarom iedereen mij hier goeiedag zegt. Kent gij die mensen?" Om haar om te draaien en dan te beseffen: "Goooh, wo zin wij hie nui joeng?"

Overdonderend. Groot. Massaal. Leeg. Het zijn woorden die terugkomen. En Bes: "Maar hier ís precies niemand."

Dirigente An wijst cellisten Nele, Mathias en Vincent hun plek aan. Pianiste Stephanie zit klaar. De eerste noten, het eerste strijken van de cello waait de zaal in. Eén man haalt zijn iPhone uit zijn zakken, gaat wat dichter en neemt een foto van het koor. Het is Matthew Bellamy van Muse. Hij zegt eerlijk: "Eigenlijk weet ik geen bal af van dementie. Ik ben er nog nooit mee geconfronteerd. Niet bij vrienden, niet bij familie, nog nooit. Maar ik kreeg de vraag van De Betties en ik was meteen verkocht."

Klein, schriel ventje, die Bellamy, off-stage in niks de energetische rockgod van over het Kanaal.

Dirigente An: "Komaan mensen, geef maar wat poer."

'Follow me, you can follow me

And I, I will not desert you now'

Krachtig gezongen. En nee, niet iedereen kent de tekst. En nee, niet iedereen kent de juiste toonhoogte. Maar ach, meer dan het prestige telt hier het beeld. Mensen met dementie, samen met vrienden en familie op een podium. Om het bewustzijn van de ziekte te versterken, het taboe te doorbreken. Emma lacht: "Ei manneke, goed hé."

Nog een uur en de boel ontploft. Backstage is het verrassingsbrood weinig verrassend, maar het stelpt de honger. Louiza: "Is dit hier nu Antwerpen?"

Nog een half uur. In colonne trekt het koor richting het podium. Hand in hand, zij aan zij voor de grote finale. Jean lacht: "Naar waar gaan we nu eigenlijk?"

En dan gebeurt het. Op de achtergrond stroomt het Sportpaleis vol. Emma, Jean, Bes, Louiza, maar ook Gerry, Mia, Magda, iedereen is klaar. In de smalle gang richting podium helpt het opgetrommelde securitypersoneel de dames en heren het podium op. Geen rockchicks voor hen, geen stoere mannen die na het crowdsurfen tegen de grond zijn gegaan. Nee, oudere dames en oudere heren. De ene draagt een hoed, de ander een amulet.

De Betties zijn klaar. De dirigente ook, de cellisten, de muziektherapeuten, de begeleiders, de dokter, zelfs de tuinman van Huis Perrekes is mee. De eerste aanblik zorgt voor verstarring. Gerry slikt: "Euhm, dat is hier redelijk groot, met al dat volk." De Betties zijn met zeventig. De jongste is twee, de oudste drieënnegentig. De tegenpartij is met achttienduizend. Tja.

Het koor neemt de plaatsen in. Een witte spotlicht volgt Matthew Bellamy van Muse. Hij klimt het podium op, samen met een ander bandlid, drummer Dominic Howard. Het publiek wordt wild. De Betties zwaaien. Het publiek ook. Interactie, nog voor de boel moet beginnen. Directrice Carla Molenberghs straalt. Iedereen straalt. Bellamy: "Put your hands together for The Betties!"

Ze nemen elkaar vast. Elke begeleider haakt zich vast aan iemand met dementie. De kinderen staan vooraan. Dit moet het zijn. Nu moet het gebeuren. Achttienduizend mensen kijken toe. Op de eerste rij weet niet iedereen wat er gebeurt: "Wie zijn die mensen?"

An zet in, Stephanie volgt, ook de cellisten komen los.

'When darkness falls and surrounds you'

Alles valt samen. Dit is het echt. Alle noten komen samen en vormen een melodie. Jean zingt. In gedachten weerklinkt een echo uit een ver verleden. Bugel, hoorn, saxofoon, klarinet. Jean, de voormalige burgemeester, lacht, geniet. Niks mooier. Een koor van noten dat samenkomt in een lied over een kind. De geboorte van een kind, maar het is ook hun tweede jeugd.

'When your fire has died out

No one's there

They have left you for dead'

Emma heeft dirigente An niet nodig. Ze zet zelf de toon, zoekt naar de juiste woorden, vindt die en kijkt naar het publiek: "Follow me". Ook daar dat zinnetje: "Goed voor zorgen hé meiske." Aan haar vinger opnieuw die ring. A.H. Ook hij is er. En ook weer niet. Magda denkt aan Jos, knijpt in de arm van Gerry, die denkt aan al dat volk. De mond valt open. Om te zingen, maar ook van bewondering.

'Ooh, ooh, I won't let them hurt you

No, ooh, when your heart is breaking'

Het meisje dat daarnet nog vroeg: "Wie zijn die mensen?" staat verstard te kijken. Kippenvel, het woord valt en blijft maar vallen. Louiza zingt en lacht tegelijk. Bes is wat onder de indruk. Muziektherapeute Lieselotte geeft zich helemaal.

'Follow me, you can follow me

I will always keep you safe

Follow me, you can trust in me

I will always protect you my love'

Het koor dooft langzaam uit, op het ritme dat An aangeeft. Iedereen lacht. Iedereen knijpt iedereen in de armen. Het is gelukt. Het Sportpaleis platgespeeld, in één nummer. En dan, terwijl íédereen applaudisseert, terwijl opluchting plaatsmaakt voor algehele euforie, dán kijkt Emma voor zich uit, kijkt het immense publiek in de ogen en zegt luidop: "Amai seg, hoe goan die mensen hie thuis geroake van den avond?"

Allegro

De dag nadien. Het stof is neergedaald. Tony is trots, zijn vrouw Lutgard wandelt door het huis. Het koor slaapt wat langer. Strauss is al bezig, terwijl Bes en Louiza het huis binnenwandelen en in de zetel neerploffen. Naast elkaar, natuurlijk. Louiza heeft ervan genoten. Jean heeft er ook van genoten. Dat heeft iedereen. Enkele begeleiders zitten in radiostudio's en televisieprogramma's, terwijl het gewone leven zich weer op een gewone manier in het gewone huis op gang trekt. Jean tikt op zijn vinger, Lutgard passeert. En niemand die nog weet wat er deze week allemaal is gebeurd. Allegro. Opnieuw.

'Feel my love

Feel my love

Feel my love

Feel my love'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234