Zaterdag 04/12/2021

Ehud Barak, een man met één doel

Deze week bleven de vredesonderhandelingen tussen de Israëlische premier Ehud Barak en de Palestijnse leider Yasser Arafat slechts met moeite op de rails. Maar zonder Barak, dat geeft ook Arafat toe, zouden ze allang zijn ontspoord. 'Vrede sluiten is als een veldslag', zegt Barak. Een portret.

Deborah Sontag

Ehud Barak, 57, is een harde noot om te kraken. De onhandigheid die hem tijdens zijn campagne kenmerkte, is veranderd in een onverstoorbare kalmte, de rust van de macht. Hij is nu eerste minister en hoeft geen baby's of rabbijnen meer te kussen. Barak vertrouwt volledig op zijn eigen kompas en probeert een heel land te leiden met zijn stalen instinct. Tijdens alle crisissen van zijn bewind heeft hij geen krimp gegeven, ook niet wanneer het pijn deed. Hij dringt er graag, soms paternalistisch, op aan dat men hem moet vertrouwen, alsof hij zichzelf als een herder ziet die zijn kudde door een barre woestenij naar groene weiden moet leiden, met of tegen haar zin. Zijn held is David Ben-Goerion, de stichter van Israël, die hij "de grootste jood van dit millennium" noemt. "Hij zei: ik weet niet wat het volk wil, maar ik weet wat het nodig heeft", citeert Barak goedkeurend.

Als generaal stond Barak bekend als 'een man met één doel'. Als premier is dat doel de vrede. Vrede, vindt hij, is wat zijn volk nodig heeft. Binnen de week nadat hij aan de macht kwam, begon hij aan een helse reeks diplomatieke ontmoetingen waarin hij een aantal gedurfde termijnen voorstelde: februari voor het kader van een definitief vredesakkoord met de Palestijnen, juli voor de terugtrekking van de troepen uit Libanon, september voor een permanente vrede tussen Israël en de Palestijnen. Hij beschrijft dit nogal apocalyptisch als een kritiek programma: ofwel komt er een permanente vrede, ofwel zal het geweld herbeginnen. "En dan zullen wij onze slachtoffers begraven, en zij de hunne, en een generatie later zullen de problemen er nog altijd zijn."

Kan het na honderd jaar conflict allemaal zo snel gaan, alleen maar omdat een vastberaden nieuwe premier het zegt? Barak heeft de implicaties duidelijk gemaakt: de vrede heeft de absolute voorrang. Alle binnenlandse problemen komen op de tweede plaats, van de werkgelegenheid tot het onderwijs en het conflict tussen de religieuze Israëli's, die van een theocratische staat dromen, en de seculiere joden, die hun democratie willen versterken. Vrede is de absolute voorwaarde voor alles, en op de eerste plaats voor economische groei. Barak vergelijkt zijn aanpak met het maken van een puzzel waarvan de afbeelding duidelijk zal zijn als hij klaar is: ik zeg wat ik meen en ik doe wat ik zeg. Vertrouw mij.

Zelfs de sceptici prijzen Barak omdat hij een einde heeft gemaakt aan de dubbelzinnigheid die de regering van zijn voorganger Benjamin Netanyahu kenmerkte. Ook Yasser Arafat, die weliswaar op zijn hoede blijft voor Barak, heeft de verandering van stijl opgemerkt. "Arafat heeft mij verteld dat Barak recht door zee gaat", zegt Yossi Beilin, de Israëlische minister van Justitie. "Zijn ja is ja, zijn nee is nee." Maar integriteit is geen wondermiddel. De eerste maanden waren de Israëli's bereid hun ongeloof op te schorten en hun andere eisen te verdringen. Barak werd gedragen door de immense golf van opluchting over de verdwijning van Netanyahu. Maar toen de vorderingen op het vredesfront niet zo snel evident werden als was gehoopt, staken twijfels de kop op. Waar ligt de grens tussen zelfvertrouwen en gevaarlijke hoogmoed?

Eén van de pronkstukken in Baraks kantoor is een pistool, gevat in een blok helder plastic. Het is een trofee, een geschenk van de elite-eenheid die hij leidde. Het pistool is buitgemaakt op een sjiitische terroristische leider, Mustafa Dirani, die in 1994 diep in Libanon werd gevangengenomen. Barak zegt dat het pistool hem eraan herinnert dat vrede tussen vijanden wordt gesloten, dat ze berust op "herinneringen aan bloed en lijden". Zoals hij het ziet, is zelfs vrede sluiten een militaire daad. "Het is als een veldslag", zegt hij. "Op een bepaald moment ga je in de aanval, en dan stop je niet tot je het doel hebt bereikt. Op een bepaald ogenblik moet je voorwaarts, moet je de problemen aanpakken en ze ofwel overwinnen, ofwel omzeilen."

Barak beschouwt zichzelf als de erfgenaam van de vermoorde premier Rabin. Dat betekent dat hij niet alleen het vredesproces moet voortzetten, maar ook de wonden moet helen die de moord op Rabin in de Israëlische maatschappij heeft veroorzaakt. Het is een gevaarlijke erfenis. Op een avond, in de herfst, toen zijn veiligheidsagenten hem verboden een massabijeenkomst op het Rabinplein toe te spreken, negeerde Barak hen en klom hij op het podium. Nava, zijn echtgenote, stond achter hem en lachte stralend terwijl de tranen over haar wangen liepen. "Ik was blij voor hem, maar ik was ook bang", vertelt ze. "Mijn man krijgt doodsbedreigingen en ik weet dat ze echt zijn. Ze komen van joodse extremisten. Ik probeer er niet aan te denken."

"Lang geleden volgde Rabin mij in de commandopost tijdens vele bijzondere operaties achter de vijandelijke lijnen", zegt Barak. "Hij probeerde ervoor te zorgen dat een jonge luitenant het land niet in grote problemen zou brengen. Dat schept een speciale band. En later, nog geen honderd dagen nadat ik in 1995 ontslag had genomen als stafchef van het leger, belde hij mij in Washington op en vroeg hij mij om in de politiek te stappen. Ik wou weten waarom het zo dringend was. In de politiek weet je nooit wat er morgen zal gebeuren, zei hij. Vier maanden later werd hij vermoord. Weet je, drie jaar lang hebben we zijn dood met ambivalente gevoelens herdacht, omdat we de indruk hadden dat de moordenaar had gewonnen. Hij was erin geslaagd Rabin uit te schakelen, de regering te veranderen en het vredesbeleid te saboteren. Pas nu is er weer opluchting."

Anders dan Rabin moest Barak van bij het begin een regering samenstellen die een soort van buffer zou vormen tegen de krachten die zijn mentor hadden gedood. Hij erfde een politiek landschap dat radicaal was veranderd door de troebelen na de moord. De rechtse oppositie was verzwakt, extreem-rechts had de strijd bijna gestaakt. De meeste Israëli's waren de jaren van gewelddadige conflicten beu en wilden wat Barak beloofde: vrede en veiligheid. Maar met de wonden nog zo vers bleef de situatie hachelijk. Baraks partij, de Arbeiderspartij / Eén Israël, is de grootste partij van het land maar heeft slechts 26 zetels in het parlement, waarin alles bij mekaar 15 partijen zitting hebben. Barak moest een meerderheid vinden. Hij wou een consensusregering met de oppositie. Als vertegenwoordiger van centrumlinks had hij een duidelijk mandaat gekregen van de seculiere, vredesgezinde Israëli's. Maar nu begon hij tot hun ontzetting te onderhandelen met de vijand, niet alleen met de aangeslagen Likoed van Netanyahu, geleid door de omstreden Ariel Sharon, maar ook met Shas. "Geen Shas!", hadden Baraks aanhangers in de verkiezingsnacht gescandeerd. Het succes van Shas, een bizar amalgaam van een ultraorthodoxe en een sefardische partij, had iedereen verrast: met zijn zeventien zetels was het een macht geworden die een regering kon maken of breken. Barak moet een keuze maken: ofwel Shas ofwel Likoed opnemen in zijn regering. Likoed zou hem dwarsbomen in zijn vredesplannen, maar zou soepeler zijn in de binnenlandse problematiek. Shas zou een betere bondgenoot zijn in het streven naar vrede, maar anderzijds het conflict tussen godsdienst en staat verscherpen. Uiteindelijk, zegt Barak, was het een prozaïsche beslissing: hoe kon hij de taart van de macht verdelen? "Sharon ging ervan uit dat Likoed aanspraak kon maken op vijf ministeries, terwijl Shas tevreden was met vier." Dus werd het Shas.

Barak betaalde echter een prijs voor zijn keuze. Hij kwam aan het hoofd te staan van een moeilijk handelbare, weinig volgzame coalitie met vele koppen: 75 leden, met inbegrip van gezworen vijanden, van links tot rechts, van seculier tot religieus. Bovendien werd hij opgezadeld met een opgeblazen kabinet van 22 leden, wat niet belette dat hij aanvankelijk de indruk wekte alles zelf te willen controleren. Hij benoemde zichzelf tot minister van Defensie en stelde als minister van Buitenlandse Zaken David Levy aan, een man die hij kon controleren. Daarnaast omringde hij zich met een schild van adviseurs: drie militaire collega's om hem bij het vredesproces te helpen en twee burgers voor de politieke en binnenlandse aangelegenheden. Soms kunnen zelfs die adviseurs niet raden wat hij precies van plan is. Baraks ministers klagen vaak dat hij geen tijd en aandacht voor hen heeft, maar anderzijds is hij zo geconcentreerd op de vrede dat zij een grote autonomie hebben op hun eigen terrein.

"Ons land lijdt aan een fundamentele ziekte", zegt Shlomo Ben Ami, een historicus en diplomaat die Barak tot minister van Politie heeft benoemd. "Waarom vinden wij allemaal dat we moeten meeluisteren met elke conversatie met Arafat? Ze vragen mij of ik wel geraadpleegd word. Waarom moet dat? Heeft de minister van Onderwijs van het Verenigd Koninkrijk er problemen mee als hij niet over de onderhandelingen in Noord-Ierland wordt geraadpleegd?"

In zijn eerste vijf maanden heeft Barak twaalf buitenlandse reizen gemaakt. Hij is ervan beschuldigd, misschien niet onterecht, dat hij wegloopt van de groeiende binnenlandse problemen. Maar in het begin, toen hij de diplomatieke relaties van Israël herstelde - Netanyahu had zowat iedereen, van de Amerikanen tot de Europeanen en de Arabieren, tegen zich in het harnas gejaagd - werd hij alom geprezen om zijn inspanningen. Van Washington tot Parijs ging er een golf van opluchting door de wereld over Netanyahu's vertrek. Barak slaagde erin het onverzoenlijke imago van Israël ongedaan te maken. Twee weken na zijn verkiezing was hij al in Washington, waar Clinton, een groot bewonderaar van Rabin, hem enthousiast ontving, naar eigen zeggen, "zo opgetogen als een kind met een nieuw speeltje".

Op het internet verschenen satirische foto's van Clinton met een Barak-pop op schoot. Maar Barak is geen knuffel. Hij lijkt evenmin afgeschrikt te worden door zijn relatieve gebrek aan ervaring met de Amerikanen. Hij is nooit Amerikaans staatsburger geweest, zoals Netanyahu. Hij is nooit ambassadeur in Washington geweest, zoals Rabin. Hij besefte van bij het begin dat hij Clinton voor zich moest winnen, maar het heeft maanden geduurd voor hij het belang inzag van het Congres en van de joodse gemeenschap in Amerika.

Tijdens een lange, nachtelijke vergadering in Camp David wees Barak de president op de veiligheidsrisico's die vredesverdragen inhouden, waarna hij besloot dat Clinton zijn dossiers kende. Clinton, die duidelijk blij was met de machtswisseling in Israël, prees Barak als een fascinerende man. Na de gesprekken besloot Barak dat vijftien maanden het ideale tijdkader was om vrede met de Palestijnen te bereiken, vrede met de Syriërs en een terugtrekking uit Libanon. Misschien geen vrede, maar de grote lijnen van een vrede, verbeterde hij zich later. Over vijftien maanden, zei hij, zullen we weten of het allemaal haalbaar is of niet, toevallig in de laatste maanden van de regering-Clinton.

Intussen wisselden Barak en de Syrische president Assad via de media en discretere kanalen verbazend warme boodschappen uit, die bedoeld leken om de onderhandelingen te heropenen. Er gebeurde echter niets, of toch niet openlijk. Syrië beet zich vast in één enkele eis: als Barak de Golanhoogte niet volledig zou afstaan, tot aan de oevers van de Zee van Gallilea, als vertrekpunt, kon er niet onderhandeld worden. Barak stond voor een situatie die hij niet met pure wilskracht de baas kon.

Arafat was een andere zaak. Na Baraks verkiezing leek Arafat volgens een ingewijde triomfantelijk, op een achterdochtige manier. Terwijl hij de verkiezingsuitslagen volgde, maakte hij notities. Toch moest hij maanden wachten tot Barak hem opbelde, en werd de eerste ontmoeting, bij de grenspost van Erez, tussen Gaza en Israël, een ontgoocheling voor de Palestijnse leider. Barak deed geen toegevingen in het vastgelopen akkoord van Wye, de recentste ruil van grond tegen vrede. In plaats daarvan zette hij zijn plan voor de herziening van het ondertekende document uiteen, en probeerde hij de Palestijnen te overtuigen van de logica van zijn suggesties. Als jullie niet toegeven, gaf hij te kennen, zullen we het op onze manier doen: dan zullen we het pact tot op de letter uitvoeren. Hij deed het klinken alsof het een dreigement was. De Palestijnen bezweken voor de duidelijke boodschap dat ze een geste zouden moeten doen om de relatie goed te beginnen. Hoewel ze ook andere aspecten van Barak zien, blijven ze bang dat hij, zoals een Palestijnse politicus het uitdrukt "ons dingen in de strot zal rammen".

Baraks regering heeft een aantal uitdagingen doorstaan die net geen crises werden. Zijn leiderschap is niet al te zwaar op de proef gesteld door de oppositie, die zwak blijft. Hij heeft het echter moeilijker met verscheidene rechtse partijen binnen zijn coalitie, zoals de godsdienstige partijen en de Russen. Er zijn ook strubbelingen geweest met leden van zijn eigen partij, die het gevoel hebben dat ze over het hoofd worden gezien.

De eerste kleine crisis in de coalitie leek sterk op een klucht, met in de hoofdrol een gigantische turbine voor een elektriciteitscentrale die over de drukke kustroute van Ramat Hasharon naar Askelon moest worden vervoerd, recht door de ultraorthodoxe gemeente Bnei Brak. Het vervoer moest tijdens de stille uren gebeuren, opdat de trage karavaan geen nationale verkeersopstopping zou veroorzaken. Zowat de enige mogelijkheid was dus de sabbat, al sinds 22 jaar traditioneel de dag waarop turbines werden getransporteerd. Maar deze keer - Barak was toen twee maanden aan het bewind - ontstond er een nationale storm van protest. De ultraorthodoxen, geleid door een minister van Shas, dreigden de regering te doen vallen over de schending van de sabbat. Op zaterdagen trok de turbine een enorme volkstoeloop aan. Mannen met zwarte hoeden wiegden biddend heen en weer. Jonge, seculiere Israëli's floten en juichten. Bij wijze van ultiem compromis - dat de meeste Israëli's belachelijk vonden - vond Shas het goed dat de vrachtwagens door niet-joodse chauffeurs zouden worden bestuurd, in afwachting van een oplossing op lange termijn. Een boulevardkrant ging op onderzoek en ontdekte natuurlijk een jood aan het stuur van één van de vrachtwagens, omringd door foto's van Pamela Anderson. Shas bleef in de regering. Verenigd Tora Jodendom stapte eruit. De coalitie verloor vijf leden. Maanden later grinnikte Barak wanneer hij over de zaak vertelde, maar Beilin, zijn minister van Justitie, een socialist die ooit de liaison met de ultraorthodoxen verzorgde, denkt dat Barak er misschien spijt van zal krijgen. "Voorlopig is het geen groot verlies", zegt hij, "maar als de begroting moet worden goedgekeurd of als er een nationaal referendum over een vrede komt, zal hij het betreuren dat hij vijf leden van zijn coalitie heeft laten opstappen in plaats van toe te geven aan de druk."

Er was Amerikaanse bemiddeling nodig om Barak en Arafat aan de onderhandelingstafel te krijgen. Barak had bilaterale besprekingen verkozen, maar de Palestijnen zagen het nut daar niet van in. Het werd een patroon. Madeleine Albright kwam in het midden van de ene of andere minicrisis aangevlogen, die dan prompt verzwond. De eerste keer beschreef ze haar rol luchthartig als die van 'helpster'. Snel bleek dat ze onmisbaar was. Begin september ondertekenden Barak en Arafat triomfantelijk een ontwerp van overeenkomst, die het akkoord van Wye versterkte en aanpaste.

Vrijwel onmiddellijk daarna deed Barak iets dat Rabin nooit had gedaan: hij begon een sociale verhouding met Arafat te ontwikkelen en liet Jean Frydman, een steunpilaar van de vredesinitiatieven van de Arbeiderspartij, een diner organiseren in zijn woning in Savyon, een welvarende voorstad van Tel Aviv. Het etentje vond diep in de nacht plaats en was zo geheim dat zelfs David Levy, Baraks ministers van Buitenlandse Zaken, er pas later over hoorde. Barak werd vergezeld van Nava, zijn echtgenote, die ooit lerares Arabisch was, en door zijn oudste dochter, Michal Lautenberg, 29, een advocate in New York. Danny Yatom, zijn stafchef en een gewezen generaal, en Ami Ayalon, het hoofd van de Israëlische veiligheidsdiensten, waren eveneens aanwezig. Arafat bracht Abu Mazen mee, zijn nummer twee, en Yasser Abed Rabbo, die nu zijn onderhandelingsteam leidt.

Die avond werd er eerst in het Arabisch, dat Barak vrij goed beheerst, over koetjes en kalfjes gepraat. Daarna werden er zelfs grapjes gemaakt. Barak plaagde Abed Rabbo toen die een wodka bestelde. "Dat komt omdat je vroeger een communist was", zei hij, en dat was ook waar. Het diner was bedoeld om het ijs te breken, en Arafat kuste Baraks dochter op het voorhoofd, wat haar deed smelten. "Ze was zo ontroerd, zo aangegrepen", herinnert Barak zich. "Zij is de dochter van een generaal die heel zijn leven het terrorisme heeft bestreden. In haar jeugd was Arafat jarenlang een doelwit. En nu zaten we samen aan tafel en kuste de voorzitter van de PLO haar op het voorhoofd..."

Lautenberg was duidelijk niet de enige die de avond wonderlijk vond. "Het was alsof je heen en weer gaat tussen de surrealistische aard van wat je ziet en voelt en het diepe gevoel dat er iets historisch aan het gebeuren is", zegt Barak.

Barak heeft op minder belangrijke punten een soepelheid tegenover de Palestijnen getoond die Netanyahu nooit kon opbrengen en die hem punten heeft doen scoren bij de Palestijnse leiders. Bovendien komt hij zijn beloften na. Anderzijds heeft hij de neiging om tijd te winnen, wat hem in zijn binnenlandse problemen goed uitkomt maar veel Palestijnen ergert. Ghazi Jabali, het hoofd van de Palestijnse politie, wordt door de Israëlische overheid gezocht omdat hij twee jaar geleden zijn agenten de opdracht zou hebben gegeven het vuur te openen op kolonisten in een joodse nederzetting. Maar toen Jabali's vader in het begin van de herfst overleed, deed Barak een menselijke geste en gaf hij Jabali een vrijgeleide om door Israël naar Gaza te reizen en de begrafenis bij te wonen. In dezelfde geest legt hij tijdens toespraken de nadruk op zijn begrip voor de Palestijnse problemen. Hij heeft land teruggegeven, gevangenen bevrijd en een veilige corridor tussen de Westelijke Oever en Gaza geopend. De oppositie in Israël heeft nauwelijks geprotesteerd. De straten bleven leeg.

Barak heeft herhaaldelijk gezegd dat zowel de Israëli's als de Palestijnen elkaars posities in het honderd jaar oude conflict goed kennen. Hij gaat ervan uit dat alles afhangt van een reeks moeilijke beslissingen die hij en Arafat rechtstreeks moeten nemen. "Er bestaat een gezegde dat een kameel een paard is dat door een comité werd ontworpen", zegt hij. "Als je een goed paard wilt in plaats van een kudde kamelen, moeten de leiders afspraken maken over wat de comités moeten bereiken."

Toen hij toestemde in een topontmoeting in Oslo, begin november, was dat gedeeltelijk als eerbetoon aan Rabin en gedeeltelijk om de Amerikanen tevreden te stellen. Oslo was grotendeels een ceremoniële aangelegenheid, maar leidde toch tot een dooi. Barak stelde eindelijk een onderhandelaar aan. De delegaties konden zo goed met elkaar opschieten dat Arafat en Barak tijdens een banket samen aardbeien in chocola zaten te eten, terwijl de Palestijnse veiligheidsagenten met hun Israëlische tegenhangers grapten dat de Israëlische delegatie zoveel had gedronken dat ze op het punt stond om Jeruzalem weg te geven.

Barak is zo op de lange termijn gericht dat hij vaak weigert om zich met de kleine dagelijkse problemen bezig te houden. Tot ontgoocheling van de journalisten houdt hij niet van het politieke gekibbel waar de Israëlische media dol op zijn. Hij gaat in tegen de neiging tot hysterie die de Israëlische samenleving kenmerkt. "Als we onder Netanyahu geen 26 crises, 5 politieonderzoeken en 2 primeurs per uur hadden, was het een vervelende dag", zegt Burg, de voorzitter van het parlement. Hij vindt ook dat Barak te snel gaat. "Hij heeft één van de snelste computers van het Midden-Oosten", zegt hij, terwijl hij op zijn slaap tikt. "Het probleem is dat hij soms tot conclusies komt die wij, mensen met een oude 286-processor, niet snappen."

De pogingen tot communicatie verlopen met vallen en opstaan. Er was één briljant moment, dat vooraf de nodige publiciteit had gekregen en uitstekend was georchestreerd. De journalisten en hun camera's arriveerden in het midden van de nacht op een heuvel op de Westelijke Oever nadat het nieuws was uitgelekt dat Baraks soldaten een groep radicale kolonisten zouden aanpakken die weigerden hun illegale nederzetting in Maon te verlaten.

Barak heeft zijn best gedaan om de medewerking van de kolonisten te krijgen, met wie Rabin op slechte voet stond. Hij is er duidelijk van overtuigd dat hij de gematigde leiders van de kolonisten aan zijn kant moet krijgen, als een soort tegengewicht voor zijn afspraken met de Palestijnen. De Israëlische samenleving moet geloven dat zijn verstand en zijn hart verdeeld zijn, dat hij ondanks een diepe band met de bijbelse wortels van het joodse volk in de Westelijke Oever de noodzaak inziet om land terug te geven aan de Palestijnen. Ik ben de veiligheidsexpert, zegt hij, reken dus maar dat ik niets zal doen dat de veiligheid van Israël in het gedrang brengt.

Tijdens de onderhandelingen met de kolonisten slaagde hij erin hen te overhalen om akkoord te gaan met de ontmanteling van twaalf van de tweeënveertig illegale nederzettingen die verleden jaar werden gesticht. Het was een doorbraak, en hij werd ervoor geprezen.

De strategie werd gezien als een manier om een nationale consensus te ontwikkelen voor de moeilijke beslissingen van de toekomst: de evacuatie van vele nederzettingen die al heel lang bestaan. Maar de Palestijnen en een gedeelte van de Israëlische linkervleugel vonden het een slap akkoord. Zij waren woedend omdat hij in feite de dertig andere nederzettingen had gewettigd. Een stoutmoedige leider, vonden ze, zou ze allemaal ontruimen en het politieke risico nemen.

Barak was slechts bereid tot een heel beperkt risico. Toen de gematigde leiders er niet in slaagden de radicale kolonisten te overtuigen om Maon op te geven - een nederzetting van vier gezinnen, versterkt door religieuze militanten - schakelde hij het leger in. Eerst had hij zich er zorgvuldig van vergewist dat de toestand niet uit de hand kon lopen. De camera's draaiden terwijl de kolonisten de soldaten uitscholden, met rode verf gooiden en wolken butaangas lieten ontsnappen, om uiteindelijk door het leger te worden weggevoerd. De pers was het erover eens dat Barak glansrijk in de test was geslaagd, en daar was het hem om te doen.

Tegen het einde van november begon Barak echter in de problemen te komen. Zijn zelfverzekerde optreden had veel mensen echt doen geloven dat vrede en welvaart voor het grijpen lagen. Maar het bleek allemaal niet vanzelf te gaan. Eerst gingen de Palestijnen dwarsliggen: ze weigerden een Israëlische overdracht van land te aanvaarden die voor 15 november was gepland. Ze beweerden dat de Israëli's hen uitlachten door een stuk onbewoonde woestijn af te staan en eisten enkele plaatsjes in de buurt van Jeruzalem op.

De impasse duurde meer dan twee weken, en opnieuw deden de Palestijnen een beroep op Albright. Het maakte veel Israëli's zenuwachtig. Baraks eerste deadline voor een vredesakkoord, in februari, leek opeens erg onzeker. Nog erger werd het toen de directeur van de Israëlische nationale bank aftrad en uit de statistieken bleek dat de werkloosheid een recordhoogte had bereikt. In de pers verschenen twijfelachtige cijfers die lieten uitschijnen dat steeds meer Israëli's honger leden en ondervoed waren. In werkelijkheid was de economie aan het groeien, maar de media werden aangesproken door het idee van honger in het Heilige Land en toonden meisjes die in vuilnisemmers op zoek waren naar voedsel.

Barak reageerde als een typisch lid van zijn generatie. Dit is onmogelijk, zei hij. Zoiets gebeurt niet in ons land. En toen verklaarde hij verbazend genoeg dat de rijken hun koelkasten moesten openen voor de armen. Letterlijk. Die opmerking toonde zijn ongeduldige minachting voor de politieke manipulatie van twijfelachtige statistieken. Ze onthulde zijn ouderwetse beeld van Israël als een gigantische kibboets, een gemeenschappelijke onderneming. Maar tegelijkertijd demonstreerde ze zijn onbegrip voor de publieke gevoeligheden inzake sociale kwesties.

De situatie werd erger toen Barak weer op reis naar het buitenland vertrok. Alsof hij door Tiffany's slenterde terwijl kansarme Israëli's op een stuk oud pitabrood kauwden, verweet men hem een werkweekend in New York. Bij zijn terugkeer stond hij enkele zeldzame interviews toe, om de openbare opinie gerust te stellen dat alles in orde zou komen en om te benadrukken dat hij "geen millimeter" was afgeweken van welke van zijn posities dan ook. Bij een publiek met een aangeboren scepsis kwam hij als iets te zelfverzekerd over.

Rabin had op een vergelijkbaar punt in zijn regeertermijn een vergelijkbare crisis meegemaakt. "Ik herinner me dat wij radeloos waren", zegt Yaron Ezrahi van het Israël Democracy Institute, een progressieve denktank. "Het was een paar maanden nadat Rabin premier was geworden, voor de grote doorbraak van Oslo. De mensen zeiden dat hij vastzat. Hij leek afgestompt. Hij was te veel op zichzelf gericht. Hij was te militaristisch van mentaliteit. Hij begreep de politiek niet. Dat klinkt vertrouwd in de oren, juist?"

In het geval van Rabin maakte Oslo alles anders, zodat die fase van ontevredenheid nu bijna vergeten is. Begin december had ook Barak behoefte aan een groot succes. En jawel, opeens ging Syrië ermee akkoord om bijna vier jaar na het afbreken van de onderhandelingen weer met Israël aan tafel te gaan zitten.

Bijna van de ene dag op de andere sloeg de stemming in Israël om. Baraks oorspronkelijke aanhangers schaarden zich weer achter hem, terwijl de rechtervleugel, die zijn kans zag, zich begon klaar te maken voor de strijd. Een glunderende Barak was blij met de doorbraak. De weg naar onderhandelingen in twee richtingen, met de Palestijnen en met Syrië, lag opeens open. Dat was de reden waarom hij premier was geworden: hij wou de man zijn die Israëls definitieve grenzen en zijn plaats in het Midden-Oosten zou bepalen.

In een dergelijke context kunnen er natuurlijk een heleboel dingen gebeuren die alles weer helemaal zouden veranderen, van een dodelijke terroristische aanslag tot het onverwachte overlijden van een niet meer zo jonge Arabische leider. Maar Barak is geen doemdenker. Onzekerheid is in Israël een manier van leven, een nationale karaktertrek. Barak is het gewoon dat men aan hem twijfelt. Op de dag dat hij het premierschap aanvaardde en de leider van het land werd, gaf zijn eigen vader toe dat hij zich weleens afvroeg of zijn zoon wel het juiste deed. "Ik had altijd graag gehad dat hij in de wetenschap was gegaan", zei de oude man. Barak legde de eed toch maar af.

Deborah Sontag is diensthoofd van The New York Times in Jeruzalem. Vertaling Bart Holsters.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234