Zondag 25/08/2019

rijbewijs

Eeuwig onderweg met de ‘L’ van loser: onze journalist probeert al 10 jaar tevergeefs haar rijbewijs te halen

Beeld Sven Franzen

Steeds meer mensen kiezen ervoor om op latere leeftijd hun rijbewijs te halen. Hoe ouder, hoe moeilijker? Katrin Swartenbroux is na tien jaar proberen in ieder geval nog steeds niet in staat rijexamen af te leggen. “Jij bent het schoolvoorbeeld van wat er mis is met de rij­opleiding.”

Mijn benen trillen op maat van het onheil­spellende gedonder dat de cabine vult. Een smalle reep textiel drukt mijn lijf tegen de zetel en zorgt ervoor dat ik niet door de 4 millimeter dikke glazen plaat pal voor mij vlieg. “Dit. Is. Waanzin.” Onder mijn billen zit 1.300 kilo pure paarden­kracht. Ik zou er opgewonden van moeten worden, maar voor­als­nog zijn enkel mijn handen klammig.

Ik ben 31 jaar, en een rijdende Mazda onder controle houden is het zotste wat ik ooit al gedaan heb.

Hoewel de dagelijkse files en de slechte lucht­kwaliteit anders doen vermoeden, staan we wereldwijd steeds minder te springen om een rijbewijs te halen. Cijfers van de FOD Mobiliteit bevestigen de trend enigszins in België. In 2017 konden 120.509 mensen het felbegeerde roze papiertje binnenrijven, dat is 4 procent minder dan het jaar ervoor en bijna 14 procent minder dan in 2010.

Het zijn nog steeds voornamelijk jongeren tussen de 18 en de 25 die voor het eerst op de weg mogen, maar we zien toch een lichte stijging bij de oudere twintigers en begin­dertigers. In 2017 werd 15,47 procent van de rijbewijzen uitgedeeld aan mensen tussen de 25 en de 35, terwijl deze leeftijds­groep in 2010 14,46 procent van de koek uitmaakte. Ook in de leeftijds­categorie 35-45 is er een lichte stijging ten opzichte van zeven jaar geleden.

Ook mensen die met rijlessen beginnen, maar daarom nog niet meteen hun rijbewijs halen, worden steeds ouder, klinkt het bij de Europese rijscholen. “Wanneer je de gemiddelde leeftijd bekijkt, ga je niet zoveel verschil merken, maar de groep late starters neemt exponentieel toe”, zegt Jeroen Smeesters van Feder­drive, de koepel­organisatie van erkende rij­scholen in België.

“Vooral in steden waar de bevolking een hogere sociale klasse bekleedt, is dit het geval. Een studie van een aantal jaar geleden wees bijvoorbeeld uit dat 30 procent van de min-27-jarigen in Berlijn niet over een rijbewijs beschikt.”

Volgens Werner De Dobbeleer van de Vlaamse Stichting Verkeers­kunde (VSV) zijn er verschillende verklaringen. “De auto is veel minder een status­symbool dan vroeger, dus we stellen het behalen van het rijbewijs ook uit tot we er niet meer omheen kunnen. Bijvoorbeeld wanneer we de wagen nodig hebben voor onze job. Vandaar ook de toename in de leeftijds­categorie boven de 25; jongeren studeren ook langer dan vroeger.”

Daarnaast speelt ook de ecologische (een auto is minder goed voor het milieu dan de fiets of het openbaar vervoer) en de economische (een auto en bijbehorende verzekering zijn behoorlijk prijzig) realiteit mee.

Horrorfilm

Hoewel ik me kan vinden in boven­staande verklaringen – ik heb geen geld voor een wagen en doe zowat al mijn verplaatsingen met het openbaar vervoer of de fiets – was het eigenlijk nooit mijn bedoeling om een laat­bloeier te zijn. Rond mijn twintigste ben ik vol goede moed begonnen aan mijn rij­avontuur, maar na een vlotte theorie­test kwam de tantalus­kwelling. Tien jaar later ben ik twee voorlopige rijbewijzen, zeventig uur met de rijschool en zo’n 5.000 euro verder. En ik ben nog steeds niet in staat mijn examen af te leggen.

Ik ben nochtans een streber. Tijdens mijn eerste set rij­lessen, licht­jaren geleden, schreef ik alle opmerkingen op en leerde ik ze tegen de volgende les vanbuiten. Bij ieder manoeuvre dat ik dan uitvoerde, prevelde ik: “Nu ga je de koppeling induwen, in versnelling gaan staan, kijken, starten, een stukje het kruispunt op, oei die vrachtwagen, wat zou die doen...”

Als een bezeten kind uit een horror­film zat ik voortdurend tegen mezelf te fluisteren, waardoor mijn eerste (allicht doods­bange) instructeur een specialisatie­opleiding is gaan volgen voor mensen met autisme om me beter te kunnen begeleiden. Ik ben niet autistisch.

Ondertussen is die man met (vermoedelijk vervroegd) pensioen en vertrouw ik op de extra set pedalen van M., een jongere en iets zelfverzekerder lesgever die me meteen op mijn gemak stelt en niet opkijkt van mijn vreemde vragen. Zelfs niet wanneer blijkt dat ik al een halve les moet plassen maar het niet durf te vragen uit angst dat ik dan parallel zou moeten parkeren. Zelfs niet wanneer ik hem vertel welke zinnen­prikkelende middelen ik de voorbije 24 uur geconsumeerd heb (een Dafalgan, een latte, twee rode wijntjes), voor het geval dit mijn bekwaamheid zou beïnvloeden.

Katrin Swartenbroux: “Ik ben 31 jaar, en een rijdende Mazda onder controle houden is het zotste wat ik ooit al gedaan heb.” Beeld Joris Casaer

Hij loodst me met kalme instructies door het verkeer, zegt dat ik af en toe mijn schouders moet ontspannen en vraagt of ik gisteren­avond De slimste mens heb gezien. Werkelijk, het enige wat me zorgen baart is dat hij en zijn vrouw binnenkort een dochtertje verwachten. Plots heb ik het leven van een jonge vader in handen. en ik vraag me af of dat wel opweegt tegen mijn drang om mijn groot­ouders de dag nog te laten meemaken waarop ik hen kan bellen om te schreeuwen DAT IK EEN RIJBEWIJS HEB, meme!

Ik en mijn massieve brein

Eerlijk? Ik mis dat roze briefje veel minder dan je zou denken. Soms is het lastig om op interviews te raken. De pendel­tocht naar de redactie is een hel. En slepen met zakken katten­zand van 10 kilogram is mijn work-out geworden. Natuurlijk zou ik graag eens spontaan in mijn auto willen springen om een dagje naar zee te rijden, of niet in elf keer drie kilometer naar de glas­container te moeten wandelen, maar me echt schamen voor mijn rijbewijs­loze bestaan doe ik niet.

Ik ben immers niet alleen. Ik ken minstens zes dertigplus-collega’s die zich strak trappen op de fiets, zich blauw betalen aan taxi’s en soms zelfs eens een duim durven op te steken langs de kant van de weg. Zijn sommige types mensen (die toevallig vaak in de journalistiek terecht­komen) echt minder bekwaam om met de auto te leren rijden?

Om mezelf te verontschuldigen, lees ik online enkele pseudo­studies waarin gezegd wordt dat mensen die analytisch en kritisch denken vaker problemen hebben met autorijden, en dat intelligente mensen sneller afgeleid zijn – ook in de wagen. “Sorry jongens, ik en mijn massieve brein hebben weer een lift nodig vanavond”, ofte het niet-slagen voor je rij­examen als ere­teken.

Allemaal natte­vinger­werk, zegt professor Jan De Houwer, hoofd van het Learning and Implicit Process Lab (LipLab) van de UGent. “Er zijn weinig studies die stabiele individuele verschillen aantonen in het (aan)leren van automatische handelingen. Algemeen wordt aangenomen dat skill learning (het leren van motorische en perceptuele vaardigheden, KS) eerder een basaal proces is dat bij iedereen in min of meer gelijke mate voorkomt.”

Volgens De Houwer is die skill learning vooral een kwestie van herhaling – wie het meer doet, zal het beter doen. “Al kan het zeker helpen om ‘mental imagery’ te gebruiken, en je dus mentaal in te beelden wat je moet doen in bepaalde situaties.”

De Duitsers

Ik vermoed dat Jean-Paul Sartre in de wagen gezeten moet hebben toen de zin ‘L’enfer, c’est les autres’ aan zijn brein ontsproot. Wanneer ik even haper op een helling aan een rood licht dat plots op groen springt, hoor ik lang, luid ongeduldig getoeter. Ondanks het gigantische oranje bord met ‘Rijschool’ op mijn dak en de ‘L’ op mijn achter­ruit kunnen mensen blijkbaar geen sympathie opbrengen voor mijn leerproces.

Bij het idee dat ik ooit door de stad zal moeten sjezen zonder visueel kenbaar te maken dat ik een L(oser) ben en mensen zich maar beter uit de wielen kunnen maken, krijg ik het benauwd. Een auto raast me voorbij. Ik ben niet zeker of het gepiep van­onder zijn gierende banden vandaan komt, dan wel uit mijn keel.

“Daar, volgens mij is het die Range Rover met Duitse nummer­plaat die naar mij toeterde. Duitsers, die gassen al eens graag. Shit. D-d-dat... bedoel ik niet zo”, stamel ik terwijl ik rakelings langs een rij geparkeerde auto’s scheur en M. een flinke snok aan mijn stuur moet geven.

“Je bedoelt wat niet zo? Dat je bijna vier auto’s beschadigde?”

“Nee, allee, met Hitler en de Tweede Wereld­oorlog en zo. Ik had het over dat Duitsers altijd heel snel rijden.”

“Vergeet Hitler, denk liever aan je positie op de baan. Je moet het overzicht altijd blijven bewaren.”

Ik foeter al mijn hele leven op roekeloze automobilisten die zichzelf tot koning van de straat kronen, maar wanneer ik zélf in de wagen zit, merk ik pas hoe onbesuisd voetgangers en fietsers soms kunnen zijn. Ik neem me voor om nooit meer te slingeren met mijn fiets of zonder kijken de straat over te steken, en ontdek dat het net dát is wat me ervan weerhoudt om naar het examen­centrum te stappen. Na zo’n zeventig uur rijden voel ik me ondertussen wel bekwaam genoeg om toertjes te draaien op een supermarkt­parking of om een steenweg op te rijden, maar ik vertrouw mezelf nog niet genoeg om het juiste te doen wanneer er iets onverwachts gebeurt. Wat als ik niet reageer wanneer er een hondje over­steekt, of per ongeluk het gas­pedaal in plaats van de rem induw wanneer ik spelende kinderen zie?

Gevaarherkenning

“De rijtaak is bijzonder complex”, weet Ann Lavrysen, lid van de onderzoeksgroep Bewegings­controle en Neuro­plasticiteit aan de KU Leuven. “Auto­rijden bestaat uit kijken, interpreteren, beslissen, actie ondernemen en daarnaast nog eens de grove motoriek van het rijden zelf, zoals het schakelen of het stuur door je handen laten glijden.”

Volgens Lavrysen zijn dat allemaal handelingen die je kunt aanleren en die je met herhaling automatiseert. “Zo vaak mogelijk achter het stuur zitten is de oplossing. Het is heel belangrijk om te oefenen in realistische situaties, het zogenoemde contextueel leren. Zo wordt alles wat je leert onmiddellijk in de juiste context geplaatst. Dit vergemakkelijkt het automati­serings­proces.”

Het anticiperen op mogelijke risico’s is nog een belangrijk onderdeel in het rij­proces. Lavrysen werkte zelf jarenlang mee aan een studie rond gevaar­herkenning, met als resultaat dat dit onderdeel nu meer aan bod komt in de huidige rij­opleiding. Uit verschillende tests bleek dat hoe meer ervaring je hebt, hoe beter je gevaar kunt inschatten. “Al onze deelnemers zagen het gevaar wel, maar de mensen die nog maar net hun rijbewijs hadden, gingen pas veel later de juiste beslissing nemen in vergelijking met mensen met al acht jaar rij­ervaring.

“Dat beetje verschil in tijd tussen ervaren bestuurders en mensen die nog maar pas hun rijbewijs hebben, kan echter grote gevolgen hebben. Eén seconde later reageren kan al een groot verschil maken in bijvoorbeeld rem­afstand.”

Wie de woorden ‘
hazard prevention test’ door Google jaagt, kan – op eigen risico – zelf zijn gevaar­herkenning testen.

Volgens Werner De Dobbeleer speelt mijn leeftijd op dit vlak in mijn voordeel, al hamert ook hij op herhaling-herhaling-herhaling. “Als je naar de ongevallen­cijfers kijkt, dan zie je dat de 18- tot 25-jarigen een risico­groep zijn wat betreft verkeers­veiligheid. Wanneer je op iets latere leeftijd je rijbewijs haalt, ben je minder roekeloos.” Volgens de Vlaamse Stichting Verkeers­kunde overschatten vooral jonge mannen hun eigen kunnen, waardoor ze in lastige situaties terecht­komen. “Wanneer je dan te weinig ervaring hebt, kan het wel eens lelijk aflopen.”

Geen uitzondering

Professor Jan De Houwer maakt wel een kant­tekening: hoe ouder je bent, hoe moeilijker het is om iets aan te leren. “Er is voldoende bewijs om te besluiten dat oudere mensen sneller afgeleid zijn en meer moeite hebben met dingen op te halen uit het geheugen.”

De Houwer wijst er wel op dat deze achteruitgang zeker minder invloed heeft op skill learning dan op het leren van nieuwe feiten, en dat zelfs mensen met heel ernstige geheugen­problemen nog nieuwe vaardigheden kunnen leren. “Maar auto­rijden is ook meer dan enkel een (motorische) vaardigheid. Je moet alle verkeers­regels leren en ook tijdens het rijden aandachtig letten op de situatie. Omdat ouderen zeker in het algemeen slechter scoren op leren en aandachtig een verkeers­situatie verwerken, zullen ze ook meer last hebben om een rijbewijs te halen.”

Hij heeft het wellicht niet over prille dertigers, maar het motiveert me wel. Voor het eerst in jaren zeg ik dat ik bezig ben “met mijn rijbewijs te halen” in plaats van dat ik gewoon “rij­lessen volg”.

Een heel belangrijke evolutie, vindt Jeroen Smeesters van Feder­drive. “Te veel mensen beginnen met rijlessen zonder duidelijk doel voor ogen: het is gewoon een logische stap, met als resultaat dat ze de opleiding wel afwerken, maar daarna nooit meer in de wagen kruipen en twee jaar later opnieuw voor onze deur staan.”

Herkenbaar. Volgens Smeesters moet je jezelf een horizon stellen. Bijvoorbeeld: ik wil voor 2020 mijn rijbewijs in handen hebben. Op die manier neem je het serieus, ga je vaker oefenen en bouw je ervaring en zelfvertrouwen op. “Het is jammer dat in het behalen van het rij­examen elke stap van elkaar losgekoppeld is, waardoor je er jaren over kan doen zonder echt vooruit te komen. Eigenlijk ben jij het school­voorbeeld van wat er mis is met onze rij­opleiding.”

James, beitel dat alvast in mijn graf­steen.

Met mijn zeventig uur achter de kiezen ben ik volgens Smeesters dan ook echt geen uitzondering. “Zeker in Europese context is dat niet buiten­sporig. In de meeste van de ons omringende landen (waar trouwens de rijschool verplicht is – we zijn het enige land waar je via vrije begeleiding of stage kunt kiezen hoe je het aanpakt) ligt het aantal opleidings­uren gemiddeld tussen de 35 en de 60 uur.”

Met een hernieuwd zelfvertrouwen stap ik de volgende dag in de wagen. Ik recht mijn rug, stel mijn spiegels in en vraag M. onverschrokken of het eigenlijk allemaal wel meevalt met mij. Zijn antwoord duwt me voor het eerst in mijn leven richting de snelweg. “Je bent zeker niet de slechtste chauffeur die ik al naast mij heb gehad.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden