Vrijdag 22/01/2021

Eerste Wereldoorlog steeds meer big business in Westhoek

In de Dodengang, die zopas in een nieuw kleedje werd gestoken, is de Eerste Wereldoorlog een unitair Belgische aangelegenheid. Een boogscheut daar vandaan, in de IJzertoren, hebben ze het over dezelfde oorlog, maar krijg je haast de indruk dat alleen Vlaamse jongens sneuvelden. In Ieper probeert men dan weer uit te leggen hoe internationaal die oorlog was. En het ziet er niet naar uit dat aan de versnippering van het oorlogserfgoed snel een eind komt. De Westhoek heeft immers toeristengeld geroken.

Diksmuide / Ieper

Van onze medewerker

Bart Biesbrouck

'Hier heeft ons leger de invaller in bedwang gehouden", luidt het opschrift van de nogal inspiratieloze gedenksteen bij de Dodengang in Diksmuide. De beruchte loopgraven in de oever van de IJzer zijn het laatst bewaard gebleven stuk van het Belgische front uit de Eerste Wereldoorlog. In 1914 was dit de meest vooruitgeschoven stelling van het Belgische leger, een eiland van zandzakjes tussen de rivier en de overstroomde IJzer-vlakte. Het was ook de enige plek waar 'Den Duits' erin geslaagd was de IJzer over te steken. Beide legers groeven zich een weg naar de vijandelijke stellingen en naderden elkaar tot op enkele tientallen meters. Er werd gevochten met geweer en granaat, maar ook met dolk en knots. De Boyau de l'Yser, zoals de gang eerst heette, werd door de soldaten algauw omgedoopt tot Boyau de la Mort, of Dodengang.

Onder een wapperende driekleur en op de tonen van militaire marsmuziek opende minister van Landsverdediging André Flahaut (PS) hier vorige woensdag een gloednieuw bezoekerspaviljoen. Het museumpje op de eerste verdieping toont uniformen, helmen, steek-, slag- en vuurwapens en andere memorabilia. De meeste objecten komen uit het Koninklijk Legermuseum in het Brusselse Jubelpark. Foto's, video's en kaarten vertellen het verhaal van de mobilisatie, de stellingenoorlog, de strategische overstroming van de IJzer-vlakte en de penibele omstandigheden in de loopgraven. De belvédère op de tweede verdieping biedt een blik op de Dodengang zelf, die met betonnen zandzakjes is gereconstrueerd, en op de ruiterschans, een fort van zandzakken met mitrailleursposten en waarnemingsbunkers. Een buitentrap leidt het publiek naar de loopgraven en gangen. De smalle strook grond langs de IJzer was tot 1940 militair gebied. Na de Tweede Wereldoorlog werd de plek als toeristische attractie beheerd en uitgebaat door de Koninklijke Touring Club van België. Het is duidelijk, de Dodengang is Belgisch. Unitair Belgisch. Maar toen de concessie in 1992 afliep, gingen de poppen even aan het dansen: het IJzerbedevaartcomité deed immers het hoogste bod op de nieuwe concessie. Oud-strijdersverenigingen en andere patriottische organisaties gruwden bij de gedachte dat de Dodengang in Vlaams-nationalistische handen zou vallen. Defensie besloot uiteindelijk de controverse te ontmijnen door de heilige grond opnieuw in beheer te nemen.

Amper 2 kilometer verder, op dezelfde IJzer-oever, is geen driekleur te bespeuren. Wel veel klauwende leeuwen. Zelfs de wegwijzertjes naar de kassa zijn zwart-geel. "Hier liggen hun lijken / als zaden in het zand / hoop op de oogst / O Vlaanderenland" en "Hier ons bloed, wanneer ons recht?" zo ronken de slogans aan de voet van de IJzertoren. Binnenin de toren vinden we in een vitrine dezelfde Duitse pin- en staalhelmen, dezelfde mortiergranaten, dezelfde uniformen. Maar zij moeten een ander verhaal vertellen. In het IJzertorenmuseum is de Eerste Wereldoorlog slechts een episode, zij het een belangwekkende, in de geschiedenis van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. De themazaaltjes zijn zichtbaar gesponsord door VTB-VAB, VEV, Davidsfonds en andere Vlaamsgezinde organisaties. Als het adjectief 'Belgisch' hier al gebruikt wordt, is het pejoratief. Voor de vernieuwde tentoonstelling, die gisteren openging, deed men wel een beroep op 'Belgische' wetenschappers: dezelfde historici van het Legermuseum en de Koninklijke Militaire School die ook adviseerden bij de opfrissing van de Dodengang. "In de IJzertoren en de Dodengang probeert men het verhaal van de Eerste Wereldoorlog te vertellen in Vlaamse en Belgische termen", zegt Piet Chielens, coördinator van het In Flanders Fields-museum in Ieper. "IJzertoren en Dodengang zijn in feite erfgoedcentra die sterk aan hun plaats gebonden zijn. In Flanders Fields wil daarentegen laten zien hoe internationaal die oorlog was." In Flanders Fields heeft naast een publiekswerking ook een wetenschappelijk team en doet aan collectieverzameling en -bewaring. Het is daarmee het enige WO I-museum in de Westhoek dat voldoet aan de museumdefinitie van het Vlaamse museumdecreet.

De Westhoek is aan het 'overmusealiseren', vindt Chielens. "In Zonnebeke, op 8 kilometer van Ieper, komt er binnen enkele weken een bezoekerscentrum over de slag bij Passendale. In mei gaat het vernieuwde Talbot House in Poperinge open, dat gewijd is aan het leven achter het front. Ook in Langemark komt binnenkort een nieuw centrum. Al die initiatieven vertellen grotendeels hetzelfde verhaal." Achter die wildgroei zitten volgens Chielens vooral commerciële drijfveren. Toeristen brengen immers geld in het laatje.

In Flanders Fields krijgt jaarlijks zo'n 200.000 bezoekers over de vloer, de IJzertoren 85.000 à 90.000, de Dodengang een goeie 70.000. "In totaal bezoeken jaarlijks zo'n 400.000 mensen de relicten van de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek", weet Piet Chielens. "De streek heeft zwaar geleden in die oorlog, maar nu verdient men er goed aan. Volgens de laatste cijfers zorgt het WO I-toerisme voor een meerbesteding van 8,73 miljoen euro per jaar. Er is destijds veel geïnvesteerd in In Flanders Fields en veel dorpen vinden nu dat zij daar ook recht op hebben. Zo dreigt een overaanbod, en in plaats van helderheid en duiding te brengen, wordt er vaak mist gespuid. Je kunt je ook af beginnen te vragen wanneer de bezoeker het beu wordt om telkens weer hetzelfde verhaal te horen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234