Donderdag 08/12/2022

Eerst in Hotel De Noordzee, dan in de Noordzee

Zeebrugge mag niét het nieuwe Sangatte worden, zei minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael deze week. Maar Zeebrugge was dat al voor er zelfs sprake was van Sangatte. 'Vorig jaar bungelden er verstekelingen aan de trossen van een schip in de haven. Ze plonsden in het water. We hebben de lijken moeten opvissen.' Hoe kon deze gruwel zo lang verborgen blijven? Anne de Graaf bericht.

Er flonkeren lichtjes in de greppel achter het Total-station in de Karveelstraat in Zeebrugge. Net vuurvliegjes. Bij nader inzien blijken het sigarettenpeuken van twee vluchtelingen. De mannen uit de Pansjirvallei (Afghanistan) glipten donderdag bij de razzia aan de Sint-Donaaskerk door de mazen van het net.

De oudste wurmt zich tot aan de schouders in een vuilniszak. De andere kruipt dicht tegen tegen hem en bibbert. Het is 5 graden. De twee blazen om beurten wolkjes naar elkaar. Afwachten is vannacht de boodschap voor de zakkenlopers zonder papieren: dat is verstandiger dan zich in het zwaailicht te werken van de politie, die nu de jacht op illegalen heeft geopend.

Omar en Amin tonen twee zakjes van de Spar-supermarkt: een scheermes, een kam, een flesje Hépar-water, brood, een stanleymes en een snipper zeep. Ze wijzen in de richting van de brug. Via de trappen ginds raakten ze vanochtend bij het zeewater om zich te wassen. Ze hebben elk een witte isolatiebuis bij. Daarmee willen ze CO-meters verschalken die mogelijk ter controle "in hun containers" worden geplaatst bij een overtocht. Via een gaatje in het dekzeil van de trailer willen ze de koolstofmonoxide langs een buis wegblazen, zodat ze ontsnappen aan een controle. Het gat zullen ze met een breekmes openrijten en dichtplakken met kleefband.

Omar en Amin verschansten zich met het overlevingspakket in de transportzone. Het safehouse aan de Total-pomp is een oud nest: Afghaanse voorgangers bouwden het toen Zeebrugge nog hoog op de lijst stond van de favoriete oversteekplaatsen in het mensenhandelaarscircuit. Het kampement ligt onder een frame van wrakhout. Het dak werd gemaakt met flarden vuilniszak en raffia. Het stinkt overal naar ammoniak. Het krioelt van de uitwerpselen en wapperend wc-papier. Luiers bungelen tussen de rozebottels.

Ze zijn nu al drie maanden onderweg. Geklemd tussen kruiwagens reisden ze in een truck vanuit Afghanistan via Hongarije over Keulen via Groot-Bijgaarden tot Zeebrugge. Per etappe betaalden ze 900 euro. De overtocht kostte per persoon 5.000 euro. Voor elk zijn er drie kansen om over te steken en een van de sweathouses te bereiken in Groot-Brittannië, waar ze in de textiel zullen werken tegen dumpinglonen. "Voor bemiddeling bij bijkomende poging om over te steken moeten we betalen."

Vanavond is de eerste keer, en wellicht de laatste ook, weten ze nu. Na Sangatte is nu ook in Zeebrugge het feest voorbij: sinds het platgooien van vluchthuis De Noordzee aan de Kustlaan, durven de Afghanen enkel nog inschepen op "neutraal terrein". De 52 vluchtelingen die de politie maandag van tussen de brokken viste tijdens het slopen van Hotel De Noordzee aan de Kustlaan, belandden inmiddels allemaal in gesloten vluchtelingencentra zoals Le Refuge in Brugge.

Ze dreigen collectief te worden gerepatrieerd. Na de Sarajevo-achtige beelden van de sloop van het oude hotel hangt dat volgens minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael alle vreemdelingen zonder papieren boven het hoofd. Omdat Groot-Brittannië (waar geen identificatieplicht bestaat) buitenlanders blijft aantrekken, stelde hij paal en perk aan het fenomeen: Zeebrugge mag en zal geen tweede Sangatte worden, de tot voor kort meest gebruikte oversteekplaats richting Dover, nabij Calais. "Een uitwijzingsbevel is geen voddeken papier", aldus Dewael. "Elke illegaal die vanaf nu een tweede keer wordt opgepakt, gaat stante pede naar een gesloten centrum. Punt uit." Ter ondersteuning stuurde hij dertig federale agenten naar de havenstad. Maar Zeebrugge, zo bleek deze week, 'dreigde' niet Sangatte te worden. Het was het al een hele tijd.

VLD-senator Jean-Marie Dedecker was de eerste die waarschuwde voor de crisis. Gealarmeerd door een dolgedraaide verzekeraar trok de ex-judoka zelf op onderzoek. Dedecker toont de omheining van de grote Sea Ro-terminal, tot woensdag nog hét trefpunt van de vluchtelingen en ook de afvaartplaats van dagelijks 2.400 containers naar Engeland. De afrastering ziet eruit als een lange gestopte kous. Overal is er gaas vervangen, soms is cement gestort aan de basis. Her en der zwichtte een heipaal onder het gewicht van een hele familie.

"Tunnels", wijst Dedecker. "Ze groeven gewoon tunnels onder de omheining. Ofwel klommen ze erover, met dikke dekens als lopers over de prikkeldraad. Of ze klauterden via het centimeter brede richeltje langs de brug om in duikvlucht de terminal te bereiken. Acrobatie. Eenmaal aan de overkant, haakten ze zich vast onderaan aan de vrachtwagens, of klommen ze in de geparkeerde auto's. Je kon ze zo zien hangen. Er waren jonge kinderen bij."

Gemiddeld pakken bevrachters dagelijks dertig illegalen bij de lurven, staat te lezen in een rapport van het parket van Brugge in januari 2003 dat De Morgen kon inkijken. Het gros komt uit Kosovo en Afghanistan en strandt ook in Knokke, waar in één maand 48 vluchtelingen tegen de lamp liepen. Ook blijken de vluchtelingen jong: 87 procent is hoogstens 35 jaar. In een maand tijd waren er liefst 55 minderjarigen onder de vluchtelingen, van wie 35 moederziel alleen. Bij gebrek aan opvang moest men zopas een tien- en een twaalfjarige zonder begeleiding de straat op sturen.

Intussen bevestigt een bewaker van Group 4 dat het "na maandag" iets rustiger werd. "De meeste firma's zetten stroom op de omheining of installeerden prikkeldraad met weerhaken. Een bedrijf huurde 'naaiers' in om de gaten in het hek te stoppen, maar het blijft afwachten. Ze zijn té vindingrijk. Doe je één gat dicht, dan kruipen ze gewoon elders weer binnen."

Jean-Marie Dedecker: "Ze blijven toestromen, zeker na de sluiting van Sangatte. Omdat de Britten de bevrachters beboeten a rato van 4.000 euro per gevatte illegaal, brachten ze privé-bewakers op de been. Maar er was geen stoppen aan: sommige vluchtelingen bleven net zo lang hangen tot het wél lukte. Sommigen reden zelfs in afwachting van de overtocht aan boord van een oplegger weer terug naar Groot-Bijgaarden om hun toilet te maken. Ze nemen daar douches in de benzinestations bij de truckers."

"Ik niet, ik zag ze op de hurken hun gezicht wassen", vertelt Mirjam, buurvrouw van het gesloopte Hotel De Noordzee aan de Kustlaan. Het terrein was vroeger eigendom van de familie De Cokere, de ouders van Marleen De Cokere, de partner van Michel Nihoul. De familie gebruikte het ooit als showroom voor haar tuinbedrijf, er stonden tuinhuisjes. Maar nadat het aan een projectontwikkelaar werd verkocht, bleef het jarenlang een toevluchtsoord voor asielzoekers.

"Als het geregend had, tapten ze het water uit de plasjes en kwamen ze zich in het etalagevenster spiegelen om zich te kammen. Anderen liepen met lege vijfliterflessen naar het benzinestation. Aandoenlijk dat zo iemand nog de moed vindt om zijn toilet te maken in mensonterende omstandigheden".

Een buurvrouw: "Ik vond het eerst niet erg. Onze kinderen waren jong: als ze jengelden om speelgoed, hield ik ze voor het venster en zei ik: kijk 'ns, daar, die hebben niks. Allemaal heel educatief natuurlijk, tot er op zekere dag een stuk van de schutting weg was. Een week later ontbrak er nog een deel, uiteindelijk zaten we zonder. Mijn man ontdekte vorige week hoe dat kwam: ze stookten vuurtjes met het hout. Op lege blikken kookten ze water, soep met kruimeltjes. Ze hadden ook een steelpan van een hotel op de dijk gekregen. Ik heb ze nochtans heel vaak eten aangeboden, maar ze wilden niet."

Volgens Jan, een politieagent bij de zeevaartpolitie, is de zaak al veel langer aan de gang. Het fenomeen werd bewust doodgezwegen, in de eerste plaats door de overheid. "Zeebrugge was Sangatte lang voor Sangatte bestond", vertelt hij in de buurt van het voormalige vluchthuis van de bewakingsdienst GMIC. De civiele bescherming heeft het leegstaande pand ontruimd, het ruikt er nu naar het ontsmettingsmiddel Dettol.

"Het is begonnen in 1989, met de Roemenen, voor de val van Ceaucescu. Die kropen aan boord van de containers van de Canadese bevrachter Cast, in het vooruitzicht van een emigratie naar Canada. Het enteren van schepen was toen veel gemakkelijker: de laadkisten werden immers met de families erin zo op de boten geparkeerd. Pas toen we een keer een gezin langs binnen hoorden kloppen op de kade, kwam de zaak aan het licht. De container was een week blijven staan."

De toenmalige rijkswacht was overrompeld. Het korps moest begin jaren negentig instaan voor "de basispolitiezorg" van van de burgers van Lissewege, Damme en Zeebrugge maar had de handen vol met de buitenlanders. "Het was doffe ellende: er was geen opvang, geen enkele faciliteit om hen te verhoren, en dan te bedenken dat je per illegaal drieënhalf uur zoet bent."

"Op den duur lagen ze in de gang, in de kantine", zegt politieman Jan. "Overal. Waar anders? We moesten in hordenloop naar ons kantoor, over de slapende lijven heen. Het probleem was bovendien dat ze - op papier - nergens naartoe konden. Op het document van Vreemdelingenzaken staat immers letterlijk dat ze noch naar Frankrijk, Nederland, Luxemburg of Duitsland mogen, terwijl wij opdracht krijgen ze tegen te houden naar Engeland te gaan. Wat moesten we ermee? Ze in de grond laten kruipen Ze laten verzuipen?"

De naam van Zeebrugge in het milieu was voorgoed gemaakt. In korte tijd was tot in Centraal-Afrika en in het Midden-Oosten exact bekend welke panden er in Zeebrugge vrijstonden als safehouse. Er circuleerden zelfs wegbeschrijvingen en plannen met plattegronden van de gebouwen. "Het is begonnen met 'The Biker', een voormalig Harley-café", legt de man van de zeevaartpolitie uit. "Daarna zijn ze eerst uitgeweken naar de Witte Villa van John West en De Noordzee, toen naar het kraakpand naast het Esso-station, naar een leeg huis achter de voormalige Barquajac, een roemruchte discotheek uit de jaren zeventig. Hun laatste adres was het leegstaand GMIC-gebouwtje."

"Jarenlang hebben we hierop gehamerd in Brussel, maar er gebeurde niets, terwijl de rederijen deden wat ze konden. De ene nacht zat het commissariaat vol Chinezen, dan hadden we Tamils op bezoek. Wij hadden niet eens tijd om van hun klachten een akte te maken, laat staan tolken op te trommelen. Van armoe lieten we ze uiteindelijk hun naam opschrijven in het Chinees - we zouden later dan wel zien met wie we hadden gesproken. Toen wat weken later de vertaling van zo'n verhoor uit Brussel terug kwam, stond er: 'Ik eet graag bananen en appelsientjes? Jij ook?' Intussen waren de arrestanten allang verdwenen."

Tussen de golven arrestaties door bleef er dan ook maar sporadisch tijd voor onderzoek over. "Beetje bij beetje brachten we netwerken in kaart, met Michelin-kaarten en tachograafschijven van de chauffeurs ernaast. Zo kon je zien waar de chauffeurs waren gestopt, en of ze manifest hadden gelogen. Als een trucker verkondigde het traject Karlsruhe-Zeebrugge te hebben afgelegd in vier uur zonder stoppen, dan kon je er van op aan dat het een smokkelaar was. Ook als hij pakken geld bij zich droeg."

Helaas was de praktijk dikwijls de grootste leermeester. "In het begin was het geklop van mensen in containers hét signaal", zegt politieman Jan. "Hele families die weken vastzaten in de haven. Later leerden we dat alle zwartgeblakerde, blanke vluchtelingen duizenden kilometers naast de as hadden gehangen, mee waren geraasd over het asfalt: weggestopt in het rek van de dekzeilen onder de trucks. Of geklemd als sardienen tussen machineonderdelen."

"Af en toe waren er wanhoopssignalen: in 2001 stootte ik op een echtpaar en nog een man, achteraan in een trailer. Ze hoestten constant. Toen we ze uiteindelijk uit de trailer haalden, spuwden ze alledrie bloed. Tuberculose. In lege flessen drinkwater hadden ze hun urine opgespaard om de zaak niet te bevuilen."

Veel middelen heeft de zeevaartpolitie in Zeebrugge niet. "We hebben zelfs geen boot, tenzij een schuit van het Vlaamse gewest. Toen we vorig jaar een oproep kregen van een kapitein dat er verstekelingen aan zijn trossen bungelden, ging het dan ook helemaal mis. Terwijl de boot het havengat uitvoer, konden we niet eens ingrijpen, de vluchtelingen plonsden in het water. Toen we eindelijk met het schip van het Vlaamse gewest ter plaatse waren, was het te laat. We hebben lijken moeten opvissen. Ze waren met roeibootjes tot aan het schip gebracht."

Vorig jaar, toen in de brigade van Jabbeke een geval van schurft opdook bij een politieman, kwam er plots wel schot in de zaak. De illegalen moesten toen naar een gesloten opvangcentrum. "Dat was de druppel", zegt Jan. "Aanvankelijk gebruikten ze heimelijk het medische woord scabiës. Het leven ging verder, niemand had iets in de gaten. Tot duidelijk werd waar het wel over ging: schurft... Toen kwamen er bevelen van de directeur van het personeel in Brussel: men dacht natuurlijk aan de consequenties voor de verzekering. Plots mochten we de illegalen alleen nog oppakken in witte overalls, met chirurgenmaskertjes en zwarte Kabila-laarzen, bij elke interventie, net alsof het allemaal om lepralijders ging.

"Natuurlijk doet niemand die dingen aan. Het is zo al mensonterend iemand op te pakken die ten einde raad is, laat staan in zo'n marsmannetjeskostuum... Het vreemde is dat ik na al die jaren het gevoel van medelijden verleerd ben. De eerste keer huil je stilletjes je als je een eenbenige illegaal met krukken weg moet sturen, nu niet meer. Diverse matrozen van een Canadese rederij hebben me verteld dat verstekelingen voor de kust worden overboord gegooid. Dat gaat zo: men draait twee keer de motoren over en weer, en weg met de shark meat en de boetes bij aankomst. So what? Met medelijden kom je geen stap verder in dit vak. Tenzij het om een kind gaat: zopas hebben we een ventje van acht op straat moeten zetten omdat er geen plaats meer was in de instelling. We hebben hem de weg naar het station gewezen. Hij is moederziel alleen vertrokken."

Al jaren hollen Jan en zijn collega's bij de scheepvaartpolitie achter

de feiten aan: 'Toen we die vluchtelingen dan uiteindelijk uit de trailer haalden, spuwden ze alledrie bloed. Tuberculose. In lege flessen drinkwater hadden ze hun urine opgespaard om de zaak niet te bevuilen'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234